261. De eeuwenoude Pieter Omtzigt. En zijn strijd tegen het monster

Soms, als je even niet oplet, is het net of iedere dag en iedere gebeurtenis anders is.
Een ander mens, andere plaats, andere gebeurtenis.
Allemaal anders.
Hoe dieper we in onszelf en in mensen, plaatsen en gebeurtenissen afdalen en hoe meer gevoel we toelaten in ons lichaam, hoe meer we tegelijkertijd de eeuwige, onderliggende patronen van alles wat gebeurt gaan zien.
De goede oude Grieken wisten dit duizenden jaren geleden al. Ze vertelden aan elkaar niet alleen de waan van de dag van het Journaal, maar ook vertelden ze elkaar over de diepere drijfveren van de mens, de eeuwige herhalingen en hiermee ook het tragische en komische in ons mensen.

Een voorbeeld.

Er was daar de negenkoppige slang-draak Hydra. Deze had de gevaarlijke eigenschap dat, iedere keer als een dappere krijger een kop eraf sloeg, er twee andere koppen voor in de plaats kwamen. Oftewel, het beest was onverslaanbaar en hoe harder je hem onthoofdde, hoe meer koppen erbij kwamen.

Wat te doen?

Dit vraagt Pieter Omtzigt zich nu ook af.
Want wat de koppensnellende Rutte de afgelopen 13 jaar heeft geprobeerd met zijn liberale zwaarden heeft slechts geleid tot een nog véél veelkoppiger monster dan die van vóór zijn regeerperiode. Tot hij zelfs niet meer in staat was tot koppensnellen en het monster maar zijn gang liet gaan, waardoor de vele kwaadaardige koppen vrij spel kregen.
Liberalisering heet dat tegenwoordig.
We zien de gevolgen :
Het monster wordt alleen maar veelkoppiger en dus kwaadaardige, giftiger en almachtiger.
Daarom verscheen in het oude Griekenland de dappere strijder Herakles ten tonele om de draakslang te verslaan. Hij pakte het anders aan dan zijn voorgangers. Iedere keer als hij een kop eraf sloeg, schroeide hij het gat dicht waardoor een nieuwe kop geen kans meer kreeg op te komen.

Hoe gaat Pieter Omtzigt onze moderne Hydra, ons huidige monster, zijn vele koppen afhakken en dichtschroeien? De veelvuldige koppen van
de Groninger gaswinning en destructie,
de Toeslagenaffaire,
de boerenprotesten,
de complotverhalen,
het nepnieuws,
het politieke extremisme,
de vastgelopen bestuurscultuur,
de onempathisch en niet leverende elite,
de tirannie van het boze volk,
de toenemende armoede,
de inkomensongelijkheid.

In het rijkste land ter wereld.

En hoe bestrijdt Pieter Omtzigt het monster in zichzelf?
Hij beet zich tandenknarsend tot op het bot vast in de krochten van de Toeslagenaffaire, wat hem behalve veel lof ook veel burn-out opleverde.
En nu, na nog maar net herstellende te zijn van deze uitputtingsslag met zware gezondheidsgevolgen, davert Omtzigt alweer door naar een nóg zwaardere beproeving:
de oprichting van een nieuwe partij en het partijleiderschap.

De vraag is:
Wordt Pieter de nieuwe Herakles die alle koppen eraf gaat slaan én dichtschroeien?
Of gaat hij, net als al zijn voorgangers, tenonder aan het maar blijven afhakken van hoofden met als gevolg nog meer drakenhoofden?
Nog een mogelijkheid: de draak vreet Pieter Omtzigt op.

Mijn welgemeende advies aan Pieter :
Lees Homerus (800 voor Chr.) en zijn verhalen die eeuwen vóór hem al werden verteld.
Alles wat nu met jou, Pieter, en Nederland gebeurt en gaat gebeuren staat al beschreven in die Griekse boeken van bijna 3000 jaar geleden.
Deze boeken zijn zowel het beste medicijn als de beste therapie én de beste gids
– om je door de komende jaren heen te slaan.
– om alle valkuilen in de bloedige strijd te ontwijken.
– en om het veelkoppige, bijna onuitroeibare monster te verslaan van :

1. HET KAPITALISME
Met zijn begeerte van meer, Meer, MEER.
Die leidt tot het blinde, gehaaste, hyperventilerende, paniekende jachten, jagen en rennen van de economische groei, het ongebreidelde consumentisme, de uitputting van de aarde en de klimaatramp.

2. HET EGOÏSME EN HET NARCISME
Die vanuit hun aard geboorte geven aan het levensmotto van:
Ieder voor zich ten koste van de ander en IK mag zeggen wat IK wil en dat bepaal alleen IK.
Wat men vervolgens verwart met vrijheid.
Tevens leidt dit egoïsme tot de tirannie van de publieke opinie met zijn woedende obsessie voor deelbelangen. En tot de moord op het algemeen belang.

Beste dapper strijdende Pieter Omtzigt,
Ik wens je de Herakles in jezelf.
Zie dat alles wat je gaat doen ook al is gebeurd.
En zich vele malen heeft herhaald volgens vaste, eeuwige levenswetten en in duizenden verschillende vormen.

En oh ja, Pieter,
vergeet niet dat Herakles, iedere keer als hij een kop van het monster had afgehakt en dichtgeschroeid, hij zijn pijlen doopte in het gif van het stervende monster.
Teneinde zijn vijanden nóg dodelijker te verslaan.

Vergeet het niet!

260. Het Rampjaar, de moord, en wij

In het Rampjaar,
op 20 augustus 1672,
vandaag precies 351 jaar geleden,
vond de op een na belangrijkste moord in de Nederlandse geschiedenis plaats.
De moord op Johan en Cornelis de Witt bij de Gevangenpoort in Den Haag.
Johan was Raadpensionaris, qua functie de Mark Rutte van die tijd, zeg maar.

Wie vermoordde hen?
De woede van het Nederlandse volk.
Waarom was het volk boos?
Omdat het land in slechte toestand verkeerde.
Wat deed het volk met zijn boosheid?
Uit woede en onmacht vermoordde het volk twee broers die men de schuld gaf van de slechte toestand van het land.
Herkenbaar ook vandaag de dag in de politiek: een of twee personen de schuld geven van de hele toestand van een heel land.

Schelden is makkelijk.
Nadenken is moeilijk.
Oorlog is makkelijk.
Vrede is moeilijk.

DE RAMP
In 1672 werd Nederland aangevallen door vier landen tegelijkertijd:
Engeland, Frankrijk, Münster en Keulen.

Het volk was redeloos,
de regering was radeloos,
het land was reddeloos.
Zoals we leerden op school.

Johan was op 20 augustus op bezoek bij zijn broer in de gevangenis en beiden werden door het woedende volk uit de gevangenis gesleurd.
Pikant detail :Niemand hield het volk tegen, ook de bewakers en soldaten niet.
Overigens:
De gevangenis en de moordplek bevinden zich op 50 meter afstand van de plek waar vaak de kabinetsformaties plaatsvinden: In het Johan de Witt Huis aan de Kneuterdijk.

De gebroeders de Witt werden niet alleen vermoord, maar gelyncht, oftewel hun lichamen werden opengesneden en verscheurd en lichaamsdelen werden afgehakt.

Twee mensen, twee broers,
vermoord door Woede.

De plek waar al dit afschuwelijks gebeurde, noemden Hagenaars destijds, en soms nog steeds, ‘Het Groene Zoodje’. Het was een modderig grasveld waar criminelen werden opgehangen. Vandaag is het ‘de Plaats’, een plein met gezellige horeca en terrasjes.
Hier staat tegenwoordig het standbeeld van Johan de Witt, een van onze grootste staatsmannen ooit.

MIJN EERSTE VOORSTEL
Laten we vandaag allemaal Johan en Cornelis de Witt herdenken, die zo veel voor ons, ons land, onze vrijheid en democratie hebben betekend. We profiteren tot op heden van wat zij destijds hebben gedaan voor ons.
Maar niet alleen herdenken.
Wat kunnen we leren van die afschuwelijke gebeurtenissen?
Volgens mij:
Leren, beseffen en weten dat woede, mijn woede, jouw woede, onze woede, alleen maar tot vernietiging leidt, tot kapot gaan, tot schade, vaak onherstelbaar.

MIJN TWEEDE VOORSTEL
Laten we de baas blijven over onze eigen woede. Dat wil zeggen: onze woede voelen, erkennen, begrijpen en leren hanteren. In daad én in woord.
Iedere keer als we niet de baas over onze woede zijn, begint een ramp, van klein tot groot en in iedere relatie, zowel tussen vrienden, echtparen als tussen landen.
Een ramp van woede en schade tussen mensen die in wezen van elkaar houden.
En elkaar nodig hebben.
We zijn uit dezelfde stof gemaakt, nietwaar?

Vredig weekend voor ons ALLEN. ❤
Waar dan ook ter wereld. ❤

Vrede, Peace, Sala’am, Shalom, Paix, Frieden, Paz. ❤

En dan natuurlijk, vooral vandaag, ook nog in het Russisch, Oekraïns en Nigeriaans.
Landen die nu hùn Rampjaren meemaken.

259. De spiegel

Ze is 14 jaar, zit in klas 2VWO en is vrolijk.
Altijd.
De vraag: “Hoe gaat het met je?” heeft geen enkele betekenis voor haar.
“Het gaat altijd goed, Mees!”
Als een jonge, speelse kat kijkt ze begerig om zich heen naar nieuwe avonturen. Zoveel te beleven. En te bepraten.
Want dat kan ze: praten kletsen aldoor maar praten en kletsen. Watervallen woorden klateren over me heen, geen begin, geen einde, behalve als ik de waterval stop: “De les gaat beginnen.”
Ze stopt. Warempel. Een tel.
Daarna volgt bericht aan buurvrouw. Fluisterend, steelse blik. Ze graait in haar tas, zet tas op tafel, weer op grond, briefje aan voorbuurman, gegrinnik, blik naar buurvrouw, lippen bewegen, ik hoor bijna niets, ze zit achteraan, ze kent het spel, ze maakt het zelf. Na tien minuten heb ik nog geen seconde rust in Alev gezien. Zelfs als ze stil zit is het alsof de lucht haar onrust voortzet. Beweging danst om haar heen, oneindig speels en onstuitbaar.
“Ik ben een kindermishandelaar. Ik pers al die levenslust uit haar door haar om de oren te slaan met mijn hoogstaande kennis van de Franse Taal- en Letterkunde.”
Een volkomen terecht schuldgevoel maakt zich van mij meester.
“Dit is fout wat ik doe. Kies een ander vak. Maak mensen blij. Vier feest en vooral het leven.”
Ik zie haar en ga door met mijn heldere uitleg van de leesstrategieën.
“Hoe lees je een tekst? Vertaal de titel en voorspel waar de tekst over zou kunnen gaan.”
Zelfs onder deze mokerslag blijft ze vrolijk. Als een onthechte Soefi-meester zweeft ze door het leven. Onaanraakbaar door omstandigheden.

Onverantwoordelijk.
Dat is ze.
Nu zie ik het: ze is onverantwoordelijk. Nog.
Nu weet ik waarom ik hier sta: ik wil dat ze verantwoordelijk is.
En die verantwoordelijkheid, die leert zij, misschien, gedeeltelijk, met tegenzin, met walging, langzaam, helaas, van mij.
Want zij wil mij zijn.

Onbevangen.
Dat is ze.
Nu zie ik het: ze is onbevangen. Nog.
Nu weet ik waarom ik hier sta: ik wil onbevangen zijn, terwijl ik verantwoordelijkheid draag.
Die laatste is geen Alev zin. Dat is een volwassen zin, mijn zin.
De verloren onbevangenheid van de volwassene zie ik terug in mijn spiegel: Alev.
Want ik wil haar zijn.

Wie geeft wie nu eigenlijk les?
En waarin?

258. Het wonder

Ik vind het een wonder dat als iemand dagelijks de krant leest en ’s avonds het Journaal ziet, dat die persoon dan niet meteen zwaar depressief en psychotisch in een kliniek moet worden opgenomen, maar gewoon doorleeft, ook nog lachen kan en daarnaast ook nog de liefde bedrijft. Of doorgeeft.

Als je dan bovendien weet:

dat er impotente Hells Angels bestaan, democratiebedreiger Willem Engel, complotwaanzinkjes, hulpverleners die projecteren en dit niet zien, potentiële moordenaars als Lange Frans, Stalin en Charly Manson, natuurrampen, Trump, Loekasjenko, verkeersongelukken, mediteerders die zeggen dat ze je goede energie gaan sturen die niet verder komt dan hun eigen voordeur, corona, Baudet, Hezbollah in Beiroet, managers die bonussen krijgen, zwarte gaten, meteorieten, droogte, honger, toneelrecensenten, ongelijkheid, discriminatie, verslavingen, zelfmoorden, Harry Mens, aardbevingen in Groningen, klimaatcrisis, klimaatontkenners, narcisten, vervuiling van de oceanen, korfbal, lange wachttijden, oorlogen, terrorisme, de Republikeinse partij in Amerika, meer-meer-meer denken, kinderverkrachters, het Songfestival, mensen die zeggen dat ze goed karma hebben, Mart Smeets, angst, cafés in Frankrijk met tl-verlichting, de neutronenbom op Nagasaki, onwetendheid, oprukkende woestijnen, curling op cruiseschepen, dictators, begeerte, ongeneeslijke ziektes, rokende pubers op scooters, mannen met status die zich hiernaar gedragen, Auschwitz, vrouwen zonder humor die iets terug zeggen, slavernijverslaafden, de Ku Klux Klan, slavernij-ontkenners, domheid met een mening, mensen die geen goedendag terugzeggen, mensen die lang over hun vakantie vertellen, Pol Pot, ouders die leraren wel even gaan vertellen dat hun kind nooit zoiets zou doen, managers die de adviezen van kleuterleiders en onderwijzers negeren, een vlieg in de nacht in je slaapkamer, mannen die aldoor hard het woord voeren als ze met twee vrouwen praten op terras, saggerijnige obers die geen zin in hun werk hebben, tsunami’s, martelingen, reizigers die iets moois zien en dan vertellen dat dit hun herinnert aan iets anders moois ver weg waar ze ooit lang geleden ook zijn geweest, jeuk op je rug waar je niet bij kunt, gaskamers, mensen die zeggen dat we ‘wakker’ moeten worden, jodenvervolgingen, mensen die nóg knapper zijn dan ik, moslims die zeker weten dat ik in de hel kom omdat ik geen moslim ben, rugpijn, mensen die alles zeker weten behalve Maarten van Rossem, de Nieuwe Kerk die een uur lang melodietjes speelt terwijl ik aan het gidsen ben, alcoholzuipers die geweld plegen en het slachtoffer de schuld geven, kanker, mensen die ontkennen dat George Best de beste voetballer van de wereld was, mensen die geen verantwoordelijkheid nemen, IS, zwevende spirituelen met een uitkering die zich verheven wanen, de atoombom op Hiroshima, pessimisten, boerka’s met vrouwen erin die beweren dat ze vrij zijn, vrouwen die zeggen dat ze een ‘sterke vrouw’ zijn, genocide, mensen die bang zijn maar zeggen ‘daar heb ik niks mee’ , de Taliban, een man met een zonnebril in een lawaaicabriolet met een blondje naast zich, misbruikers, zakkenrollers, criminelen, mensen die een paar weekenden workshops Reiki hebben gevolgd en dan zeggen dat ze Reiki-master zijn, titelinflatie, de Tweede Wereldoorlog, de Eerste, het doodgaan van dierbaren, de vernietiging van de Aarde.

En dan heb ik het ergste nog niet eens vermeld, want je kunt het te vreselijk maken ook natuurlijk.

Maar goed,
als je dit allemaal weet, wat doe je dan?

Dan, lieve medemensgenoten, dan is het tijd voor Gerard Reve die zegt:

‘Ik vind dit leven al geweldig.
En straks nog het eeuwige leven in de hemel.
Je vraagt je weleens af:
Waar hebben wij het aan verdiend?’

Kortom,
straks lekker slapen
en morgen gezond weer op.
Kus je geliefden en dierbaren
zeg dat je van ze houdt
en omarm innig het heelal
en de plek waar je nu bent.
Als ik zo vrij mag zijn.

Hiephoi en Hatseflats!

Et Vive la Vie!

257. Levenswetten

Alles doorvoelend
Alles overdenkend
Alles overziend
Alles beluisterend
Alles welbeschouwd

zijn er slechts drie absolute waarheden
in het leven die wij in de meest ruime zin van het woord
op het diepste niveau kunnen beseffen
teneinde gelukkig te zijn.

1.
Wie goed doet, goed ontmoet.

2.
Na regen komt zonneschijn.

3.
Wij weten niets.

We hoeven niet verder te zoeken.
We zijn eruit.
Dit is het.

Voilà!

256. Mens-zijn

Voordat denken begint
en
voordat de wereld beweegt
voel ik
dat mensen liefde zijn.

Ook als ik mensen niet aardig vind
en
ook als ik mensen verafschuw
besef ik
dat mensen liefde zijn.

Niet dat mensen altijd lief doen
en
niet dat ik mensen niet kan haten
maar
omdat mensen nu eenmaal zo zijn

weet ik

dat wij
mens-zijn
altijd liefde zijn.

255. Helden. Een Nierupper dorpsverhaal

Jongens hebben helden nodig.
In Nieuwe Niedorp werden wij daar in onze jeugd rijkelijk van voorzien. Zonder hen was ik niet degene geworden die ik nu ben. Waarvoor dank! 🙏

Een speciale categorie helden was het keepersgilde van Nieurup 1.
Ofschoon ik zelf middenvelder was, dwongen deze keepers bij mij een extra ontzag en bewondering af.
Ik zal pogen hier de oorzaak van dit ontzag weer te geven.

Allereerst was daar: Piet Harberts. De keeper in de rode sweater.
Een onoverwinnelijke tijger zonder een spoor van medelijden voor zwakkelingen. Piet ging vóór belangrijke wedstrijden bidden in het klooster voor de overwinning en kauwde daarna heel hard op kauwgom met een blik en hardnekkigheid alsof hij zijn tegenstanders vermorzelde tussen zijn Harbertiaanse keepersabeltandtijgertanden, die wonderlijk en ontzagwekkend genoeg steeds groter werden naarmate hij langer op ‘Ut Laagzaidje’ woonde.

Kijk, dit soort meedogenloze mannelijke voorbeelden hebben jongens nodig. Jongens die later de besten van de wereld zouden worden. Hierover bestond geen twijfel. Het was slechts een kwestie van tijd en niet al te lang, alsjeblieft.

Willem Woudt stond op doel met de onoverwinnelijke houding van de Siciliaanse Don Corleone die vlak voor de wedstrijd de tegenstander met een gewelddadige liquidatie had bedreigd, oftewel, ‘He had made them an offer they couldn’t refuse.’
Op het moment dat spelers van de tegenpartij het strafschopgebied van Willem betraden, begonnen ze te trillen van de zenuwen, zagen in hun hoofden een afgehakt bloedend paardenhoofd in hun bed liggen en daalden smekend op hun weke knieeën ter aarde waardoor ze ter plekke veranderden in radeloze slachtoffers alleen al bij de aanblik van Willem. Willem hoefde niet eens te brullen tussen zijn natuurlijke keeperslagtanden door.
Terwijl tegenstanders her en der huilend van wanhoop op de kleigrond kronkelden, pakte de ijzig zelfverzekerde doelman de bal en poeierde hem snoeihard en kaarsrecht naar voren om de volgende vlammende aanval te openen.

Geen genade.

Dit gaf ons als jonge, ademloze toeschouwers geruststelling.
Wij voelden ons sterker door Piet en Willem en kracht heb je nodig als 12-jarige toekomstige beste van de wereld.

Na Piet en Willem kwam een man met nóg minder medelijden voor de tegenstanders.
Dit was de legendarische Cees Helder, die later in het Noord-Hollands elftal keepte.
Grotere wereld.
Hors catégorie.
Ieder verhaal over Cees schiet in woorden te kort. Net als Vermeer zal er pas over honderden jaren over deze grootheid worden geschreven. De wereld is nog immer bezig zijn reusachtige talenten te bevatten.
Bedankt Cees!

En dan was en is er de eveneens legendarische Theo van Herwerden.
Theo was vooral legendarisch in de dorpsfanfare waar hij de slecht ter been zijnde oude muzikanten, die kwattend door het dorp op een trage vrachtwagen zaten te toeteren, leerde marcheren en musiceren als ware professionals van hoge kwaliteit.
Hulde, Theo en Fanfare!
Theo was een verdienstelijk keeper in een lager elftal, maar ik noem hem toch in dit illustere rijtje helden, aangezien Theo iets speciaals in het keepen inbracht. En dus in het heldendom.

Dat zit zo.

Wanneer Theo zijn doel uitrende, rende hij niet zomaar zijn doel uit. Oh nee!
Theo rende met snoeihard korte en verbijsterend harde stappen richting balbezittende tegenstander waarbij het indrukwekkende lichaam van Theo net zo snel vooruit ging als razendsnel heen en weer opzij, hierbij Kreegaah-achtige Tarzangeluiden brullend uit een laaiend rood hoofd met haren als hete vlammen, met als gevolg dat men de indruk kreeg dat er een soort luid lawaaiende, dierlijk vleselijke ‘stampede’ van opgejaagde wilde stieren over het veld denderde richting de eeuwige jachtvelden.
Tegenstanders werden niet alleen doodsbang, nee, dit was slechts een begin.
Zij boden Theo knielend en smekend de bal aan, alsof een hogere macht hen op de grond dwong, waarna zij met hangende hoofden, gekromde schouders en knikkende knieën geestelijk gewond het veld verlieten. Om hier nooit meer terug te keren.
Wij begrepen allen waarom.
Hun einde was genaderd.
En zij wísten het …

254. Verwarring

In het gebruik van de vrijheid van meningsuiting is enige verwarring geslopen.
We dienen twee zaken helder te onderscheiden.
1.
Het openbare debat.
Deze ruimte is bedoeld om op basis van rationele argumenten de persoon met een andere mening te overtuigen van jouw betere argumentatie.
Hiervoor zijn een paar voorwaarden belangrijk:
– diep luisteren
– goed nadenken
– helder redeneren en argumenteren
– inlevingsvermogen
– respectvol spreken
– het bijstellen van je eigen mening bij voortschrijdend inzicht.

Het algemene uitgangspunt hiervoor is :

* Hard op de inhoud.
* Zacht voor de persoon.

Het debat moet aan beide kanten tot dieper en scherper inzicht leiden.
De beide partijen staan dus zowel tegenover elkaar als helpen elkaar, aangezien men hetzelfde gemeenschappelijke doel heeft : meer feitenkennis, dieper inzicht, beter resultaat.
De aan de buitenkant zichtbare meningenstrijd is daarom op dieper niveau een samenwerking om elkaar te helpen een hoger doel te bereiken of tot een zo goed mogelijk resultaat te komen dat de maatschappij ten goede komt.
Samenwerking is dus het wezenlijke in het publieke debat.
Samenwerking op het scherpst van de snede en in het uitdagen van elkaar, hetgeen in wezen het uitdagen van jezelf is met de bedoeling het beste in jezelf naar boven te halen in dit debat.
Wat aan de oppervlakte concurrentie lijkt is in feite een samenwerkende strijd om de kwaliteit van jezelf, de ander en de wereld te vergroten.

2.
De behandelkamer van de therapeut.
Deze ruimte is o.a. bedoeld om periodiek terugkerende traumatische stoornissen te behandelen.
Hier kunnen agressieve uitbarstingen (die veelal stammen uit de kindertijd en geprojecteerd worden op het heden) van onverwerkte woede en haat worden behandeld, zoals daar zijn:
‘vuile kutnegers’, ‘teringmoslims’, ‘minder, minder, minder’, ‘iedere vluchteling is een terrorist’, ‘rot op naar je eigen land’, ‘alle joden aan het gas’, ‘je moeder is een hoer’, ‘er komen tribunalen’, ‘Delft voor de Delftenaren’, ‘Kaag is een heks’, ‘Timmermans is een vuile hielenlikker’, ‘Rutte moet dood’.

In Nederland zijn we inmiddels zo ver dat de gemiddelde Hollander geen onderscheid meer ziet tussen 1 en 2.
Het leek me daarom handig hier enige duidelijkheid in te scheppen.

253. Het grootste taboe op aarde

Zij zit in het ASS. (Autisme Spectrum Stoornis) dat 9 niveaus telt.
Onderzocht wordt nog of het Asperger, PDDS-Nos of een andere variant is.
Hij heeft last van ADHD. (Attention Deficit Hyperactive Disorder).
De ander heeft ADD (hetzelfde, maar dan zonder hyperactive).
Weer een ander heeft…
Enz.

Dit hebben specialisten gediagnosticeerd en ze zeggen dat de oorzaken van deze aandoeningen een combinatie van erfelijke – en omgevingsfactoren zijn.

Zit je dan.
Met je aandoening.
Wat nu?
Medicijnen?

Ieder mens (ieder) loopt een trauma op in zijn leven. Een trauma is een innerlijke, psychische wond die ontstaat als gevolg van een of meer liefdeloze gebeurtenissen.
Het is niet de gebeurtenis zelf die het trauma veroorzaakt. Het is datgene wat binnenin het kind/de mens gebeurt wat het trauma veroorzaakt.
We kunnen lijden aan lichte of zware trauma’s. Licht is bijvoorbeeld dat het kind wel liefde krijgt, maar waar niet altijd voldoende aandacht en begrip is.
Zwaar is bijvoorbeeld oorlog, seksueel misbruik, mishandeling.
Ofschoon trauma’s in iedere periode in ons leven kunnen gebeuren, ontstaan ze sowieso altijd (altijd, bij ieder mens) in de eerste vijf jaren van ons leven, wat dan de blauwdruk voor ons verdere leven wordt als het trauma onbewust blijft.
De eerste vijf jaren van ons leven zijn de jaren waarin we ons karakter vormen. Het karakter is een manier om om te gaan met anderen en onze omgeving. In dit karakter zitten gezonde en ongezonde copingsmechanismen. De gezonde mechanismen zijn probleemloos, succesvol en contactgericht.
De ongezonde mechanismen uiten zich in neurotisch gedrag. Dit gedrag kan zich uiten in
– woede uitbarstingen
– altijd nors en negatief zijn
– altijd positief denken
– zich heel vaak terugtrekken
– permanent glimlachen
– snel ongeduldig of geïrriteerd zijn
– anderen pleasen
– niet kunnen luisteren naar de ander
– heel veel belangstelling hebben voor anderen of hun aldoor vragen stellen (om het maar niet over jezelf te hoeven hebben)
– onderdanig of dominant doen
– aldoor heel veel en hard werken
– overdreven vaak en veel sporten
– gevaarlijke activiteiten ondernemen
– passief, lui, lamlendig doen
– nooit of zelden initiatief nemen
– alcohol, drugs, sigaretten gebruiken
– veel verschillende seksuele partners hebben
– nooit seks hebben
– te dik zijn, obesitas
– veel eten, veel snoepen
– gespannen perfectionistisch zijn
– altijd naar harmonie streven
– conflicten vermijden
– niet voor jezelf opkomen
– vaak te laat komen
– afspraken niet nakomen
– geen relaties /vriendschappen/baan kunnen aanhouden
– overal zekerheid zoeken
– voorspelbaarheid nodig hebben
– geloven in complottheorieën
– vaak anderen bekritiseren
– veel roddelen
– niet kunnen omgaan met autoriteiten
– narcistisch gedrag vertonen
– de sloten van de woning aldoor controleren alvorens de deur uit te gaan of te gaan slapen.
– overdreven aandacht voor hygiëne, zich heel vaak wassen, het huis ziet er altijd piekfijn uit.
– veel controle uitoefenen
– je eigen grenzen niet bewaken
– geen Nee durven zeggen
– altijd Nee zeggen
– fanatiek gezond leven
– enz. enz.

Al deze gedragingen zijn gebaseerd op de angst voor en het ontwijken van de oorspronkelijke pijn van het trauma die vaak vele jaren geleden is ontstaan, onbewust is geworden, en hierdoor de macht krijgt om de drijfveer te worden van ons neurotische gedrag. En ons niet gelukkig maakt, maar gestrest. Dit geeft spanning. Veel spanning.

Alles wat onbewust blijft, wordt ons lot.
Alles wat lang onbewust blijft, wordt ons noodlot.

Onbewustheid uit zich in gespannen, verkrampte spieren en/of hoge ademhaling. Aangezien deze spierspanningen in het lijf, die bedoeld zijn als bescherming tegen de innerlijke angst en pijn, altijd aanwezig zijn, kan men ze gaan aanzien als normaal (‘ach ja, hij is nu eenmaal altijd gauw kwaad/moe/opgewonden/bang/gespannen’, enz.).

Let op :
Sommige mensen kunnen zeer beheerst en rustig overkomen, terwijl ze van binnen koken van woede, opwinding, emoties. Bij hen zie je ook vaak hoge, zware, piepende of astmatische ademhaling en gespannen spieren, ook wel gepaard gaande met een rode of opvallend witte gezichtshuid.

Als we iets als normaal zijn gaan beschouwen, gaan we door op de oude gespannen voet. Totdat het lichaam sterkere signalen gaat vertonen die zich bijvoorbeeld kunnen uiten in burn-out, depressie, heftige spierpijnen, reuma, kanker, copd, auto-immuunziekte, verstopte aderen, enz.
Als we nauwkeuriger kijken naar aandoeningen als vormen van autisme, ADHD, ADD, enz., dan zien we hetzelfde mechanisme zich afspelen.

Laten we Autisme nemen.

Door een vroegere traumatische gebeurtenis vertoont het kind, ieder kind, instinctief een innerlijke reactie van pijn en angst. Hij dissocieert. Dit wil zeggen dat hij zich in hoofd en lichaam afsluit van zijn ware gevoel, van zijn echte zelf. Zijn karakter, woorden, gedachten en handelingen zullen voortaan gebaseerd zijn op het ontkennen en ontwijken van de oorspronkelijke, innerlijke angst en pijn.
In het geval van een persoon met autisme zal de reactie dus zijn dat hij zich bijvoorbeeld veel afsluit, alleen dingen kan doen die voorspelbaar en gestructureerd zijn, niet teveel prikkels laat binnenkomen, moeilijk empathie kan tonen voor anderen, enz.
Hij is dus GEEN autist, maar hij vertoont autistisch gedrag als gevolg van het onbewust ontwijken van de pijn en angst die voortkomen uit het oorspronkelijke trauma.
Autisme is een copingsmechanisme, net als verslaving en ander neurotisch gedrag, zoals hierboven genoemd.

Autisme en verslaving zijn niet het probleem.

Die hoeven dan ook niet aangepakt te worden. Wat aangepakt dient te worden is het trauma met zijn angst en pijn dat de oorzaak is en waarvan het ontwijken tot verslaving, autisme en ander neurotisch gedrag leidt.

Hetzelfde geldt voor iemand met ADHD.

Hij kan zich moeilijk concentreren, hij zoekt steeds nieuwe prikkels, hij is vaak onrustig. Ongeveer het tegenovergestelde van autistisch gedrag, maar met dezelfde oorzaak: trauma. Deze reacties dienen ertoe om de pijn en angst van het trauma niet te hoeven voelen.
Als je, zoals iemand met ADHD, niet in het hier-en-nu kunt leven, dan ontwijk je datgene wat er aldoor is, maar wat niet gezien en niet gevoeld mag worden. Hier word je heel onrustig van en dan kun je je niet concentreren.
De oplossing ligt dus niet in medicijnen, ofschoon ze tijdelijk behulpzaam en zelfs tijdelijk noodzakelijk kunnen zijn. Medicijnen bestrijden de uiterlijke symptomen, net als alcohol, drugs, chems, lorazepam en anti-depressiva de pijn en angst verdoven.
Tijdelijk verdoven.
Altijd tijdelijk.
De opening ligt in het terugkeren naar het oorspronkelijke trauma om hierin de innerlijke pijn en angst te voelen die zoveel jaren lang werd ontweken. Vaak onbewust ontweken. Door deze ervaringen te beleven, te voelen, te ervaren, wijkt, stap voor stap, de angst en pijn en ontstaat ruimte voor nieuwe emoties, bijvoorbeeld woede en verdriet.
Door deze nieuwe emoties in echt contact te uiten door middel van praten, lichaamswerk, schrijven, zingen, dansen, samenwerken, schilderen, muziek maken, wandelen, natuur, enz. ontstaat de nieuwe levensvreugde die al die jaren zo node werd gemist.
Om zover te komen, moeten we vaak lange, taaie, pijnlijke processen in onszelf doormaken, soms jarenlang, met ups en downs, wat tijdelijk hopeloosmakend en erg zwaar kan voelen
(Waar is de uitweg? Wanneer stopt dit? Was ik er maar nooit aan begonnen. Of: Wat een kuttherapeut!).
Echter, op een gegeven moment merk je dat je niet meer terug kunt, alleen maar vooruit.
Je hebt geen keuze meer. Dus ga je, omdat je voortgetrokken wordt, soms nog dieper de zwarte diepte in. Tot je merkt en voelt dat er definitief iets is veranderd. Je voelt nieuwe, ruimere emoties, blijdschap, je ontdekt nieuwe activiteiten, nieuwe baan, verhuizing, nieuwe vrienden (oude kunnen afvallen), en ontstaat stap voor stap echte levensvreugde en nieuwe energie.
Ofschoon dit heerlijk en vooral echt levend voelt, trekt het leven je hierna nog verder.
Naar je eigen midden.
Het is midden in deze nieuwe emoties en creatieve, bevredigende activiteiten dat je het tijdloze wonder kunt ontdekken Het wonder dat jij geluk bént. Dat je dit geluk altijd bent, of je nu bang, boos of verdrietig of wat dan ook bent. Er is geen gebeurtenis, geen mens, geen emotie die dit geluk van jou kan afpakken.
Hiervoor is het nodig dat je ieder gevoel, iedere emotie, iedere gedachte in jezelf, iedere tel, volledig helder ziet, erkent, toelaat en aanvaardt. Anders begin je weer met het oude ontwijkingsgedrag waar je nu juist afscheid van had genomen. En dat jou ongelukkig maakte.

Als je de moed hebt volledig ongelukkig te zijn, volledig kapot te gaan, volledig kwaad te zijn, volledig te huilen, enz., dan vind je daar, in het midden van het midden van je ongelukkig, kapot, bang, boos en verdrietig zijn, het geluk dat jou nooit ontnomen kan worden.
Het is jouw onaanraakbare midden dat het onaanraakbare midden van het hele leven is, het hele heelal.
Wanneer we ons volledig laten raken door het leven, leven we in ons onaanraakbare midden.
Dit onaanraakbare midden is Geluk.
Jij bent Geluk.
Wat je ook voelt en wat er ook gebeurt.
Wat je voelt en wat gebeurt is tijdelijk.
Wie je bent is tijdloos.

Het grootste taboe op aarde is : Geluk zijn.
Terwijl alles je raakt.

252. Op de Markt

Vanuit de Jacob Gerritstraat komen ze luid aangejoeld op het marktplein : een groep jongens van 12 jaar met hesjes aan.
Ze fladderen grillig als één wild, ongeleid, ongeremd, luidruchtig projectiel naar het terras waar een aantal sportieve scoutingleiders hoopte kalm hun koffie te drinken.
Één roept streng :
‘Jongens, doe rustig, er zitten meer mensen hier!’

Gedwee zwijgen ze beteuterd.
Allen blijven stilstaan precies op de grens van het terras.

Een jongen met een doosje met strik erom in zijn handen stapt moedig naar voren en roept :
‘Maar John, we hebben net gebakjes gekocht!
Voor je verjaardag.
Die willen we je als cadeau geven.
Het is van ons allemaal.’

Het strenge gezicht van leider John smelt om tot een glimlach, hij staat op en loopt naar ze toe.
Op het moment dat hij het doosje gebakjes in ontvangst neemt en de jongens dankbaar de handen schudt, wordt zijn glimlach stralender. En iedere jongen begint, nadat John ook diens hand heeft geschud, net zo stralend mee te glimlachen. Tot ze met elkaar één stralend organisme zijn geworden.

Dan lopen ze weg.

En terwijl ze af en toe nog even nieuwsgierig omkijken naar hun leiders nemen ze halverwege de markt weer hun natuurlijke vorm aan van het wilde, ongeleide, ongeremde, luidruchtige, grillige projectiel dat ze zijn.
Als John niet in hun buurt is.