We zijn van opa en oma’s kant voortgekomen uit de Butters en de Stammesen.
Om het algemeen en enigszins zwart-wit te verwoorden:
De Butters waren compromisloos, avonturiers, wereldreizigers, strijdbaar, energiek, ondernemers en soms ook boze fanatici.
De Stammesen waren meer zachtaardig, vriendelijk, gezellig, sociaal en humoristisch.
Hét voorbeeld van het Butter-karakter was tante Rie die in 1920 op zeventienjarige leeftijd eerst naar Frankrijk en daarna in haar eentje naar Canada vertrok. Emigratie.
Toen ze vlak voor haar overlijden op 101-jarige leeftijd (want ze geven niet snel op die Butters) in Canada geïnterviewd werd door mijn broer Niko en hij haar nieuwsgierig de vraag stelde waarom ze ooit Nieuwe Niedorp had verlaten en in haar eentje naar het verre, vreemde Canada was gegaan, antwoordde ze met een luide krachtige roep: ‘TO FIND A JOB!’
Een baan, geld, actie. Dáár ging het om. Geen gezeur. ‘Ut benne gaanders’, zeggen ze in Westfriesland.
Die compromisloze actie had overigens vaak een sociaal doel. Zo stichtte tante Rie daar een bungalowpark, hielp gehandicapten en deed aan ‘Social Work’.
Er is nog een foto van haar waarop ze een oorkonde krijgt opgespeld als dank voor ‘good services for the community’.
Tante Rie kwam na haar emigratie nog een paar keer op familiebezoek in Nieuwe Niedorp. Ik herinner me een bezoek van haar in 1961. Ik, 5 jaar, had van mijn vader vlak daarvóór al het verhaal gehoord dat tante Rie in haar bos in Canada een grizzlybeer had weggejaagd.
Mijn vader deed tante Rie na: ‘Ksssst!!’ En met grote armzwaaien joeg hij de imaginaire beer weg. Dát maakte grote indruk op mij!
Toen ik enkele dagen later op mijn kleine rode fietsje het grindpad bij oma en opa opreed, verscheen daar plotseling de legendarische tante Rie! Ik zag haar voor het eerst van mijn leven. Vol ontzag keek ik naar haar grote gestalte op en stelde de vraag die me al dagenlang op de lippen brandde:
‘Tante Rie, bent u nérgens bang voor?’
Ze lachte hartelijk en zei toen: ‘Nee, ik ben nergens bang voor.’
Ik vroeg: ‘Hoe jaagt u dan beren weg?’
Tante Rie legde haar tasje op het grindpad, spreidde haar voeten stevig op de grond en riep keihard: ‘Ksssst!!’ En breeduit en voluit zwaaide ze met haar grote sterke Canadese armen.
Mijn vader had gelijk. Tante Rie was nèèèrgens bang voor ….
Toen ze op dat bezoek was, had ze allereerst het plan om gezellig bij haar zus Trien, mijn oma Stammes, te logeren. Echter, toen tante Rie na veertig jaar verblijf in Canada bij haar zus binnenstapte met haar koffers, kregen de gezusters binnen drie minuten slaande ruzie.
Veertig jaar, Canada.
Drie minuten, Nierup.
Butters ….
Na deze compromisloze oorlog is tante Rie toen bij de buren, de familie Brouwer, gaan logeren.
Echter, met buurvrouw Brouwer had oma ook wel eens ruzie. Waarom zou je vrede stichten als de kans op oorlog nog niet helemaal verkeken is?
Een keer ging het om een uiterst belangwekkende kwestie, namelijk over Ali Turkstra, de huishoudster (zo noemde men zo’n vrouw althans) van S.G. Wit, de verzekeringsman. Oma begon al snel te schelden en te tieren waarop vrouw Brouwer stante pede wegliep. Na tien minuten kwam oma snotterend met tranen in haar ogen bij vrouw Brouwer terug en bood haar excuses aan. Ze waren buren.
In de moestuin bij opa en oma Stammes en op het grasveld met de arrenslee rook het fris. In huis rook het naar oude mensen. Dat merkte ik, zij niet. Zij waren oud.
Ik herinner me de familiefeestjes in de tuin bij de arrenslee of in de Opkamer, aan de dorpsstraat. Die waren altijd heel gezellig.
Opa Stammes was boer om geld te verdienen en goochelaar als levenshouding.
Toen mijn vader als voorzitter van Sociëteit ‘Over de Helft’ de jeugdbiljartclub had opgericht, mocht ik, als beginnend biljartertje van 13 jaar, een aantal keer met opa biljarten in de Prins Maurits van Piet Bakker. We dronken dan eerst thee bij oma en opa thuis en gingen daarna naar het vlakbij gelegen dorpscafé.
Opa speelde heel goed driebanden (hij had een échte reputatie in de wijde omgeving op dit gebied!), maakte ze soms over zeven banden, en kon een leeg klosje garen om een biljartbal laten draaien. Dan grijnsde hij, vergenoegd.
Én … hij kon een paar kunststoten maken! Op het biljart goochelde hij gewoon door.
Na de, achteraf bezien, laatste partij tussen opa en kleinzoon schonk opa mij zijn biljartkeu. Het was er een van 530 gram, een échte zware driebandenkeu.
Later, veel later pas, besefte ik wat voor een bijzonder moment dat was.
Een opa van tegen de tachtig die zijn jarenlang gebruikte driebandenkeu schenkt aan zijn kleinzoon van dertien ….
Opa deed ook aan harddraven. Eben Heser en Polona S. waren zijn renpaarden. Geheimzinnige namen in een andere wereld. Hij gokte op paarden en goochelde met geld.
Na de harddraverij in Schagen was er ’s avonds altijd vuurwerk. Als men dan aan mijn vader vroeg wat er te doen was, antwoordde hij: ‘Er is hardvuurderij en draafwerk.’
Opa goochelde ook wel eens een scheet tevoorschijn in zijn grote, grijze stoel en grijnsde dan, net als na een mooie kunststoot op het biljart, vergenoegd. Steevast reageerde zijn publiek, oma, verontwaardigd. Zijn zachtheid kon niet tegen haar hardheid op en zijn hoorbare scheten waren zijn wapen tegen haar scherpe woorden.
Je moet wát.
Als man.
Geweldig verhaal. Vat alles samen. Familieboek hoeft niet meer!Verzonden vanaf mijn Galaxy
LikeGeliked door 1 persoon