96. Dorpsverhaal 77. Rein Rougoor (2)

Rein was samen te vatten in drie delen, namelijk een begenadigd kolver, zich bij de dames gedragend als Casanova en aan de bar zich gelijkwaardig wanend aan een tempelier.
Die bewuste soosavond was er een wedstrijd in de Prins Maurits en Rein wist de ideale mix van deze drie vaardigheden te bereiken. Na afloop werd hij door een drietal medekolvers in de auto naar huis gebracht aan de toen nog doodlopende Zaagmolenstraat. Daar het uitstappen wat moeilijk verliep, namen twee vrienden hem bij de arm en begeleidden Rein huiswaarts. Een tiental meters van de deur rukte hij zich los en schreed kaarsrecht naar de voordeur, alwaar zijn vrouw Grietje Spreeuw (mijn vader noemde haar altijd: Sprietje Greeuw) de deur open zwaaide en de twee behulpzame vrienden stomverbaasd buiten liet staan.
De mannen liepen naar de auto en wilden huiswaarts keren, maar door de ruime draai belandde de auto muurvast in een greppel. In het daarna ontstane tumult ging hier en daar het licht aan en kwamen wat mensen naar buiten om poolshoogte te nemen.
Ook bij de familie Rougoor ging het licht aan en Rein kwam zelfs naar buiten met een slaapmuts op en een kamerjas aan, snel aangeschoten over het uitgaanstenue. Als een krijgsheer stapte Rein op de auto af en sprak de legendarische woorden:
‘Heren, heren, het is hier een nette buurt en ik verzoek u om geen lawaai te maken.
Mijn vrouw Grietje en ik willen van een fatsoenlijke nachtrust gebruik maken.’
Na deze woorden draaide hij zich om en liep waardig naar zijn woonhuis, iedereen verbouwereerd achterlatend.

Plaats een reactie