143. Poëzie 25. Een lentedag in Delft

Vandaag zit het lijf roerloos
op de bagagedrager
achterop de stilstaande fiets
over het zadel
het hoofd stil van binnen
de rechtervoet op en neer

En ik kijk

Voor het café en naast het terras
spelen zes mannen
van zestig jaar zestiger jaren muziek
een broodje haring vult de mond
samen met een glas rosé

En ik luister

Rode zigeunerjurken zwieren zalig voorbij
en knipogen
naar het broodje haring met uitjes
naar de bagagedrager
naar het glas rosé
naar het lichaam over het zadel

En ik voel

De zon groet de wereld
de huid wordt bruin
problemen bestaan niet
hebben nooit bestaan
zullen nooit bestaan
Iedereen is gelukkig

En ik weet
Ik wéét!

Want vandaag
Vandáág!

Begrijpen wij alles

Álles!

2 gedachten over “143. Poëzie 25. Een lentedag in Delft

Geef een reactie op Dick Stammes Reactie annuleren