Ver terug in de vorige eeuw gingen Harmonie- en Fanfare korpsen 1x per jaar naar een muziekconcours om te strijden om de hoogste eer.
Zo ook ‘Excelsior’ uit Nieuwe Niedorp, dat later met ‘Crescendo’ uit Oude Niedorp zou fuseren tot Niedorps Fanfare.
Er was stevig gestudeerd en men had goede verwachtingen.
Het verplichte stuk had echter een nogal lastig begin: één lange noot van acht tellen, beginnend met ‘pianissimo’, oplopend in een klein crescendo naar ‘forte’.
Het publiek zat klaar, de jury was kritisch, en op het podium zat iedereen op de punt van de stoel, alert en attent.
De lippen tegen het mondstuk, de juiste embouchure, de vingers op de ventielen en kleppen, en de ogen gericht op de dirigent. Deze maakte een klein gebaar voor een zo zacht mogelijk gelijk begin en ……. men zette in.
Meteen ging het mis.
Waar het vandaan kwam en wie het was, wist niemand, maar het klonk niet goed. Iémand blies uit de toon. Alle ogen schoten verward heen en weer: wie was het? was ík het? was jíj het?
De ogen van de dirigent vlogen van links naar rechts, maar het tij was niet meer te keren: de inzet was miserabel. Het was zelfs oorverdovend vals!
En ja, het zou acht tellen duren, mét crescendo, en men was slechts drie tellen op weg.
Toen ging er nog meer niet goed ….
Tussen de muzikanten op de eerste rij ontstond verwarring, want één van hen zakte van z’n stoel langzaam naar beneden en viel op de grond tussen de benen van de anderen. Z’n hoorn gleed uit z’n handen en rolde onder een stoel.
Er waren op dat moment nog een paar mensen die tóch door bliezen en de acht seconden afmaakten. Maar de meesten stopten en keken ontsteld naar hun clublid die nu levenloos in hun midden lag.
Groot tumult barstte los.
De man, Rein Rougoor, werd , zo goed en zo kwaad als het ging, bij bewustzijn gebracht en later tussen twee collega’s naar de zijkant afgevoerd. Er werd tussen de juryleden en met de dirigent overlegd. Iedereen moest weer gaan zitten en er mocht opnieuw worden gestart.
Ondanks de verwarrende situatie was ieder weer bij de les en er werd voor de tweede maal ingezet. Ditmaal zuiverder dan zuiver en men oogstte veel en lang applaus na het verplichte nummer. Ook de andere muziek werd goed vertolkt, het korps promoveerde, en zo kwam alles weer op z’n pootjes terecht.
Ook het ingezakte lid Rein Rougoor was na de competitie weer helder aanspreekbaar en deelde in de goede afloop.
Wél had hij nog wat op te biechten.
Hij zei:
‘Na die eerste slechte inzet bedacht ik razendsnel hoe ik de hopeloze situatie nog kon redden. Ik aarzelde geen moment en deed net of ik flauwviel. Ik dacht:
misschien mogen we dan opnieuw beginnen, want anders zijn we bij voorbaat reddeloos verloren. En aldus voerde ik mijn snode plan uit.’
De flauwgevallen muzikant werd door iedereen geëerd en geprezen om zijn heldhaftige reddingsactie.
En zó redde Rein Rougoor het Fanfarekorps Excelsior van een uiterst smadelijke degradatie.