26. Dorpsverhaal 5. Ome Cees

Er was een vrouw in het dorp die in een tehuis werkte en later niet meer. 
Hij zei toen niet:
‘Ze stal en daarom werd ze ontslagen.’
Hij zei: 
‘Ze werd uitgebonjourd, want ze kon niet met haar handjes van het goud afblijven.’ 

Ik heb het over ome Cees Slikker. 
Die zei zelden normale dingen, net als mijn vader. Behalve zwagers waren ze dan ook vrienden. 
Ome Cees werkte op een kraanwagen en was bezig met de dijkversteviging van de Hondsbossche Zeewering bij Petten. Ik dacht vroeger als jongetje dat hij dat in zijn eentje deed, die dijk ophogen. Ik dacht dat Nederland zonder ome Cees zou overstromen. Ik vond dat een enge gedachte en was blij dat hij bestond, want dat gaf een veilig gevoel.
Door ome Cees zou 1953 niet meer terugkomen. 
Sterk als hij was, gaf hij me altijd een stevige handdruk en dat deed zeer. 
Ik dacht dan altijd dat dat kwam door die dijkversteviging. Hoe zou je een dijk kunnen bouwen als je slap was?
Behalve dijkversteviger was ome Cees ook een geboren observator. 
In latere jaren werkte ik met hem achter de bar in de Prins Maurits en in ’t Centrum in Winkel. Soms was hij plotseling weg. Dan zag ik dat hij zijn bril in de bar had achtergelaten en stond hij tussen klanten de boosheid te sussen. Hij was erbij voordat het uit de hand liep en voordat de klappen vielen. 
Hij was pro-actief, werkte preventief en deed aan agressie-regulatie. 
Al kenden ze die woorden niet op de Hondsbossche Zeewering. 
Als een agressieve klant hem uitschold, dan keek hij achterom, alsof dáár het beoogde slachtoffer zou moeten staan, draaide zijn hoofd weer naar de klant en haalde dan verbaasd zijn schouders op. 

Levenskunst. 

Op een keer kwam hij onverwachts bij ons thuis en zei: 
‘Ik kom hier even, want mijn vrouw maakt van alle deuren draaideuren ….’

Die scherpe blik, die relaxte houding bij agressie en die aparte humor kwamen érgens vandaan, maar ik wist niet precies wáár. Dat ontdekte ik pas later, want hij sprak er nooit over.
Ome Cees zat in de Tweede Wereldoorlog in het verzet. In 1940 was hij twintig jaar jong. Wapens oppikken bij wapendroppings en ze dan verspreiden met gevaar voor eigen leven, zoals zovele onbekenden. 
Zonder lintje van de Koningin, maar die heeft zélf ooit een aanslag overleefd in Apeldoorn, vierenzestig jaar na de bevrijding. Ik denk dat ome Cees haar gered heeft. Op het nippertje.
Zijn werk was zand en prut en van die prut maakte hij juweeltjes in zijn uitspraken. 

Toen een armoedig iemand, en die waren er genoeg, enige dagen achter elkaar dezelfde oude kleren droeg, zei Ome Cees niet: ‘Hij is arm’ of ‘wat een oude kleren’. Hij zei:
‘Onze miljonair zit zeker wat matig in zijn manufacturen.’ 

Poëzie.
In de prut. 

Zijn humor had meerdere functies. Zo wist hij veel conflicten te voorkómen.
Toen hij van een aardig familielid die op haringvangst was geweest gratis een haring kreeg aangeboden, ontdekte ome Cees dat die haring niet zo lekker was, dus ja, hoe los je zoiets nou tactisch op? 
Op de vraag van de man ‘Hoe vind je mijn haring?’ antwoordde ome Cees: 
‘Ik heb zelden zo’n haring gegeten.’ 

Een andere functie van zijn humor was om samen plezier te maken. Toen hij en mijn vader eens op een terras zaten (‘mooi zitten, mooi kijken’), kwam er een man langs gelopen met een nogal opvallend hoofd. Mijn vader zei niets en dacht: ‘Die man lijkt precies op een hond’. En terwijl hij daarover in gedachten verzonken was, hoorde hij naast zich Ome Cees zachtjes blaffen …. : ‘Woef’.

Ome Cees is overleden op 100-jarige leeftijd.
Zijn stevige handdruk geeft hij niet meer op aarde.
Zijn werk is gedaan.
We zijn veilig.

Een gedachte over “26. Dorpsverhaal 5. Ome Cees

Plaats een reactie