205. Ontmoeting 53. De professor en de boeddhist

De professor:
De mens heeft van alle levende wezens het hoogste bewustzijn. Een elektron is bijvoorbeeld niet in staat een symfonie te componeren. We zien dus dat een elektron een lager bewustzijn heeft dan de mens. Hetzelfde geldt voor planten en dieren. Er bestaat een hiërarchie van bewustzijnen, van hoog tot laag, en de mens staat aan de top daarvan.

De boeddhist:
Deze woorden zijn een duidelijk voorbeeld van een discriminerende geest en komen voort uit een meerderwaardigheidscomplex, wat hetzelfde is als een minderwaardigheidscomplex of gelijkwaardigheidscomplex. 
Ik ben niet heel trots op dit complex waar wij mensen onder lijden en waar alle discriminatie uit voortkomt. 

Laten we nauwkeurig naar de feiten kijken.

Ieder mens bestaat uit niet-mens elementen, zoals elektronen, mineralen, planten, dieren. In ons zijn al deze niet-mens elementen werkzaam en zonder deze niet-mens elementen zouden wij geen mens zijn.
Als we iets denken, een gedachte produceren, dan is er niet een ik die deze gedachte produceert, maar alle elektronen, mineralen, planten en dieren in ons helpen mee om deze gedachte voort te brengen.
Maar ook onze voorouders zijn op dit moment, en altijd, werkzaam in ons en maken ons tot wie we zijn, wat we denken en wat we doen. 

Dit is geen theorie, maar werkelijke dagelijkse praktijk. 

Tevens is het zo dat als ik kijk, het niet alleen de ogen zijn die iets zien. Alle niet-oog elementen en alle voorouders in ons werken samen om dit zien mogelijk te maken. 
Wij kijken met alles en niet alleen met de ogen. De ogen werken samen met alles wat niet-oog is. Hoe zou je kunnen kijken zonder je hart, je adem of de aarde?
Alle mensen zijn een deel van Moeder Aarde. Dus ook Moeder Aarde helpt ons om een gedachte te produceren. Dit geldt ook voor de zon, want zonder de zon kan de aarde niet leven. Zowel de aarde als de zon zitten in ons en helpen ons om te denken, te handelen en te bestaan. 

Alles wat niet-ik is, maakt mij tot mijzelf.

Dus ook jij, en alles wat bestaat, helpt mij om mij tot mijzelf te maken.
En andersom. 
Dit geldt ook voor het heden, verleden en de toekomst. 
Het heden staat niet los van het verleden en de toekomst. 
Zij helpen elkaar en vormen elkaar. Dus als ik in staat ben om dit moment volledig aan te raken dan help ik het verleden te helen en de toekomst te verbeteren. 
Als ik in werkelijk contact sta met het heden, dan ben ik niet alleen in contact met het verleden en de toekomst, maar eveneens met de eeuwigheid.

Dit moment is diep verbonden met de eeuwigheid.
 
Het is niet zo dat de eeuwigheid beter of slechter is dan dit moment, of dat de ene mens beter is dan de andere, of dat een mens beter is dan een dier, plant of mineraal. 
Alles wat niet-ik is bestaat in ons, werkt met ons samen, en maakt ons tot wie we zijn.

Er bestaat dus geen afgescheiden ik, geen op zichzelf bestaand individu dat los staat van álles wat bestaat, heeft bestaan en zal bestaan.
En dit alles, mensen, zonnen, dieren, bomen, voorouders, elektronen, de aarde, jij, ik, de tijd, dit alles ligt in het hart van bewustzijn.

Een gedachte over “205. Ontmoeting 53. De professor en de boeddhist

Geef een reactie op Clasien de l'Ecluse Reactie annuleren