149. Toevallingen 126 – 150

126.

De mens zoekt niet de bevrediging van zijn verlangen
maar de stilte die daarin verborgen zit

127.

Verlangen houdt zichzelf in stand
doordat we altijd verlangen
naar datgene
wat er nu niet is

128.

Je hébt geen vertrouwen
Je bént vertrouwen
Er zit dus niets anders op

129.

De vrouw besloot niet meer loyaal te zijn aan haar partner
En maakte zichzelf vrij
De relatie kon beginnen

130.

Het idee doodt de waarheid

131.

Iedere ware uitspraak heeft zijn tijdelijkheid

132.

De man hief radeloos zijn armen op
en riep uit:
‘Ik weet het niet meer. Niets werkt!’
Het echte werk kon beginnen
Dóór hem
Niet door hém

133.

Toen ze niets meer wilde, kon ze eindelijk beginnen

134.

Zolang hij nog iets wilde worden, bleef het leven op afstand

135.

Toen hij teveel wilde, stond dat in de weg van wat hij echt wilde

136.

Als een mens iets wil bereiken
moet hij eerst het tegenovergestelde meemaken
van wat hij wil bereiken

137.

Heling is:
het slopen van de muren der woede
door de rivieren van verdriet
Met in hun kielzog: de anderen

138.

Hij was voortdurend in conflict
en terwijl hij dácht dat hij riep: ‘Rot op!’
riep hij: ‘Houd van me!’

139.

Als je wrok koestert naar een ander
is dat hetzelfde als zelf het gif drinken
terwijl je denkt dat dát je vijand doodt

140.

Het belangrijkste moment in je leven is nu
De belangrijkste persoon in je leven is degene naar wie je nu kijkt
Het belangrijkste wat je te doen hebt in je leven is datgene wat je nu doet
De beste manier om je voor te bereiden op de toekomst en de dood is om volledig in aandacht aanwezig te zijn in dit moment nu
In dit moment nu dat nooit eindigt

141.

Je lichaam is waarheid
Je hoofd is leugen

142.

Wie was er eerder?
Jij?

Of je conditionering?
Wie is altijd eerder?
Jij?
Of je conditionering?
En als je het antwoord weet
wat is dan nog het probleem?

143.

De wereld is het lichaam van Bewustzijn

144.

Ons eigen leven moet onze boodschap zijn

145.

Hij was reeds intiem bekend met datgene waar hij naar zocht

146.

We horen niet wat iemand zegt
We beelden ons in wat hij bedoelt

147.

Als de zoeker vindt wat hij zoekt, dan verdwijnt de zoeker
En de vinder

148.

De angst voor de dood, die we proberen te verminderen,
en het gevoel van gemis, dat we proberen op te vullen,
zijn de twee gevoelens die het ingebeelde, afgescheiden zelf definiëren

149.

Als je vrij wilt zijn, moet je eerst je eigen gemaakte gevangenis ontdekken
En leren kennen

150.

Aanvaarding is een kwaliteit van bewustzijn, niet van de gedachten
Iets probéren te aanvaarden is het niet aanvaarden
En soms moet je aanvaarden dat je iets niet aanvaardt

Een gedachte over “149. Toevallingen 126 – 150

Plaats een reactie