We hebben afscheid moeten nemen van een bijzonder mens: Roel van der Kooi (82 jaar).
De ouders van Roel waren ooit, lang voordat ik geboren was, met hun kinderen per wals met een woonwagen erachteraan vanuit Groningen over de Afsluitdijk naar Nieuwe Niedorp gereden om huis en werk te vinden. Ze kwamen te wonen in de Sliksteeg waar wij ook woonden. Een buurtje waarin iedereen elkaar kende, groette en alles van elkaar wist. Het was er zo veilig dat niemand het woord veiligheid gebruikte.
De van der Kooien waren allemaal groot en sterk en dat maakte indruk op ons, de jongens van het dorp. Het was tenslotte de bedoeling dat wij dat ook ooit zouden worden: groot en sterk. Mijn vader, die alles wist tot aan mijn twaalfde jaar, zei alwetend: ‘De van der Kooien zijn zó sterk, ze ruiken helemaal sterk.
Sterk ruiken, wauw! Dan moet je wel héél sterk zijn, dacht ik sindsdien.
Ik meende dit hierna ook daadwerkelijk te kunnen ruiken als ik een van der Kooi op straat tegenkwam.
In onze puberteit en midden in onze uiterst veelbelovende voetbalcarrière als junioren werd Roel van der Kooi onze coach en elftalbegeleider. Een betere zet had de voetbalvereniging niet kunnen doen. Schot in de roos!
Roel was, behalve sterk, ook nog 1,99 meter lang, had een luide stem en een flinke baard. Dat was al een indrukwekkende binnenkomst!
We waren zestien jaar en de serieusheid voorbij. Roel reed ons in de weekenden in zijn busje van het Hoogheemraadschap door heel Westfriesland naar alle uitwedstrijden. Wij hielden van Roel en hij moet ook van ons hebben gehouden anders hou je zoiets niet vol met die zestienjarige ettertjes.
Dat zoiets niet altijd makkelijk is, toont het volgende verhaal.
In de jaren ’70 was er de oliecrisis onder het kabinet Den Uyl. Bezuinigingen. De autoloze zondag werd ingevoerd. Dus togen wij als juniorenelftal op onze stiekem opgevoerde brommers over de lege autoweg naar Graftdijk.
Het was november, koud, natte sneeuw, en we kwamen verkleumd aan op het terrein van onze gevreesde tegenstander. Die was echter zo vriendelijk geweest een kacheltje in onze kleedkamer te zetten, brandend en wel. Opgelucht legde ik mijn kletsnatte voetbalsokken op het kacheltje die hierop spontaan in de fik vlogen. Weg sokken. Iedereen de slappe lach en de wedstrijd moest nog beginnen tegen het altijd lastige Graftdijk. Wat doe je dan als resultaatgerichte mental coach?
Roel staat plechtig op, maant ons streng om stilte en zegt motiverend:
‘Jongens, denk erom! Niet meer dan 10 – 0 verliezen vandaag!’
En dat lukte. We waren tot op het bot gemotiveerd en verloren met precies 9 – 0.
Opdracht volbracht. Iedereen blij. Coach tevreden.
Nu de kernvraag. Want waar gaat het nu echt om?
Welke man is in staat jongens die los willen gaan goed te begeleiden?
In het geval van Roel was er sprake van een unieke combinatie van factoren.
Ten eerste hield hij van voetbal.
Ten tweede was hij op en top verenigingsmens.
Ten derde nam hij zijn verantwoordelijkheid.
Ten vierde kon je enorm met hem lachen.
En ten vijfde bezat hij iets unieks: een warm hart.
Tijdens zijn afscheid als coach mocht ik een speech voor Roel houden. Ik deed mijn best en ons elftal overlaadde hem met dankbare cadeaus. Met als topper een grote door mijn broer Niko gemaakte en ingelijste foto die de jaren daarna in de voetbalkantine zou hangen. (zie foto hieronder). Bij die uitreiking zagen wij, jonge voetballertjes, iets nieuws. Dat moment zijn we nooit meer vergeten.
Daar stond hij. Roel. Onze prachtcoach, sterke vent, twee meter lang, grote baard, luide stem, alleskunner. Onze vader in de voetbalweekenden. We zagen dit:
Roel had tranen in zijn ogen. Ontroering. Stilte. Prachtmoment!
Roel, op dat moment werd je onsterfelijk. En de beste. Niet met voetbal, wél als mens. De perfecte les voor zestienjarige pubers. En een wijze les om een leven lang nooit meer te vergeten.
Wat ik ook nooit meer vergeet is het volgende. Niko en ik staan met Roels vrouw Ita om het sterfbed van Roel. Roel kon al een paar jaar nauwelijks meer praten als gevolg van een ernstig ongeluk. Hij kon de woorden niet meer vinden. Hooguit nog Ja of Nee. Maar plotseling, terwijl Niko en ik dit voorval aan de stille Roel vertelden, zagen we dat hij iets wilde zeggen. Hij worstelde, kneep in onze handen en riep vanaf zijn sterfbed net als toen in de kleedkamer: 9 – 0!!
Een intenser huilend en lachend moment heb ik nooit ervaren in mijn leven.
Rust in vrede, topcoach en prachtmens.
Wat geweldig dat je er was voor ons.
Bedankt!

,
Schitterend verhaal weer, meneer Stammes!
LikeGeliked door 1 persoon
Dank je, Marc.
LikeLike
Ontroerend mooi verhaal, Dick, en schitterend verteld!
LikeGeliked door 1 persoon
Merci, cher ami!
LikeLike