311. Midden in de wereld

Midden in het midden van de wereld
schijnt de zon overal
en vliegen vogels waar ze willen.

Waarom vliegen wij?

Wij vliegen niet
werken niet
leven niet
om ergens naartoe te gaan
of iets te bereiken.

Wij vliegen uit vreugde
waarin het vliegen zelf
het genot
het plezier
het leven zelf is.

Er is geen betekenis.
Zoek er niet naar.

Het vliegen zelf is de totale vervulling.
Is het leven
zijn wij
ben jij.

In deze vervulling
zijn geen vragen
geen verlangens naar een toekomst.

Wij zijn geluk, vrede, vrijheid

Verdriet, angst en woede
kunnen deze innerlijke stilte niet raken
terwijl ons lichaam pijn voelt.

Gedachten en gevoelens
zweven om het onaanraakbare midden
het meest intieme
meest nabije
dat wij zijn.

Vlieg terwijl er pijn is
terwijl je huilt, kermt en lacht.
Vlieg terwijl je alles voelt
en jouw eiland van stilte
niet wordt aangeraakt.

Dus vlieg, mijn geliefde,
vlieg, Vlieg, VLIEG!

310. De onvermijdelijke sprong

Onder de pijn, is er iemand die vrolijk zingt.
Midden in de angst, danst tomeloze vrijheid.
Achter de wrok, bloeit stille vrede.
In het hart van de depressie, brandt het laaiende vuur.

Vol met pijn, angst, wrok, depressie
is dit niet te geloven.

Wees alleen
Volledig alleen.

Dan komt liefde in beweging
vernietigt alles
op haar weg om jou te zoeken.

Jou alleen.

In totaal alleen-zijn
word je de oceaan
en is iedereen altijd hier.

Zonder sprong in het niets
ben je iedere dag zeeziek
en eenzaam
terwijl de zee met open armen op je wacht.

Spring.

Ondanks alles dat ooit was.
Dankzij iedereen die niet meer bestaat.

Spring!

Verdrink.
En word geboren in het grenzeloze leven.
Dwars door al het sterven heen.

309. De nieuwe stuurman en zijn schip. Een duiding van onze politieke tijdgeest.

De nieuwe stuurman was aan de Universiteit van Leiden gepromoveerd op de platworm, dus dat hij met zijn nieuwe schip en bemanning tegen de stroom van de rivier in begon te varen, was een teken van grote hoop, lef en trots.
Boven op het dek hief de stuurman manmoedig zijn vuist naar het aan de kant staande volk en riep heldhaftig over hoop, lef en trots, terwijl de schroeven van het schip harder begonnen te draaien om de sterke tegenstroom te overwinnen.
Het stilstaande, achtergelaten en uitwuivende volk raakte al snel uit het zicht, dus richtte de stuurman zich tot de bemanning die hem hoopvol aanstaarde, wachtend op nieuwe orders.
Op het moment dat de stuurman zijn grote speech tot zijn afwachtende bemanning wilde beginnen, begon het schip dusdanig hard te kraken, de schroeven luid te schuren en de motoren dermate oorverdovend te bulderen dat de stuurman zich niet meer verstaanbaar kon maken naar zijn bemanning die radeloos iets probeerde op te pikken van de ongetwijfeld vlammende speech van de stuurman die hun zou vertellen wat ze moesten doen, terwijl de rivier de andere kant op bleef stromen dan de richting waarin het schip voer.
Toen gebeurde wat iedereen in het geheim altijd al had geweten, maar niemand ooit had durven zeggen, want wie gaat er nou in tegen een stuurman die gepromoveerd is op de platworm?
De schroeven liepen vast, de motoren begaven het en het schip scheurde in vier stukken. De bemanning viel in het snel stromende rivierwater en werd meegezogen naar het punt waar hun reis zo hoopvol, vol lef en boordevol trots was begonnen.
Bij het beginpunt was het verlaten volk inmiddels vertrokken, zodat er voor de bijna verdronken bemanning niets anders opzat dan zelf drijfnat en uitgeput aan land te klimmen, waar ze allen moedeloos en snikkend bleven liggen.
Totdat de stuurman, die afgestudeerd was op de platworm, opstond en zijn vinger priemend richtte op de rivier die al eeuwenlang richting de oceaan stroomde.
En hij schreeuwde:
‘HET IS ZIJN SCHULD!
HIJ HEEFT HET GEDAAN!’
De bemanning ontwaakte, stond op, kreeg nieuwe moed en riep hun stuurman na:
‘JAA! HET IS ZIJN SCHULD!
HIJ HEEFT HET GEDAAN!’
Door het oorverdovende geschreeuw kwam het achtergelaten en weggelopen volk weer terug bij het beginpunt, hoorde de kreten, zagen de fout stromende rivier en riepen :
JAA! HET IS ZIJN SCHULD!
HIJ HEEFT HET GEDAAN!’
Nu het volk en de bemanning wederom op één lijn zaten en elkaar versterkten, bracht het volk al snel enthousiast geld bijeen om een nieuw schip met nóg sterkere schroeven, nóg krachtigere motoren en nóg harder materiaal te bouwen.
Toen eenmaal het nieuwe, nóg grotere schip gereed was om te water te worden gelaten, liepen nóg gespierdere, nóg harder schreeuwende bemanningsleden het schip op waar de oude stuurman hen vol hoop, lef en trots opwachtte alvorens hij zijn nóg krachtigere speech zou houden.
Terwijl de enorme motoren op volle toeren draaiden, de reusachtige schroeven ratelend draaiden en het grote schip niets ontziend tegen de eeuwige stroom van de rivier opvoer, wuifde en juichte het achterblijvende volk dat zo genereus had bijgedragen aan de bouw van het schip, het kiezen van de bemanning en het salaris van de stuurman die gepromoveerd was op de platworm.
Op het moment dat de stuurman zijn nóg langere speech tot zijn nóg afwachtendere bemanning zou houden, stroomde de rivier kalm naar de zee die de stroom welkom ontving in haar oneindige armen, terwijl de wrakstukken van het vernietigde schip bij het beginpunt wederom bijeen werden geraapt door het toegesnelde, verlaten volk waar de bijna verdronken bemanningsleden schreeuwden dat zij het schip en de verdwenen stuurman nooit en nergens hadden gezien. En dat zij van niets hadden geweten.
Voordat zij snelden naar donkere holen in verre verten verklaarden zij in hun slotcommuniqué dat de rivier de schuldige was van alles wat tegen hun diepste verlangens inging.
En tegen die van het achtergelaten volk.
Hùn volk.
‘DOOD AAN DE RIVIER!’
Scandeerde het volk.
Het achtergebleven volk dat zo vol hoop, lef en trots had bijgedragen aan alle vernietigde schepen van alle tijden die tegen de eeuwige stroom van de foute rivier waren ingevaren.

308. Zij zocht

Zij zocht naar antwoorden.
Vele levens lang.

Totdat ze,
vermoeid, verdrietig en innerlijk stervend,
het zoeken opgaf
en de vragen hààr begonnen te leven.

Waardoor alles anders werd.

Dieper werd.
Helder werd.
Waardoor alles licht werd.

En dit haar niet meer interesseerde.

307. 4 mei en haar innerlijke alchemie

Zij maakt de gewoonte
om lachen te bouwen
uit generaties oude tranen.

Om geven te bouwen
uit haar nemen.

Moed te bouwen
uit haar angst.

Ook maakt zij de gewoonte
om stilte te bouwen
uit lawaai.

Vrede uit haat.

Warmte uit pijn.

En de gewoonte die zij vooral maakt,
is om op de aarde te lopen
alsof ze iedere stap
de grond kust met haar voeten.

Terwijl ze schaterend haar weg vervolgt
en huilt om hen die stampvoeten
alsof het leven hun vijand is
alsof de ander een ander is
en alsof zij zelf nooit echt zijn geboren.

Terwijl zij oorverdovend schreeuwen.
Klagen.
En eeuwig blijven doden.

En zij,
Zij kust de aarde met haar voeten.

306. De oorsprong van het Wilhelmus en van Koningsdag

De melodie van ons huidige volkslied, het Wilhelmus, werd gespeeld tijdens de Slag van Chartres in 1568 toen de Hugenoten (protestanten) onder leiding van Lodewijk I, prins van Bourbon-Condé, de stad belegerden. Het lied heette:

‘Oh la folle entreprise du prince de Condé’.

Bij die slag was aanwezig de Zuid-Nederlandse theoloog en monnik Petrus Datheen die het Franse lied van Nederlandse tekst voorzag tussen 1568 – 1572.
Dit is althans de laatste theorie (uit 2016) over de oorsprong van ons huidige volkslied.
De oudere theorie, die het ook niet zeker wist, verwijst naar Philips Marnix van Sint Aldegonde, de gezant en vriend van Willem van Oranje, die hier zelf nooit iets over heeft gezegd, dus aannemelijk klinkt deze oude theorie niet.
Ik kies dus voor Petrus Datheen, als zijnde de tekstschrijver van het Wilhelmus.
De componist is onbekend, maar zal vermoedelijk een Franse Hugenoot zijn geweest.
In 1626 heeft Adriaen Valerius het lied voor het eerst op notenschrift vastgelegd.
Dit volkslied werd niet door iedereen gewaardeerd. Zo waren de anti-orangisten, de katholieken, de patriotten, en later de socialisten tegen de tekst.
Van 1817 – 1932 hadden we hierdoor een ander volkslied (na een prijsvraag), getiteld:
Wien Neerlandsch bloed.
Componist Johan Wilm.
Tekst Hendrik Tollens.
In dit lied komt de zin voor:

‘Wien Neerlandsch bloed door d’aderen vloeit,
Van vreemde smetten vrij.’

Vooral dit laatste zinsdeel maakte dat het lied nooit echt omarmd werd door het volk en al helemaal niet in ‘onze’ koloniën.
In 1932 werd, vooral op aandrang van Koningin Wilhelmina, door de regeringsraad dan toch maar besloten het Wilhelmus wederom in te voeren als volkslied.
In WOII kreeg het lied een nationale verbindende functie doordat het altijd gespeeld werd ter afsluiting van iedere uitzending van Radio Oranje vanuit Londen, waar Wilhelmina haar gloedvolle toespraken hield voor het onderdrukte Nederlandse volk.
Een gezamenlijke vijand verbindt …
Het Wilhelmus heeft in totaal 15 coupletten en ieder couplet begint met de volgende letter van de naam: Willem van Nassau (waarbij de laatste u als v wordt geschreven).

KONINGSDAG
Onze eerste nationale feestdag heeft als oorsprong: 18 juni 1815.
Het is de dag dat Napoleon de Slag bij Waterloo verliest waardoor Nederland weer een vrij land wordt. Deze nationale feestdag heette: WATERLOODAG.
Dit raakte echter in de vergetelheid en toen bedachten de Liberalen een nieuwe nationale feestdag om de eenheid van land en volk te benadrukken.
Dit werd: PRINSESSEDAG.
Ingesteld vanaf 31 augustus 1885 toen Prinses Wilhelmina 5 jaar oud werd.
In 1898 werd dit dus automatisch KONINGINNEDAG toen Wilhelmina 18 jaar werd en wettelijk mocht gaan regeren. Deze eerste echte Koninginnedag werd overigens alleen nog maar in Utrecht gevierd. Wilhelmina bleef op haar verjaardag gewoon thuis.

Op 30 april 1948 wordt Juliana koningin en zij stelt het ‘Défilé op Soestdijk’ in, waarbij ik altijd moet denken aan de hilarische conference van Wim Sonneveld hierover.
Oceanen van bloemen en cadeaus lagen op de trappen van het bordes en een eindeloze stoet mensen ging wuivend voorbij aan de terugzwaaiende en steeds vermoeider wordende koninklijke familie.
Het tv-verslag hiervan werd gedaan door Dick Paschier die ook het tv-programma Zeskamp presenteerde.

Op 30 april 1980 komt Beatrix aan het bewind en die bezoekt, met familie, verschillende steden op één dag.

Op 27 april 2013 treedt Willem-Alexander aan en vieren we de eerste KONINGSDAG.
De koning bezoekt, ook met familie, steeds één stad die een regionale functie vervult,
zoals dit jaar 2024 : Emmen.

305. Luisteren en horen

De mens zet zich neer tegen een boom.
En luistert langdurig.
Naar de boom die stilte is
en in stilte haar stille takken spreidt
naar de stille lucht.

Ze loopt de stad in.
Het geluid van auto’s, muziek, kinderen, ruzie, gekrijs, oorlog omringen haar.
Zij luistert langdurig.
Zij hoort dat er geen grens is tussen geluid en stilte.
Zij hoort dat in het diepst van ieder geluid slechts grenzeloze stilte is.

Ze hoort mensen.
Voelt emoties.
Ze luistert aandachtig naar angst, pijn, woede, haat, rouw, verdriet, vreugde.
Waar ze hoort dat in het diepst van de razende haat,
van iedere emotie en gedachte,
de stilte onaanraakbaar aanwezig is.
Dat haat stilte niet kan pakken.
Dat het wezen van emotie stille stilte is
terwijl alles beweegt
en alles schreeuwt.

Zij wandelt door de wereld.
Overal waar zij loopt zijn kleuren, vormen, mensen, beweging, geluiden.
Zij luistert aandachtig.
Zij hoort dat in iedere kleur, iedere vorm,
ieder mens, iedere beweging, ieder geluid
volmaakte stilte is.

Terwijl ze de hele aardbol over reist.
En in aandacht luistert.
Hoort ze niet alleen dat de aarde stilte is.
De aarde baadt in een stilte die oneindig groter is dan de aarde zelf.

Hoe hard de mens ook huilt, krijst, gilt,
materie laat schreeuwen,
bommen laat vallen,
verkeer laat razen,
tranen laat vallen om peilloos verlies,
overal hoort ze niets dan stilte.
In en om haar heen.
Zelfs het hele heelal baadt in een stilte die groter is dan ruimte ooit kan worden.

Zij hoort dat stilte vrede is.
En dat vrede kracht is.

Naarmate ze dieper luistert
wordt het stiller
neemt de stilte bezit van haar
wordt ze de stilte
die ze is en altijd is geweest.

Ze hoort
dat stille vrede de stof is
waaruit al het leven is gemaakt.

Dat vrede nooit geboren is
nooit zal sterven.
Dat dit moment vrede is
dat vrede onuitroeibaar is.

Ze begrijpt
dat ieder mens,
vriend en vijand,
dat wij allen vrede zijn.

Hoe hard de mens ook hoofdschuddend
blijft krijsen, vechten en moorden.
Midden in ongehoord vredige stilte.
Die stilstaat.
Stil is.

Is.

Ongekend.

304. Complot’theorieën’

Ze komen van origine uit de roddelcultuur en achterdochtpolitiek van het Midden-Oosten: complot’theorieën’.
En altijd komen ze sterker op als een samenleving in de problemen zit, mensen onzeker worden en minder houvast hebben.

Zoals nu.

Complotdenkers maken zichzelf graag wijs dat zij iets ‘zien’ wat anderen niet zien. Zij zijn ‘wakker’. Roepen ze.
Nou is hier door meerdere gerenommeerde onafhankelijke wetenschappers en journalisten vele malen grondig onderzoek naar verricht en steeds blijft van de samenzweringstheorieën geen spaan heel. Men noemt ze dan ook wel Voodoo verhalen.

De vraag is:
wanneer is iemand een complotdenker en wanneer een rationele, kritische scepticus?

Zo hebben sommigen kritiek op 5G-zendmasten. Er zijn mensen die daar inderdaad gevoelig voor zijn en last van hebben en we weten dat adviescommissies in enkele gevallen het belang van de industrie dienen. Dus een kritische, sceptische blik is vereist.
Ook bij de Toeslagenaffaire kan ik me heel goed voorstellen dat mensen nog verder gaan en er bij voorbaat niet meer vanuit gaan dat de overheid goed voor ze zorgt en zijn werk goed doet.
Het kantelpunt van gezonde scepticus naar complotter ontstaat wanneer men na de kritiek op de 5G-zendmasten of de Toeslagenaffaire beweert dat mensen de wereldmacht willen pakken om een (digitale) dictatuur te vestigen. Of dat er machten zijn die het gewone volk bestuurbaar willen maken via aluminiumdeeltjes in vliegtuigsporen en via een chipje in de cornavaccins.
De drijfveer van dit kantelpunt is de argwaan dat alles binnen een hoger plan valt.

ARGWAAN
Het interessante hiervan is dat deze argwaan veel eerder is ontstaan in het leven van de complotdenkers en niet is ontstaan door de bouw van 5G-zendmasten. Het wantrouwen was er al.
Het blijkt vrijwel altijd dat de mensen met deze argwaan ooit ergens slachtoffer van zijn geworden. En dit gebleven zijn. Ze hebben bijna allemaal een burn-out gehad, of een ziekte, of ze zijn weggepest, of uitkeringstrekker geworden als gevolg van arbeidsongeschiktheid, of alcoholist, of drugsgebruiker.
Velen van ons kennen dit leed tijdelijk in hun leven. Het verschil met de complotdenker is echter dat die niet meer is opgestaan om het heft in eigen handen te nemen, zichzelf verantwoordelijk te maken, maar slachtoffer is gebleven en de schuld blijft zoeken bij een externe, georganiseerde instantie die door hogere machten wordt bestuurd.
Het blijkt dat vrijwel al deze mensen te maken hebben met een onderliggend lijden dat niet is gehoord. Ze staan alléén in hun gevoel van verlatenheid. Het is te gemakkelijk om ze allemaal onder de noemer van ‘wappies’ te stoppen. Hiermee wordt hun verlatenheid alleen maar versterkt.

IN GESPREK MET EEN COMPLOTTER
Wanneer we in gesprek gaan, is het dus zaak om zowel naar de inhoud als naar het onderliggende lijden te luisteren, mee te voelen, empathie te hebben.
Het is hierbij goed te weten dat, net als in de beginfase van therapeutische gesprekken, we in dit gesprek allereerst praten tégen een weerstand en niet mét een persoon. De persoon is nog verscholen, het masker spreekt, niet het individu.
Deze levensangst dient met empathie benaderd te worden anders raken we de gesprekspartner kwijt. Als we dit niet doen dan komt hij weer alleen te staan, waar hij altijd al was, en wordt hij bevestigd in zijn overtuiging dat niemand te vertrouwen is.
Lukt het ons om met inlevingsvermogen en empathisch doorvragen in werkelijk contact te blijven met de argwaan dan zakken we stap voor stap naar de onderstroom van het gesprek. Daar vinden we, na eerst alle lagen afgepeld te hebben, uiteindelijk datgene wat nooit gevoeld mocht worden: een diep, eenzaam verdriet.
Wanneer het verdriet er mag zijn, wanneer het volledig gevoeld en geuit mag worden, pas daarna en ook beslist niet eerder, kunnen we een redelijk gesprek voeren over de inhoud.
Die inhoud zal dan echter niet meer gaan over complotten. Deze denkbeelden zijn dan namelijk weggespoeld door de zachtheid en de waarachtigheid van de tranen.

RATIO EN EMOTIE
Werkelijk doorvoelde emotie is altijd oneindig veel sterker dan welk rationeel argument dan ook. Daarom heeft discussiëren vaak zo weinig zin. En daarom ligt de oorzaak van ieder maatschappelijk en persoonlijk probleem nooit op het rationele, maar op het emotionele vlak. Het is altijd het innerlijke, onuitgesproken verbod op de emotie dat een bevrijdende oplossing in de weg staat.
Zo zien we heden ten dage vele zogenaamd boze mensen die schelden op de politie en de overheid. Hun boosheid heeft echter vaak niets met de politie of de overheid te maken.
De functie van deze woede is om de angst/pijn/machteloosheid te verbergen die eronder ligt. En die angst ontkent men.

DE WORTEL VAN IEDER PROBLEEM
Er is één wortel waar alle andere problemen uit voortkomen, zowel die van op het oog normaal functionerende mensen, als van complotters, jihadisten en terroristen: gebrek aan erkenning.
Mensen die zich fundamenteel niet erkend (niet gezien, niet gehoord, niet begrepen, niet gevoeld) voelen, lopen rond met een gekwetste, pijnlijke, innerlijke wond. Zij zullen er alles aan doen om hun pijn niet te voelen en niet te tonen.
In plaats daarvan openen ze hun magische goocheldoos om alle trucs tevoorschijn te toveren die ze maar kunnen verzinnen.
Van het ophouden van een permanente glimlach tot het vertellen van complottheorieën.
Van het overdreven hard werken tot het overmatig zuipen van drank.
Van het ‘pleasen’ van anderen tot heroïne spuiten.
Van het gooien van stenen naar de ME tot het onthoofden van een leraar die een Mohammed cartoon bespreekt.
En tot het werpen van kernbommen op steden aan toe.

De meeste relatieproblemen, conflicten en oorlogen ontstaan vanuit een verborgen, verboden, niet erkende kwetsing. En zelden vanuit een ideologie of een rationele maatschappijvisie.
Laat staan vanuit waarheid.
Of schoonheid.

SAMENGEVAT
Onder de complottheorie drijft altijd een niet erkende emotie die smeekt om aanvaarding.
Oftewel, onder het complotverhaal zit altijd een verdrietig jongetje of meisje dat niet mag leven en het via deze complot-omweg toch probeert.

De vraag is:
Welk verhaal vertelt hij/zij nu werkelijk?
Welk verhaal wordt verteld in de diepste lagen van zijn/haar innerlijk, waar het complotverhaal hem/haar nu juist vandaan trekt.
Het complotverhaal is de afleidingsmanoeuvre.
De niet erkende pijn die eronder zit is de drijfveer. Daar gaat het om.
Om die getraumatiseerde drijfveer.
Wat is dat?
En waarom mag die niet gevoeld en gezien worden?
Wie bepaalt dat?
En wie is hier anders verantwoordelijk voor dan de persoon in kwestie?

303. Het gaat steeds beter met de aarde. Met de mens. En door de mens.

Hoe staan we ervoor?
Als Aarde en als mens?
Dit kunnen we zien wanneer we het grotere overzicht hebben. Wanneer we de waan van de dag verlaten, teruggaan in de tijd en die vergelijken met onze tijd.
Bijvoorbeeld de 16e en 17e eeuw. Deze laatste is onze veelgeroemde Gouden Eeuw!
Wat was daar zo Goud aan?

DE WERELD IN DE 16E EN 17E EEUW
De menselijke levensverwachting was 35 jaar. Vandaag zitten we rond de 80 jaar.
Moeder- en kindersterfte waren torenhoog.
Er waren niet alleen vele ziektes, maar vooral veel ongeneeslijke en dodelijke ziektes, zoals dysenterie, malaria, difterie, pokken, lepra, cholera en de pest.
Er waren nog geen wetenschappers zoals nu die binnen een jaar een vaccin konden uitvinden om ziektes te bestrijden. Er waren zelfs nauwelijks nog wetenschappers en er waren al helemaal geen vaccins. Dus stierven mensen jong.
Er waren in die tijd enorme milieuproblemen. Bossen gingen massaal tegen de vlakte voor de bouw van schepen en huizen, maar vooral om te verstoken.
Er waren nog geen alternatieve energiebronnen voorhanden. Die zijn pas in onze tijd ontdekt en in gebruik gezet door wetenschap en technologie.
In Engeland verbrandden huishoudens destijds volop kolen. Boven Londen hing een permanente deken van rook. Roet daalde overal en doorlopend neer.
De Londenaren spuwden zwart.

Er bestond een onvoorstelbare wreedheid tegen dieren. Men dacht toen nog dat dieren geen pijn voelden en niet konden lijden.
De misdaad tierde overal welig, ondanks de gruwelijke straffen en martelingen. Iedere stad had zijn galgenveld waar de lijken net zolang bleven hangen tot het vlees door de beesten was weggevreten. De stank was afschuwelijk, evenals die van de grachten die open riolen waren vol vuilnis, poep en pis. En waar mensen dorstig uit dronken.
Mensen met psychische problemen werden niet behandeld, maar buiten de maatschappij geplaatst in gekkenhuizen of dolhuizen waar ze vastgebonden werden aan hun bedden en op openbare dagen tegen geld tentoongesteld werden aan de bevolking. Het geld waar zij zelf overigens niets van zagen. De bestuurders wél.

Overal in Europa woedden verwoestende oorlogen. Ieder land was wel een keer met een ander in oorlog. Van eenheid, vrede of unie was nergens sprake, hoezeer de katholieke Bourgondische en Habsburgse heersers ook hun best deden. Wij hadden de Tachtigjarige Oorlog en voerden daarna vier oorlogen tegen Engeland.
Als we nog verder teruggaan in de tijd waren er in de 14e en 15e eeuw de Hoekse en Kabeljauwse Twisten, waarin de Nederlanders 150 jaar lang met en tegen elkaar in oorlog waren.
We konden van dit interne Nederlandse geweld toch echt niet de schuld aan ‘die buitenlanders’ geven, want die waren hier niet. Later, toen we de zeeën en oceanen gingen veroveren, hebben we ons binnenlandse geweld geëxporteerd naar onze koloniën, naar Indonesië en Suriname.

DE WERELD HONDERD JAAR GELEDEN
Maar goed, dit is allemaal lang geleden. Populistische politici verwijzen graag naar wat meer recente tijden toen Nederland nog Wit en Groot was. Wellicht dat in die prachtige vroegere tijd weldadige en vredige zaken zijn aan te wijzen?
Laten we eens honderd jaar teruggaan.

In 1922 stierven ruim drie op de tien kinderen vóór hun vijfde jaar.
In 2022 zijn dit er vier op de honderd.
In 1922 leefden zeven op de tien mensen in extreme armoede.
In 2022 zijn dit er minder dan een op de tien.
In 1922 was het gemiddelde aantal oorlogsdoden per jaar twintig op de honderdduizend.
In 2022 is dat aantal minder dan één op de honderdduizend.

Overal ter wereld neemt het geweld, en ook het aantal terroristische aanslagen, in verbazingwekkend snel tempo af.

KLIMAAT
Een van de grootste ontwikkelingen is geweest dat we erin zijn geslaagd het aantal klimaatdoden af te laten nemen.
Ja, je hoort het goed! Een geweldige prestatie!

In de jaren twintig van de vorige eeuw stierven jaarlijks 500 duizend mensen aan stormen, droogte, overstromingen en hittegolven.
Het afgelopen decennium waren het er minder dan 20 duizend per jaar.
Verrekend met de bijna zes miljard mensen die er sindsdien bijkwamen, is dat een daling van 98% (!).
Dit alles gebeurde dus ondanks de klimaatverandering, ondanks het verlies aan biodiversiteit en ondanks de immense bevolkingstoename. Of misschien dankzij de bevolkingstoename?

DE WERELD VANDAAG
Hoe kan deze prachtige ontwikkeling en deze nieuwe immense kwaliteit plaatsvinden?
De oorzaak is de enorme toename van het probleemoplossend vermogen van de mens. We zijn veel creatiever geworden op alle gebieden, intelligenter ook, en welwillender. We zijn vooral veel meer in staat tot samenwerken dan vroeger. Inmiddels zelfs op Europees – en wereldniveau.
Met landen waar we vroeger oorlogen tegen voerden, zitten we nu mee aan overlegtafels.
En spreken we met elkaar.
Hierdoor komt het ook dat onze Europese bossen weer groeien.
De lucht die we inademen is veel schoner dan tijdens de Industriële Revolutie van de 18e en 19e eeuw. In de grote rivieren zwemt weer volop vis. In Nederland keerden de zeearend, de wolf en de wilde kat terug.
Bovendien is de mens bezig de oerang-oetang en de panda voor uitsterven te behoeden en de sakhalinwolf en de atlasbeer te beschermen. Iets wat in het hoofd van een 17e of 19e eeuwer nooit zou hebben kunnen opkomen.

Zelfs de onstuimige groei van de wereldbevolking vlakt inmiddels af.

In 1922 baarden vrouwen gemiddeld 5,2 kinderen.
In 2022 waren dit er 2,4.
Dat aantal zal volgens de voorspellingen tot nabij de 2 zijn gedaald rond 2070. Hierna zal de wereldbevolking weer beginnen te krimpen. Ook in Afrika zet nu de daling al in.

Een hele vooruitgang sinds de tijd dat de Gelderlanders oorlog voerden tegen de Overijsselers, de Friezen tegen de Groningers, de katholieken tegen de protestanten. Toen iedereen tegen iedereen en een straffende God tegen ons allen was.
Een hele vooruitgang sinds de tijd toen iedereen dom, gewelddadig en lelijk was vergeleken met de menselijke intelligentie, de slimheid en de schoonheid van vandaag. En met de gigantische toename van kennis, wetenschap en technologie.
Gezien deze enorme kennis en dit snel groeiende probleemoplossend vermogen van de mens, waarom zouden we er dan ook niet in slagen de klimaatverandering te neutraliseren?
En de biodiversiteit weer op te krikken?
Waarom zou het ons niet lukken om het basisinkomen in te voeren?
Om wereldwijd de armsten een bestaanszekerheid te geven?
Waarom zouden we honger niet nóg verder kunnen terugdringen?
Waarom zouden we niet fatsoenlijk om kunnen gaan met migranten?

De toekomst is wat wij ervan maken en we zijn op de goede weg.
Die betere wereld is dus geen vaag ideaalbeeld van een verre toekomst.
Zij is er nu al.
En het leven wordt alleen maar nóg beter op Aarde.

Omdat WIJ beter worden.

Het is onvermijdelijk.
Zie!
De mens!
De prachtige mens!

302. Een moeder in het toilet

In Anne&Max, de zaak naast het voormalige Delftse treinstationnetje, loopt een fier-zwangere vrouw met haar andere kleine mensje aan de hand naar de toiletten.
Als gevolg van twee koffies spoed ik mij daar even later ook heen.
Op het moment dat ik de ruimte in loop, zie ik aan het eind van de gezamenlijke gang haar rug vóór haar kind. Terwijl ze haar kindje verzorgt, draait ze in een flits haar hoofd en ogen iets naar rechts om mij een fractie van een tel te zien, in te schatten en, indien noodzakelijk, te doden.
Dan sla ik rechtsaf naar mijn gesloten afdeling. En zie ik de volgende gedachten door mij heen zweven :

‘Nooit is een mens meer aanwezig, alerter, beschermender, scherper, liever én gevaarlijker dan een moeder die het leven van haar kroosten 24 uur per dag, tel na tel, verzorgt en bewaakt en iedere druppel bloed offert voor hen die oneindig belangrijker voor haar zijn dan zij zelf ooit voor zichzelf is geweest.’

Dit zei mij deze ene lieve, meedogenloze moederoogflits.
Die mij alle engelenmoeders op aarde deed zien. En even liet voelen.
Vandaag,
op de sterfdag van mijn vader.