206. Ontmoeting 54. Mijn ware verhaal

Ooit liet Thich Nhat Hanh, de Vietnamese Zen-meester,
mij zien dat 7 miljard mensen op aarde iedere tel 
zichzelf en alle levende wezens discrimineren.
Tot aan mineralen aan toe.

Graag vertel ik je hoe deze Zen-meester,
die ooit door Martin Luther King werd voorgedragen
voor de Nobelprijs voor de Vrede, 
deze werkelijkheid aantoont.

In de jaren ’90 van de vorige eeuw,
na 15 jaar Zen-meditatie en beoefening in 
de Hippie-tempel van Amsterdam, ‘de Kosmos’,
zegde ik alles op,
mijn onderwijsbaan, mijn huis, al mijn spullen, mijn land,
en ging twee jaar bezitsloos op wereldreis.

Mijn eerste reis was het grote voorrecht om drie maanden lang
als Zen-monnik in aandacht en stilte te mogen leven, werken, eten, mediteren 
in Plum Village, de gemeenschap in Zuid-Frankrijk 
van de grote Zen-meester Thich Nhat Hanh.

Ik was erbij en zag hoe een Israelische moeder
wier kinderen met rotsen waren vermoord door Palestijnen
en ik zag hoe een Palestijnse man wiens benen kapot waren geschoten door Israëliers
met elkaar begonnen te spreken.

We zagen hoe hatende Israeliërs en Palestijnen,
en hoe woedende Vietnamezen en Amerikanen,
hun oorlogspijn en haat met elkaar deelden
en na helende weken van gezamenlijke meditaties, gesprekken 
en oefeningen,
samen naar hun landen terugkeerden
om met elkaar als aandachtige vredeswerkers de wonden van hun volk 
te helpen helen.

Zij en wij zagen in dat de oplossing van conflict en oorlog
niet op politiek terrein ligt,
maar in de dagelijks beoefende vrede van onze eigen gedachten.

Als je boeken leest verwerf je kennis.
Als je een groot Zen-meester in levende lijve dagelijks ontmoet,
absorbeer je het ijlste bewustzijn.

Gedurende 14 dagen
mediteren van 04.00 uur ’s ochtends tot 18.00 uur ’s avonds
in stilte eten
en om 20.00 uur naar bed.

Na deze twee stilte-weken begon het stille werk, 
drie maanden lang, 7 dagen per week.
Iedere 20 minuten luidde men ‘de bel van aandacht’. 
Iedereen liet dan ter plekke al het werk vallen waar hij mee bezig was
en richtte zijn aandacht op de ademhaling en het huidige moment.

Hoor je de bomen ruisen? 
Voel je je voeten op de grond?
Voel je je pijn, angsten, woede, verdriet, vreugde?
Zie je de ander? Echt?
Waar adem je nu?
Na een halve minuut vervolgde een ieder weer zijn werk,
nóg aandachtiger, bewuster en verstilder dan daarvoor,
en 20 minuten later klonk de bel wéér.

We kregen eetlessen, looplessen, begroetingslessen, spreeklessen, levenslessen, vredeslessen. En poeplessen. 
Hoe eet je?
Eten met elkaar in volledige stilte en aandacht maakt dat je traag 
en bewust gaat eten, langzaam kauwen 
tot het eten alleen nog maar sap is,
voordat het, traag, bewust en natuurlijk naar binnen glijdt.
En daarna een halve minuut of langer in stilte en aandacht 
wachten, luisteren, voelen,
totdat het lichaam vraagt om de volgende trage hap.
En als het lichaam niet vraagt,
stop je met verder eten.

Zelfs de toiletgang werd een Zen-oefening in aandacht.
Waar begint poepen?
En kun je daar met je aandacht bij blijven
en haar beweging volgen?
Een boeiende activiteit, nietwaar? 

En vooral, vooral,
leerden we, 
samen met Palestijnen en Israëliërs,
Vietnamezen en Amerikanen,
Hollanders, Fransen, Engelsen, 
en de hele wereld, 
het enorme, dramatische, ijzingwekkende verschil tussen,
onze discriminerende geest en onze eenheidsgeest.

En eenmaal terug in het dagelijkse bestaan van deze wereld,
voor mij na twee jaar,
begon onze échte levensoefening.
Hoe breng je openheid, zachtheid, bewustzijn, aandacht, vrede, eenheid,
in een wereld die leeft in het tegenovergestelde,
terwijl je dat tegenovergestelde in jezelf ook zo goed kent?

Dan ontmoet je eerst de oorlog in jezelf.
en zie je dat iedere uiterlijke oorlog en conflict
een gevolg is van de oorlogen
die wij iedere tel voeren in onszelf.
Deze oefening duurt een leven lang en stopt nooit
en iedere valkuil doet zich iedere tel voor.

Een Zen-meester is een spiegel.
Kunnen we onszelf zien?

En wie zien we dan?

3 gedachten over “206. Ontmoeting 54. Mijn ware verhaal

Plaats een reactie