138. Poëzie 20. Leugens van een vader aan zijn zoon

De tijd, mijn kleine vent,
dat je tot mijn middel kwam
lijkt me gister nog
maar je komt nu al tot mijn hart
en voor jou begint de strijd

De tijd, mijn grote vent,
dat ik je wat les ga geven
is vandaag gekomen
geef me nog wat te drinken,
opdat ik je over het leven vertel

Je zult zien
vrienden sterven niet
kinderen verlaten je niet
vrouwen gaan niet weg

Je zult zien
de Aarde is een plaats van plezier
soldaten trekken niet meer ten oorlog
ze hebben de laatste strijd gestreden
Je zult het zien

En dan, mijn jonge vent,
bij ons gaat niemand dood
we zijn hier en geloof niet
dat wij vandaag zullen vertrekken
om in vroeger te gaan leven

De liefde ontmoet je alle dagen
en niets gaat voorbij en niets wordt gebroken
geef me nog wat te drinken
meer, méér, zo, genoeg, dank je

Ontrouwe vrouwen zie je slechts op schilderijen
ze maken alleen ruzie in boeken
in het echte leven zijn ze niet dezelfde
ze beminnen ons, ze beminnen ons.
Je zult het zien

Een man, mijn stoere vent,
is niet als een boot
die men verlaat als hij vergaat
en iedereen het schip verlaat
vrouwen en kinderen eerst
nee
een man vergaat niet

Je zult zien
huizen sterven niet
ideeën verlaten je niet
het hart gaat niet weg

Je zult zien
je zult voortgaan in schoonheid
op de wegen van de vrijheid
je zult leven in liefde
net als ik
Je zult het zien

Dus, mijn lieve vent,
ik die van jou houd en jij die van mij houdt
herinner je altijd dat je vader
een heilige afschuw had van leugens

een heilige afschuw van leugens

Je zult het zien, mijn zoon

Plaats een reactie