231. Beloof me

Beloof me
dat
als je een dochter baart
een buurmeisje helpt 
een leerlinge hebt

Als je een meisje ziet
Echt ziet

Beloof mij dan
dat je haar mooi vindt
lief vindt
aardig vindt

Dat je dit lieve, aardige meisje
mooi vindt

Dat zij mooi is

Beloof me
dat
als je een zoon maakt
een buurjongen helpt 
een leerling hebt

Als je een jongen ziet
Echt ziet

Beloof mij dan
dat je vindt dat hij het goed doet
het moedig doet
geweldig doet

Dat je vindt dat deze moedige, geweldige jongen het goed doet

Dat hij het goed doet

Hierna
alleen hierna
mag je beginnen
met de onvermijdelijke
nutteloze
vrouwelijke poging
mannelijke poging
de ander te veranderen
te emanciperen
te vormen naar jouw beeld

Jouw beeld van
hoe zij zou moeten zijn
hoe hij zou moeten zijn

Ons beeld
dat niet ziet
dat 
hij Hij is
Zij Zij is
Jij Hem bent
Jij Haar bent 
Het Jou is

Dat onze diepste levensangst is

Ons niet is

230. Wat als …

Wat,
als onze religie elkaar was.

Als
onze oefening ons leven was.

Als
gebed onze dagelijkse woorden waren.

Als
de tempel de Aarde was.

Als
de bossen en wouden onze kerk en moskee waren.

Als
heilig water onze rivieren, meren en oceanen waren.

Als
meditatie onze relaties waren.

Als
onze leraar het leven zelf was.

Als
wijsheid zelfkennis was.

En wat als
liefde het centrum van ons wezen was?

________________________________________

229. Toiletontmoeting

Een oud-leerling nodigt mij uit voor een gul diner in een populair Delfts eet-café bij de Oude Kerk.
Onderwerp:
Vriendin wel of niet, doorgaan of stoppen, andere baan of niet, verhuizen ja of nee?
De normale, onvermijdelijke vragen van een dertiger die voor een dertiger niet aanvoelen als normaal. Wel als onvermijdelijk.
Tegelijkertijd zie ik vanuit een subtiele ooghoek jonge minirokjes, netkousen, hoge hakken en rode lippenstiften voorbij zwoelen richting studentikoze, luidruchtige ruimte op het podium achter onze dinertafel.
In ons vertrouwelijke gesprek stel ik me open, luister ik betrokken, leef me in, stel vragen, en voel. Terwijl de warme luidruchtigheid om ons heen toeneemt.
Na het voorgerecht verexcuseer ik mij en spoed mij richting toilet.
Naast mij plassend een jongen, naar schatting 22 jaar, in djellabah of damesjurk.
Ik merk hem wankelen, wiebelen en poging tot recht richten. Enigszins hulpeloos en tevens jolig wendt hij zijn gezicht naar mij en zegt schor :

‘We hebben een datingavond.’

Ik: ‘Gezellig.’

Hij: Ja, zeker gezellig, maar ik speel op safe. Ik heb een safe – dating – avond met mijn vaste vriendin die in Delft studeert. Ikzelf studeer geschiedenis in Utrecht.’

Ik kijk hem aan en zie zijn argeloze, open, doordrenkte jongensgezicht.
Ter plekke kruipt de dood in mijn lichaam.
Hij student, 22 jaar, jong, knap, date met mooi meisje, feesten, dronken, weekend, onbezonnen.
Ik 66 en dit alles niet.
Sterven is de enige mogelijkheid die zich in dit moment aandient, dus sterf ik.
Zoals altijd.
Het is mijn enige redding.

En vraag ik inlevend: ‘Wat is de kern van geschiedenis volgens jou?’

Hij: ‘Mag ik die vraag wat filosofisch beantwoorden?’

Ik smelt.

En hoor mezelf zeggen: ‘Graag’.

Hij (22): ‘Emmanuel Kant stelt zichzelf allereerst drie vragen.’

‘Welke vragen zijn dat?’

‘Dat weet ik niet meer.’

Ik houd mijn lachen onder het plassen nog net in, waardoor het plassen zwaar bemoeilijkt wordt. Lachen en plassen gaan al lastig samen, wist ik, maar vrij plassen en inhouden van lachen is volstrekt onmogelijk.
Besef ik nu.

De jongen vervolgt opgelucht:

‘Maar ik weet wel wat Kant hierna vraagt!’

‘Geweldig! Welke vraag is dat?’

De 22 jaren zijn inmiddels klaar met plassen. Hij staat nu midden in de toiletruimte en spreidt zijn armen van onder zijn damesdjellabah als een Messias wijd uit, terwijl andere studenten het toilet wankelend betreden in al evenzeer verwarrende kleding en hem nóg verwarrender aanstaren.

Dan galmt Hij plechtig :

‘Was ist der Mensch?!’

‘Wat betekent dat?’

‘Dat betekent: Wat is de mens?’

‘Ah, dat is een diepe vraag! Weet je het antwoord al? ‘

‘Ik heb geen idee, maar ik ben zoekende.’

Ik hoor hem, kijk hem aan, zie hem, voel hem, waardoor mijn verdwijning volledig bezit van me neemt.
Ik wórd hem.
Ik bén hem.

Mijn gedachte zegt: ‘Ik wou dat ik jou was.’

Dan keer ik terug.

En zegt mijn gedachte: ‘Wat ben ik blij dat ik jou niet ben.’

Maar even, heel even, was ik hém, en was ik niet ik, en was ik degene die ik ooit was, toen ik hém was, toen ik alleen was, verdorven was, lelijk was, verloren was, verdwenen was, eenzaam was, en het niet waard was om door deze wereld bemind te worden. Omdat ik hém was, omdat ik dood was. Zoals iedereen was.
Iedereen is.
Altijd is.

Terwijl dit alles in een flits gebeurt, zoals altijd gebeurt, iedere dag gebeurt, legt de student een hand op mijn schouder en spreekt plechtig en doordrankt:

‘Kan ik u straks spreken?
Over de Mens?
Ik denk dat u mij begrijpt.’

‘Natuurlijk, geacht medemens, maar ik ben nog in gesprek, dus het kan even duren.’

‘Geen probleem, meneer, neem uw tijd, tot straks! ‘

Hij geeft me een ietwat wankele high five, struikelt over zijn Suikerfeestdatingjurk, en wurmt zich uit de toiletruimte, richting zijn safe – date.
Ik keer terug naar onze dinertafel waar mijn dertigende tafelgenoot meewarig om zich heen zit te kijken en hoofdschuddend zegt:

‘Zo was ik vroeger ook. Ik kan het me bijna niet meer voorstellen.’

Ik knik.

En ik besef
Meer dan ooit.
Dat ik niemand ben.
Dat iedereen altijd hier is.
Dat het leven oneindig is.

En dat niets ontbreekt.

228. De beestenboerderij van mijn zus Marga

Foto onderaan genomen in ons huis aan de Westerweg 10 tegenover de fietsenwerkplaats Havrelux van mijn vader, later de Veeno fietsenfabriek van de Wilde.
In mijn vroege jeugd heette de Westerweg nog Sliksteeg en woonden wij naast een rij gammele huisjes die ‘de lange Jammer’ heette.
Ik herinner me dat ik in de periode van deze foto hard bezig was de beste voetballer ter wereld te worden, want dan zou ik rijk en bemind worden. Daar was geen twijfel over.
Later zou die wens veranderen in minister van Buitenlandse Zaken van Amerika, want dan kon ik de hele wereld gratis bereizen.
Uiteindelijk is het allemaal iets anders gelopen en is dat jarenlange wereldreizen wél gelukt. Het rijk en bemind worden ook, maar dat project is nog gaande.
Wordt eeuwig vervolgd. ❤️

Foto vlnr:
Pinkie, Marga, Moi, Jetty
Foto’s vooraan: Niko.

Behalve de hond Pinkie, en later weer andere honden, had Marga katten, duiven, konijnen, geiten, bokken, goudvissen, ratten, muizen, marmotten, en een paard dat Tjerk heette.
Al vanaf jonge leeftijd runde Marga haar eigen boerderij op het dierengrasveld naast de fabriek en iedere week had ze wel een huilbui als er weer een dier was overreden, overleden of gestorven. Vooral duiven waren vaak de klos, aangezien duiven proberen weg te rennen voor auto’s in plaats van weg te vliegen.
Op een dag was mijn vader al die beestelijke lijken en doden zat en riep hij uit:

‘Je moet die beesten leren vliegen in plaats van lopen!’

Dit opvoedkundige advies had niet helemaal de juiste uitwerking bij Marga die nog midden in haar wekelijkse rouwproces zat.
Maar goed, iedereen deed zijn best, we waren gelukkig, en alle buren waren lief. Die buren waren overigens het hele dorp, want we kenden iedereen en iedereen kende ons en overal waren we veilig.
Dit alles gebeurde in het mooiste dorp ter wereld en met mijn logische plan George Best op te gaan volgen als beste voetballer ter wereld.
Ik wist het zeker.

227. Leven

Als je je lang genoeg in een onderwerp verdiept
dan verdiept het onderwerp jou.

Het leven fluistert
in de stilte
die zij is:

Als je dit moment onaangeraakt laat
dan raakt het moment jou.
Als je innerlijk niets meer doet,
wordt uiterlijk alles gedaan.
Als je innerlijk stilstaat,
beweegt alles om je heen.

Als ieder idee van ‘Ik’ is vernietigd,
verdwijnt het heelal,
komt alles tot leven,
en bestaat er geen dood op het moment dat het lichaam sterft,
terwijl het vlees verteert in het vuur
en verzwolgen wordt door de grond.

Hoe dieper je sterft,
hoe meer het leven jou leeft.
Hoe meer je opgelost wordt,
hoe helderder je aanwezig bent.
Hoe meer je liefhebt,
hoe meer de ander verdwijnt.
En opstaat in jou die de ander is.

Er kan geen liefde bestaan tussen jou en de ander.
Liefde is de opheffing van jou en de ander,
van jou en de aarde,
van jou en het heelal.

Tot niets meer bestaat.
En alles tot leven komt.

Wanneer jij onbewogen bent
gaat alles door
wordt het leven onsterfelijk
in dit momentloze moment
dat jij bent
en jou teder verzwelgt.

Je bent nooit iets anders geweest.
Je zult nooit iets anders zijn.

226. Intimiteit

Jij.
Als ik je zie
is je lichaam daar
en zie ik je hier.
In me.
Mijn zien.
Mij.

Jij.
Als ik je hoor
is je stem daar
en hoor ik je hier.
In me.
Mijn horen.
Mij.

Als ik je voel.
is je lichaam daar
en voel ik je hier.
In me.
Mijn voelen.
Mij.

Als ik aan je denk
is je lichaam daar
en denk ik je hier.
In me.
Mijn denken.
Mij.

Jij.
Als jij dood bent
is je lichaam daar.
Ik zie je zonder ogen
ik hoor je zonder oren
ik voel je zonder voelen
ik denk je zonder denken.
Ik ben jou hier.
In me.
Mij.

Geen afstand.
Geen tijd.
Geen ruimte.
Geen verschil.
Geen ik.
Geen jij.

De dood.
En alleen maar leven.

225. In den beginne

In den beginne waren we acht jaar.
In de Garage van Peetoom, waar alles gebeurde, geboorte, huwelijk, sterfte, feesten, draaibanken, de groene fiets van ome Dik, circus Nachtegaal, Floralia, de veewagen, hooibalen.
En liefde.
En muziek.
In die Garage van Peetoom werden wij de weergaloze popgroep The Kings.
Wij waren :
Jaap Wagenaar
op een opengeslagen vuilnisbak die we drums noemden.
Jan Peetoom
op de Bügel van Niedorps Fanfare.
Zijn jongere broertje Wim
die het muziekpapier voor hem vasthield.
Dick Stammes
op een gitaar(tje) gekregen van de enige echte Sinterklaas ter wereld (kruidenier Jo de Weerd).

Hoe dit eindigde is onbekend.
Archieven geven geen uitsluitsel.

Dan ben ik 12 jaar en vinden er twee levensveranderende blikseminslagen plaats.
1.
Ik hoor ‘Petite Fleur’ van Monty Sunshine op klarinet.
2.
Paul Breddels en ik zien op TV de film ‘The Glenn Miller Story’.

Een nieuwe wereld barst open: Jazz!

Het Vuur is begonnen.
En raast door.

Eerst als sopraansaxofonist begonnen in Niedorps Fanfare.
Echter, klassieke fanfarenummers als de Bricket Polka, The Red Jackets en Contrasten van Gerard Boudijn waren weliswaar leerzaam en goed om te spelen, maar je mocht er niks omheen verzinnen, niets improviseren.
Alle noten lagen muurvast.
Toch was het een hele goede leerschool, gouden tijden met geweldige mensen, en enorm veel lol en gezelligheid.

Op 17-jarige leeftijd richtten we een dixieland bandje op: The Maurits Boys, genoemd naar het plaatselijke dorpscafé.
Nou, ja, dixieland is wellicht een wat groot woord voor onze muzikale vertoningen, maar we waren op weg! En we stonden onszelf toe stap voor stap los te komen van het vaste notenschema. Beginnende improvisaties.

Dat gevoel!

Ons eerste succesnummer :
‘Show me the way to go home’!
Inderdaad,
we waren thuis.

Wij waren:
Paul Breddels (trompet)
Dick Stammes (altsax)
Martien Sepers (piano)
Jan Peetoom (trombone)
Dick Breddels (drums)

Dan zijn we 25 jaar.
De Glenn Miller Story creëren we zelf.
We richten onze eigen Bigband op!
Four o’clock jump.
Met de kopersecties van vier trompetten, vier trombones, de vijf rietinstrumenten, oftewel saxofoons van bariton, tenor en alt, slagwerkers, keyboard, gitaren, zangeres. En dirigent.
We toerden regelmatig door den lande waar vreemde mensen nog naar ons wilden luisteren ook, hiervoor betaalden, en zij zelfs een swingende avond mochten beleven met ONZE muziek!

De hemel was op Aarde gekomen.

En is sindsdien gebleven
In de vorm van andere passies op totaal andere levensgebieden, maar altijd vanuit dezelfde bron:

De ervaring van totale Vrijheid.

Ik kan me niets mooiers en vervullenders voorstellen dan deze beleving.
En je hoeft er niet eens goed in te zijn, want dat waren we niet.
Of je nou The Kings bent op 8-jarige leeftijd,
of Glenn Miller als je 25 bent,
alleen door het Andes Gebergte loopt op je 31e,
reisleider bent in Tibet op je 45e,
leraar Frans in Rijswijk,
Zen-boeddhist in Zuid-Frankrijk,
of bezoldigd geprekspartner bent op 66-jarige leeftijd in Delft.

Je hoeft het alleen maar te leven.
En het word je geschonken.

In de Garage van Peetoom.
Waar alles begint.

224. Een moment

Ik nageniet bij Moeke van mijn 3-eiïge uitsmijter vergezeld van gezond geperste jus d’orange. Hierna kauw ik knarsetandend het krantenwereldnieuws weg bij kopje koffie en koek.
Een moeder met zoontje van 9 jaar in trainingspak wandelen voor mij langs naar een tafeltje verder.
Al die tijd koestert het jongetje de voetbal die hij onder zijn arm geklemd houdt.
Het is ZIJN bal.
Ze gaan zitten en de jongen aait de bal langzaam in het rond over zijn schoot. De wereld om hem heen bestaat niet. De bal absorbeert ongeremd zijn volledige aandacht. Hij pakt teder de bal en streelt hem. Zijn gezicht en de bal naderen elkaar en zijn ogen bekijken de bal van alle kanten.
Dan kust hij voorzichtig en zachtjes de glimmend rood-witte bal.
Moeder kijkt op vanachter haar mobiel en zegt met ietwat luide stem :
‘Nou, doe die bal nou eens weg, we gaan wat lekkers bestellen.’
Oneindig nutteloze beschermingsdrang maakt zich van mij meester. Ik wend me naar de voetballer en vraag hem:
‘Heb je een nieuwe bal?’
Terwijl hij de bal zachtjes blijft aaien, kijkt hij terug en antwoordt dromerig fluisterend: ‘Jaaa…’
Hij doet de bal in de plastic zak op de grond en ik duik in mijn krant. Mijn opkomende eeuwenoude traan ziet hij gelukkig net niet.
Even later hoor ik moeder zeggen:
‘Ik moet vanmiddag de gordijnen nog wassen en we moeten niet vergeten krakelings mee te nemen voor Sophie.’
Zijn blik glijdt van de geopende plastic zak op de grond naar de overkant van de tafel en hij zegt met verontwaardigde stem:
‘Mbappé scoorde drie keer en twee keer werd hij afgekeurd voor buitenspel, terwijl dat helemaal niet zo was!’
Na het eten staan ze op.
Ze gaan krakelings kopen voor Sophie en ook moeten de gordijnen nog gewassen worden.

223. Bezoldigd gesprekspartner

Mijn beroep is bezoldigd gesprekspartner.
Andere namen voor dit vak voldoen niet meer. Bovendien schrikken ze af.
Ieder gesprek is strikt privé.
Mijn overige werkzaamheden zijn meer openbaar en prettig uit de hand gelopen hobby’s.

Voor ieder bezoldigd gesprek bestaat een ideale plek, voor die ene persoon op dat ene moment.
Vele van mijn cliënten zitten bij mij thuis op de bank of aan tafel.
Sommigen bezoek ik bij hen thuis.
Anderen prefereren een wandeling in de Delftse Hout of langs het strand.
Weer anderen wandelen met mij liever door de stad.
Nog weer anderen voelen zich bij een eerste gesprek goed in de openbare ruimte van een horecazaak met voldoende ochtendrust en afstand.
Jongeren nemen vaak bij het eerste gesprek een ouder mee.
En sommigen zitten het liefst in een van de vele coachingshuizen die Nederland telt, inclusief flipover, stiften, digitale verbinding en gratis koffie en thee.

Een bezoldigd gesprek kan gaan van één praktisch adviesgesprek tot een intensief levenstransformerend traject
van meerdere jaren.
De een spreekt over de echo’s uit zijn verleden.
Of vorige levens die zich Nu melden.
Een ander over werkproblemen.
Relatieproblemen.
Opvoedingsproblemen.
Niet voelen.
Piekeren.
Stress, haast, schuldgevoel.
Verkrampte spieren.
Lichaamspijnen.
Rouwproces.
Trauma’s.
Seksuele obsessies.
Neuroses.
Niet goed genoeg zijn.
Aan verwachtingen willen/moeten voldoen.
Vervreemding en jezelf kwijt zijn.
Teveel zorgen voor anderen.
Verlies van grenzen.
Familie.
Ouders.
Kinderen.
Leerlingen.
Collega’s.
Managers.
Straatvrees.
Angsten.
Woede.
Haat.
Moord- en zelfmoordgedachten
Verdriet.
Niet blij mogen zijn.
Depressie.
Niet mogen bestaan.
Minderwaardigheids -, meerderwaardigheids- en gelijkwaardigheidscomplexen.
Slapeloosheid.
Maskerglimlachen.
Op roze wolken lopen.
Alcoholisme en verslaving.
Niet boos durven zijn.
Terugtrekking.
Hooggevoeligheid.
Leerproblemen.
Dingen niet afmaken.
Zelfdestructie.
Verschijnselen zien die er niet zijn.
Vluchten uit de realiteit.
Nachtmerries.
Geen bevredigende contacten.
Zinloosheid, betekenisloosheid.
Eenzaamheid.
Conflicten.
Ontwijkingsmechanismen als projecties, confluentie, introjecten, retroflectie, deflectie, enz.
Onvervulde verlangens.
De stappen na psychotherapie.
De integratie van lichaam, voelen, denken, handelen en spiritualiteit.
Psychosynthese.
Ademhaling.
Leven in aandacht.
Direct ervaren.
Echt luisteren.
Leven in het Nu.
Meditatie.
Innerlijke stilte.
Bewustzijn.
Non-dualiteit.
Zen-Boeddhisme.
Mededogen.
Vrijheid.
Schoonheid.
En
Vrede zijn.

Ik ben uitgenodigd om plaats te nemen in de ereloge van het leven van de cliënt om samen met hem/haar af te dalen in de donkere krochten van het leven waar giftige slangen, vuurspuwende draken, levensgevaarlijke monsters en diepe ravijnen huizen die de cliënt proberen te beletten de rode draad te vinden die al die tijd vlak voor de voeten lag om hem/haar te geleiden uit de donkere grot naar het heldere licht dat hij/zij is.

En altijd is het zo dat het licht van bewustzijn, zich pas openbaart als we samen in de donkerste schaduw stappen, vallen, kapot gaan. En sterven.
Om daarna door het graf te lopen en er aan de andere kant van datzelfde graf weer uit te kruipen.

Het is vanaf deze plek, aan de andere kant van het graf, dat het innerlijk getransformeerde leven de nieuwe mens bij de hand neemt om hem datgene te laten zien en ervaren wat er altijd al was:
Het Volle Leven met alles durrop en durran, maar nu bezien en beleefd vanuit een innerlijke, oneindige ruimte.
Die onaanraakbaar is.
Die alles, Alles!, bewust omarmt.

Die wij zijn.

En die ziet dat zij die niet durven sterven
ook niet durven leven.
Noch hun volle lach doorleven.
En ook niet al hun tranen.

Men bezoldigt mij
om samen te mogen sterven,
teneinde volstrekt alleen te kunnen leven
in het midden van de wereld.

En te zien
dat iedereen altijd hier is.

222. Dating na wortelkanaalbehandeling

Na mijn pijnloze wortelkanaalbehandeling in Voorburg (bedankt, specialistische, vriendelijke vakvrouwen!) is het tijd voor suiker op mijn Fietspitstop in Rijswijk.
Na lijden volgt verdiend genot
Dus chocomel met slagroom in de Herenstraat.

Zelfbevrediging voor een man verveelt nooit.

Aan een tafeltje met twee bolglazen bier en één bakje pinda’s zitten een Nederlandse zestiger en een Thaise vrouw van in de veertig te praten.
Nou ja, praten.
De man praat. Onophoudelijk.
En zij luistert.
En knikt.
En beaamt.
En glimlacht.
En buigt mee.
Langzamerhand zakt haar dunne lichaam steeds vermoeider achterover in de bank, terwijl de man steeds energieker voorover buigt en steeds luider begint te vertellen.
Over zichzelf.
Over zijn leven.
Over de vrouw met wie hij zes jaar had geLAT.
En over het feit dat met die vrouw niet te praten viel.
Ze luisterde niet.
Dus ja, dat houd je niet vol.
Als man.
Natuurlijk niet!

Ik ga naar het toilet en terwijl ik relaxed mijn verdoving van de wortelkanaalbehandeling eruit plas, komt de man blakend van levenslust naast me staan. Ik hoor de krachtige, jaloersmakende urinestraal van een twintiger uit het zestigjarige lijf geperst worden. Alles kost hem kracht, maar in plaats van uitputting leidt dit bij hem tot nieuwe energie.
Ik kijk opzij en zeg schalks:
‘Zo, lekker aan het daten?’
Zijn straal urine klettert nóg harder in de pot als hij zijn oneindige basisovertuigingen door de toiletruimte begint te slingeren.
‘Kijk, weet je wat het is, meneer. Die Oosterse vrouwtjes hebben iets wat al die Nederlandse vrouwen zijn kwijtgeraakt.’
Hij kijkt me iets langer aan in afwachting van mijn vraag.
Ik staar hem bewegingsloos aan.
Even flikkert een lichte onzekerheid in zijn ogen, dus herstelt hij zich mannelijk en vervolgt:
‘Weet u wat het is? Die Oosterse vrouwtjes zijn veel zorgzamer dan die van ons. Ze doen alles voor je wat normaal is voor een vrouw om te doen. En weet je (hij tutoyeert me plotseling, volkomen op zijn gemak nu, mannen onder elkaar, uitgepist, maar nooit uitgepraat), wat die Oosterse vrouwtjes heel goed kunnen?’
Weer kijkt hij me verwachtingsvol aan, weer staar ik hem bewegingsloos aan, weer zijn korte onzekere flikkering in zijn ogen, weer dat mannelijke herstellen).’ Zij kunnen luisteren.
Ze proberen je echt te begrijpen. Zij daar (hij wijst richting café) wil echt alles van me weten. Dat is het mooie, ze wil echt alles weten van me.’

We zwijgen.

En dan kan ik het niet laten, terwijl ik weet dat wat ik nu ga doen geen enkel nut zal hebben.
Nooit.

Na het handenwassen pak ik hem bij de schouder, kijk hem recht in de ogen en zeg:
‘Je bent nu al zestig jaar alleen met jezelf bezig geweest. Het resultaat is dat je een lul bent die niet in staat is om van vrouwen te houden, een totaal onvermogen hebt om interesse te tonen voor een ander, je kunt niet luisteren dus je hoort nu ook niet wat ik zeg, en het enige wat je kunt is keihard pissen.’

Eindelijk is hij stil.
En keert om.

Achter elkaar, hij voorop, lopen we zwijgend terug naar het café waar de Thaise vrouw geanimeerd in gesprek is met een Nederlandse vrouw die in haar eentje aan het tafeltje naast haar zit.
De Nederlandse man gaat zitten, zijn Thaise date breekt haar gesprek af en wendt zich meteen weer naar hem.
Hij zwijgt even, fronst zijn voorhoofd, en neemt een slok van zijn bier.
Dan buigt hij voorover en zegt op zachte samenzwerende toon:
‘Ik heb net op het toilet nog even nagedacht. Over jou.’
De vrouw kijkt hem geïnteresseerd hoopvol aan en vraagt verbaasd: ‘Oh, ja?’
‘Ja. Weet je wat ik zo waardeer in jou?
Jij kunt zo goed luisteren.’
Ze valt terug in de kussens.
Hij roept om de rekening en zegt uiterst voldaan en breed glimlachend tegen haar :
‘De man betaalt, hè. Zo doen we dat hier in Nederland. Dat vinden we normaal.’