154. Ontmoeting 2. Op straat op het Vrouwjuttenland

Nietsvermoedend loop ik op het Vrouwjuttenland richting Choorstraat tot ik voor mijn eigen ogen vijf jongens in hartje Puberteit wervelend zie orkanen.
Ik bedoel: duwen, trekken, roepen en vechten.

Zoals 15-jarigen betaamt.
Al eeuwen.

Ik nader ze tot dichtbij en zie dat de grootste van het stel zijn naaste vastpakt en zijn arm om diens hoofd klemt. In een vlaag van kortstondig mededogen geeft hij de gevangene echter de gelegenheid datzelfde hoofd een kwartslag te draaien en deze kijkt me nu recht en kermend in de ogen.
Ik kijk het slachtoffer aan en vraag: ‘Heb je hulp nodig?’
Hij roept stikkend: ‘Ja, meneer! Snel! Het is al bijna te laat!’
Ik duw tegen het grote lijf van de cipier en roep: ‘Kappe hiermee!’
Een ander zegt: ‘Die lange luistert toch niet.’
Ik roep harder: ‘Hé dikke vette! Loslate!’
De dikke vette schiet in de lach en verslapt even zijn greep waardoor de beklemde zich kan bevrijden.
Deze jubelt: ‘Bedankt meneer!’
En direct daarna: ‘Mag ik uw handtekening?’
Ik loop door, maar hij rent achter mij aan en stopt een briefje met pen in mijn hand. Lachend zet ik een willekeurige krabbel.
Hij kust het papiertje in innige euforie en toont het trots aan zijn vrienden.
Vlak voordat ik de hoek omsla naar de Choorstraat roepen ze in koor:
‘Bedankt meneer!’
Eentje gilt jubelend: ‘Ik ben u eeuwig dankbaar!’
Ik kijk nog even om en zie vijf gierende jongens de hele straat door stormachtig bewegen, elkaar op de schouders slaan en omver duwen in tomeloos concurrerend luidruchtige vriendschap.

Humor.
Wáár zou het zijn zónder pubers op straat?

2 gedachten over “154. Ontmoeting 2. Op straat op het Vrouwjuttenland

Geef een reactie op Dick Stammes Reactie annuleren