314. Het wezen van competitie en concurrentie. Een pleidooi voor strijd.

Wanneer een (top)sporter de snelste, beste, hoogste, sterkste is van het deelnemersveld dan juicht hij.

Waarom?

Hij juicht omdat hij het beste, het diepste, het krachtigste, het meest vaardige en verhevene uit zichzelf heeft gehaald en dit gedeeld met de wereld Het was zijn levensopdracht om dit te doen en de wereld heeft ervan genoten. Vandaar het applaus en de toejuichingen na afloop.
Hij dankt zijn tegenstander, omdat hij door die sterke, stimulerende, inspirerende tegenkracht nóg dieper in zichzelf moest duiken om nóg beter te presteren. Hij en zijn tegenstander hebben elkaar tot de grootst mogelijke hoogten gebracht.
Aan het eind van de strijd wordt ‘dit beste, dit hoogste, dit diepste uit zichzelf halen’ uitbundig gevierd. Men viert het leven zélf, in al haar kracht en schoonheid.
Zonder een sterke tegenstander zou dit diepe, dit hoge, dit sterke, dit geweldige presteren niet mogelijk geweest zijn. Vandaar ook de dankbaarheid naar de tegenstander die in diepere zin een medestander blijkt te zijn die tegenwicht biedt.

Nou is er enige verwarring geslopen in het concept ‘winnen en verliezen’.

Ego is er op een slinkse manier (want dat doen Ego’s) in geslopen, heeft de schoonheid hiervan gekaapt, en heeft bedacht dat competitie en concurrentie draait om het idee dat ‘ Ik win’ en ‘de ander verliest.’
Ego kunnen we in dit geval definiëren als de gedachte in ons die eeuwig naar erkenning zoekt via de buitenwereld, via de ander, om een innerlijk gat in zichzelf te vullen dat per definitie onvulbaar is.

Ego leeft vanuit een tekort.

Deze naar erkenning en waardering smekende gedachte verheugt zich in hoge mate in één gedachte in het bijzonder: ‘Ik ben beter dan de ander.’
Dus als een sporter sneller rent dan de anderen dan zegt Ego niet alleen ‘Ik ren sneller dan de anderen’, maar het zegt vooral ‘Ik bén beter dan de anderen.’ Ik ben niet alleen een betere renner, maar ik ben een beter mens.

Beter zijn dan de ander.
Beter zijn als mens.
Dat is Ego aan het woord.

Een sporter die het beste uit zichzelf haalt dankt zijn tegenstander, omdat die hem heeft geholpen iets nóg mooiers en nóg krachtigers uit zichzelf te halen. De tegenstander dankt hém om dezelfde reden.
Ego veracht de tegenstander, wil dat die verliest, en dat hij zélf wint ten koste van die tegenstander. Lukt dit niet dan gaat Ego schelden, vechten en vernielen, omdat Ego zichzelf miskent voelt als hij verliest.
Ieder Ego leeft vanuit minderwaardigheidscomplexen. Ego poogt deze complexen te overcompenseren niet alleen door zichzelf te verheffen via overwinningen, maar vooral door de tegenstander te kleineren, te vernederen tot iets wat minder is dan hij zelf.
Hoe minder of hoe lager de ander, hoe beter of hoger Ego zichzelf vindt.
Dit is wat tegenwoordig competitie en concurrentie inhoudt, zowel in sport als in zakenleven en politiek.

De schoonheid is veranderd in gif.

Een uitzondering hierop zijn de van oorsprong Aziatische sporten als judo en karate waarbij we het respect voor de tegenstander terug zien. Ook tijdens de Olympische Spelen zien we mooie voorbeelden van wat echte sport vermag.
De van oorsprong Europese (Engelse) sport voetbal toont vaak het tegenovergestelde en is inmiddels volledig gekaapt door Ego gedachten. Hier gaat ook verreweg het meeste geld in om waarin Ego zich weldadig wentelt.

Wat te doen?

Het gaat erom het wezen van concurrentie en competitie terug te brengen in de sport, de politiek, het onderwijs, de samenleving. Het biedt de geweldige mogelijkheid elkaar te inspireren om steeds beter te worden in het gebied waar onze talenten en kwaliteiten liggen.
We hebben elkaar nodig op alle gebieden.
We hebben elkaar nodig om onszelf nóg beter, bewuster, liever, krachtiger, mededogender te maken, zodat we deze geschenken kunnen delen met anderen teneinde onszelf en de wereld mooier te maken.
Laten we daarom voortdurend in competitie en concurrentie met elkaar zijn en het idee dat ik beter ben dan jij en jij beter bent dan ik achter ons laten.
Zo kunnen overwinningen gevierd worden als zijnde het overwinnen van onze beperkingen, het verruimen van ons bewustzijn en het eren van het krachtige leven.
En zo kan verlies geaccepteerd worden als respect naar de tegenstander die ons heeft geholpen het op dit moment beste uit onszelf te halen en te tonen dat het nóg beter kan. Waardoor het woord ‘verliezen’ zijn betekenis verliest.

Dit in de wetenschap dat wij als personen, als mensen, altijd gelijkwaardig ZIJN, maar dat we altijd kunnen leren van de ander die, op dit moment, iets beters DOET dan wij.

Het verschil zien tussen DOEN en ZIJN.

Op deze wijze kunnen we onmetelijke vreugde scheppen in dit leren en groeien.
Zelfs als kind op school.
Dit is namelijk competitie en concurrentie zonder het ego: het schept vreugde, kracht en dankbaarheid.
Competitie-concurrentie is in diepste en meest waarachtige zin een prachtige uiting van liefde, kracht en mededogen waarbij onze tegenstander onze medestander is die we bestrijden.
Op het scherpst van de snede.
Zonder pijn.
Zonder Ego.

PS.
Voor iedere Hij kan hier ook Zij gelezen worden. Enz.

313. De rede. En het gemis aan de rede in discussies en politiek.

‘Je kunt de rede niet gebruiken om iemand te overtuigen van een argument waar de ander de rede niet voor heeft gebruikt.’
Neil deGrasse Tyson

Bijvoorbeeld :
Je bespreekt met iemand de vluchtelingenstromen.
Wanneer je de rede gebruikt, ga je uit van feiten, onderzoek, kennis en rationele argumenten.
Het gezonde verstand spreekt en je weegt de feiten tegen elkaar af. In het ideale geval.
Maar stel nou dat je gesprekspartner (om wat voor reden dan ook) een angst heeft voor vreemdelingen, voor alles wat niet vertrouwd en bekend is, en dat hij dit niet beseft.
Dan zal zijn argumentatie niet gebaseerd zijn op de rede, maar op zijn angst.
Hij discussieert dan op een manier met als onbewust doel om zijn angst in stand te houden.
Met de rede kun je hem dus niet bereiken, aangezien zijn onbewuste angst in de weg zit.
Zijn angst is ook niet bespreekbaar, want onbewust.
Conclusie: een open gesprek is niet mogelijk in dit geval.

TER VERGELIJKING
Probeer eens een open gesprek te voeren op basis van de rede met iemand die gelooft in complottheorieën.
Dat gaat je niet lukken, aangezien onder het geloof in de complottheorie vaak onverwekte pijn en emoties verborgen zitten die niet bewust gemaakt zijn en hierdoor de onbewuste drijfveer worden voor de meest wilde verhalen die niet gebaseerd zijn op de rede.
De rede ontbreekt dus, terwijl de persoon in kwestie zichzelf wijs maakt dat hij de rede gebruikt.
Sterker : degenen die geloven in complottheorieën beschouwen zichzelf vaak als superieur aan de ander die blind is voor hùn ‘waarheid’.
Die houding van superioriteit verbergt de pijn die eronder zit en die daarom onbespreekbaar is.
Een houding van superioriteit en minderwaardigheid zijn beide twee kanten van dezelfde medaille en hebben dezelfde emotionele wortel: onbewuste pijn.

OVERWEGING
Ik heb het idee dat dit fenomeen van de niet erkende verdrongen emoties, en daardoor het gemis aan de rede, een grote rol speelt in de huidige polariserende tijden, gesprekken, discussies en debatten.
De rede kan slechts bloeien bij de gratie van een bewust gemaakt innerlijk gevoelsleven.
Laten wij daarom vooral bij onszelf te rade gaan.
Opdat ons denken, voelen en handelen het met elkaar eens zijn.

312. Man/Vrouw/Enz.

Vroeger was alles, naar onze huidige maatstaven, eenvoudig.
Neem het onderscheid tussen man en vrouw. Je keek naar de uiterlijke geslachtskenmerken en klaar is Kees/Trien.
Dat er daarnaast ook nog homo’s en biseksuelen bleken te bestaan, compliceerde de zaak, voor sommigen, aanzienlijk, maar het voordeel was, voor sommigen, dat er niet werd getornd aan de vaste tweedeling man – vrouw.

Sinds enige tijd ligt dit wat anders.

Met de opkomst van de genetica gold voortaan iemand met XX-geslachtshormonen als vrouw
en iemand met XY-geslachtshormonen als man.
Zo, dat was ook weer duidelijk, voor sommigen.
Toen bleek echter dat niet iedereen met XY-chromosomen zich als man ontwikkelt. Zo ook voor de vrouw.

Hoe verder?

Belangrijker dan die XY-chromosomen zijn de genen op deze chromosomen. Die bepalen namelijk of je testosteron aanmaakt en of je lichaam dat hormoon kan herkennen en verwerken Door genvariaties kunnen mensen ondanks hun XX- of XY-chromosomen allerlei seksekenmerken ontwikkelen.
Er bestaan zo’n 43 variaties van intersekse.
Iets meer dan de vroegere 2 dus.
Denk aan de combinatie van een vagina en inwendige teelballen. Of bijvoorbeeld wél eierstokken, maar geen baarmoeder en vagina.
Conclusie:
Het onderscheid tussen man en vrouw is niet zwart – wit.

Is dit een probleem?

Nee, dit is geen enkel probleem. Dit is heel natuurlijk. Net zo natuurlijk als een zwarte, bruine, gele, rode of witte huidskleur. Iemand IS zo.
Het probleem ontstaat als er sprake is van seksisme ten aanzien van alles wat niet is in te delen binnen de binaire man – vrouw benadering.
De keuze die hierin lijkt te bestaan is de volgende : Kies je voor de werkelijkheid die Nu gebeurt?
Of kies je voor het denkbeeld in je hoofd dat niet overeenkomt met de werkelijkheid van dit moment?
Hiermee stuiten we op een universeel verschijnsel waarbij we ons de volgende vragen kunnen stellen: Leven we in het enige moment dat werkelijk bestaat? Namelijk DIT moment.
Of leven we met onze gedachten in het verleden of de toekomst? Die niet bestaan in de werkelijkheid, alleen in onze gedachten.
Anders gezegd : leef je in de realiteit of in de illusie?
Nog anders verwoord: leef je in waarheid of in leugen?
Het woord ‘waarheid’ is een zwaar beladen woord, maar het is simpelweg datgene wat nu gebeurt, zonder bijgedachten, meningen, oordelen of denkbeelden hierover.
Kunnen we naar onszelf, naar anderen en naar het leven kijken zonder dat we onze gedachten, onze beelden ertussen schuiven?
Kijk naar iemand, naar je partner, vriend of vreemde. Wat/wie zie je? Zie je hem/haar echt?
Of kijk je via het, vaak onbewuste, beeld in je hoofd dat gebaseerd is op voorbije ervaringen?
Dit laatste is de oorzaak van ieder onbegrip, relatieprobleem, conflict en oorlog.

Wij zien de ander niet, omdat we onszelf ook niet zien.

De waarheid is:
De Wereld bestaat niet.
Wij bedenken Haar.
Iedere tel weer.

Om dit nog wat preciezer te verwoorden :
De wereld zoals we die kennen komt voort uit oneindig bewustzijn.
Maar de wereld ontleent haar uiterlijke verschijning aan onze beperkte, eindige gedachten.

Ik zou zeggen : We zijn onderweg.
Gewoon oefenen blijven.
En niet teveel denken.

Veel plezier! ❤️

311. Midden in de wereld

Midden in het midden van de wereld
schijnt de zon overal
en vliegen vogels waar ze willen.

Waarom vliegen wij?

Wij vliegen niet
werken niet
leven niet
om ergens naartoe te gaan
of iets te bereiken.

Wij vliegen uit vreugde
waarin het vliegen zelf
het genot
het plezier
het leven zelf is.

Er is geen betekenis.
Zoek er niet naar.

Het vliegen zelf is de totale vervulling.
Is het leven
zijn wij
ben jij.

In deze vervulling
zijn geen vragen
geen verlangens naar een toekomst.

Wij zijn geluk, vrede, vrijheid

Verdriet, angst en woede
kunnen deze innerlijke stilte niet raken
terwijl ons lichaam pijn voelt.

Gedachten en gevoelens
zweven om het onaanraakbare midden
het meest intieme
meest nabije
dat wij zijn.

Vlieg terwijl er pijn is
terwijl je huilt, kermt en lacht.
Vlieg terwijl je alles voelt
en jouw eiland van stilte
niet wordt aangeraakt.

Dus vlieg, mijn geliefde,
vlieg, Vlieg, VLIEG!

310. De onvermijdelijke sprong

Onder de pijn, is er iemand die vrolijk zingt.
Midden in de angst, danst tomeloze vrijheid.
Achter de wrok, bloeit stille vrede.
In het hart van de depressie, brandt het laaiende vuur.

Vol met pijn, angst, wrok, depressie
is dit niet te geloven.

Wees alleen
Volledig alleen.

Dan komt liefde in beweging
vernietigt alles
op haar weg om jou te zoeken.

Jou alleen.

In totaal alleen-zijn
word je de oceaan
en is iedereen altijd hier.

Zonder sprong in het niets
ben je iedere dag zeeziek
en eenzaam
terwijl de zee met open armen op je wacht.

Spring.

Ondanks alles dat ooit was.
Dankzij iedereen die niet meer bestaat.

Spring!

Verdrink.
En word geboren in het grenzeloze leven.
Dwars door al het sterven heen.

309. De nieuwe stuurman en zijn schip. Een duiding van onze politieke tijdgeest.

De nieuwe stuurman was aan de Universiteit van Leiden gepromoveerd op de platworm, dus dat hij met zijn nieuwe schip en bemanning tegen de stroom van de rivier in begon te varen, was een teken van grote hoop, lef en trots.
Boven op het dek hief de stuurman manmoedig zijn vuist naar het aan de kant staande volk en riep heldhaftig over hoop, lef en trots, terwijl de schroeven van het schip harder begonnen te draaien om de sterke tegenstroom te overwinnen.
Het stilstaande, achtergelaten en uitwuivende volk raakte al snel uit het zicht, dus richtte de stuurman zich tot de bemanning die hem hoopvol aanstaarde, wachtend op nieuwe orders.
Op het moment dat de stuurman zijn grote speech tot zijn afwachtende bemanning wilde beginnen, begon het schip dusdanig hard te kraken, de schroeven luid te schuren en de motoren dermate oorverdovend te bulderen dat de stuurman zich niet meer verstaanbaar kon maken naar zijn bemanning die radeloos iets probeerde op te pikken van de ongetwijfeld vlammende speech van de stuurman die hun zou vertellen wat ze moesten doen, terwijl de rivier de andere kant op bleef stromen dan de richting waarin het schip voer.
Toen gebeurde wat iedereen in het geheim altijd al had geweten, maar niemand ooit had durven zeggen, want wie gaat er nou in tegen een stuurman die gepromoveerd is op de platworm?
De schroeven liepen vast, de motoren begaven het en het schip scheurde in vier stukken. De bemanning viel in het snel stromende rivierwater en werd meegezogen naar het punt waar hun reis zo hoopvol, vol lef en boordevol trots was begonnen.
Bij het beginpunt was het verlaten volk inmiddels vertrokken, zodat er voor de bijna verdronken bemanning niets anders opzat dan zelf drijfnat en uitgeput aan land te klimmen, waar ze allen moedeloos en snikkend bleven liggen.
Totdat de stuurman, die afgestudeerd was op de platworm, opstond en zijn vinger priemend richtte op de rivier die al eeuwenlang richting de oceaan stroomde.
En hij schreeuwde:
‘HET IS ZIJN SCHULD!
HIJ HEEFT HET GEDAAN!’
De bemanning ontwaakte, stond op, kreeg nieuwe moed en riep hun stuurman na:
‘JAA! HET IS ZIJN SCHULD!
HIJ HEEFT HET GEDAAN!’
Door het oorverdovende geschreeuw kwam het achtergelaten en weggelopen volk weer terug bij het beginpunt, hoorde de kreten, zagen de fout stromende rivier en riepen :
JAA! HET IS ZIJN SCHULD!
HIJ HEEFT HET GEDAAN!’
Nu het volk en de bemanning wederom op één lijn zaten en elkaar versterkten, bracht het volk al snel enthousiast geld bijeen om een nieuw schip met nóg sterkere schroeven, nóg krachtigere motoren en nóg harder materiaal te bouwen.
Toen eenmaal het nieuwe, nóg grotere schip gereed was om te water te worden gelaten, liepen nóg gespierdere, nóg harder schreeuwende bemanningsleden het schip op waar de oude stuurman hen vol hoop, lef en trots opwachtte alvorens hij zijn nóg krachtigere speech zou houden.
Terwijl de enorme motoren op volle toeren draaiden, de reusachtige schroeven ratelend draaiden en het grote schip niets ontziend tegen de eeuwige stroom van de rivier opvoer, wuifde en juichte het achterblijvende volk dat zo genereus had bijgedragen aan de bouw van het schip, het kiezen van de bemanning en het salaris van de stuurman die gepromoveerd was op de platworm.
Op het moment dat de stuurman zijn nóg langere speech tot zijn nóg afwachtendere bemanning zou houden, stroomde de rivier kalm naar de zee die de stroom welkom ontving in haar oneindige armen, terwijl de wrakstukken van het vernietigde schip bij het beginpunt wederom bijeen werden geraapt door het toegesnelde, verlaten volk waar de bijna verdronken bemanningsleden schreeuwden dat zij het schip en de verdwenen stuurman nooit en nergens hadden gezien. En dat zij van niets hadden geweten.
Voordat zij snelden naar donkere holen in verre verten verklaarden zij in hun slotcommuniqué dat de rivier de schuldige was van alles wat tegen hun diepste verlangens inging.
En tegen die van het achtergelaten volk.
Hùn volk.
‘DOOD AAN DE RIVIER!’
Scandeerde het volk.
Het achtergebleven volk dat zo vol hoop, lef en trots had bijgedragen aan alle vernietigde schepen van alle tijden die tegen de eeuwige stroom van de foute rivier waren ingevaren.

308. Zij zocht

Zij zocht naar antwoorden.
Vele levens lang.

Totdat ze,
vermoeid, verdrietig en innerlijk stervend,
het zoeken opgaf
en de vragen hààr begonnen te leven.

Waardoor alles anders werd.

Dieper werd.
Helder werd.
Waardoor alles licht werd.

En dit haar niet meer interesseerde.

307. 4 mei en haar innerlijke alchemie

Zij maakt de gewoonte
om lachen te bouwen
uit generaties oude tranen.

Om geven te bouwen
uit haar nemen.

Moed te bouwen
uit haar angst.

Ook maakt zij de gewoonte
om stilte te bouwen
uit lawaai.

Vrede uit haat.

Warmte uit pijn.

En de gewoonte die zij vooral maakt,
is om op de aarde te lopen
alsof ze iedere stap
de grond kust met haar voeten.

Terwijl ze schaterend haar weg vervolgt
en huilt om hen die stampvoeten
alsof het leven hun vijand is
alsof de ander een ander is
en alsof zij zelf nooit echt zijn geboren.

Terwijl zij oorverdovend schreeuwen.
Klagen.
En eeuwig blijven doden.

En zij,
Zij kust de aarde met haar voeten.

306. De oorsprong van het Wilhelmus en van Koningsdag

De melodie van ons huidige volkslied, het Wilhelmus, werd gespeeld tijdens de Slag van Chartres in 1568 toen de Hugenoten (protestanten) onder leiding van Lodewijk I, prins van Bourbon-Condé, de stad belegerden. Het lied heette:

‘Oh la folle entreprise du prince de Condé’.

Bij die slag was aanwezig de Zuid-Nederlandse theoloog en monnik Petrus Datheen die het Franse lied van Nederlandse tekst voorzag tussen 1568 – 1572.
Dit is althans de laatste theorie (uit 2016) over de oorsprong van ons huidige volkslied.
De oudere theorie, die het ook niet zeker wist, verwijst naar Philips Marnix van Sint Aldegonde, de gezant en vriend van Willem van Oranje, die hier zelf nooit iets over heeft gezegd, dus aannemelijk klinkt deze oude theorie niet.
Ik kies dus voor Petrus Datheen, als zijnde de tekstschrijver van het Wilhelmus.
De componist is onbekend, maar zal vermoedelijk een Franse Hugenoot zijn geweest.
In 1626 heeft Adriaen Valerius het lied voor het eerst op notenschrift vastgelegd.
Dit volkslied werd niet door iedereen gewaardeerd. Zo waren de anti-orangisten, de katholieken, de patriotten, en later de socialisten tegen de tekst.
Van 1817 – 1932 hadden we hierdoor een ander volkslied (na een prijsvraag), getiteld:
Wien Neerlandsch bloed.
Componist Johan Wilm.
Tekst Hendrik Tollens.
In dit lied komt de zin voor:

‘Wien Neerlandsch bloed door d’aderen vloeit,
Van vreemde smetten vrij.’

Vooral dit laatste zinsdeel maakte dat het lied nooit echt omarmd werd door het volk en al helemaal niet in ‘onze’ koloniën.
In 1932 werd, vooral op aandrang van Koningin Wilhelmina, door de regeringsraad dan toch maar besloten het Wilhelmus wederom in te voeren als volkslied.
In WOII kreeg het lied een nationale verbindende functie doordat het altijd gespeeld werd ter afsluiting van iedere uitzending van Radio Oranje vanuit Londen, waar Wilhelmina haar gloedvolle toespraken hield voor het onderdrukte Nederlandse volk.
Een gezamenlijke vijand verbindt …
Het Wilhelmus heeft in totaal 15 coupletten en ieder couplet begint met de volgende letter van de naam: Willem van Nassau (waarbij de laatste u als v wordt geschreven).

KONINGSDAG
Onze eerste nationale feestdag heeft als oorsprong: 18 juni 1815.
Het is de dag dat Napoleon de Slag bij Waterloo verliest waardoor Nederland weer een vrij land wordt. Deze nationale feestdag heette: WATERLOODAG.
Dit raakte echter in de vergetelheid en toen bedachten de Liberalen een nieuwe nationale feestdag om de eenheid van land en volk te benadrukken.
Dit werd: PRINSESSEDAG.
Ingesteld vanaf 31 augustus 1885 toen Prinses Wilhelmina 5 jaar oud werd.
In 1898 werd dit dus automatisch KONINGINNEDAG toen Wilhelmina 18 jaar werd en wettelijk mocht gaan regeren. Deze eerste echte Koninginnedag werd overigens alleen nog maar in Utrecht gevierd. Wilhelmina bleef op haar verjaardag gewoon thuis.

Op 30 april 1948 wordt Juliana koningin en zij stelt het ‘Défilé op Soestdijk’ in, waarbij ik altijd moet denken aan de hilarische conference van Wim Sonneveld hierover.
Oceanen van bloemen en cadeaus lagen op de trappen van het bordes en een eindeloze stoet mensen ging wuivend voorbij aan de terugzwaaiende en steeds vermoeider wordende koninklijke familie.
Het tv-verslag hiervan werd gedaan door Dick Paschier die ook het tv-programma Zeskamp presenteerde.

Op 30 april 1980 komt Beatrix aan het bewind en die bezoekt, met familie, verschillende steden op één dag.

Op 27 april 2013 treedt Willem-Alexander aan en vieren we de eerste KONINGSDAG.
De koning bezoekt, ook met familie, steeds één stad die een regionale functie vervult,
zoals dit jaar 2024 : Emmen.

305. Luisteren en horen

De mens zet zich neer tegen een boom.
En luistert langdurig.
Naar de boom die stilte is
en in stilte haar stille takken spreidt
naar de stille lucht.

Ze loopt de stad in.
Het geluid van auto’s, muziek, kinderen, ruzie, gekrijs, oorlog omringen haar.
Zij luistert langdurig.
Zij hoort dat er geen grens is tussen geluid en stilte.
Zij hoort dat in het diepst van ieder geluid slechts grenzeloze stilte is.

Ze hoort mensen.
Voelt emoties.
Ze luistert aandachtig naar angst, pijn, woede, haat, rouw, verdriet, vreugde.
Waar ze hoort dat in het diepst van de razende haat,
van iedere emotie en gedachte,
de stilte onaanraakbaar aanwezig is.
Dat haat stilte niet kan pakken.
Dat het wezen van emotie stille stilte is
terwijl alles beweegt
en alles schreeuwt.

Zij wandelt door de wereld.
Overal waar zij loopt zijn kleuren, vormen, mensen, beweging, geluiden.
Zij luistert aandachtig.
Zij hoort dat in iedere kleur, iedere vorm,
ieder mens, iedere beweging, ieder geluid
volmaakte stilte is.

Terwijl ze de hele aardbol over reist.
En in aandacht luistert.
Hoort ze niet alleen dat de aarde stilte is.
De aarde baadt in een stilte die oneindig groter is dan de aarde zelf.

Hoe hard de mens ook huilt, krijst, gilt,
materie laat schreeuwen,
bommen laat vallen,
verkeer laat razen,
tranen laat vallen om peilloos verlies,
overal hoort ze niets dan stilte.
In en om haar heen.
Zelfs het hele heelal baadt in een stilte die groter is dan ruimte ooit kan worden.

Zij hoort dat stilte vrede is.
En dat vrede kracht is.

Naarmate ze dieper luistert
wordt het stiller
neemt de stilte bezit van haar
wordt ze de stilte
die ze is en altijd is geweest.

Ze hoort
dat stille vrede de stof is
waaruit al het leven is gemaakt.

Dat vrede nooit geboren is
nooit zal sterven.
Dat dit moment vrede is
dat vrede onuitroeibaar is.

Ze begrijpt
dat ieder mens,
vriend en vijand,
dat wij allen vrede zijn.

Hoe hard de mens ook hoofdschuddend
blijft krijsen, vechten en moorden.
Midden in ongehoord vredige stilte.
Die stilstaat.
Stil is.

Is.

Ongekend.