Wanneer een (top)sporter de snelste, beste, hoogste, sterkste is van het deelnemersveld dan juicht hij.
Waarom?
Hij juicht omdat hij het beste, het diepste, het krachtigste, het meest vaardige en verhevene uit zichzelf heeft gehaald en dit gedeeld met de wereld Het was zijn levensopdracht om dit te doen en de wereld heeft ervan genoten. Vandaar het applaus en de toejuichingen na afloop.
Hij dankt zijn tegenstander, omdat hij door die sterke, stimulerende, inspirerende tegenkracht nóg dieper in zichzelf moest duiken om nóg beter te presteren. Hij en zijn tegenstander hebben elkaar tot de grootst mogelijke hoogten gebracht.
Aan het eind van de strijd wordt ‘dit beste, dit hoogste, dit diepste uit zichzelf halen’ uitbundig gevierd. Men viert het leven zélf, in al haar kracht en schoonheid.
Zonder een sterke tegenstander zou dit diepe, dit hoge, dit sterke, dit geweldige presteren niet mogelijk geweest zijn. Vandaar ook de dankbaarheid naar de tegenstander die in diepere zin een medestander blijkt te zijn die tegenwicht biedt.
Nou is er enige verwarring geslopen in het concept ‘winnen en verliezen’.
Ego is er op een slinkse manier (want dat doen Ego’s) in geslopen, heeft de schoonheid hiervan gekaapt, en heeft bedacht dat competitie en concurrentie draait om het idee dat ‘ Ik win’ en ‘de ander verliest.’
Ego kunnen we in dit geval definiëren als de gedachte in ons die eeuwig naar erkenning zoekt via de buitenwereld, via de ander, om een innerlijk gat in zichzelf te vullen dat per definitie onvulbaar is.
Ego leeft vanuit een tekort.
Deze naar erkenning en waardering smekende gedachte verheugt zich in hoge mate in één gedachte in het bijzonder: ‘Ik ben beter dan de ander.’
Dus als een sporter sneller rent dan de anderen dan zegt Ego niet alleen ‘Ik ren sneller dan de anderen’, maar het zegt vooral ‘Ik bén beter dan de anderen.’ Ik ben niet alleen een betere renner, maar ik ben een beter mens.
Beter zijn dan de ander.
Beter zijn als mens.
Dat is Ego aan het woord.
Een sporter die het beste uit zichzelf haalt dankt zijn tegenstander, omdat die hem heeft geholpen iets nóg mooiers en nóg krachtigers uit zichzelf te halen. De tegenstander dankt hém om dezelfde reden.
Ego veracht de tegenstander, wil dat die verliest, en dat hij zélf wint ten koste van die tegenstander. Lukt dit niet dan gaat Ego schelden, vechten en vernielen, omdat Ego zichzelf miskent voelt als hij verliest.
Ieder Ego leeft vanuit minderwaardigheidscomplexen. Ego poogt deze complexen te overcompenseren niet alleen door zichzelf te verheffen via overwinningen, maar vooral door de tegenstander te kleineren, te vernederen tot iets wat minder is dan hij zelf.
Hoe minder of hoe lager de ander, hoe beter of hoger Ego zichzelf vindt.
Dit is wat tegenwoordig competitie en concurrentie inhoudt, zowel in sport als in zakenleven en politiek.
De schoonheid is veranderd in gif.
Een uitzondering hierop zijn de van oorsprong Aziatische sporten als judo en karate waarbij we het respect voor de tegenstander terug zien. Ook tijdens de Olympische Spelen zien we mooie voorbeelden van wat echte sport vermag.
De van oorsprong Europese (Engelse) sport voetbal toont vaak het tegenovergestelde en is inmiddels volledig gekaapt door Ego gedachten. Hier gaat ook verreweg het meeste geld in om waarin Ego zich weldadig wentelt.
Wat te doen?
Het gaat erom het wezen van concurrentie en competitie terug te brengen in de sport, de politiek, het onderwijs, de samenleving. Het biedt de geweldige mogelijkheid elkaar te inspireren om steeds beter te worden in het gebied waar onze talenten en kwaliteiten liggen.
We hebben elkaar nodig op alle gebieden.
We hebben elkaar nodig om onszelf nóg beter, bewuster, liever, krachtiger, mededogender te maken, zodat we deze geschenken kunnen delen met anderen teneinde onszelf en de wereld mooier te maken.
Laten we daarom voortdurend in competitie en concurrentie met elkaar zijn en het idee dat ik beter ben dan jij en jij beter bent dan ik achter ons laten.
Zo kunnen overwinningen gevierd worden als zijnde het overwinnen van onze beperkingen, het verruimen van ons bewustzijn en het eren van het krachtige leven.
En zo kan verlies geaccepteerd worden als respect naar de tegenstander die ons heeft geholpen het op dit moment beste uit onszelf te halen en te tonen dat het nóg beter kan. Waardoor het woord ‘verliezen’ zijn betekenis verliest.
Dit in de wetenschap dat wij als personen, als mensen, altijd gelijkwaardig ZIJN, maar dat we altijd kunnen leren van de ander die, op dit moment, iets beters DOET dan wij.
Het verschil zien tussen DOEN en ZIJN.
Op deze wijze kunnen we onmetelijke vreugde scheppen in dit leren en groeien.
Zelfs als kind op school.
Dit is namelijk competitie en concurrentie zonder het ego: het schept vreugde, kracht en dankbaarheid.
Competitie-concurrentie is in diepste en meest waarachtige zin een prachtige uiting van liefde, kracht en mededogen waarbij onze tegenstander onze medestander is die we bestrijden.
Op het scherpst van de snede.
Zonder pijn.
Zonder Ego.
PS.
Voor iedere Hij kan hier ook Zij gelezen worden. Enz.
Inderdaad! Als korfballer leerde ik vroeger de tegenstanders na afloop te bedanken voor de wedstrijd, ongeacht de uitslag!
LikeLike