MOMENT 1
Op het onmenselijk vroege tijdstip van 9.45 uur sla ik fietsend rechtsaf het Vesteplein op.
Voor mij een klaterende rij leerlingen van een basisschool, inclusief zorgende en vergeefs sssst roepende onderwijzers.
Als ik de waterval van ongeremde kindergeluiden nader steekt het voorste jongetje zijn hand gedecideerd op en roept blij autoritair : ‘STOP MENEER!’
Braaf stop ik, kijk, luister, wacht af.
‘Kent u een woord in het Chinees?’
Vraagt de 10-jarige autoriteit.
Vanuit de diepe lagen van mijn onbewuste komt het naar boven en braaf antwoord ik:
‘Ni hao.’
Hij maakt een sprong in de lucht met beide handen in de lucht, juicht, roept en gilt naar de hele rij: ‘HET IS GOED!! ‘
Alle 30 klaterende watervallen beginnen te juichen: ‘HET IS GOED!!’
In één beweging steken ze allemaal hun hand omhoog en de leider roept : ‘HIGH FIVE, MENEER!’
Ik rijd door met m’n linkerhand aan het stuur en mijn rechterhand in de high five positie.
Dertig klaterende tien-jarigen geven mij in een lange rij ieder hun enthousiaste high fiven terwijl ik overal hoor roepen: ‘HET IS GOED!! HET IS GOED!!’
En tot laat op die dag echoode mijn glimlach door de straten van Delft.
Die zagen dat het goed was.
MOMENT 2
Na mijn boodschappen in de namiddag bij de Albert Heijn XL aan de Martinus Nijhoflaan loop ik traag richting uitgang. Een groepje Noord-Afrikaanse jongens van 15 jaar met petjes in donkere trainingspakken staan voor de schuifdeuren van de in- en uitgang.
Ik sta even stil en zie mensen gespannen zwijgend wegkijken en om het groepje heen bewegen, terwijl de niets merkende jongens vrolijk en luidruchtig met elkaar staan te praten.
Ik neem mijn besluit en stap recht op de groep af. Net op dat moment komen er een paar jongens bij die de anderen een vriendschappelijke boks geven. Ik sta nu midden in de kring waar een nieuw gearriveerde jongen net bezig is zijn boks te geven, dus steek ik mijn vuist richting zijn vuist en roep : ‘Hee, bro, boks !’
Korte 15-jarige verbazing.
Dan opent zijn gezicht zich tot een stralend lachende zonnestraal en hij roept :
‘Jaa, Meneer, boks!’
We kijken elkaar aan en onze vuisten raken elkaar teder en blij.
Dan ontstaat er luid rumoer en beginnen de anderen zich wild te verdringen naar mij toe, terwijl iedere jongen roept : ‘Jaa, Meneer, ik ook boks!’
En al hun vuisten raken mijn vuist teder en blij.
Na de vele vrolijke boksbegroetingen loop ik met de boodschappen naar mijn fiets. Terwijl ik de fiets van het slot haal, rent een jongen naar mij toe met zijn vuist vooruit en roept :
‘U had mij nog geen boks gegeven, Meneer!’
Terwijl mijn hart bezig is totaal te smelten, zie ik onder zijn donkere, stoere pet een wilde wereld van pijnlijke verwondingen in vallend puin die schreeuwen om datgene wat er nooit was en wat er nooit mocht zijn.
En raken onze vuisten elkaar tederder en blijer dan ooit.
Wat een schoonheid, boxing Stammes!
LikeGeliked door 1 persoon