273. De Duitse vader en zijn zoon

Ze zitten op het terras aan de oude haven in Rotterdam: een Duitse vader en zijn zoon.
We raken aan de praat.
Zoon heeft gestudeerd in Duitsland en heeft nu werk in Delft. Vader is op bezoek en ze toeren samen wat rond. Vader roemt Nederland. Alles zo schoon! En de huizen en auto’s zo goed onderhouden. Weinig drukte en files, goede wegen, relaxte sfeer, enz. enz.
Als ik dit als Nederlander te horen krijg, voel ik me trots. Alsof ik al dit positiefs helemaal zelf landelijk heb bewerkstelligd.
Hierna spreekt vader over Duitsland. Het tegenovergestelde. Alles oud, smerig, en de mensen zijn alleen maar uit op geld.
‘Ik voel me niet meer thuis in mijn eigen land, de mensen zijn idioten geworden.’
Dan komt het onvermijdelijke punt waar hij eigenlijk naartoe wil: de immigranten.
En het beruchte: ‘Wir schaffen das.’
‘Zij hebben allemaal minimaal vijf kinderen en wij hooguit twee en dat gaat maar door!’
Zo oreert hij nog enige tijd verder, terwijl zoonlief hem aanvaardend aankijkt en een tegenovergestelde mening is toegedaan. Hij weet, kennelijk, dat als vaderlief eenmaal losgaat hij niet meer te houden is.
Als vader zijn zegje heeft gedaan, vraagt zijn zoon: ‘Maar waar ben je nou bang voor, papa?’
Papa schrikt. Kort.
Dan vaart hij uit: ‘Voor de toekomst van Duitsland!’
Ik vraag: ‘Welke toekomst? Van wie?’
Dan, plotseling, schiet vader vol. Een paar zachte tranen over zijn felle Duitse wangen.
Even blijft hij stil.
Hij herpakt zich en wijst naar zijn zoon:
‘Ik ben bang dat HIJ geen goede toekomst krijgt, dat HIJ het slechter krijgt dan ik, terwijl ik alleen maar heb geleefd en gewerkt voor ZIJN toekomst!’
Vader valt achterover in de terraskussens, alsof hij plotseling heel moe en oud is geworden.
Zoon leunt voorover, pakt papa’s hand, kijkt hem in de ogen en zegt :
‘Papa, ik ben niet bang voor mijn toekomst.’
Opeens,
in geen tijd,
vindt de omwenteling plaats
en zie ik
dat de vader in de zoon is
en de zoon in de vader
en zie ik
dat de vader de zoon wordt
en de zoon de vader.

Terwijl ik dit aanschouw. hoor ik een vertrouwde stille stem die vanuit de diepe Aarde over het Rotterdamse terras al eeuwenlang onverstoorbaar roept :
‘Wees niet bang, papa, mijn zoon.
Vertrouw.
Alles komt goed.
En …
Je raakt me niet kwijt.
Nooit.’

2 gedachten over “273. De Duitse vader en zijn zoon

Plaats een reactie