371. Buurjongen

Ik had hem al lange tijd niet meer gezien.
Mijn buurjongen, ergens uit de wijk.
De laatste keer had hij gevraagd of ik misschien werk voor hem had.
Ik vroeg hem :
‘Wat doe je hier zo alleen op straat?’
‘Beetje chille, je weet toch?’
Wazige ogen, petje, zwart jack, jointje in de hand, midden op de dag, alleen.
Ja, ik weet toch.

Vaderloos.

Het is niet dat hij geen vader heeft, maar vaders kunnen zo intens afwezig zijn in opvoeding. Zo enorm afwezig dat ze eenzame jongens voortbrengen. En eenzame jongens zijn tot alles in staat, behalve van zichzelf houden.
Nooit geleerd, nooit gezien, nooit gevoeld.

Er is te weinig vader.

Maar nu, op Valentijnsdag, na maanden afwezigheid, zie ik hem weer, op zijn vaste plek, onder het poortje, ik op weg naar mijn boodschappen.
‘Hee buurjongen, lang niet gezien.’
‘Hee, buurman, ja, klopt, maar ben er weer.’
‘Leuk, man, goed je te zien, hoe gaat het met je?’
‘Ja, goed.’
‘Wat doe je tegenwoordig?’
Zijn ogen lichten nu op en zijn stem klinkt krachtig.
‘MBO, niveau 4. In de Zorg.’
‘Oh, top, man! Wat fijn om te horen!’
‘Dank je. En in het weekend ben ik vakkenvuller bij de Jumbo. Centje bijverdienen. Je weet toch?’
Ik kijk naar de joint in zijn hand, en inderdaad,
ik weet toch.
Dus zwijg ik.
En knik.
En zeg:
‘Ik ben echt blij dat het goed met je gaat, man. Mijn complimenten.’
‘Dank je, buurman.’

Thuis gekomen, met de boodschappen in de koelkast en behaaglijk zittend voor de warme kachel, denk ik:
‘Wat gaat hij verder doen met wat hem is aangedaan in zijn leven?’
Mijn gevoelige buurjongen van 17 jaren.
In een vaderloze omgeving van vele eeuwen.

370. Een mens

Ze filtert het water.
Ze let op haar gewicht.
Het aantal calorieën.
Ze is energiezuinig.
Heeft meningen.
Leest veel.
Politiek bewust.
Vegetarisch.

En al die tijd.
Iedere dag.
Iedere tel.

Zijn haar hersens schreeuwend hard aan het werk met
drama, roddels, zorgen, angst.

Met anderen.
Gister.
Morgen.
Vroeger en later.

Ze vergeet haar doorratelende gedachten te voeden.

Met vrede.
Wijsheid.
Stilte.

Ze vergeet het lawaai in haar hoofd te voeden
met datgene wat geen gedachte is.
Ze vergeet dat ieder nieuw moment
een plek is waar ze nog nooit is geweest.

Dus gaat ze door.
Met datgene wat ze niet is.
Waarvan ze dénkt dat ze het wél is.

369. Mijn buurman. Van een verdieping lager.

Ik woon met veel genoegen te midden van een paar honderd buren. Een flat is net een dorp en de dorpsstraat waar je elkaar ontmoet is de hal en de lift.
Zo ontmoette ik vandaag weer eens mijn buurman van een verdieping lager.

‘Een verdieping lager’.
Dat klinkt logischer dan ‘een verdieping hoger’.
Bij hoog denk je niet meteen aan diep.
Bij laag wél. Toch?
Dit soort nutteloze gedachtjes schieten altijd innerlijk door me heen, terwijl ik uiterlijk normaal probeer te doen.

Afijn, waar was ik gebleven?

Mijn buurman van een verdieping lager is 89 jaar, dus voel ik me vaak uiterst jeugdig naast hem.
In de lift vraag : ‘Hoe is het om 89 jaar te zijn?’
‘Ach ja, ups en downs.’
Hij is even stil en denkt na.
‘Maar op die downs heb ik wat gevonden.’
‘Oh ja?’
‘Ja. Straks ga ik zitten en zet eerst de prullenbak naast me. Dan neem ik de dag door, kijk naar de downs van die dag, en die gooi ik dan in de prullenbak. Daarna zet ik die bak weer in de hoek en zo blijven alleen de ups over.’
‘Wauw, wat een geweldige uitvinding!’ ‘En werkt het ook?’
‘Ja, dat gaat goed hoor. Maar het leukste komt daarna. Wanneer die bak met downs is verdwenen, pak ik mijn zakje met tabak, stop mijn pijp en begin heerlijk te roken. En weet je wat daarvan nou het mooiste is? Ik denk dan niet meer na.
Het is dan helemaal stil in mijn hoofd en het enige wat er is, is de smaak van de tabak en de pijp. Dat is toch zo heerlijk!’
Breeduit lachend en zin in straks stapt hij de lift uit.
Ik : ‘Dag buurman, bedankt voor je mooie verhaal en geniet van je dag.’
Hij: ‘Dag jongen, jij ook.’

Jongen…
Wauw! Bedankt buurman!
Wanneer ik thuis ben, ga ik zitten. En dan denkt deze jongen even aan helemaal niets.
Zelfs niet aan ‘Up’.

368. Ontmoeting op het platteland

Fietsend door het ruime weilandse Westland zie ik twee agenten spiedend kijken naar de achterkant van een bord.
Uit interesse stop ik mijn stalen ros en stel de vraag:
‘Ik ben toch wel benieuwd wat twee politieagenten hier in dit volstrekt lege platteland aan het doen zijn.’
‘Nou meneer, wij zijn een melding aan het inspecteren en verder kunnen we hier geen mededelingen over doen.’
‘Aha, zit dat zo. Leer je deze vage zinnen, waarbij je de indruk wekt iets van informatie te geven, maar in wezen niets zegt, op de politieacademie?’
‘Nee, die leren we vooral in de praktijk.’
We schieten alledrie in de lach.
Ik vraag: ‘Wat is het belangrijkste dat je moet kunnen als politieman?’
‘Praten en luisteren’, zegt hij gedecideerd.
Ik kijk naar de handboeien en de revolver aan de riem van zijn uniform, wijs erop, en vraag :
‘Zodat je die dingen niet hoeft te gebruiken?’
‘Inderdaad.’
Ik: ‘En zelfbeheersing?’
‘Dat leer je pas nadat je jezelf niet hebt beheerst’, zegt hij met een knipoog.
‘Wauw! Wat een filosofische politieagent ben jij.’
‘Ook dat leer je vanzelf in de praktijk, meneer.’
‘Haha. Dank voor deze wijze levenslessen, heren, veel plezier met jullie werk.’
‘Dank u wel, meneer, en fijne dag.’

Nu weet ik hoe mijn leven verder moet: Filosofisch politieagent!
Natuurlijk!
Gaat ‘m helemaal worden dit jaar!
Op het ruime, lege platteland.

367. De fietsenwerkplaats van mijn vader.

Kees en Anneke Kiewitt waren in mijn kindertijd onze schuinoverburen in de Sliksteeg, tegenwoordig de chique Westerweg genoemd. Kees werkte eind jaren ’50 bij mijn vader op kantoor van diens fietsenzaak Havrelux, met fietsenverkoop door het hele land.

Daar gebeurde toen het volgende.

Mijn vader verkocht in die tijd wel veel fietsen, maar niet iedereen betaalde ze. Dus vatte hij het plan op om met Kees een week door het land te trekken om de niet betaalde bedragen of de fietsen terug te eisen. Echter, iedere keer als mijn vader aanbelde en de fiets of het bedrag opeiste kreeg hij ruzie met de fietswanbetalers waardoor aan het einde van de week de reis- en verblijfkosten hoog en de opbrengst nihil was.
Kees dacht een weekend na en kwam de maandag daarop met een plan.
‘Jan, als jij nou hier gewoon in de werkplaats blijft, dan ga ik op pad om die fietsen terug te krijgen.’
‘Maar hoe ga je dat dan doen, Kees?’
‘Laat dat maar aan mij over.’

Zo gezegd zo gedaan.

Kees maakte een keurige map met alle technische details van de verkochte fietsen en ging alleen op pad. Als hij bij een wanbetaler kwam dan opende hij plechtig de map en zei deskundig:
‘Kijk, u heeft deze fiets gekocht, maar we hebben dit onderzocht en nu blijkt dat de naaf van uw fiets niet voldoet aan onze kwaliteitseisen, dus ik neem hem graag voor u mee naar onze werkplaats, dan monteren we daar de nieuwste naaf op uw fiets en dan breng ik hem daarna weer bij terug. U hoeft voor deze extra service van ons niets te betalen. Wij doen dit graag voor u.’
Zo kreeg Kees alle niet of half betaalde fietsen weer mee terug en liet de klanten tevreden over deze geweldige service van de Havrelux vriendelijk handenschuddend achter.
Terwijl er in de werkplaats van mijn vader verder aan geen enkele fiets ook maar iets werd gedaan, aangezien alle naven prima in orde waren, belde Kees na een paar dagen de klanten op, zei dat de nieuwe naaf erop zat, maar dat ze bij controle van de boekhouding gemerkt hadden dat de fiets nog niet geheel betaald was. Na betaling was de klant uiteraard van harte welkom om de fiets met de geweldige nieuwe naaf weer op te komen halen.
Zo geschiedde het dat de klanten de fietsen alsnog betaalden en hun rijwielen daarna weer opgelucht kwamen ophalen, met dank aan de attente en vriendelijke service van die aardige man op kantoor.

366. Deel 2. Van Columbus tot Trump. En verder.

‘Een mens of een land dat zijn verleden vergeet, is gedoemd om dat te herhalen.’

Gister en eergisteren zagen we in de Intro en deel 1 hoe het drama begon.
Vandaag leggen we de link naar het heden en de mogelijke toekomst
——————————————————————–
DE RODE DRAAD

Er is een rode draad zichtbaar.

De rode draad die een link legt tussen het begin van het geweld van oktober 1492 en dat van 6 januari 2021, de bestorming van Capitol Hill, de herverkiezing van Donald Trump in 2024, en de gebeurtenissen van vandaag.
Tussen de mentaliteit van Columbus en zijn navolgers en die van Trump en zijn aanhangers.
Tusen de geboorte en de kindertijd van Amerika en het Amerika van vandaag.
Tussen de daden van toen en de daden van nu.

DE RODE DRAAD
De rode draad tussen beide personen is dat zowel Colombus als Trump elk verschil met zichzelf beschouwt als een gebrek.
Het is deze historische, giftige, gewelddadige, narcistisch, eeuwenlange link tussen twee personen en tijdperken die zich sinds een aantal jaren als een virus verspreidt over de Verenigde Staten en zich inmiddels heeft genesteld in de hoofden van de meerderheid van de Amerikanen.
De machtswellust, het geweld en de haat zitten diep.
Waar het begon weten we nu (zie deel 1 van dit artikel).
De vraag is of en wanneer dit eindigt.

DE ONTKENNING VAN DE PIJN
Onder geweld, haat, narcisme en afweer zit in de mens, en dus ook in een land, echter altijd iets diepers verborgen wat geweld, haat, enz. proberen weg te stoppen. Wanneer de mens vecht tegen de buitenwereld vecht hij per definitie ook tegen zijn binnenwereld. Het is een en dezelfde beweging die zich zowel naar binnen als naar buiten richt.

‘And once they are done with hate,
they’ll have to deal with pain.’
James Baldwin

Amerika is bezig steeds harder te vechten tegen een pijn die het niet durft te erkennen en voelen.
De genezing van deze pijn kan alleen plaatsvinden wanneer het geweld en de haat gaan stoppen. Dit zal echter niet vrijwillig gaan.
In een getraumatiseerd individu, en in een land, vindt vaak eerst jarenlang een overlevingsstrijd plaats alvorens de val zich voltrekt in de vorm van een innerlijke dood: machteloosheid, eenzaamheid, pijn, verdriet, burn-out, vermoeidheid, depressie, enz.
In het geval van het getraumatiseerde Amerika zal de val zich ook voltrekken door een dood: de dood van de democratie.
Deze val is reeds ingezet door techmiljardairs die steeds meer grip krijgen op politiek, media en samenleving wat ervoor zorgt dat Amerika inmiddels meer een gewelddadige oligarchie is geworden dan een democratie.

DE INNERLIJKE DEMONEN
De Neergang, de Val van Amerika en de Dood van de Democratie die al zijn ingezet, zullen zich de komende jaren verder voltrekken. Dit betekent dat er nog heel veel fysiek en psychisch bloed gaat vloeien in en door Amerika.
Het is namelijk een eeuwenoude psychologische en sociologische wet dat zolang een persoon of een land zijn eigen pijn en angst niet onder ogen durft te zien en in de overlevingsstand schiet, de innerlijke demonen in de mens en in het land krijsend en woedend uit hun duistere holen naar buiten komen om alles te verscheuren wat een andere mening heeft en wijst naar die pijn en die angst.
Deze innerlijke demonen kwamen al naar buiten tijdens de bestorming van Capitol Hill van 6 januari 2021. En ze gaan voorlopig niet meer weg.

Het is waar:
Een mens of land dat zijn verleden vergeet, is gedoemd het te herhalen.

‘And once they are done with hate, they’ll have to deal with pain.’

De vraag is:
Wanneer heeft een mens, een land, de moed zijn innerlijke pijn en zijn verleden onder ogen te zien? En te voelen.
Zolang die moed en openheid ontbreken, kunnen we niet vooruit.

HOOP EN OPTIMISME
Er is ook veel reden voor hoop en optimisme. Meer dan ooit.
Atijd is het zo geweest, zowel in de geschiedenis van de mensheid als van de individuele mens, dat goede en nieuwe vooruitgang allereerst vooraf gegaan wordt door een periode van regressie, ontkenning, pijn en lijden.
De weerstand en de angst van de oude wereld geeft het niet meteen op. Vlak voordat iemand verdrinkt, vecht hij het hardst tegen zijn ondergang. Vlak voordat iemand valt in de depressie is de weerstand hiertegen het grootst.
De nieuwe wereld komt er onvermijdelijk aan. We maken dit mee door de bange doodsstrijd van de oude wereld te aanschouwen. Wanneer wij hier zelf krachtig, wijs en met open blik op antwoorden dan creëren we met onze levenshouding vandaag reeds de nieuwe wereld waar we naar verlangen.

Want deze nieuwe wereld, dat zijn jij, ik en wij.
Ze is dus nu al zichtbaar, voelbaar, herkenbaar.
Zie je haar ook?
———————————————————–
Intro, deel 1, deel 2.
Dick Stammes
Delft
Januari 2026

365. Deel 1. Van Columbus tot Trump.

Zoals de ouders en de eerste jaren van een kind bepalend zijn voor de rest van zijn leven, geldt dit ook voor een land.
In oktober 1492 kwam een breedgeschouderde scheepskapitein uit Genua, Italië, Christoffel Columbus, aan op Haïti, dat ‘bergland’ betekent, en hij zag ‘naakte mensen’, zoals hij schreef in zijn logboek.
Hij dacht overigens dat hij Oost-Indië had bereikt en noemde de inwoners daarom Indianen. Hij gaf het eiland de naam Hispaniola, het ‘kleine Spaanse eiland’, omdat hij niet wist dat het al een naam had. Van de inwoners zei hij:
‘Ze hebben geen wapens en geen gereedschap. Ze doen niet aan bedrog en kennen geen achterdocht.’
Bij zijn volgende reis nam Columbus de geleerde en priester Ramón Pané mee. Die ontdekte dat de inwoners, de Taíno, geen schrift hadden, maar wel een bestuur.
Hij schreef:
‘Ze hebben hun wetten verzameld in oeroude liederen en daarmee besturen ze zichzelf. Ze zingen hun wetten en ze zingen hun geschiedenis. De liederen liggen niet vast in boeken maar in hun geheugen.’
Columbus besloot hierop dat de inwoners geen zeden en geloven hadden. Hij beschouwde elk verschil tussen hemzelf en de ander als een gebrek. Op grond van de stelling dat ze geen geloof en geen wereldlijke regering hadden en dus ongelovigen en barbaren waren die geen rechtmatig bezit konden hebben, eiste hij het bezit van het land op. Uiteraard met als doel: Make Hispaniola Great Again.
In hun liederen verwoordden de inwoners hun waarheden. Ze verhaalden hoe de dagen en jaren nadat de breedgeschouderde scheepskapitein hun eiland voor het eerst in zicht kreeg, de slechtste tijden ooit waren. Hun god Yúcahu had ooit voorspeld dat ze ‘hun heerschappij slechts voor een korte tijd zouden kunnen genieten omdat een gekleed volk naar hun land zou komen dat hen zou overvallen en doden.’
Die voorspelling is uitgekomen.
Toen Columbus op hun eiland landde, leefden er ongeveer drie miljoen mensen; vijftig jaar later waren er nog maar vijfhonderd over, was verder iedereen dood en bleven hun liederen ongezongen.
De geschiedenis van de Verenigde Staten begint niet in 1776, met de Declaration of Independence, maar in 1492. De waarheden waarop de natie is gesticht zijn gesmeed in een smeltkroes van geweld voortgebracht door verbijsterende wreedheid, overweldiging en bloedvergieten, en de vernieling van hele werelden.
Columbus begon zijn reis in opdracht van de Spaanse kroon die met de zojuist volbrachte ‘Reconquista’ met veel geweld alle joden en moslims uit het land had verbannen. Het was de bedoeling dat Columbus het geweldige christelijk geloof ook over de rest van de wereld zou verspreiden. Het voorbeeld van hoe dat moest had hij reeds gezien voordat hij afreisde: genocide en verbanning.
Overigens heeft Columbus tot aan zijn dood in 1506 nooit geweten dat hij een nieuw land had ontdekt. Hij bleef geloven dat het Oost-Indië was. Andere informatie was voor hem ‘fake news’.

AMERIGO VESPUCCI
Degene die dit wel wist was Amerigo Vespucci die in 1503 een verslag van zijn reis maakte onder de titel Mundus Novus (Nieuwe Wereld). De Duitse cartograaf Martin Waldseemüller maakte in 1507 op basis hiervan een nieuwe kaart van de wereld. Als een gebaar naar Amerigo Vespucci vond Waldseemüller een nieuw woord uit en gaf het nieuw ontdekte werelddeel een naam: America.
Doordat de boekdrukkunst vlak voor die tijd was uitgevonden is die naam America vele malen gekopieerd en herdrukt. Het is hierdoor dat deze naam America is blijven hangen.
Net als elke geschiedenis van elk land en persoon, bestaat deze uit een chaos van toevalligheden en onvoorziene gebeurtenissen, van wonderen en gruwelen met een onwaarschijnlijk, onaannemelijk, verbazingwekkend verloop.

Echter, er is een rode draad zichtbaar.

De rode draad die een link legt tussen oktober 1492 en januari 2021 en vandaag de dag, tussen de mentaliteit van Columbus en zijn navolgers en die van Trump en zijn aanhangers, tussen de daden van toen en van nu.

‘And once they are done with hate,
they’ll have to deal with pain.’
James Baldwin.

Gister: Intro.
Morgen deel 2.
——————————————————————–
Bron: DEZE WAARHEDEN, Een geschiedenis van de Verenigde Staten,
door Jill Lepore, professor Harvard University.

364. Intro. De Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring.

Op 4 juli dit jaar is het groot feest in Amerika!
Het is dan precies 250 jaar geleden, op 4 juli 1776, dat ‘The Declaration of Independence’ door 56 handtekeningen (van grootgrondbezitters en slavenhouders) werd ondertekend en bekrachtigd.
Deze Onafhankelijkheidsverklaring betekende het einde van de Britse heerschappij en de oprichting van de Verenigde Staten van Amerika.

De kern van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring draait om één centrale gedachte:
alle mensen hebben onvervreemdbare rechten, en regeringen bestaan alleen met toestemming van het volk.
In de beroemde passage uit de inleiding staat dat mensen recht hebben op:
“life, liberty and the pursuit of happiness” — leven, vrijheid en het nastreven van geluk.
Deze rechten zijn volgens de opstellers niet door een koning of overheid gegeven, maar aangeboren. Daaruit volgt de tweede cruciale regel:
als een regering deze rechten schendt, heeft het volk het recht om haar te veranderen of af te schaffen.
Dat idee was revolutionair in 1776 en vormde de morele rechtvaardiging voor de breuk met Groot-Brittannië.

Dit klinkt allemaal goed, nietwaar?

Ik denk echter dat het begin van het Amerika, zoals we dat nu kennen, veel eerder is begonnen dan 1776. En veel gewelddadiger.
Hierover gaan de twee delen die die morgen en overmorgen zullen verschijnen :
‘Van Columbus tot Trump. En verder.’
Teneinde te begrijpen wat zich zowel vroeger als heden ten dage afspeelt. En dat er een lange rode draad is.

363. ’t Postkantoor. En een herinnering aan mijn moeder.

Gisteravond vierden wij de traditionele nieuwjaarsreceptie van Het Gilde Delft (stadsgidsen en taalcoaches) in de postkamer van ’t Postkantoor. Leuk dat de naam van het oude postkantoor behouden is gebleven toen dit 13 jaar geleden verdween en gezellige horeca werd.
De telefonisten werkten vóór die tijd op de eerste verdieping.

Mijn moeder was vlak na de Tweede Wereldoorlog telefoniste op het telefoonkantoor van het postkantoor in Alkmaar. Je moest dan thuis het nummer 008 bellen (draaien!) en dan kreeg je de centrale aan de lijn. Oftewel mijn moeder. Heel Nederland belde met mijn moeder.
Je zei het nummer van degene die je wilde spreken en mijn moeder verbond jou dan door met de abonnee, zoals dat heette. Ze stak een paar contactkabeltjes in een wandbord met gaten en dan kreeg je de gevraagde persoon aan de lijn.
Soms gebeurde het dat de telefoniste, mijn moeder, per ongeluk een kabel in het verkeerde gaatje stak en dan kreeg je plotseling een vreemde aan de lijn.
Je zei dan: ‘Sorry, ik ben verkeerd verbonden.’ Door mijn moeder dus.
Mocht je komende tijd iemand bellen (niet draaien!) met je mobieltje en je krijgt een vreemde aan de lijn, wil je dan effe zeggen : ‘Sorry, ik ben verkeerd verbonden.’
En denk dan even aan mijn moeder.
Dat vind ik leuk. Mijn moeder ook.
Want met moeders blijf je altijd verbonden.
Dat is niet verkeerd.

362. Links en Rechts. Wat is dat ook alweer?

In de tijd toen de wereld ook een zooitje was, maar er ook nog weldenkende mensen waren, herinner ik me de verschillen tussen wat men noemt : Links en Rechts.
Laten we even teruggaan naar de basis.

LINKS
Links ging over zorgen dat kwetsbare mensen mee konden doen en weer op eigen benen konden staan.
Empathie, helpen, zorgen voor.

RECHTS
Rechts ging over ondernemen, zelf verantwoordelijkheid nemen en zorgen dat de economie draaide.
Het verschil zat vooral in hoeveel de overheid moest doen en hoeveel ze zich ermee bemoeide.

Wanneer je deze twee levenshoudingen, overtuigingen, menstypes bij elkaar brengt, ontstaat er een soort van evenwicht of integratie binnen de verschillen die geen tegenstellingen hoeven te zijn.
Coalities vormen, samenwerken, verschillen overbruggen. Soms knarsentandend, maar kom op, vooruit met de geit. Dat soort werk dus.

Tja, weet je, het is allemaal niet zo ingewikkeld.
Echter, door angst en machtswellust en zondebokken zoeken wordt het wél ingewikkeld.

Tip: Terug naar de basis.

Iets anders of hetzelfde : In Oeganda zijn komende week verkiezingen.
President Museveni is 81 jaar oud en al 40 jaar aan de macht.
81 jaar oud…
40 jaar aan de macht…
Bobi Wine, die ooit begon als rapper in de buitenwijken van de Oegandese hoofdstad Kampala, neemt het tegen Museveni op. Er wordt gevreesd voor grootschalig geweld. Oeganda heeft sinds de onafhankelijkheid (1962) nog nooit een vreedzame overdracht van de macht meegemaakt.
Museveni kan nog steeds rekenen op de steun van het leger. Handig om te weten : het leger wordt geleid door zijn zoon.
Bobi Wine maakt zich geen illusies : ‘Ook deze verkiezingen zullen een schijnvertoning zijn. Dit is geen verkiezing. Dit is oorlog.’
Ik denk dat Oeganda zijn basis kwijtraakte toen de Engelsen het innamen (1894).
Denkend aan Holland : Wij kunnen in vrede blijven leven.
Wanneer
1. We weldenkend denken.
2. We groter zijn dan de angst.
3. We in de basis blijven.

Wat er ook gebeurt en of je nu links bent of rechts. Beide zijn prima.
In de basis dus.