WINKELEN BIJ HET KRUIDVAT
Zij: ‘Je kunt beter deze crème nemen, die is minder vet.’
Hij: ‘Crème moet toch juist vet zijn?’
Zij: ‘Nee, er moet ook water in zitten.’
Hij: ‘Oh. Maar waarom is deze crème dan zo duur?
Zij: ‘Omdat er veel water in zit.’

Wie hebben op de PVV gestemd?
En waarom?
Allereerst zijn dit de mensen die zich niet erkend en wél bedreigd voelen in hun kleine overzichtelijke wereld, en zich verraden zien door de bestuurlijke elite die niet voor hun belangen zou opkomen, maar wel voor die van migranten en asielzoekers.
We hebben dus te maken met een nalatige overheid die het volk niet goed bedient. Voorbeelden hiervan zijn de Toeslagenaffaire, Groningen en het Woningtekort.
Dit is één kant van het verhaal.
De tweede kant is de ‘affectieve polarisatie’.
Oftewel het klakkeloos najagen van ontevredenheid, op de manier zoals Trump doet in Amerika. Het vuur van de woede blijven opstoken.
Dit is anti-institutioneel extremisme dat tegen de democratische instituties is gericht en waarbij men aan de overheid/de elite kwade bedoelingen toeschrijft.
Met andere woorden, de overheid zou dit allemaal expres doen met als enig doel de Nederlander te benadelen ten opzichte van de immigrant, de eigen zakken te vullen, de armen uit te buiten en de rijken rijker te maken.
Deze manier van ontevredenheid en woede aanjagen is een gevaar voor de democratische rechtsorde, want het schaadt op onterechte wijze het vertrouwen in de democratie. Zoals ook het rapport Marcouch signaleert.
Het is dit agressieve instrument dat Wilders steeds heeft gebruikt, met afnemend resultaat de laatste jaren.
Dit afnemende resultaat veranderde op het moment dat hij in taalgebruik opschoof richting Pieter Omtzigt waardoor de mensen die Wilders als te star en te bot beschouwden hem nu opeens als de milde verlosser zagen. En zo overstag gingen van VVD, NSC, BBB naar PVV.
Ziehier de oorzaken van de winst van Wilders.
Ofschoon deze zetelwinst voortkomt uit ontevredenheid, angst en woede is het resultaat hoopvol. Het biedt nieuwe kansen.
Laat Wilders en zijn PVV zichzelf maar bewijzen als premier en ministers die verantwoordelijk zijn voor het bestuur van dit land.
Laat hem goed samenwerken, compromissen sluiten, rekening houden met vele meningen, daadkrachtig zaken oplossen, politiek koorddansen à la Rutte maar dan open en eerlijk, laat hem goed luisteren naar coalitiegenoten in plaats van schreeuwend langs de lijn protesteren tegen alles wat Islam, immigrant en niet extreem rechts is.
Laat Wilders echt de premier van alle Nederlanders worden. Als dat gebeurt, is dat het mooiste wat we in onze stoutste dromen nog niet durfden dromen.
Of het blijkt dat Geert hiertoe gewoon niet in staat is, evenmin als Fortuyn dat zou zijn geweest als premier.
Knuppel-in-hoenderhok-gooiers zijn namelijk vaak geweldige werpers, maar van de knuppel een zwierige dirigeerstok maken die ze zo vaardig hanteren dat het hele orkest harmonieus samenspeelt, dat vereist hele andere kwaliteiten en daarom lukt dit samenspel ze meestal niet.
Vooral niet als de gooier het conflictmodel in zijn DNA heeft, zoals Wilders zelf beweert.
In dat geval zal Links, na enige maanden van schurende coalitieconflicten, het beste en meest hilarische politieke cadeau krijgen dat ze zich als oppositiepartij maar kan wensen : de tweede grote afgang en ontmaskering van Geert Wilders.
Het zijn boeiende tijden!
In een dorpje op het Chinese platteland leefde een boer met zijn zoon. Naast hun hut en het land was hun enige bezit van enige waarde het paard. Zo konden ze het land bewerken en in alle bescheidenheid rondkomen.
Op een dag brak het paard door de omheining en rende weg.
Die avond kwamen de dorpelingen bij de Chinese boer op bezoek om hun medelijden te betuigen.
“Wat vreselijk!” zeiden ze.
“Hoe moet het nu met het land?
Je paard verloren, wat een ongeluk!”
Maar de boer glimlachte rustig en zei:
“Geluk of ongeluk?
Wie zal het zeggen?
Het enige dat ik weet, is dat het paard is weggelopen.”
De dag daarna gingen de boer en zijn zoon weer aan het werk op het land en voor enige tijd maakten ze er het beste van. Tot op een dag het paard weer kwam aangelopen. En in zijn kielzog nam hij een kudde van tien wilde paarden mee!
Die avond kwamen de dorpelingen weer bijeen om hun gelukwensen te geven:
“Wat een geluk!
Wat geweldig!
Je bezit zo maar vertienvoudigd!”
Maar de boer glimlachte rustig en zei:
“Geluk of ongeluk?
Wie zal het zeggen?
Het enige dat ik weet, is dat mijn paard weer terug is en dat er tien andere paarden bij zijn.”
De volgende dag wilde de zoon proberen of hij de paarden kon temmen en klom op de rug van een wild paard. Deze was hier echter niet van gediend en bokte net zolang totdat de zoon met een flinke smak op de grond belandde en beide benen brak.
Die avond stonden de dorpelingen weer op de stoep:
“Wat vreselijk!
Je zoon! Beide benen gebroken!
Wat een ongeluk!
Hoe moet dat nu?”
Maar de boer glimlachte rustig en zei:
“Geluk of ongeluk?
Wie zal het zeggen?
Het enige dat ik weet, is mijn zoon zijn beide benen gebroken heeft.”
De volgende dag kwam er bericht dat er een oorlog was uitgebroken en dat alle jongemannen die daartoe in staat waren zich onmiddellijk moesten melden om een leger te vormen.
En de boer glimlachte rustig en dacht ….
Terwijl de wereld brandt.
Zie ik dit gebeuren.
Na een stadswandeling smaken Koffie en Krant bij Kobus Kuch erg lekker. Een tafel verder zit een bejaard echtpaar bij het raam te rimpelen. De oude vrouw reikt over tafel naar de hand van haar nóg oudere man. Ze kijkt hem aan en zegt: ‘Schat, ik ga even naar het toilet.’
Hij pakt haar hand met zijn beide handen, streelt haar, en antwoordt: ‘Dat is goed, lieve schat, ik wacht hier op je.’
Ze staat millimeter voor millimeter op, geeft haar man een kus en zegt: ‘Ik ben zo terug.’
Terwijl de vrouw voetje voor voetje wegloopt naar de andere kant van het café kijkt hij haar na.
Als ze het toilet binnenstapt mompelt hij in zichzelf: ‘Dag, lieve schat, tot straks.’
Hij staart enige minuten stil voor zich uit.
Bij haar terugkomst begint hij weer te stralen en vraagt: ‘Wil je nog koffie, schat?’
Ze antwoordt: ‘Nee, dank je, lieverd, anders moet ik straks wéér dat hele eind lopen.’
Ze stappen op, rekenen af en lopen de deur uit.
Buiten pakt hij haar arm, kust haar, en zo lopen ze voetje voor voetje, armpje in armpje, stokoudend en stokhoudend naar huis.
Dit gebeurt.
Op een doodgewone dag.
In een doodgewoon café.
In een doodgewone stad.
Terwijl de wereld straalt.
Als we huizen geven aan de daklozen zijn er geen daklozen meer.
Als de rijken rechtvaardig aan de armen geven, is er geen armoede meer.
Of zullen we geld afschaffen?
En hebzucht en machtswellust?
Als we wereldwijd de fabricage van wapens verbieden, is er geen oorlog meer.
Als twee broers met elkaar vechten, zijn vader en moeder nodig om ze uit elkaar te halen en te zeggen dat ze zich beter moeten gedragen.
Wie zijn de vader en moeder van de wereld?
De vader en moeder van de 193 kinderen/landen ter wereld?
Dit zouden de Verenigde Naties moeten zijn. Met vaders en moeders als Rusland, VS, China, EU. Laten dit nou net de ouders zijn die bovenstaande maatregelen juist NIET uitvoeren.
Zal ik het zelf dan maar doen?
Dus dat ik vandaag nog naar Tel Aviv en Gaza afreis met mijn witte zakdoek, daar de vliegtuigtrap afdaal, en begin te zwaaien en roepen van: ‘Vrede! Nu!’
‘En wie bent u dan wel?’
Zullen ze daar vragen.
‘Nou, ik ben Dick Stammes en de mensen in Delft en Nieuwe Niedorp zijn het allemaal met me eens dat jullie meteen moeten stoppen met vechten, met elkaar moeten gaan praten, en vandaag vrede sluiten. En verder niet zo zeuren over dit is wél mijn land en dat is niet jouw land. We zijn allemaal mensen en ieder mens heeft recht om op deze planeet te wonen waar hij wil, want deze planeet is van ons allemaal.
Dit kan heel eenvoudig als we allemaal gewoon lief zijn voor elkaar,
elkaar helpen
en elkaar proberen te begrijpen.
Ieder mens heeft het tenslotte al moeilijk genoeg met zichzelf, dus dat hoeft niet nóg moeilijker gemaakt te worden door jullie.
Is dat nou zo ingewikkeld?
Nee toch?
Beetje volwassenheid en verantwoordelijkheid mogen de mensen in Delft en Nieuwe Niedorp nou toch wel eens van jullie verwachten, hè?
Hoe oud zijn jullie nou?
6000 jaar? Oh ja?
Is dat volwassen of niet?
Hopsakee, vooruit met de geit dan!’
Hierop zullen ze zeggen:
‘Ja, die mensen in Delft en Nieuwe Niedorp en deze meneer hebben eigenlijk wel gelijk. Laten we dat maar doen. Veel beter voor ons allemaal. Bedankt, lieve mensen en meneer!’
Aldus geschiedde.
Dus als je morgen alle mensen in Tel Aviv en Gaza op straat ziet dansen en lachen en elkaar omhelzen, dan weet je hoe het komt. Door jullie! Bedankt!
Nou, ik ga weer verder.
Naar Kyiv.
Ook twee broertjes die het met elkaar aan de stok hebben daar.
Drukke dag vandaag met al die stokoude familieruzies.
Komt goed.
Doei, lieve mensen!
Shalom. Sala’am. Mir. Myr. ![]()
![]()
Toen werd ik wakker.
En dacht: Eigenlijk is het allemaal zo eenvoudig.
Zo eenvoudig als in mijn mooiste droom.
Eigenlijk wel, hè.
Ruzie is zooo ouderwets.
En familieruzie zo hopeloos achterhaald.
Samen staan ze voor de vergrendelde deur.
Angst en Liefde.
Angst schreeuwt: ‘IK ga eerst!’
Hij duwt alles aan de kant,
staat breeduit voor de deur
en schreeuwt: ‘IK wil erin!’
Hij beukt op de deur, verwondt zijn hand.
Trapt tegen de deur, blesseert zijn been.
Slaat tegen de deur, pijnigt zijn hoofd.
Gooit zijn hele lijf tegen de deur, valt ter aarde.
Kermend.
En bloedt.
Gewond en kruipend door het stof
heft hij uitgeput zijn hand op
en kreunt: ‘Genoeg, het is genoeg.’
Op dat moment opent de deur zichzelf.
Liefde reikt hem de hand en zegt:
‘Zullen we dan maar?’
Angst fluistert:
‘Gaat u maar. Gaat u maar helemaal alleen.’
De deur verdwijnt als Liefde door de deur stapt en uit het zicht verdwijnt.
Waarop Angst zó bang wordt dat hij krimpend terug kruipt
naar de plek waar het ooit begonnen was.
Naar de plek waar hij voor het eerst had geroepen: ‘IK zal die deur openbreken!’
En waar hij bulderend applaus kreeg van de massa
die hem schreeuwend steunde.
Het probleem is dat we bij het bespreken van een probleem verlangen naar de oplossing.
Het probleem van vragen stellen is dat we verlangen naar het antwoord.
Het probleem van ziek zijn is dat we verlangen naar gezondheid.
In onze huidige tijd is het probleem dat we zo gehecht zijn aan het verlangen naar vrede.
Het verlangen naar de oplossing van het probleem dringt zich in ons hoofd naar de voorgrond, zodat de wortel van het probleem naar de achtergrond verdwijnt en we alleen de oppervlakte ervan zien.
Verlangen, en de identitificatie met dit verlangen, is een vorm van verdringing.
In het midden van onze verlangens zit doodsangst. En dus levensangst.
IMPORT
We volgen vandaag het nieuws over de oorlog in het Midden-Oosten.
Aangezien alle uiterlijke gebeurtenissen onze innerlijke ervaring zijn, importeren we die oorlogswoorden en geweldsbeelden naar ons hoofd, waar ze onze gedachten worden, en ze dalen af in ons lichaam waar ze onze emoties worden.
Op basis van deze importhandel vormen we onze mening die we vervolgens naar anderen willen uiten, naar de anderen die ook al vol zitten met hun eigen geïmporteerde gedachten en emoties.
Zo importeren we de oorlog daar in ons hoofd hier en exporteren we de oorlog vervolgens naar anderen die precies dezelfde import – en exportoorlogshandel drijven als wij.
Op deze manier zijn wij hier deel van de oorlog daar geworden.
Daar = Hier.
Hier = Daar
DE DOOD
Zo zetten wij het conflict, de oorlog en het geweld voort.
Op het moment dat we een probleem denken te hebben, ontstaat het verlangen dat het probleem (ziekte, conflict, ruzie, oorlog, geweld, enz.) niet meer bestaat. Dus schieten we ogenblikkelijk in de oplossingsmodus om het probleem snel en efficiënt te ‘tackelen’.
Opgelost!
Verdwenen!
Waarna zich meteen een volgend probleem voordoet dat ook zo snel mogelijk de wereld uit moet.
Vinden we.
Zodoende snellen we van probleem naar oplossing naar weer een volgend probleem.
Tot de dood ons scheidt.
Die dood vinden we ook al een probleem, vooral omdat we dit ‘probleem’ niet kunnen oplossen, dus blijven we er maar bang voor en blijven we onze angst hiervoor ontkennen.
Daarom blijft de dood een probleem.
HET VERGETEN
Wat we vergeten in onze drang om problemen zo snel mogelijk op te lossen is:
In het probleem te ademen.
Volledig aanwezig te zijn in het probleem.
Het probleem volledig toe te laten,
te ervaren,
te voelen in iedere vezel,
in iedere bloedcel van ons lichaam,
het probleem liefdevol te omarmen met ons totale bewustzijn
In volledige aanvaarding.
WIJSHEID EN GEVOEL
Ieder probleem draagt een wijsheid in zich die we nooit zullen ontdekken als we meteen naar een oplossing snellen.
In oplossingen denken wil zeggen: het probleem mag er niet zijn, het moet weg.
De oplossing komt zodoende voort uit de ontwijking van de werkelijke wortel en oorzaak van het probleem op het diepste, meest duistere niveau, waardoor de oplossing wellicht op korte termijn tijdelijk lijkt te werken, maar niet op de lange termijn.
Wat we eigenlijk weg willen hebben is niet in de eerste plaats het probleem in de buitenwereld, maar het gevoel van onaangenaamheid dat het probleem in ons veroorzaakt.
We accepteren dit onaangename gevoel niet en willen daarom naar een aangenaam gevoel, terwijl we er nooit bij stilstaan wat dit onaangename gevoel nu precies is.
Wat wil dit rottige gevoel in onszelf ons eigenlijk zeggen?
Welk verhaal vertelt dit onaangename gevoel aan ons?
Als we dit onderzoeken dan zien we dat het vervelende gevoel niet zozeer veroorzaakt wordt door de uiterlijke omstandigheden, maar vooral wordt veroorzaakt door de niet-aanvaarding van het probleem dat zich nu aan ons voordoet in de buitenwereld. En door de niet-aanvaarding van het rotgevoel in onszelf.
ERKENNING EN ONS LICHAAM
Bij het snelle zoeken naar oplossingen slaan we dus de belangrijkste stap over:
Het volledig erkennen, toelaten, aanvaarden, voelen, omarmen en helder zien van het totale probleem, inclusief het onaangename (angstige, woedende, hatende, pijnlijke, geërgerde, verdrietige, verkrampte, jaloerse, teleurgestelde, enz.) gevoel in ons lichaam, en hiermee ook inclusief de hoge ademhaling, verkrampte spieren, lage rugpijn, opgetrokken schouders, starre kaak, darmpijnen, buikpijn, walging, kotsneigingen, opgewonden onderbuik, afwerende lichaamshouding, spanning in de vingers, drang tot controle, enz.).
WAT TE DOEN?
We dienen eerst het probleem (conflict, ziekte, ruzie, oorlog, geweld, moord, haat, enz. ) open te durven ontmoeten, het zelf te wórden, het probleem te zijn, willen we het volledig leren kennen en begrijpen op het diepste niveau.
Zowel mentaal als emotioneel, lichamelijk, psychisch, én spiritueel.
Tot aan de kern van de wortel van het probleem aan toe.
ONZE MENINGEN
Het schreeuwende meningencircus en het enorme belang dat we toekennen aan onze eigen mening is niets anders dan de niet-aanvaarding van de enorme problemen die zich heden ten dage aan ons voordoen.
Meningen en strijd over meningen en strijd lopen vaak uit de hand, omdat meningen beladen zijn met angst, paniek, pijn en woede die voortkomen uit de niet-aanvaarding van een probleem. En van hieruit de niet – aanvaarding van onze emoties van angst, paniek, pijn en woede.
Deze niet-aanvaarding zorgt er ook voor dat we geen ruimte hebben voor de emoties en zienswijze van de ander. Hierdoor zijn we niet in staat de andere zienswijze volledig te aanvaarden en dit zorgt ervoor dat we de ander niet horen.
En de ander dus ook niet begrijpen.
ONS LIJDEN
Zo draaien we generaties lang rond en leven we schreeuwend langs elkaar heen in gewelddadige cirkels die steeds weer terugkeren naar het hetzelfde punt van de niet – aanvaarding van het lijden op aarde.
Ons lijden.
Ieders lijden.
Op deze manier wordt niets ooit fundamenteel opgelost en blijven we geërgerd, hijgend, rennend, schreeuwend zoeken naar de oplossing van het probleem.
Of we trekken ons zwijgend terug.
Aangezien we het fundamentele probleem van ons lijden op aarde weigeren te voelen, te zien en te erkennen, gaan mensen raketten schieten naar andere mensen, kinderen de kelen doorsnijden, en bommen gooien op onschuldige families.
Vervolgens gaan we hier onze meningen over hebben waarbij onze meningen niets anders zijn dan het ontwijken van de kern van het probleem.
Dit alles in de ijdele, bange hoop dat we het probleem oplossen, terwijl we het hierdoor juist voortzetten en verergeren.
DE WORTEL VAN HET PROBLEEM
Het werkelijke probleem is dat we dit probleem zélf zijn en dit weigeren te zien.
Wij leven permanent in de ontkenning van onszelf, in de ontkenning van wie wij werkelijk zijn.
Wij ZIJN het probleem.
Ieder van ons IS het probleem.
En de oplossing.
Wijzelf zijn de oplossing.
Jij bent de enige oplossing.
We hebben weinig tijd om te lieven.
Een dag
een week
misschien tachtig jaar.
Maar ook dat is kort om te lieven.
Het licht blijft niet eeuwig aan voor de mens
die schelden en schieten tot haar kleding heeft gemaakt.
Wanneer moment na moment voorbij gaat
alsof het altijd wil blijven
maar niet kan,
is er altijd het lieven
dat niet anders kan dan lieven.
Tel na tel
tussen elke tel
dichterbij dan elke tel.
Wanneer we onze vijand verzinnen, vergeten wij te lieven
terwijl lieven altijd is, wacht tot zij geliefd is
en omarmd wordt door ons.
Het licht blijft niet eeuwig aan voor de mens
die schelden en schieten tot haar kleding heeft gemaakt.
Blinden schieten, wanneer we niet zien dat wij liefde zijn.
Zieners lieven, wanneer we zien dat wij liefde zijn.
Er is maar één weg.
De zee, de moordende zee van bloed, oversteken.
Waar wij verdrinken.
Verdrinken en bovenkomen
om te zien dat ons land al hier is
en hier altijd is geweest.
Het is in ons land waar geen kleding bestaat
waar wij naakt aan elkaar verschijnen
waar lieven het enige is dat we doen
waar liefde het enige is dat we zijn.
En waar iedere kogel omgesmolten wordt tot de bloementuin
die altijd bloeit
nooit vergaat
en tijdloos lieft.
Zittend op het oude bankje in het zachte gras
had ik het de blinde jongen beloofd.
Ik zou hem alles vertellen.
Dus wachtte hij toen ik vertrok.
Jarenlang zwierf ik door de wereld.
Zag, voelde,
sprak, luisterde,
stierf zeven keer, liep door, werd herboren,
zat gevangen, werd bevrijd,
verdwaalde, vond nieuwe paden.
Werd stiller.
Stil.
Zweeg.
Zo keerde ik terug naar de plek
die ik nooit had verlaten
waar de blinde jongen zat
die mijn hand vastgreep
die hij nooit had losgelaten.
Hij zei me:
‘Je bent teruggekomen.’
Ik zei hem:
‘Ja, dat had ik je beloofd.’
Hij zei me:
‘Je zou me alles vertellen.’
Ik zei hem:
‘Ja, ik zou je alles vertellen.’
Hij vroeg me:
‘Hoe ziet de zon eruit? ‘
En ik beschreef de zon voor hem.
Hij vroeg me:
‘Hoe ziet de zee eruit?’
En ik beschreef de zee voor hem.
Hij vroeg me:
‘Hoe zien de bergen eruit?’
En ik beschreef de bergen voor hem.
Hij vroeg me:
‘Hoe zien de oerwouden eruit?’
En ik beschreef de oerwouden voor hem.
Toen haalde hij diep adem
pakte mijn beide handen teder in de zijne
en vroeg me:
‘Hoe ziet de wereld eruit?’
En terwijl ik stil huilde,
vond ik voor hem een wereld uit.
Alleen voor hem.