151. Levensweg

Als je op weg gaat
je eigen weg gaat
loop hem dan helemaal tot het eind

Zo niet
begin er dan niet eens aan

Maar áls je gaat
ga tot het eind

Dit kan betekenen:
vriendinnetjes verliezen
vrouwen
familieleden
banen
bezit
geld verliezen
en het kan betekenen: gek worden

Ga tot het eind

Dit kan betekenen:
enkele dagen niet eten
bevriezen op een parkbankje
depressie
opsluiting
spot
verachting
uitlachen
geïsoleerd raken
alleen zijn

Alleen zijn is de gift
Al het andere is een test voor je uithoudingsvermogen
Een test
voor hoe graag je dit écht wilt

En … je zult het doen
ondanks verwerping
kansloosheid

Het zal beter zijn
dan alles
wat je je ooit had voorgesteld

Als je gaat
ga tot het eind
Niets kan raken aan dát gevoel

Je zult alleen zijn met de goden
je lichaam zal in vuur en vlam staan
en je nachten zullen worden verlicht door bliksemstralen

Doe het
Doe het
Tot het eind

Je zult het leven berijden naar onstuimig lachen
met tomeloze wildheid
langs peilloze ravijnen
in eeuwige verten

Het is het enige goede gevecht dat er is

150. Toevallingen 151 – 175

151.

De ervaring die nu plaatsvindt, laat zien dat bewustzijn deze ervaring al heeft aanvaard
Het is te laat voor gedachten om Nee te zeggen
Het is dan ook volkomen onbelangrijk wat de gedachten van de ervaring vinden

152.

Om zonder angst te leven moet je angst eerst erkennen, dan aanvaarden
en je er vervolgens niet meer mee bemoeien

153.

Je moet eerst leren om volledig te leven met het tegenovergestelde
van waar je naar verlangt

154.

We hebben alleen gedachten nodig voor praktische zaken als
een boodschappenlijstje of een analyse van iets te maken
Verder is iedere gedachte volkomen nutteloos

155.

Het Hier is geen plek
Het Nu is geen moment
Beide zijn een kwaliteit van bewuste aanwezigheid
Er kan alleen Hier en Nu zijn als de persoon, het idee van een ik, afwezig is

156.

Liefde zegt: ‘Ik hou van je.’
Angst zegt: ‘Ik heb je nodig.’
De verwarring hiertussen is de kern van ieder relatieprobleem

157.

Als ik me met mijn gedachten bezig houd, is alleen mijn persoon aanwezig
Als ik me met Mezelf bezig houd, is de hele wereld aanwezig

158.

Wanneer een dierbare overlijdt, heeft de rouw geen betrekking op het verlies van de dierbare,
maar op het verlies van de hechting aan het beeld dat je hebt van de dierbare.
De rouw ontstaat door de illusie dat je het object van je geluk hebt verloren en dat die bron van geluk buiten je ligt
Bij nader inzien ligt die bron van geluk in jou en is de ander slechts de aanleiding tot dat geluk,
niet de oorzaak

159.

Wijsheid ontstaat in het doorzien van de innerlijke oorlog
In het zien dat gedachten denken dat jij de vechter bent
terwijl je de toeschouwer ervan bent die nooit vecht
De toeschouwer is altijd in het midden van het gevecht aanwezig
Dat moet wel, anders zou je de oorlog niet kunnen zien
En zou je geen vrede kennen

160.

Alles is liefde
Daarom kun je jezelf niet veranderen
Daarom kun je de verandering in jezelf toelaten

161.

Zoals de wolk niet verdwijnt, maar transformeert in regen
zo kan iets nooit niets worden
en zo kan iemand nooit niemand worden

162.

Ons lijden vermijden leidt tot verharding en afsluiting
Ons lijden aanvaarden biedt de mogelijkheid tot mededogen en begrip

163.

Vredesbewegingen en demonstranten moeten geen vrede eisen
En ze moeten ook niet willen dat vrede over oorlog zegeviert
Ze moeten vrede dóén
En dagelijks beoefenen

164.

Ik ben, dus ik denk niet

165.

Wij wandelen elkaar naar huis
Dat is het doel van het leven

166.

Je verlangen beveelt jou te grijpen naar de buitenwereld:
een persoon, consumptie, materiaal
Als je stopt met gehoorzamen aan dit bevel van je verlangen
dan zie je dat je werkelijke verlangen verborgen ligt ónder je verlangen
In je binnenwereld
Waar je verlangen stopt

167.

Overal waar je kijkt, zie je datgene waarnaar je op zoek bent
Als je op zoek bent naar eenzaamheid, dan zie je eenzaamheid
Als je op zoek bent naar liefde, dan zie je liefde
Als je dénkt op zoek te zijn naar liefde en je ziet eenzaamheid
dan ben je op zoek naar eenzaamheid
En de transformatie begint in je hart

168.

Streven naar harmonie komt voort uit angst voor emoties
De angst voor emoties creëert de disharmonie
De aanvaarding van emoties ís de harmonie

169.

Seriële monogamie:
Het is, evolutionair gezien, realistischer om bij je trouwerij het Ja-woord te geven
met de toevoeging ‘tot de volgende zich aandient’
dan met ‘tot de dood ons scheidt’

170.

Wat wil je?
Een succesvol leven of een vervullend leven?
Succesvol leven wordt afgemeten aan de vergelijking met anderen
en de waardering van de buitenwereld
Vervullend leven komt voort uit de vervulling van je ziel
Een succesvol leven is uiterlijk
Een vervullend leven is innerlijk
Wat wil je?

171.

Yoga is:
Trouwen met de kosmos
Anders gezegd
Yoga is:
Je lichaam doordrenken met bewustzijn

172.

Loop alsof je de aarde kust met je voeten
Dit is vrede

173.

In het hier-en-nu doodt de dood zichzelf

174.

Wat eeuwigheid is voor het bewustzijn
is tijd voor het denken
We ervaren altijd eeuwigheid
en we dénken dat we in tijd leven

175.

Alle ellende in de wereld bestaat
doordat mensen op de vlucht zijn voor hun eigen stilte

149. Toevallingen 126 – 150

126.

De mens zoekt niet de bevrediging van zijn verlangen
maar de stilte die daarin verborgen zit

127.

Verlangen houdt zichzelf in stand
doordat we altijd verlangen
naar datgene
wat er nu niet is

128.

Je hébt geen vertrouwen
Je bént vertrouwen
Er zit dus niets anders op

129.

De vrouw besloot niet meer loyaal te zijn aan haar partner
En maakte zichzelf vrij
De relatie kon beginnen

130.

Het idee doodt de waarheid

131.

Iedere ware uitspraak heeft zijn tijdelijkheid

132.

De man hief radeloos zijn armen op
en riep uit:
‘Ik weet het niet meer. Niets werkt!’
Het echte werk kon beginnen
Dóór hem
Niet door hém

133.

Toen ze niets meer wilde, kon ze eindelijk beginnen

134.

Zolang hij nog iets wilde worden, bleef het leven op afstand

135.

Toen hij teveel wilde, stond dat in de weg van wat hij echt wilde

136.

Als een mens iets wil bereiken
moet hij eerst het tegenovergestelde meemaken
van wat hij wil bereiken

137.

Heling is:
het slopen van de muren der woede
door de rivieren van verdriet
Met in hun kielzog: de anderen

138.

Hij was voortdurend in conflict
en terwijl hij dácht dat hij riep: ‘Rot op!’
riep hij: ‘Houd van me!’

139.

Als je wrok koestert naar een ander
is dat hetzelfde als zelf het gif drinken
terwijl je denkt dat dát je vijand doodt

140.

Het belangrijkste moment in je leven is nu
De belangrijkste persoon in je leven is degene naar wie je nu kijkt
Het belangrijkste wat je te doen hebt in je leven is datgene wat je nu doet
De beste manier om je voor te bereiden op de toekomst en de dood is om volledig in aandacht aanwezig te zijn in dit moment nu
In dit moment nu dat nooit eindigt

141.

Je lichaam is waarheid
Je hoofd is leugen

142.

Wie was er eerder?
Jij?

Of je conditionering?
Wie is altijd eerder?
Jij?
Of je conditionering?
En als je het antwoord weet
wat is dan nog het probleem?

143.

De wereld is het lichaam van Bewustzijn

144.

Ons eigen leven moet onze boodschap zijn

145.

Hij was reeds intiem bekend met datgene waar hij naar zocht

146.

We horen niet wat iemand zegt
We beelden ons in wat hij bedoelt

147.

Als de zoeker vindt wat hij zoekt, dan verdwijnt de zoeker
En de vinder

148.

De angst voor de dood, die we proberen te verminderen,
en het gevoel van gemis, dat we proberen op te vullen,
zijn de twee gevoelens die het ingebeelde, afgescheiden zelf definiëren

149.

Als je vrij wilt zijn, moet je eerst je eigen gemaakte gevangenis ontdekken
En leren kennen

150.

Aanvaarding is een kwaliteit van bewustzijn, niet van de gedachten
Iets probéren te aanvaarden is het niet aanvaarden
En soms moet je aanvaarden dat je iets niet aanvaardt

148. Toevallingen 101 – 125

101.

Een probleem is geen obstakel.
Het is een deur
naar een grotere wereld

102.

Als je geen problemen hebt met je emoties
heb je ook geen problemen in de wereld
Ze zijn er wel
maar je hebt ze niet

103.

Zonder je problemen
was je nooit gegroeid
en nooit zover gekomen

Omhels ze!

Maar niet te strak
Ze hebben ruimte nodig
om te bestaan

En weg te zweven

104.

Ieder probleem
ieder conflict
iedere scheiding
iedere oorlog
iedere angst

En iedere dood

Is uiteindelijk
alleen maar
een gedachte

En … wát voor gedachte!

105.

Als de reiziger veel reist
merkt hij al reizende
dat de reis pas begint
als hij stilstaat.

106.

Het regent
De regen valt vanzelf
Er is in of achter de regen geen ‘Regenaar’ of ‘Regener’ die dit doet
Net zomin als er een ’Ik’ is die denkt of doet

Ik doe niets, terwijl alles gebeurt
Het regent
Het gebeurt

107.

Aanvaard de pijn en angst die je ooit hebt ontvangen
waardoor je de liefde wordt die je nooit hebt ontvangen

108.

Als de reiziger op reis is
komt hij na verloop van tijd
tot de ontdekking
dat hij zijn thuis nadert
En hoe verder hij reist
hoe meer thuis hij komt

109.

Als je heel goed in iets wilt worden
moet je erdoor geobsedeerd zijn
Hoe groter je obsessie voor iets is
hoe beter je erin wordt

110.

Als op de grensovergang de politie al zijn bagage steelt en de reiziger naakt achterblijft,
grijpt hij naar een stok om zich te wapenen.
Het stelen: wat een gemeenheid!

De bagage: wat een zwaarte!
De stok: wat een bescherming!
De naaktheid: wat een bevrijding!

111.

Onder het luide geraas van de wereld
graaft de reiziger
hardnekkig
zijn gang
naar het kleinste stille beekje
dat volgens oude verhalen daar ooit moest hebben gestroomd

Als hij wanhopig zijn pogingen opgeeft
en uitgeput
terugkeert
naar het lawaai van de wereld
hoort hij plotseling
in dat lawaai
de stilte
En het stromen van de beek

112.

Als de man veel wil neuken, stelt hij de de ontmoeting uit
En zij

113.

Als hij seks gebruikt om intimiteit tegen te houden
zadelt hij zijn nageslacht op met pijn
Al zaadlozend

114.

De geilheid van de hoerenloper houdt zijn kilte in stand
terwijl hij de warmte zoekt die hij vreest

115.

De exhibitionist smeekt de toeschouwer
om datgene goed te keuren
wat hij zelf afkeurt

116.

Een transseksueel zit niet in een verkeerd lichaam
Hij zit vastgeplakt op het beeld dat hij niet is

117.

Altijd als haar gesprekspartner haar aanvalt met woorden
antwoordt ze met stilte
Niet dat ze niets zegt
maar ze laat de stilte aan het woord

118.

Stilte is hetzelfde als innerlijk alleen zijn
terwijl je in gezelschap verkeert

119.

Een goede luisteraar is stilte

120.

De echte luisteraar hoort wat niet gezegd wordt
terwijl hij luistert naar datgene wat gezegd wordt

121.

We kunnen alleen geluid horen
omdat er altijd iets is wat geen geluid maakt.

122.

Als je je laat absorberen door datgene wat je niet bedenkt
dan ben je aldoor thuis.

123.

Thuis zijn is: zijn op de plek waar je nu bent

124.

Als je alleen thuis zit, is de hele wereld aanwezig
Omdat je alleen bent

125.

Zijn verlangen werd niet bevredigd
en hij reageerde niet
Toen werd het stil
Wat zijn verlangen was

147. Toevallingen 76 – 100

76.

De vraag: ‘Wat is liefde?’
valt alleen ontkennend te beantwoorden
Ze is in ieder geval geen gevoel
laat staan een gedachte
En er is dood

Zonder dood
kan liefde niet zijn

77.

Een staatshoofd is het gevolg van de toestand in het land

78.

Alle ellende begint als je vindt dat dit moment er anders uit moet zien

79.

De hel is het niet durven verlaten van het paradijs

80.

Als een man zichzelf niet goed genoeg vindt
is hij zijn verdriet vergeten.
Een vrouw haar woede

81.

Vrouwen en meisjes willen mooi zijn
Mannen sterk
Jongens willen beide
Omdat ze nog slap zijn

82.

Een man valt niet zozeer op een vrouw
omdat ze mooi is
maar omdat zij hem iets kan geven
wat hij nooit kan bezitten

83.

Als een mans verlangen eindelijk is volbracht
en hij sterk is geworden
valt een grote last van zijn oude schouders:
de wens om geliefd te zijn om zijn uiterlijk
Een vrouw geeft die wensen nooit op
Zij combineert ze

84.

Wil alles voor je 40e
Wil niets na je 40e
Het niet zien van dit verschil heet: de mid-life crisis

85.

Vrede begint als je niets meer wilt nadat je alles hebt gewild

86.

Als je voor je 40e zegt:
‘Ik word geleefd’
dan ben je ongelukkig
Als je na je 40e zegt:
Ik word geleefd’
dan ben je gelukkig.

87.

Reageren is oorlog voeren
Vrede is antwoorden

88.

Huisdieren
vrouwen
en onderhandelingen
brengen vrede

In deze volgorde

89.

Pas toen de president begreep wat vrede was
kon hij effectief oorlog voeren.

90.

Hoe kijkt een vader in de ogen van zijn kind
nadat hij iemand heeft beledigd?

91.

Mensen zijn heel lief
Ze uiten het alleen een beetje ingewikkeld

92.

Vanwaar toch die onuitroeibare aandrang
van al die doeners om iets te gaan doen?
Ze zijn er toch al?

93.

Loslaten = contact maken

94.

Een idee laten vallen lukt niet
door te pogen het te laten vallen
Het idee valt uit zichzelf
door de emotie volledig te voelen

95.

Toen ze zich niet meer schaamde
voor haar schaamte
werd ze warmer
Intiemer

96.

Als je zegt:
Ik voel dat …..’
en de ander antwoordt:
‘Ik vind dat ….’
dan dringt hij zijn eigen eenzaamheid aan jou op

97.

Degene die in de schijnwerpers durft te staan
wordt bewonderd
om zijn lef
En diepgaand gehaat

Degene die niet in de schijnwerpers durft te staan
wordt gewaardeerd
om zijn bescheidenheid
En voluit gesteund

98.

Ben je bang: ga naar buiten
Ben je kwaad: ga naar binnen
Ben je blij: ga door
Ben je verdrietig: blijf staan
En wees alleen maar verdrietig

99.

De lieve vrouw wilde graag mededogen hebben
en ging aardig doen
in de hoop dat hij haar niet zou vernietigen
Ze zei: ‘Ik aanvaard hem zoals hij is’
En vernietigde zichzelf.
Vol mededogen.
Naar hem

100.

Een probleem is de richtingaanwijzer naar de eeuwigheid

146. Toevallingen 51 – 75

51.

Je superieur voelen aan de ander
door jouw geloof of ongeloof
is de bedekking van het minderwaardigheidscomplex
dat gevuld is met doodsangst

52.

Wetenschappelijk bewezen is dat ieder mens een deeltje is
van de vrijgekomen materie van de Big Bang van 16 miljard jaar geleden.
En de mens roffelt op zijn borst:

‘Ik maak mijn eigen vrije keuzes! Ik bepaal zélf wel wat ik doe!’

53.

Is er een juiste manier van helpen?
Misschien alleen maar: luisteren, kijken, voelen, begrijpen
En niet adviseren

54.

Jongeren zijn sexy.
Vandaar dat ze zo oppervlakkig zijn
De buitenkant telt
huid, haar, kleren
Hoe spannend!
Hoe vermoeiend!

Ouderen zijn niet meer sexy
Al het overbodige kan weg
Wat een zegen!

55.

Jongeren met diepgang zijn niet sexy
Ze zijn verdacht

56.

Ze ging twintig jaar terug in de tijd
en ze ervoer de hel
Dat jongere lichaam leek dan misschien de hemel
de hel was haar jongere geest

57.

De wens om jonger te zijn
komt voort uit ontevredenheid over vandaag
Die voortkomt uit ontevredenheid van gister
Toen morgen zo mooi leek
Wat nu vandaag is

58.

De wens om jonger te zijn
komt voort uit dat deel in de mens
dat nooit mocht leven

59.

Ze vond het andere meisje mooier dan zichzelf
Totdat ze anders ging kijken
Dat vond het andere meisje niet leuk
En dit was precies wat ze wilde
En nu pas durfde

60.

Als de mens niet voortdurend innerlijk sterft
bezoekt de dood haar in duizend uiterlijke vormen
als spiegel van haar angst

61.

De dood zit ín het leven
Daarom is er leven
En de mens
ze is bang
voor beide ongescheiden delen

62.

We hebben contrast nodig
Hoe heerlijk is een vakantie na hard werken!
Hoe heerlijk is stilstand: zie hoe alles beweegt!
Jubelend op weg naar de dood!

63.

Op het moment van doodgaan
verliezen we het beeld van ik
en is er alleen maar bewustzijn
zonder ik
Zoals iedere nacht in diepe slaap

64.

Na de dood gebeuren er twee dingen met jou
1. Het lichaam gaat de grond in
2. Jij bent hier

65.

Als je je afvraagt wat de zin van het leven is
kijk dan om je heen
zie wat je aandacht trekt
en doe dat

66.

Het enige moment dat geen gedachte is
is nu
Dit is dan ook het enige moment dat bestaat

67.

Alles gebeurt nu.
Dus ook de schepping van de aarde
de verdrijving uit het paradijs
het betreden van de hemel en de hel
en je eigen dood.
En jij doet dit allemaal
steeds opnieuw
En altijd is alles het Nu
dat niets doet

68.

Het juiste moment is altijd het laatste moment

69.

NU’ is geen tijdstip
Het is de eeuwigheid
Het leven is geen opeenvolging van nu’s
Er is nooit iets anders dan nu

70.

Zolang er een ik is
is er geen nu

71.

Je kunt niet zeggen: ‘Ik leef in het hier-en-nu.’
Je kunt altijd nóg veel meer nu leven
Het nu is oneindige diepgang
Bovendien is het altijd nu
En altijd nóg dichterbij

72.

Ieder mens is liefde
weet niet dat ze liefde is
en smeekt om liefde

73.

Pas bij het afscheid
kunnen we echt
van iemand houden

74.

Houden van’ is geen permanente staat
is voortdurend nieuw
is volkomen angstloos
En onvoorspelbaar

75.

Als ik niet heb gevochten
kan ik niet liefhebben
Als ik niet stop met vechten
kan ik niet liefhebben

145. Toevallingen 26 – 50

26.

Als je niet alleen durft te zijn, zeg je in feite tegen de ander:
Neem bezit van mij!’

27.

Eenzaamheid ontstaat als je ontkent wat er op dit moment is

28.

Als je alleen durft te zijn, is iedereen altijd hier

29.

Als je bang bent voor eenzaamheid ben je het al
En bang

30.

Reageren
is in diepste zin aan de ander vragen
of je alsjeblieft mag bestaan.

31.

Gekwetst worden is:
hechten aan het idee
van goedkeuring door de ander
Het idee en de kwetsing zijn wederzijds afhankelijk
Als het idee valt
valt de kwetsing mee

32.

Een burn-out is het nog geen antwoord gevonden hebben op de vraag
Mag ik bestaan?’
Het is tevens de toegangspoort tot dat bestaan

33.

Ik denk, dus ik haat

34.

De situatie waarin hij nu zit, is niet zijn lot.
Het is het gevolg van alles wat hij heeft gedaan.
Er is dus niets meer aan te doen.

35.

Haar zoontje vroeg:
‘Hoe weet u dat?’
De moeder zei:
‘Ik gebruik mijn verstand en denk niet teveel na.’

Het jongetje dacht:
‘Hoe doe je zoiets nou?’

Hij keek naar zijn peinzende vader die zei:
‘Geen idee jongen, geen enkel idee.’

36.

De mens is niet geboren
met de verplichting
zich iedere tel
met zijn eigen gedachten
bezig te houden.

Toch doet iedereen dit.

37.

Eerst dacht Descartes: ik denk, dus ik besta
Eerst dacht ik: ik heb gedachten
Dan ontdek ik: gedachten hebben mij
En dan zie ik: er zijn gedachten

Wat een bevrijding!
Dat ik ze niet ben
Dat ik ze niet heb
Dat ze me niet hebben
Dat ze er zijn!

38.

Aandacht is een intens vuur dat al het overbodige verbrandt
In die aandacht ontstaat traagheid
En doeltreffendheid
Niet als methode, maar als natuurlijk verschijnsel
Iets wat vergeten is
Ontstolen
Ons geboorterecht

39.

Als Ik er ben, is geluk er ook

40.

Geluk en haast: kan dat samengaan?
Als gedachten denken dat ze daar moeten zijn?
Altijd maar dáár
Waar ze nooit zijn

41.

Toen hij stopte
met iets
van iemand
of van iets
te vinden
kwam geluk de kamer in
En de ander

42.

Hij vernietigde zijn eigen God op de brandstapel
En toen pas zag hij haar: de medemens
Zonder dat vuur had hij nooit kunnen liefhebben

43.

God is liefde
Het idee van God is oorlog

44.

De gelovige zegt: God bestaat
De ongelovige zegt: God bestaat niet
Beiden hechten aan hun beeld

en vanuit deze hechting ontstaat de haat

45.

Als een gelovige zich gekwetst voelt door de belediging
van zijn God, zijn boek of zijn profeet
eigent hij zich een bezit toe dat niet van hem is
En ook niet bezeten kan worden

46.

God kan alles
Doet alles
Zegt men.

Dus ook applaudisseren.
En minachten
En wat doet hij dan als hij al die gekwetste gelovigen ziet?

47.

Als men het woord ‘God’ alleen maar noemt
ontstaat er al enig wapengekletter
in het hoofd van de gesprekspartner
Gelovig of ongelovig

48.

Godsdienst heeft niets met religie te maken
Godsdienst is louter vasthouden aan een idee
Religie is het vernietigen van dat idee

49.

De mens heeft religie niet uitgevonden
Hij is er in geboren
Daarna heeft hij de godsdienst uitgevonden
Toen ging het mis

50.

Ieder mens die uitspraken doet over de Koran of de Bijbel
zegt daarmee niet zozeer iets over die boeken
alswel over zijn eigen niveau van mens zijn

144. Toevallingen 1 – 25

1.

Toen hij alles had vernietigd
en liefdevol toegelaten,
wat hetzelfde bleek te zijn,
begon het leven te glimlachen
naar iedereen

2.

Tussen twee gedachten ziet hij
geen enkele gedachte meer
En zichzelf
In alles

3.

In het karakter van de mens spreken verschillende stemmen
Aan het eind van zijn leven heeft er één gewonnen
De andere zijn verstomd

4.

Volwassenheid:
Alles raakt hem diep
hij stoort zich aan niets
is volledig betrokken
en doet wat gedaan moet worden

5.

De vrouw komt binnen
Ze is volledig aanwezig
Dat vindt ze genoeg

6.

Hij gaat onbevangen om met alles om hem heen
en verwijlt in een ruimte die onaanraakbaar is
Die hij is
Al voordat hij dacht een ander te zijn
en ver voordat hij kwam.

7.

Spreek pas als spreken vanzelf gaat
Beweeg pas als je bewogen wordt

8.

Hij kende normen en waarden
voelde emoties
doorzag gedachten
En deed er niets mee
Hij had wel wat beters
te zijn

9.

Het leven schreeuwt om vervulling
De mens schreeuwt terug: ‘Ik wil niet!’
Totdat hij niets meer wil
en leven wórdt

10.

Niet-weten
is de hoogste vorm van leven en wijsheid
Het is geen keuze
maar een voortdurend opgeven
dat nooit stopt

11.

Ze probeerde te kijken
en zag niets
Ze probeerde te luisteren
en hoorde niets
Ze gaf het op
en ontving licht en geluid

12.

De ene mens wil gaan zitten
zoekt een zitplaats en zet zich neer
Hij kiest

De andere mens ziet dat een stoel hem roept
en hem onafwendbaar aantrekt
Hij is keuzeloos gewaar, kiest niet, en gaat zitten

13.

Zij vindt een ander altijd beter
dan zichzelf
Ze maakt zichzelf te klein
En ze hoopt dat ze veilig is

Hij vindt een ander altijd slechter
dan zichzelf
Hij maakt zichzelf te groot
En hij hoopt dat hij veilig is

14.

Onze omgeving is ons verlengde lichaam

15.

Onze grootste angst is niet angst voor de dood
Het is angst voor de liefde
Hetgeen hetzelfde is

16.

Iedere angst is uiteindelijk de angst voor het onbekende
En het onbekende is liefde

17.

Het gevoel van zinloosheid is de angst voor dít moment
En volgt op het moment van levend dood zijn
En gaat vooraf aan de herrijzenis uit de dood

18

Hij dacht dat hij altijd bang was voor
de ander
het onbekende
de situatie
de toekomst.

Totdat hij zag
dat hij angst had
voor zijn gevoel
op dit moment
In hem

19.

Toen hij ontdekte dat hij niet bang was voor de ander
maar bang was voor zijn eigen emotie
was hij niet meer bang

20.

De angst die hij nu voelt, is altijd al heel oud
Ouder dan hij
En bekend
Bekender dan hij
Hij hoeft er dus nooit bang voor te zijn

21.

Angst is vastgezette opwinding

22.

De grote levenskunst is om de angst voor het onbekende
te ervaren als de opwinding in de achtbaan

23.

De mediteerder zocht rust
zette haar opwinding vast
en werd bang

Toen de opwinding zich losmaakte
begon ze te leven
en kon de meditatie beginnen

24.

Luidruchtige mensen zijn altijd bang dat ze niet mogen leven
en smeken om erkenning
Bescheiden mensen doen precies hetzelfde in een andere vorm

25.

Als je je eenzaam voelt, betekent dit dat de ander jou heeft.

143. Poëzie 25. Een lentedag in Delft

Vandaag zit het lijf roerloos
op de bagagedrager
achterop de stilstaande fiets
over het zadel
het hoofd stil van binnen
de rechtervoet op en neer

En ik kijk

Voor het café en naast het terras
spelen zes mannen
van zestig jaar zestiger jaren muziek
een broodje haring vult de mond
samen met een glas rosé

En ik luister

Rode zigeunerjurken zwieren zalig voorbij
en knipogen
naar het broodje haring met uitjes
naar de bagagedrager
naar het glas rosé
naar het lichaam over het zadel

En ik voel

De zon groet de wereld
de huid wordt bruin
problemen bestaan niet
hebben nooit bestaan
zullen nooit bestaan
Iedereen is gelukkig

En ik weet
Ik wéét!

Want vandaag
Vandáág!

Begrijpen wij alles

Álles!

142. Poëzie 24. De eeuwige actualiteit

Natuurlijk wéten we het wel,
eigenlijk.
Dat tijd niet bestaat.
Dat het Nu geen moment is, maar dat Nu de eeuwigheid is.
Dat het Hier geen plaats is, maar oneindigheid.
Dat alles Hier en Nu gebeurt.
Dat heden, verleden en toekomst allemaal Nu zijn.
Dat we daarom met alles verbonden zijn, alles zijn, erover spreken, betrokken zijn.
Dat niets ooit afgelopen is of werkelijk bestaan heeft.
Dat scheiding niet bestaat.
En sterven niet werkelijk bestaat.
Dat alles bewustzijn is.
Natuurlijk wéten we het wel,
eigenlijk.
Dat de ander mij is, jou is, de mensheid is.
Dat jij de ander bent, mij bent,
dat jij de mens van alle tijden bent.
Dat als jij iemand doodt, jij jezelf doodt.
Dat als ik iemand haat, ik mezelf haat.
Dat als wij liefhebben, wij de mensheid liefhebben.
En dat wij de wereld zijn.

Tóch bedénken we iets anders.

Dus bedénken we,
iedere tel iedere gedachte,
een wereld
waarvan we gelóven dat ze écht is.
Dat ik hier ben, jij daar, en dat dáár de buitenwereld is,
los van mij, waarvan ik gescheiden ben.
Dat er twee dingen zijn, altijd twee.
En zo ontstaan de duizend dingen
die los staan van ons
terwijl ze ons zijn
maar wij dat niet meer zien

Zo worden we blij of boos dat Trump vrijuit gaat.
Worden we blij of boos dat Baudet of Klaver wint.
Dat Rutte spreekt.
Daar vinden we dan iets van.
Iets héél belangrijks van.
En maken we ons boos of blij.

Vrijheid!
Zo noemen we dat.

Tja.

Maar wie ziet nog?
Dat de ander geen ander is
goed is
mag blijven.
En niet dood hoeft.

Wie wéét nog?
Dat de ander ik is
dat jij de wereld bent.
En dat wij vrede zíjn.

Wie kan nog?
Samenleven
en daar dan ook nog lol in hebben.
In die verschillen.

Wie herinnert zich nog?
Dat wij Trump, Baudet, Klaver, Rutte, de ander zijn
hen voortbrengen en tot leven wekken.
Van hen houden.

Wie beseft nog?
Dat zij zichzelf worden door óns
dat jij hem maakt tot wie hij is
zij jou maakt tot wie jij bent.
Dat jij jezelf haat
en daarom de ander haat
en daarom de ander ons haat

En wij jou.

Als je niet van de ander houdt
kun je niet met de ander strijden
en heb je geen enkel idee hoe je liefdevol moet vechten.
En beminnen.

Natuurlijk wéten we het wel.
Eigenlijk.