283. Lieven

We hebben weinig tijd om te lieven.
Een dag
een week
misschien tachtig jaar.

Maar ook dat is kort om te lieven.
Het licht blijft niet eeuwig aan voor de mens
die schelden en schieten tot haar kleding heeft gemaakt.

Wanneer moment na moment voorbij gaat
alsof het altijd wil blijven
maar niet kan,
is er altijd het lieven
dat niet anders kan dan lieven.

Tel na tel
tussen elke tel
dichterbij dan elke tel.

Wanneer we onze vijand verzinnen, vergeten wij te lieven
terwijl lieven altijd is, wacht tot zij geliefd is
en omarmd wordt door ons.

Het licht blijft niet eeuwig aan voor de mens
die schelden en schieten tot haar kleding heeft gemaakt.

Blinden schieten, wanneer we niet zien dat wij liefde zijn.
Zieners lieven, wanneer we zien dat wij liefde zijn.

Er is maar één weg.
De zee, de moordende zee van bloed, oversteken.
Waar wij verdrinken.
Verdrinken en bovenkomen
om te zien dat ons land al hier is
en hier altijd is geweest.

Het is in ons land waar geen kleding bestaat
waar wij naakt aan elkaar verschijnen
waar lieven het enige is dat we doen
waar liefde het enige is dat we zijn.

En waar iedere kogel omgesmolten wordt tot de bloementuin
die altijd bloeit
nooit vergaat
en tijdloos lieft.

282. De blinde jongen

Zittend op het oude bankje in het zachte gras
had ik het de blinde jongen beloofd.
Ik zou hem alles vertellen.
Dus wachtte hij toen ik vertrok.

Jarenlang zwierf ik door de wereld.
Zag, voelde,
sprak, luisterde,
stierf zeven keer, liep door, werd herboren,
zat gevangen, werd bevrijd,
verdwaalde, vond nieuwe paden.

Werd stiller.
Stil.
Zweeg.

Zo keerde ik terug naar de plek
die ik nooit had verlaten
waar de blinde jongen zat
die mijn hand vastgreep
die hij nooit had losgelaten.

Hij zei me:
‘Je bent teruggekomen.’
Ik zei hem:
‘Ja, dat had ik je beloofd.’
Hij zei me:
‘Je zou me alles vertellen.’
Ik zei hem:
‘Ja, ik zou je alles vertellen.’

Hij vroeg me:
‘Hoe ziet de zon eruit? ‘
En ik beschreef de zon voor hem.

Hij vroeg me:
‘Hoe ziet de zee eruit?’
En ik beschreef de zee voor hem.

Hij vroeg me:
‘Hoe zien de bergen eruit?’
En ik beschreef de bergen voor hem.

Hij vroeg me:
‘Hoe zien de oerwouden eruit?’
En ik beschreef de oerwouden voor hem.

Toen haalde hij diep adem
pakte mijn beide handen teder in de zijne
en vroeg me:
‘Hoe ziet de wereld eruit?’
En terwijl ik stil huilde,
vond ik voor hem een wereld uit.

Alleen voor hem.

281. Het hart van vredig en verbonden samenleven.

DE PROFESSOR:
De mens heeft van alle levende wezens het hoogste bewustzijn.
Een elektron is bijvoorbeeld niet in staat een symfonie te componeren. We zien dus dat een elektron een lager bewustzijn heeft dan de mens. Hetzelfde geldt voor planten en dieren. Er bestaat een hiërarchie van bewustzijnen, van hoog tot laag, en de mens staat aan de top daarvan.

DE BOEDDHIST:
Deze woorden zijn een duidelijk voorbeeld van een discriminerende geest en komen voort uit een meerderwaardigheidscomplex, wat hetzelfde is als een minderwaardigheidscomplex of gelijkwaardigheidscomplex.
Ik ben niet heel trots op dit complex waar wij mensen onder lijden en waar alle discriminatie uit voortkomt.
Laten we nauwkeurig naar de feiten kijken.
Ieder mens bestaat uit niet-mens elementen, zoals elektronen, mineralen, planten, dieren. In ons zijn al deze niet-mens elementen werkzaam en zonder deze niet-mens elementen zouden wij geen mens zijn.
Als we iets denken, een gedachte produceren, dan is er niet een ik die deze gedachte produceert, maar alle elektronen, mineralen, planten en dieren in ons helpen mee om deze gedachte voort te brengen.
Maar ook onze voorouders zijn op dit moment, en altijd, werkzaam in ons en maken ons tot wie we zijn, wat we denken en wat we doen.

Dit is geen theorie, maar werkelijke dagelijkse praktijk.

Tevens is het zo dat als ik kijk, het niet alleen de ogen zijn die iets zien. Alle niet-oog elementen en alle voorouders in ons werken samen om dit zien mogelijk te maken. Wij kijken met alles en niet alleen met de ogen. De ogen werken samen met alles wat niet-oog is.

Hoe zou je kunnen kijken zonder je hart, je adem of de aarde?

Alle mensen zijn een deel van Moeder Aarde. Dus ook Moeder Aarde helpt ons om een gedachte te produceren. Dit geldt ook voor de zon, want zonder de zon kan de aarde niet leven. Zowel de aarde als de zon zitten in ons en helpen ons om te denken, te handelen en te bestaan.

Alles wat niet-ik is, maakt mij tot mijzelf.

Dus ook jij, en alles wat bestaat, helpt mij om mij tot mijzelf te maken. En andersom.
Dit geldt ook voor het heden, verleden en de toekomst. Het heden staat niet los van het verleden en de toekomst. Zij helpen elkaar en vormen elkaar. Dus als ik in staat ben om dit moment volledig aan te raken dan help ik het verleden te helen en de toekomst te verbeteren.
Als ik in werkelijk contact sta met het heden, dan ben ik niet alleen in contact met het verleden en de toekomst, maar eveneens met de eeuwigheid.

Dit moment is diep verbonden met de eeuwigheid.

Het is niet zo dat de eeuwigheid beter of slechter is dan dit moment, of dat de ene mens beter is dan de andere, of dat een mens beter is dan een dier, plant of mineraal. Alles wat niet-ik is bestaat in ons, werkt met ons samen, en maakt ons tot wie we zijn. Er bestaat dus geen afgescheiden ik, geen op zichzelf bestaand individu dat los staat van álles wat bestaat, heeft bestaan en zal bestaan.

En dit alles, mensen, zonnen, dieren, bomen, voorouders, elektronen, de aarde, jij, ik, de tijd, dit alles ligt in het hart van bewustzijn.

280. Woede en haat of geluk en vrede?

To whom it may concern ❤️

WOEDE EN HAAT
of
GELUK EN VREDE

Is dit een keuze?
Kunnen we kiezen vóór woede en haat
en kiezen tégen geluk en vrede?
Of andersom?

Hamas valt Israel aan.
Oorzaak: woede en haat?
Israël valt Hamas aan.
Oorzaak: woede en haat?

Nu denken veel mensen dat Israël de oorzaak is van de haat van Hamas.
En dat Hamas de oorzaak is van de haat van Israël.

Dit is onjuist.

Voor landen gelden dezelfde psychisch-maatschappelijke wetten als voor personen. Wat naar buiten komt, zat altijd al bewust of onbewust in ons. Het is maar net welke zaadjes in ons wij water geven om tot bloei te laten komen.
We zoeken een aanleiding in de buitenwereld om datgene wat in ons zit te projecteren op anderen. In geval van liefde geven we de ander een kus, in geval van woede geven we de ander de schuld. In beide gevallen geven wij de ander iets wat reeds in ons aanwezig was voordat de ander in ons leven kwam.
We komen straks terug op de liefde, maar laten we beginnen met de tegenwoordig zo veel gebezigde haat en woede.

Zolang wij geloven dat de ander de oorzaak is van onze haat en woede zullen we altijd vijanden en conflicten vinden en onze aanvallen en beschuldigingen proberen te rechtvaardigen. We geloven dan dat als de ander schuld erkent en excuses aanbiedt, of als wij de ander overwinnen of vernietigen, dat onze haat en woede verdwenen zullen zijn en dat we dan pas in vrede kunnen leven.

Dit is onjuist.

Na de excuses, overwinning of vernietiging gaan woede en haat slechts tijdelijk ondergronds en binnen afzienbare tijd zullen zij wederom een aanleiding vinden in de buitenwereld om de haat te gebruiken voor nieuw geweld. En om dit heilige gelijk wederom te rechtvaardigen tot in het oneindige.
We hoeven slechts te kijken naar de eeuwenoude geschiedenis der mensheid waar zich ontelbare herhalingen van ditzelfde gewelddadige gedragspatroon voordoen en zich blijven voordoen. Zowel tussen individuen als tussen landen.

Deze menselijke tragedie kent slechts één werkelijke oorzaak:

DE MENS WEET NIET WIE ZIJ IS.

De mens begrijpt niet wat waarachtig mens-zijn is.

Wat te doen?

Als we nu eens niet uitgaan van ideeën, gedachten, gevoelens, overtuigingen, filosofieën, psychologieën, politiek, maar van onze directe ervaring van tel tot tel, van ieder moment, van dit moment. Van Nu.
Wat merken we dan op?
Er gaan iedere tel gedachten, gevoelens en zintuiglijke waarnemingen door ons heen die leiden tot ons gedrag.
Voorbeeld:
Er is een boze gedachte in jou en je begint te schelden, waardoor de ander vaak eenzelfde soort reactie gaat vertonen.
Of er is een boze gedachte en je beheerst je, waardoor de boosheid binnen in jou doorgaat.
Wat we dan vaak niet opmerken, is dat er tegelijkertijd ‘iets’ in ons is dat niet reageert en dat er altijd is. Alle gedachten, gevoelens en zintuiglijke waarnemingen die door ons heengaan zijn tijdelijk, terwijl er tegelijkertijd ‘iets’ in ons is dat stilstaat. Dit ‘iets’ beweegt niet en is altijd aanwezig, zelfs als we deze aanwezigheid niet opmerken.

CONCLUSIE:
Dit betekent dat wij NIET de gedachten, gevoelens en zintuiglijke waarnemingen zijn die door ons heengaan.
Dit betekent dat wij WEL de stille, onbewegelijke observator zijn die de gedachten, gevoelens en zintuiglijke waarnemingen observeert, maar die deze NIET is.

DE WAARNEMER
Wanneer we ‘de waarnemer’ in ons steeds helderder opmerken, ontdekken we ook steeds meer de kwaliteiten van de waarnemer.
Deze waarnemer
is stil,
is bewust,
is oneindige ruimte,
is vredig,
is vrij,
is geluk.
En ze staat volkomen los van alle tijdelijke gedachten, gevoelens en zintuiglijke waarnemingen, terwijl ze deze wél waarneemt en er daarom bewust van is.
Wij zijn dus deze waarnemer/dit waarnemen.
Als een gedachte, gevoel of zintuiglijke waarneming opkomt en weer weg gaat, zijn wij er zelf namelijk nog steeds.
Wie is er dan nog steeds?
De bewuste, stille waarnemer, de observator.
Of het bewuste, stille waarnemen, observeren.
Dit waarnemen is een geestelijk waarnemen.
Als we nauwkeurig kijken waar de waarnemer is dan kunnen we geen locatie aanduiden, terwijl ze tevens altijd hier-en-nu is.
Met andere woorden:
de waarnemer die we zijn is overal en altijd en is niet gebonden aan ons lichaam, hoofd, gedachten, gevoelens, zintuigen.
Wij kunnen niet ons lichaam zijn, aangezien alles in het lichaam iedere tel sterft (cellen, gedachten, gevoelens, enz.), terwijl wijzelf als waarnemer gewoon doorleven.

BEWUSTZIJN VERSUS ANGST
Deze waarnemer is bewustzijn. Door dit bewustzijn worden we ons bewust van onze gedachten, gevoelens, woorden, zintuiglijke ervaringen en handelingen. Dit bewustzijn dat wij zijn is dus altijd aanwezig, is stilte, is vredig, oordeelt niet, is tijdloos, is oneindige ruimte, is geluk, is vrijheid.
En is liefde.
Overal, altijd.
En dit terwijl ons lichaam, onze gedachten en gevoelens tijdelijk zijn en sterven.
Aangezien jij bewustzijn bent en ik bewustzijn ben en alles wat leeft bewustzijn is, betekent dit dat degene die wij werkelijk zijn precies dezelfde is als ieder ander en dat wij allen, en alles wat leeft, een diepgaande gelijke identiteit hebben, namelijk bewustzijn, vrede, stilte, geluk, vrijheid, liefde.
Echter, zolang wij dénken, inderdaad, dénken, dat wij ons lichaam zijn, onze gedachten en gevoelens zijn, dan identificeren wij ons hiermee en scheiden we ons af van de ander, van de natuur, van de wereld, van onze buren, en zien wij niet meer onze gedeelde identiteit, maar zien wij slechts uiterlijke verschillen.
Door deze afscheiding ontstaat de angst voor de ander, de zogenaamde ander, van wie wij niet meer zien dat hij mij is, hij ons is, ik hem ben, wij hem zijn, ik jou ben, jij mij bent.
Door deze vereenzelviging met het lichaam (of met familie, volk, land, geloof, beroep, huidskleur, geslacht, sociale status, overtuiging, club, enz) verlaten wij iedere tel het geluk dat wij zijn en het vredige paradijs waarin wij hier op aarde leven, en creëren wij in plaats daarvan de bange, boze hel op aarde.
Vervolgens geven wij de ander de schuld van het lijden dat wij zélf hebben gecreëerd, terwijl wij in wezen die ander zijn. De ander, die precies hetzelfde doet met ons als wij met hem en ook niet beseft dat wij hem zijn.

SAMENGEVAT
Wij, de mens, jij, ik, en alles wat leeft,
is bewustzijn,
is vrede,
is stilte,
is vrijheid,
is geluk,
is liefde.
Dit is de eenheid waarin wij leven en die wij zijn, aangezien ze voor ieder mens geldt.
Deze eenheid is er altijd, ook als ze niet wordt opgemerkt. Ze gaat vooraf aan iedere gedachte en is dichterbij dan gedachten en gevoelens. Dit is de reden dat we er vaak overheen kijken. We zoeken in de buitenwereld datgene wat in ons het dichtste bij is. Wat wij zijn.

CONDITIONERING
Tegelijkertijd zijn wij vanaf geboorte (en via conditionering van familie, omgeving en cultuur ook al vóór onze geboorte) geconditioneerd met gedachten, angsten, woede, haat, verdriet, blijdschap, enz.
Ieder kind komt geconditioneerd op aarde en heeft al een bepaald karakter dat later in de opvoeding verder wordt gevormd tot een nóg meer geconditioneerde persoonlijkheid. Geconditioneerde emoties en gedachten komen en gaan, terwijl de vrede, de liefde, het geluk en het bewustzijn dat wij zijn er ook altijd is.
Je zou kunnen zeggen dat we in twee werelden leven :
1.
In de wereld van het vrije, vredige, gelukkige, open bewustzijn dat wij altijd zijn en dat ieder mens is.
2.
In de conditionering van onze gedachten en gevoelens die bepaald zijn door geboorte, opvoeding, familie, omgeving, scholing en cultuur.

Hoe te leven met deze ogenschijnlijke twee-eenheid?

Wij bezitten het bewuste vermogen deze gedachten en emoties volledig in ons toe te laten, omhoog te laten komen, te herkennen, voelen, erkennen, aanvaarden en deze dan in liefdevolle aandacht te omzwachtelen en doordrenken met ons bewustzijn. Hierdoor hebben we de mogelijkheid de vaak bange, boze, beperkende gedachten en emoties te transformeren tot vrede, geluk en liefde.
We ( = bewustzijn) zijn in dit geval dan de liefhebbende ouder die ons innerlijke kind ( = onze bange, pijnlijke gedachten en emoties) troost met aandacht, begrip en liefde.
Onze innerlijke wereld kunnen we in de buitenwereld vergelijken met de grote moederzwaan (zie foto) die haar kleine, kwetsbare kindjes bescherming en liefde biedt onder haar warme vleugels.
We projecteren onze schaduwkanten, onze onverwerkte kanten, dan niet meer op anderen en de buitenwereld, maar we omzwachtelen, verzachten, verwerken onze pijn, angst, woede, enz. met ons bewustzijn, waardoor de zwarte modder die in ons zit kan transformeren tot goud.
Van pijn tot zachtheid,
van lijden tot blijdschap,
van afsluiting tot openheid,
van angst tot moed,
van woede tot gesprek,
van haat tot empathie,
van oorlog tot vrede,
van dood tot leven.

De vraag is:
Zien we onszelf nu?
Of geloven we in het verhaal dat het verleden ons heeft verteld?
Anders gevraagd :
Zien we de werkelijkheid nu?
Of geloven we in het beeld dat we hiervan hebben gemaakt?
Nog anders:
Zie we onszelf én zien we ‘de ander’ nu?
Of geloven we in de beelden van onszelf en van de ander die ons aangeleerd en verteld zijn en blijven we deze beelden herhalen?

Wat kies je?
Hebben we een keuze?
Er is maar één weg naar duurzame vrede:

WETEN WIE JE BENT

Er is maar één Shalom.
Er is maar één Sala’am.
Ik ben jou, jij bent mij.
Samen zijn we vrede.

Als we dit niet weten, en vanuit deze onwetendheid denken, voelen en handelen, dan ontstaat de angst en het beeld in het hoofd dat ‘de ander’ gevaarlijk, bedreigend en onze vijand is. Om dat vóór te zijn, gaan we ‘de ander’ aanvallen, terwijl we dan in feite het beeld aanvallen dat onze angst heeft verzonnen, waardoor we vergeten dat wij de ander zijn en de ander ons is. Het beeld komt in de plaats van de werkelijkheid en het is dit beeld dat de oorlog verklaart. Iedere oorlog is een beeldenstrijd, een strijd om beelden en in beelden. Beelden die wij ons inbeelden maken de oorlog.
Zolang de mens gevangen blijft in beelden zal de volgende zin, na ruim 2000 jaar, de komende 2000 jaar wederom vaak nutteloos worden herhaald door de wijze, wanhopige roependen in de woestijn:

‘Vader vergeef ze, want ze weten niet wat ze doen.’

Tenzij we wél weten wat we doen.
Tenzij we wél weten wie we zijn.
En de verzonnen beelden verlaten waar we zo aan zijn gehecht.
Zo afgrijselijk angstig aan zijn gehecht dat we geloven dat ze waar zijn.
Dat we geloven dat ze de Waarheid zijn.
Dit is het enige probleem van het Midden-Oosten conflict.
Van ieder conflict.
En van iedere oorlog.

279. Oorlog, nabijheid, vrijheid. En werkelijke vrede.

Het is frappant dat pas als we een mens persoonlijk en van nabij kennen, dat hij/zij ons pas echt raakt.
Een bericht over een Delftenaar of Nierupper die ik ken, raakt me altijd meer dan bijvoorbeeld een onbekende Israëliër of Palestijn ver weg.
Verder is het afschuwelijk frappant dat volken pas in vrede met elkaar kunnen leven als ze eerst oorlog met elkaar hebben gevoerd. En elkaar hebben afgeslacht. Zo leert de eeuwenlange geschiedenis van de mensheid ons.

Vandaag lees ik in de Volkskrant :

HET BLOEDBAD VAN KIBBOETS BE’ERI

108 vermoorde mensen, kinderen ook.

In kibboets Be’eri, op de rand van de Gazastrook, woonde en werkte ik in 1975 en ’76, op m’n 18e en 19e jaar, met mensen die nu vermoord zijn. Ik werd smoorverliefd op een lief en beeldschoon Israëlisch meisje dat woonde in deze kibboets Be’eri. Samen wandelden we door Gaza en door de kibboets.
Leeft ze nog?
Plotseling wordt mijn walging, misselijkheid en verdriet nog veel intenser dan het de afgelopen dagen al was. De nabijheid van de ervaring komt nóg dichterbij.
Ik vraag me af:
Als ikzelf nu al zo onwel, misselijk en verdrietig ben, door de emotionele link met ontmoetingen en verliefdheden van bijna een halve eeuw geleden, hoe leef en voel je je dan als je dit bloedbad als inwoner van kibboets Be’eri vandaag werkelijk aan den lijve ondervindt? Of als je kind is afgeslacht?

Mijn gedachten gaan vandaag terug naar gebeurtenissen in 1999.
Ik verblijf drie maanden lang in de Zen-Boeddhistische gemeenschap in Zuid-Frankrijk, Plum Village, van de Vietnamese Zen-meester, vredeswerker, en de ‘vader van mindfulness’, Thich Nhat Hanh.
Enkele professioneel geschoolde monniken en begeleiders voeren helende gesprekken en doen inzichtgevende meditaties en oefeningen met Vietnamezen en Amerikanen, met Israëliërs en Palestijnen. En met ons. (Want wij allen waren in oorlog met onszelf in die tijd).
We zijn er getuige van dat een Israëlische moeder en een Palestijnse vrijheidsstrijder met elkaar in gesprek gaan.
Zij is/was moeder van twee jongens van 13 en 14 jaar oud. Ze vond haar zoons dood in een grot waar hun hoofden met stenen in elkaar waren gebeukt door Palestijnen op de Westbank.
Hij zit in een rolstoel. Zijn benen werden eraf geschoten door Israëlische soldaten toen hij zijn huis verliet.

Zoveel pijn, zoveel haat, zoveel woede, zoveel angst, zoveel wanhoop.

De Israëlische moeder vertelt :
‘Ik besef dat als ik me laat meeslepen door mijn haat, woede en emoties dat ik dan de oorlog voortzet in mezelf. Maar de oorlog MOET stoppen. En ik kan de oorlog alleen stoppen IN mezelf. Hierbij heb ik jullie hulp nodig en daarom ben ik hier.’
De Palestijnse vrijheidsstrijder zegt :
‘De Israëlische bezetting MOET stoppen. Ik besef echter dat de uiterlijke oorlog en bezetting nu bezit heeft genomen van mijn innerlijk, van mijn hoofd, hart en buik. Ik wil dat de oorlog stopt, maar ik kan de oorlog alleen stoppen IN mezelf. Die vrede wil ik hier vinden. Met als doel om samen met Israëliërs en Palestijnen vredeswerk te gaan doen op de manier zoals ik het hier leer.
Het is een lange weg, heel lang, maar ik zie dat het de enig mogelijke weg en de enige oplossing is voor dit eeuwenlange geweld. Zowel de oorlog als de vrede beginnen en eindigen IN onszelf, dus dit is de plek om naartoe te gaan. Hier, nu, in mij.’

Minutenlang zwijgt iedereen stil en emotioneel, terwijl we in volledige aandacht betrokken zijn bij deze mensen en hun verhalen.
Hierna volgen enkele maanden van gesprekken, meditaties, oefeningen, en vredig en zo bewust mogelijk leven, werken, spreken, luisteren in gezamenlijke aandacht. Bewuste aandacht in ieder moment als permanente levensoefening.
Dan is de tijd gekomen dat de Israëlische moeder en de Palestijnse vrijheidsstrijder met elkaar als nieuwe vrienden naar hun eigen land gaan teneinde de hier verworven inzichten daar te delen en de innerlijke en uiterlijke vrede te helpen bevorderen. En mét hen, in de loop van vele jaren, duizenden Palestijnen, Israëliërs, Vietnamezen, Amerikanen, en tientallen andere nationaliteiten, van alle sociale klassen, overal ter wereld.

Nu ik deze dagen, net als wij allen, het nieuws volg en de kranten lees, vraag ik me af:
Hoe zal het gaan met de Israëlische moeder?
Hoe zal het gaan met de Palestijnse vrijheidsstrijder?
Leven ze nog?
Hoe gaat het met hun vredeswerk nu?
Hebben ze de vrede in zichzelf blijvend kunnen koesteren en bewaren?
Hebben ze medestanders die de oorlog IN zichzelf hebben stopgezet teneinde de vrede voor anderen dichterbij te brengen?
En hoe leef ikzelf in mijn innerlijke wereld tijdens deze uiterlijke oorlog?
Kan ikzelf vredig en neutraal blijven?
Kunnen we onze innerlijke vrede bewaren temidden van uiterlijke oorlog?
En kunnen we onze innerlijke vrede laten vertellen wat we wel en niet moet zeggen en doen?

Wederom gaat het door me heen :
Hoe frappant is het dat we zo intens geraakt worden door mensen die wij van nabij kennen.
En hoe afschuwelijk frappant is het dat vrede en vrijheid pas ontstaan na oorlog, geweld en bloedbaden, terwijl diezelfde vrede iedere tel in ons aanwezig is.

_________________________________________________________________________________________________

PS. 1.
Het was een groot voorrecht voor ons aanwezig te mogen zijn bij de intense, persoonlijke, kwetsbare, innerlijke strijd en pijn van zeer moedige mensen die diepgaand probeerden vrede te worden teneinde de wereld verder te helpen.
En diep ontroerend en mooi om te leren aanschouwen hoe pijnlijke oorlogstrauma’s in een veilige, bewustmakende setting kunnen worden geuit en geheeld.
En dit werk voort te zetten in de wereld.

En weet je:
Zonder dit soort diep menselijke, heldere en verlichte personen als Thich Nhat Hanh, en ook anderen, zou de wereld nóg gewelddadiger zijn. En zou het ontdekken en stichten van innerlijke en uiterlijke vrede niet kunnen bestaan.

PS 2.
Thich Nhat Hanh werd door Martin Luther King in 1967 voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede.
Het was in het midden van de 30 jaar lang durende oorlog in Vietnam waar Thich Nhat Hanh een neutrale politiek voerde met als doel vrede en verzoening van Noord- en Zuid-Vietnam.
Als gevolg van zijn neutrale, verzoenende en vredige houding en gedrag, werd hij permanent met de dood bedreigd, werden de door hem gestichte scholen en gemeenschappen meerdere keren gebombardeerd, en werd hij levenslang verbannen uit zijn vaderland door de toenmalige regering.
Hij ging hierop naar Frankrijk en begon zijn gemeenschap van geëngageerd Boeddhisme die tot op de dag van vandaag mindful en actief vredeswerk doet over de hele wereld en overal waar haarden van haat en geweld zijn.

Met innige dankbaarheid. 🙏

Sala’am, Shalom. ❤️

278. Boodschappen doen

Het is begin van de middag. 13.00 uur.
De zon staat hoog in het zenit.
Beboodschapt loop ik uit de Spar naar mijn fiets. Terwijl ik hem van het slot haal, komen een jongevrouw en jongeman vlak voor mij hun fiets parkeren.
Eerste schatting : 27 jaar.
Eerste blik : knappe, sexy, levendige mensen.
Eerste gevoel : vlammende erotiek.
Eerste gedachte : Ze komen net uit bed, ze doen snel een boodschap, en gaan direct hierna thuis weer tussen de lakens.
Alles in hen, aan hen, tussen hen en om hen heen straalt zinderende hitte uit: kleding, lichamen, blikken, lippen, tongen, huid, haar, houding, gebaren.
Tezelfdertijd zijn ze ook bezig noodzakelijke handelingen te verrichten met de sleutel van het fietsslot, de boodschappentas, het boodschappenlijstje, de portemonnee, enz. Sleutel, tas, lijstje, bankpas en praktische woorden gaan van strelende hand tot vochtige mond en ondertussen eist hun warme sensualiteit al die tijd onbetwist de hoofdrol op.
Terwijl ik dit energierijke schouwspel mild aanschouw, zeg ik zo neutraal en objectief mogelijk :
‘Jullie hebben een goede samenwerking met elkaar, zie ik’
Ze schieten in de glimlach.
De jongeman knipoogt:
‘Jazeker, en dat al op de vroege ochtend.’
Waarna de jongevrouw stralend toevoegt:
‘En niet alleen bij de boodschappen hoor!’

Volgende maand word ik 67 jaar.
Hoe heerlijk is deze leeftijd!
Zoveel herinneringen!

En al die tijd staat de zon hoog in het zenit.

277. Wens

Wat vindt u het mooiste ter wereld om te zien en wat raakt u het diepst?
De Mona Lisa?
Gezicht op Delft?
Brigitte Bardot ?
De Himalaya?
Een beginnend sneeuwklokje?
De Niagara Watervallen?
Een nette map met notulen?
Uw hond?
Uw eigen gezicht?
Pieter Omtzigt?

Ik vind: een blij spelend kind.

Ik heb een wens.
Ik wil in een kogelvrije trein rijden die volledig bepantserd is. Die trein bestaat uit drie delen en negentig wagons en wordt geëscorteerd door militaire helikopters en vliegtuigen. In het voorste deel zitten veiligheidsagenten die het spoor en de stations controleren op bommen en andere gevaren. Het achterste deel is gevuld met lijfwachten en proviand. In het middenstuk zijn vergaderzalen, audiëntieruimtes, slaapkamers, sateliettelefoons en flatscreentelevisies voor briefings.
Deze trein is bestemd voor de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un waarmee hij gister aankwam in Rusland voor een bezoek aan Vladimir Poetin (Ziet u de heren voor zich? Hun gezichten? Lichamen?).
Ik ga dan met Kim en Vlad in dat middenstuk van die trein zitten en op mijn bevel rijden we dan naar een dorpje waar blije kinderen spelen op straat.
Dan zeg ik:
‘Kijk, heren.
En voel.’

Na de nodige tijd zeg ik:
‘Ziet u, heren, zoo doe je dat nou.’
Dan huilen ze, Kim en Vlad.
Hun tranen spoelen de innerlijke wonden schoon en helen de pijnlijke plekken van waaruit al hun ontkenningen, angsten, oorlogen en blindheid eeuwenlang iedere tel werden geboren en die alles hebben vernietigd aan leven, samenspelen, lachen en gelukkig zijn.
Daarna worden ze doodmoe, Kim en Vlad.
Doodmoe van al hun vergeefse pogingen om hun innerlijke pijnen via woede en haat naar buiten te gooien waardoor ze probeerden deze pijnen zelf niet te voelen. En te dénken dat de oorzaak van hun angst en pijn bij de ander lag, buiten hen, daar waar zij zelf niet zijn.
Na hun tranen en doodmoeheid hebben ze eindelijk de moed om uit de gepantserde trein te stappen, waarna ze op straat op hun knieën vallen en de blije spelende kinderen smeken om de vergeving van hun blindheid.
Waarna de kinderen roepen :
‘Komen jullie meespelen?
Dan kunnen jullie lachen!’

Ik overhandig daarna aan Kim en Vlad rode ballonnen.
Uit dankbaarheid delen ze de ballonnen uit aan de kinderen die hun daarna leren hoe je moet leven, samenspelen, lachen en gelukkig zijn.
Ik blijf alleen achter in de trein, rijd hem persoonlijk naar het einde van het heelal, en stort hem daar in het diepste, zwarte gat dat de trein niet alleen opslokt in het Niets, maar geheel evaporeert, waardoor de trein niet alleen niet meer bestaat, maar nooit zal bestaan en nooit heeft bestaan. Iedere herinnering aan de trein is onmogelijk geworden.
Dan keer ik terug en zie overal op aarde rode ballonnen opstijgen die jubelend lachen :
‘Wij zijn vrij! Eindelijk vrij!’
De kinderen op straat, zij halen hun schouders op en verzuchten :
‘Dat waren wij altijd al. Komen jullie nou eindelijk meespelen? Net als Kim en Vlad!’
Kim en Vlad staan blij te wenken naar de mensen: ‘Doen jullie mee? Dan gaan we leven, samenspelen, lachen en gelukkig zijn!’
En alle mensen klateren als uit één mond:’ Jaaaaa!!’

Op dat moment is mijn wens vervuld, mijn taak volbracht en het mooiste ter wereld tot leven gewekt. Nu kan ik eindelijk voldaan achterover leunen op de bank met een zak sliertjes en een fles cassis in mijn woning met gloednieuwe leidingen en glimmende radiatoren.
Rest mij nog te wensen dat u het blije kind dat u bent in u zelf moge voelen, koesteren en buiten laat spelen.
Hij maakt tenslotte alles zacht wat verhard is.
Zij ook.

276. Facebook, psychose en vooruitgang

Als mensen een psychoot op straat verward horen roepen, dan doen ze daar vaak wat lacherig over. Dit lacherige probeert te verhullen dat we in onze spiegel kijken. Wat de psychoot luid roept, dat dénken wij. Het enige verschil is dat de psychoot zijn woorden naar buiten brengt en wij ze binnenhouden.
Experiment:
Observeer je gedachtenstroom eens een paar minuten van tel tot tel en je snapt wat ik bedoel.
We zien dan namelijk dat ons hoofd vol waanzin, chaos en geweld zit. Het is dus maar goed dat dit gedachtenvuilnis binnen blijft.

Hoe is dat vuilnis ooit in onze hersens geslopen?

Dat onze samenleving kan bestaan, komt omdat we onze moordzucht van de buitenwereld van ons handelen hebben overgeheveld naar de binnenwereld van ons denken. Vandaar dat er steeds minder oorlogen zijn in de buitenwereld. Dat we onze moorddadige impulsen hebben weten te transformeren tot taal is een van de indrukwekkendste resultaten van het beschavingsproces.
In plaats van het lichaam van de tegenstander te vernietigen, vuren we nu onze scheldwoorden en verwensingen op hem af. Zo bezien moeten we ook onze vervloekingen tot vruchten van beschaving rekenen. We leven in de bloeitijd van de vloek en de vervloeking. Deze scheldende lelijkheid heeft een basisprincipe: ‘Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg.’
Wie zei dit ook alweer als eerste?
Oh ja, Pim Fortuyn in 2001.
Deze uitdrukking is onze tijdgeest geworden.
In het eerste deel van de zin (‘Ik zeg wat ik denk’) schuilt zijn voornaamste erfenis: het einde van de redelijkheid. Tegenwoordig noemt men dit echter: vrijheid.

VERWARRING
Het is deze verwarring, dit einde van de redelijkheid, dit tegenovergestelde van vrijheid en verantwoordelijkheid, die als vrijheid wordt beschouwd. Het is deze verwarring die alles tegenhoudt wat maar enigszins op beschaving, menselijkheid, fatsoen en vrede lijkt. Op deze wijze zetten we de ouderwetse, plaatselijke oorlog voort in moderne, digitale vorm met als gevolg dat de oorlog nu overal is.
Het is begrijpelijk dat mensen denken dat we hiermee achteruit gaan in beschaving, maar het tegenovergestelde is het geval. Het enige dat heden ten dage gebeurt is dat de psychotische, zwarte, gewelddadige, boze drek die altijd al in de mens verborgen aanwezig was, nu naar boven komt op de sociale media, het Malieveld, in complottheorieën en bij een verwarde, passief-agressieve, dreadlockende dansleraar die inmiddels in de vergetelheid is geraakt.
Iedereen mag vandaag de dag alles zeggen, ook de boze gekwetsten, psychoten en de haters.
De sociale media en de openbare ruimte zijn het zuiveringskanaal waar doorheen de innerlijke, psychische, donkere modder van de mens zijn uitweg zoekt naar buiten, naar de openbaarheid.
In deze openbaarheid komt alles aan het licht.

Wat voorheen in de strikte privéruimte van de therapeut werd besproken, wordt nu in de sociale media en op het Malieveld tot uiting gebracht. De spreekkamer van vroeger is de openbare ruimte van vandaag geworden.

Ofschoon het een verplaatsing is van locatie, blijft het principe hetzelfde:

door de innerlijke verdrongen angsten, kwetsingen, haat en woede naar buiten te brengen, komt het psychische vuilnis aan het licht.

GENEZING
De vraag is echter: Waar is de therapeut? Waar is de genezer? Wie begeleidt dit proces?
Het antwoord is:
Wij, jij, ik, tezamen met onze redelijk denkende en gevoelig voelende medemens die zijn verantwoordelijkheid neemt voor zichzelf en de samenleving.
De therapeutische spreekkamer bevindt zich niet meer apart achter een dichte deur, maar staat nu midden in de samenleving, naast onze medemens, in de trein, op straat, in de kroeg.
Dit fenomeen van genezing vraagt inderdaad om vakkundige begeleiding van ons als medemens, want de zwarte drek dient begrepen te worden. Pas in begrip en inzicht kunnen de kwetsingen, de haat en de projecties zich transformeren tot de liefde en vrede die ze in wezen zijn.

Haat is altijd vermomde liefde.
Oorlog is altijd verklede vrede.

DE IJZEREN WET
In psychische, persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling geldt een ijzeren wet:
Als je iets wilt bereiken dan moet je eerst het tegenovergestelde meemaken van datgene wat je wilt bereiken.

Pas na de Tweede Wereldoorlog ontstond 78 jaar vrede,
pas na een depressie kan helderheid ontstaan,
pas in angst kan moed zich ontwikkelen,
pas door verlies kun je leren winnen,
en door innerlijk te sterven komen we werkelijk tot leven.

Dit leidt tot de volgende conclusie:

De Tweede Wereldoorlog was vooruitgang,
de depressie is vooruitgang,
de ontdekking van de angst is vooruitgang,
verlies is vooruitgang,
innerlijk sterven is vooruitgang.

Het enige wat we hebben te doen is doorlopen, doorademen.
En zien. Helder zien.

We leven in een wereld die zich momenteel een weg baant door de donkere onderwereld van de ontkende angst. Ontkenning van de angst leidt tot woede en haat. Het gevolg is dat iedereen in zijn eigen eenzame, gewelddadige loopgraaf verbaal zit te schieten op een buitenwereld die hij niet begrijpt. In deze loopgraaf komt de wereld nu tot stilstand en loopt vast.
Corona is wijs en toont in deze stilstand aan dat de mens in oorlog is met zichzelf, met zijn eigen verwarde innerlijk, waarvan hij vervolgens de buitenwereld de schuld geeft, omdat hij niet in staat is langere tijd alleen thuis te zitten en hij wegvlucht voor de confrontatie met zijn eigen innerlijk.

VOORUITGANG
Dit vastlopen is een vooruitgang in beschaving doordat alles wat verborgen en onbeschaafd was in de mens nu naar boven en aan het daglicht komt. In dit licht van de openbaarheid kan duisternis uiteindelijk niet overleven.
Nadat duisternis eerst tot volle zwartheid wordt gebracht in de wereld zal het daarna door diezelfde wereld transformeren tot zijn wezen: meer vrede, meer liefde.
Hierna begint dan een nieuwe cyclus.
Zo is het de hele geschiedenis altijd al gegaan en zo zal het ook nu gaan. Dit geldt zowel in onze persoonlijke levens als wereldwijd. Net als wij is ook onze planeet een organisme dat onderhevig is aan universele wetten en cycli die de tijdgeest vormen.
De cyclus die we nu beleven zijn de pijnlijke barensweeën van een nieuwe wereld die bezig is geboren te worden. We zijn dus op de goede weg, ook al is het mooie kind nog niet geboren.

Daarom, lieve wereldfamilieleden,
heb geduld,
vertrouw,
en ga voorwaarts!

Met een traan in onze ogen en een milde glimlach op onze zachte lippen.
In dit levenstheater van het genot en de pijn.
Met het zicht op het licht, de vrede en het geluk die we in werkelijkheid zijn.
En die iedere tel voor het oprapen ligt.

275. Krantenkoppen

Ik loop de supermarkt uit langs een rek met de beroemdste enorme kwaliteitskranten die Nederland oh zo rijk is: AD, Telegraaf, Trouw, Volkskrant.
Ik scan de grote, zwarte, om aandacht schreeuwende koppen:

– Storm houdt huis in Libië.
– Teveel schadelijke stoffen in rivieren.
– Marokkanen treuren om hun dierbaren.
– Werk onveilig.
– Wantrouwen ouders slaat over op het kind.
– Liberaal Israël onder druk.
– Deskundige verwacht muggenplaag na natte en warme zomer.
– Dierenpartij slangenkuil.

Dan zie ik mijn eigen krant liggen met de koppen in diverse kleuren:

– Ouders laten hun dochter voor het eerst alleen naar de nieuwe school fietsen en alles gaat goed.
– In een flatgebouw worden in alle woningen nieuwe leidingen en radiatoren aangelegd, de monteurs doen hun werk goed en ze liggen precies op schema.
– Docent Frans geeft een boeiende les aan 4-Havo.
– Tijdens het winkelen zijn alle klanten en personeel kalm en vriendelijk naar elkaar.
– Tram 1 rijdt ook vandaag weer exact volgens de dienstregeling.
– Bij een vrouw is de kies succesvol en pijnloos gevuld.
– Dick Stammes voert enkele goede coachingsgesprekken met zijn cliënten.
– Het weer is aangenaam.

Ik koop mijn eigen krant en blij, tevreden en glimlachend over deze mooie wereld loop ik naar mijn fiets die ook vandaag weer uitstekend functioneert en mij lekkebandenloos en zwierend naar mijn thuis rijdt waar ik teder word omarmd door de lieve liefde die mij nooit verlaat.

274. Het bord

Fietsend door het kalme Buitenhof van de Chopinlaan richting Kerkpolderpad, zie ik dat daar een tijdelijke versmalling van het fietspad is door werkzaamheden. Tevens zie ik een geel bord met zwarte letters :

FIETSERS AFSTAPPEN

Voor mij, precies bij het bord, stapt een vrouw af en loopt verder met de fiets aan haar hand.
Ik schat in dat er voldoende ruimte naast haar is om haar in te halen, dus fiets ik haar traag en voorzichtig voorbij. Plotseling klinkt haar boze stem achter mij:
‘Heee! Er staat daar een bord!’
Ik stop, draai me naar haar toe, en zeg:
‘Inderdaad, daar staat een bord.’

Stilte.

‘Nou dan!’
‘Nou dan?’
‘Jaa!’
‘Jaa?’
‘Dus dan moet je afstappen!’
‘Waarom?’
‘Dat staat op dat bord!’
‘Dat ben ik met u eens. Dat staat op dat bord.’
‘Nou, doe dat dan!’
‘Waarom?’
‘Dat staat op dat bord, zeg ik toch!’
‘Ja, hierover zijn we het eens. Dat staat op dat bord.’

Ze kijkt me enigszins verbijsterd aan.
Dan herpakt ze zich.

‘U bent gek.’
‘Waar staat dat? Ook op dat bord?’
Ze schiet in de lach en zegt:
‘Ja, dat staat op dat bord.’
Ze denkt even na en roept dan:
‘En op alle borden!’
‘Overal?’
‘Jaa, overal, gekkie.’
‘Ooh, dan zal het wel waar zijn, hè?’
‘Zeker weten!’ roept ze blij.
‘We zijn het alwéér eens! ‘ zeg ik enthousiast.
En lachend zwaaien we elkaar ten afscheid.
De lieve Wandelaarster en de gevaarlijke Gek.