202. Ontmoeting 50. Maoie stôd agtâh de dêune …

Inderdaad, wat een mooie stad achter de duinen: oh, oh, Den Haag!

De Schilderswijk mooi opgeknapt, het Centraal Station verbouwd, de prachtige skyline met wereldse wolkenkrabbers, en niet te vergeten de pittoreske kleine straatjes met winkeltjes en kroegjes in het centrum.
Ik loop vanaf het nieuwe, vlekkeloos witte stadhuis, Het IJspaleis, en de theaters aan ’t Spui naar de Oude Kerk waarnaast een gedenksteen staat van Neerlands grootste filosoof: Spinoza. Historie, welvaart en herinneringen omarmen mij weldadig.
Achter de Oude Kerk is een pleintje dat behoort bij de Chinese wijk. Dus ruikt het naar geurende bakluchten van wokkende oosterse koks en oogt de plek multicultureel vredig.
Ik kijk naar klaterende kinderen die kirrend rennen naar klimrekken waarop ze hun aanval inzetten om ze triomfantelijk te overwinnen. Ontroerd kijk ik naar de heftig klauterende mensjes die volledig opgaan in hun spel.

Harmonie. Vrede. Plezier. Kinderen.

Als ze weg zijn, loop ik nagenietend naar de klimrekken. Dan pas zie ik dat er overal namen en leeftijden in zijn gegraveerd: Frits 12, Marijke 8, Pieter 10, Joke 4, Moshe 6.
Ik streel mijn hand over de honderden mooie namen gekerfd in vriendelijk speelgoed. Waarom staan die hier genoemd?
Ik kijk naar de grond en lees de woorden die het speelveldje omcirkelen:
‘Verdwenen is de Joodse buurt. Verdwenen zijn de kinderen. Weggevoerd in de Tweede Wereldoorlog. Omdat ze Joods waren. 170 Haags-Joodse kinderen keerden niet meer terug. Velen van hen speelden hier. Gingen hier naar school. Laten we ze niet vergeten. En zorgen dat zoiets nooit meer gebeurt.’

In de tram van den Haag naar Delft echoën woorden langdurig na.
En zorgen dat zoiets nooit meer gebeurt.
Nóóit meer gebeurt.
Nóóit meer.

Nóóit.

Een gedachte over “202. Ontmoeting 50. Maoie stôd agtâh de dêune …

Geef een reactie op Hans Reactie annuleren