265. Zoeken en niet-zoeken

Er zijn mensen die niet zoeken in het leven.
Zij zijn geïnteresseerd in school, werk, relatie, amusement, kroeg, kunst, kerk, kapitaal, krijgsmacht, politiek, bezit, sex, liefde, geluk.
Er zijn ook mensen die zoeken in het leven.
Zij zijn eveneens geïnteresseerd in deze zaken. Geïnteresseerd in alles wat
het oog ziet
het oor hoort
de neus ruikt
de mond proeft
de huid voelt
het hoofd denkt
het lichaam ervaart
de persoon verlangt.

Alleen zijn zoekers ook nog geïnteresseerd in niets. Niet dat zij in niets zijn geïnteresseerd,
maar zij zijn geïnteresseerd in niets.
Niets is niet te zien, horen, ruiken, proeven, voelen, bedenken, ervaren, verlangen, en toch zijn zij in al dat niets geïnteresseerd. Vandaar dat zij door de niet-zoekenden worden weggezet als vaag, zweverig, wollig en niet realistisch.
Niet nuttig.

Gek.

Dat klopt inderdaad, want in het niets is geen enkel houvast, geen zekerheid, geen garantie, geen concreetheid. En tegelijkertijd is het de enige houvast, de enige zekerheid, de enige garantie, de enige concreetheid die bestaat.
Sterker:
niets is het meest nabije dat bestaat en niets is
dichterbij dan ons lichaam,
dichterbij dan ons hart,
dichterbij dan onze halsslagader,
dichterbij dan onze ziel.

Een mens zou er zomaar overheen kijken, hè.

Hoe kan dat?

Met deze vraag begint het zoeken en begint de weg eerst naar en daarna uit de levensangst.
Je kunt namelijk niet gaan zoeken
als je niet weet wat diepe levensangst is,
als je nooit volkomen radeloos bent geweest,
en als je deze wereld als normaal beschouwt.

Je kunt nooit vrijwillig kiezen om te gaan zoeken naar het niets.
Je moet gedwongen worden. En de oneindige moed hebben dit meedogenloze dwingen in jezelf toe te laten, zonder verzet. Je moet tot de rand van het dodelijke ravijn zijn geduwd waar geen uitweg mogelijk is. Alleen maar dodelijk vallen.

Door wie gedwongen? Door wie geduwd?
Door niets.

Dat is het wonder.
En het enige concrete, duurzame en werkelijke dat bestaat.
Maar ja, dat wist je natuurlijk al lang al. Je bent het namelijk zelf. Anders had je niet kunnen weten dat je niets bent.
Er is namelijk wel zoeken, maar je bent geen zoeker, want als de zoeker vindt, is de zoeker verdwenen. Evenals de vinder.
En als beiden zijn verdwenen, zie je dat niets het enige is dat werkelijk bestaat en dat jij dat bent.
Dat jij alles bent.

Eigenlijk is niets heel simpel.

264. Ons leven vandaag

Er is een moment waarop de zon ondergaat in de zee. Dan kun je de zee optillen en eronderdoor lopen, waarheen je maar wilt. Hier kun je alle wezens van het heelal bezoeken en heerlijke wolken drinken.
En vliegen?
Ja, je kunt er vliegen en als je dan je mond open doet, is de lucht je voedsel. Nergens is honger, want lucht is overal.
Als je in het maanlicht loopt, kun je naar Tera lopen, het landschap van het verleden en de toekomst. Daar zijn prachtige trotse leeuwen en koninklijke tijgers die je beschermen.
Je kunt de krokodillen gewoon roepen; dan komen ze naar je toe en kun je op hun rug gaan liggen waar ze je een grappig verhaal vertellen.
Als je voor het slapen gaan een rondje loopt dan ontmoet je achter de grote boom een witte olifant die zijn slurf om je lichaam wikkelt. Dat voelt warm en heerlijk. Je valt dan meteen in slaap en droomt van gouden draden die vrede verspreiden in het hart van iedere wereld. En als je de volgende dag opstaat is het werkelijk gebeurd, want tussen dromen en waken is geen verschil.
Wanneer je je huis verlaat nodigt de oceaan je uit om in haar te zwemmen. Terwijl haar golven je omringen tillen ze je op naar een plaats voorbij het heelal waar bloemen eeuwig bloeien en zó mooi zijn dat hun geur je verliefd maakt op alles wat bestaat.
Er zijn lachende watervallen van zilveren waterdruppels die omlaag en omhoog stromen, elkaar halverwege tegenkomen en elkaar dan omhelzen, omdat watervallen nu eenmaal zo zijn.
Als je danst op de hoogste bladeren van de bomen trilt het hele heelal van vreugde, komen planeten verstoppertje met je spelen en wie wint mag taartjes eten op de maan. Wie verliest ook, want dat is hetzelfde.
Overal is het stil, zó stil, dat niemand hoeft te praten, omdat iedereen elkaar begrijpt en gedachten eeuwig zwijgen.
Zangkoren vullen de lucht, violen strelen hun lied en jubelende vogels vliegen door onzichtbare bergen waar palmen groeien in de sneeuw.
Slakken lopen op stelten naar Mars en schildpadden beminnen machtige rivieren die stromen naar de zon.
Alle kleuren kussen elkaar tot een schilderij van schoonheid.
Niets ontbreekt, alles is genoeg.
Op een tijdloze plek waar iedereen altijd hier is en waar ieder wezen alles is.
Waar fantasie niet bestaat en waar alleen maar werkelijkheid is.
Waar alles altijd alleen maar ís.

In ons leven vandaag.

263. De vuurtoren

Ze zat gevangen.
En wist het niet.

Toen moed en kracht haar vonden
kon haar leven beginnen.

Beklemmende angst raast door haar lichaam.
Eenzaamheid dooft iedere hoop.
Stormende woede giert door haar kokende bloed.
Kolkende emoties vreten door haar vlees.
Pijn heerst tot in het merg van haar botten.
Depressie doordrenkt haar met duisternis.
Regenbuien van verdriet stromen over haar heen.

Een half leven lang

Terwijl
tezelfdertijd
zijzelf, haar toren van vuur, licht en vrijheid
bulderend van plezier
onbekommerd haar weg vervolgt
naar dit moment
naar deze plek
waar ze altijd is
en altijd is geweest.

Meer dan levenslang.

262. De mens is gedoemd om vrij te zijn

Ik vroeg: Hoe zit het met mijn ogen?
Hij zei: Houd ze gericht op de weg.

Ik vroeg: Hoe zit het met mijn passie?
Hij zei: Houd het brandend.

Ik vroeg : Hoe zit het met mijn hart?
Hij zei: Vertel me wat je erin houdt.

Ik zei: Pijn en zorgen.
Hij zei: Blijf erbij. Geef ze aandacht.
Voel ze in je lichaam, in je hoge adem, je gespannen buik, je verkrampte spieren, je stijve rug.
Adem erin.
Loop niet weg.

De wond is de plek waar het licht bij je naar binnen gaat.

261. De eeuwenoude Pieter Omtzigt. En zijn strijd tegen het monster

Soms, als je even niet oplet, is het net of iedere dag en iedere gebeurtenis anders is.
Een ander mens, andere plaats, andere gebeurtenis.
Allemaal anders.
Hoe dieper we in onszelf en in mensen, plaatsen en gebeurtenissen afdalen en hoe meer gevoel we toelaten in ons lichaam, hoe meer we tegelijkertijd de eeuwige, onderliggende patronen van alles wat gebeurt gaan zien.
De goede oude Grieken wisten dit duizenden jaren geleden al. Ze vertelden aan elkaar niet alleen de waan van de dag van het Journaal, maar ook vertelden ze elkaar over de diepere drijfveren van de mens, de eeuwige herhalingen en hiermee ook het tragische en komische in ons mensen.

Een voorbeeld.

Er was daar de negenkoppige slang-draak Hydra. Deze had de gevaarlijke eigenschap dat, iedere keer als een dappere krijger een kop eraf sloeg, er twee andere koppen voor in de plaats kwamen. Oftewel, het beest was onverslaanbaar en hoe harder je hem onthoofdde, hoe meer koppen erbij kwamen.

Wat te doen?

Dit vraagt Pieter Omtzigt zich nu ook af.
Want wat de koppensnellende Rutte de afgelopen 13 jaar heeft geprobeerd met zijn liberale zwaarden heeft slechts geleid tot een nog véél veelkoppiger monster dan die van vóór zijn regeerperiode. Tot hij zelfs niet meer in staat was tot koppensnellen en het monster maar zijn gang liet gaan, waardoor de vele kwaadaardige koppen vrij spel kregen.
Liberalisering heet dat tegenwoordig.
We zien de gevolgen :
Het monster wordt alleen maar veelkoppiger en dus kwaadaardige, giftiger en almachtiger.
Daarom verscheen in het oude Griekenland de dappere strijder Herakles ten tonele om de draakslang te verslaan. Hij pakte het anders aan dan zijn voorgangers. Iedere keer als hij een kop eraf sloeg, schroeide hij het gat dicht waardoor een nieuwe kop geen kans meer kreeg op te komen.

Hoe gaat Pieter Omtzigt onze moderne Hydra, ons huidige monster, zijn vele koppen afhakken en dichtschroeien? De veelvuldige koppen van
de Groninger gaswinning en destructie,
de Toeslagenaffaire,
de boerenprotesten,
de complotverhalen,
het nepnieuws,
het politieke extremisme,
de vastgelopen bestuurscultuur,
de onempathisch en niet leverende elite,
de tirannie van het boze volk,
de toenemende armoede,
de inkomensongelijkheid.

In het rijkste land ter wereld.

En hoe bestrijdt Pieter Omtzigt het monster in zichzelf?
Hij beet zich tandenknarsend tot op het bot vast in de krochten van de Toeslagenaffaire, wat hem behalve veel lof ook veel burn-out opleverde.
En nu, na nog maar net herstellende te zijn van deze uitputtingsslag met zware gezondheidsgevolgen, davert Omtzigt alweer door naar een nóg zwaardere beproeving:
de oprichting van een nieuwe partij en het partijleiderschap.

De vraag is:
Wordt Pieter de nieuwe Herakles die alle koppen eraf gaat slaan én dichtschroeien?
Of gaat hij, net als al zijn voorgangers, tenonder aan het maar blijven afhakken van hoofden met als gevolg nog meer drakenhoofden?
Nog een mogelijkheid: de draak vreet Pieter Omtzigt op.

Mijn welgemeende advies aan Pieter :
Lees Homerus (800 voor Chr.) en zijn verhalen die eeuwen vóór hem al werden verteld.
Alles wat nu met jou, Pieter, en Nederland gebeurt en gaat gebeuren staat al beschreven in die Griekse boeken van bijna 3000 jaar geleden.
Deze boeken zijn zowel het beste medicijn als de beste therapie én de beste gids
– om je door de komende jaren heen te slaan.
– om alle valkuilen in de bloedige strijd te ontwijken.
– en om het veelkoppige, bijna onuitroeibare monster te verslaan van :

1. HET KAPITALISME
Met zijn begeerte van meer, Meer, MEER.
Die leidt tot het blinde, gehaaste, hyperventilerende, paniekende jachten, jagen en rennen van de economische groei, het ongebreidelde consumentisme, de uitputting van de aarde en de klimaatramp.

2. HET EGOÏSME EN HET NARCISME
Die vanuit hun aard geboorte geven aan het levensmotto van:
Ieder voor zich ten koste van de ander en IK mag zeggen wat IK wil en dat bepaal alleen IK.
Wat men vervolgens verwart met vrijheid.
Tevens leidt dit egoïsme tot de tirannie van de publieke opinie met zijn woedende obsessie voor deelbelangen. En tot de moord op het algemeen belang.

Beste dapper strijdende Pieter Omtzigt,
Ik wens je de Herakles in jezelf.
Zie dat alles wat je gaat doen ook al is gebeurd.
En zich vele malen heeft herhaald volgens vaste, eeuwige levenswetten en in duizenden verschillende vormen.

En oh ja, Pieter,
vergeet niet dat Herakles, iedere keer als hij een kop van het monster had afgehakt en dichtgeschroeid, hij zijn pijlen doopte in het gif van het stervende monster.
Teneinde zijn vijanden nóg dodelijker te verslaan.

Vergeet het niet!

260. Het Rampjaar, de moord, en wij

In het Rampjaar,
op 20 augustus 1672,
vandaag precies 351 jaar geleden,
vond de op een na belangrijkste moord in de Nederlandse geschiedenis plaats.
De moord op Johan en Cornelis de Witt bij de Gevangenpoort in Den Haag.
Johan was Raadpensionaris, qua functie de Mark Rutte van die tijd, zeg maar.

Wie vermoordde hen?
De woede van het Nederlandse volk.
Waarom was het volk boos?
Omdat het land in slechte toestand verkeerde.
Wat deed het volk met zijn boosheid?
Uit woede en onmacht vermoordde het volk twee broers die men de schuld gaf van de slechte toestand van het land.
Herkenbaar ook vandaag de dag in de politiek: een of twee personen de schuld geven van de hele toestand van een heel land.

Schelden is makkelijk.
Nadenken is moeilijk.
Oorlog is makkelijk.
Vrede is moeilijk.

DE RAMP
In 1672 werd Nederland aangevallen door vier landen tegelijkertijd:
Engeland, Frankrijk, Münster en Keulen.

Het volk was redeloos,
de regering was radeloos,
het land was reddeloos.
Zoals we leerden op school.

Johan was op 20 augustus op bezoek bij zijn broer in de gevangenis en beiden werden door het woedende volk uit de gevangenis gesleurd.
Pikant detail :Niemand hield het volk tegen, ook de bewakers en soldaten niet.
Overigens:
De gevangenis en de moordplek bevinden zich op 50 meter afstand van de plek waar vaak de kabinetsformaties plaatsvinden: In het Johan de Witt Huis aan de Kneuterdijk.

De gebroeders de Witt werden niet alleen vermoord, maar gelyncht, oftewel hun lichamen werden opengesneden en verscheurd en lichaamsdelen werden afgehakt.

Twee mensen, twee broers,
vermoord door Woede.

De plek waar al dit afschuwelijks gebeurde, noemden Hagenaars destijds, en soms nog steeds, ‘Het Groene Zoodje’. Het was een modderig grasveld waar criminelen werden opgehangen. Vandaag is het ‘de Plaats’, een plein met gezellige horeca en terrasjes.
Hier staat tegenwoordig het standbeeld van Johan de Witt, een van onze grootste staatsmannen ooit.

MIJN EERSTE VOORSTEL
Laten we vandaag allemaal Johan en Cornelis de Witt herdenken, die zo veel voor ons, ons land, onze vrijheid en democratie hebben betekend. We profiteren tot op heden van wat zij destijds hebben gedaan voor ons.
Maar niet alleen herdenken.
Wat kunnen we leren van die afschuwelijke gebeurtenissen?
Volgens mij:
Leren, beseffen en weten dat woede, mijn woede, jouw woede, onze woede, alleen maar tot vernietiging leidt, tot kapot gaan, tot schade, vaak onherstelbaar.

MIJN TWEEDE VOORSTEL
Laten we de baas blijven over onze eigen woede. Dat wil zeggen: onze woede voelen, erkennen, begrijpen en leren hanteren. In daad én in woord.
Iedere keer als we niet de baas over onze woede zijn, begint een ramp, van klein tot groot en in iedere relatie, zowel tussen vrienden, echtparen als tussen landen.
Een ramp van woede en schade tussen mensen die in wezen van elkaar houden.
En elkaar nodig hebben.
We zijn uit dezelfde stof gemaakt, nietwaar?

Vredig weekend voor ons ALLEN. ❤
Waar dan ook ter wereld. ❤

Vrede, Peace, Sala’am, Shalom, Paix, Frieden, Paz. ❤

En dan natuurlijk, vooral vandaag, ook nog in het Russisch, Oekraïns en Nigeriaans.
Landen die nu hùn Rampjaren meemaken.

259. De spiegel

Ze is 14 jaar, zit in klas 2VWO en is vrolijk.
Altijd.
De vraag: “Hoe gaat het met je?” heeft geen enkele betekenis voor haar.
“Het gaat altijd goed, Mees!”
Als een jonge, speelse kat kijkt ze begerig om zich heen naar nieuwe avonturen. Zoveel te beleven. En te bepraten.
Want dat kan ze: praten kletsen aldoor maar praten en kletsen. Watervallen woorden klateren over me heen, geen begin, geen einde, behalve als ik de waterval stop: “De les gaat beginnen.”
Ze stopt. Warempel. Een tel.
Daarna volgt bericht aan buurvrouw. Fluisterend, steelse blik. Ze graait in haar tas, zet tas op tafel, weer op grond, briefje aan voorbuurman, gegrinnik, blik naar buurvrouw, lippen bewegen, ik hoor bijna niets, ze zit achteraan, ze kent het spel, ze maakt het zelf. Na tien minuten heb ik nog geen seconde rust in Alev gezien. Zelfs als ze stil zit is het alsof de lucht haar onrust voortzet. Beweging danst om haar heen, oneindig speels en onstuitbaar.
“Ik ben een kindermishandelaar. Ik pers al die levenslust uit haar door haar om de oren te slaan met mijn hoogstaande kennis van de Franse Taal- en Letterkunde.”
Een volkomen terecht schuldgevoel maakt zich van mij meester.
“Dit is fout wat ik doe. Kies een ander vak. Maak mensen blij. Vier feest en vooral het leven.”
Ik zie haar en ga door met mijn heldere uitleg van de leesstrategieën.
“Hoe lees je een tekst? Vertaal de titel en voorspel waar de tekst over zou kunnen gaan.”
Zelfs onder deze mokerslag blijft ze vrolijk. Als een onthechte Soefi-meester zweeft ze door het leven. Onaanraakbaar door omstandigheden.

Onverantwoordelijk.
Dat is ze.
Nu zie ik het: ze is onverantwoordelijk. Nog.
Nu weet ik waarom ik hier sta: ik wil dat ze verantwoordelijk is.
En die verantwoordelijkheid, die leert zij, misschien, gedeeltelijk, met tegenzin, met walging, langzaam, helaas, van mij.
Want zij wil mij zijn.

Onbevangen.
Dat is ze.
Nu zie ik het: ze is onbevangen. Nog.
Nu weet ik waarom ik hier sta: ik wil onbevangen zijn, terwijl ik verantwoordelijkheid draag.
Die laatste is geen Alev zin. Dat is een volwassen zin, mijn zin.
De verloren onbevangenheid van de volwassene zie ik terug in mijn spiegel: Alev.
Want ik wil haar zijn.

Wie geeft wie nu eigenlijk les?
En waarin?

258. Het wonder

Ik vind het een wonder dat als iemand dagelijks de krant leest en ’s avonds het Journaal ziet, dat die persoon dan niet meteen zwaar depressief en psychotisch in een kliniek moet worden opgenomen, maar gewoon doorleeft, ook nog lachen kan en daarnaast ook nog de liefde bedrijft. Of doorgeeft.

Als je dan bovendien weet:

dat er impotente Hells Angels bestaan, democratiebedreiger Willem Engel, complotwaanzinkjes, hulpverleners die projecteren en dit niet zien, potentiële moordenaars als Lange Frans, Stalin en Charly Manson, natuurrampen, Trump, Loekasjenko, verkeersongelukken, mediteerders die zeggen dat ze je goede energie gaan sturen die niet verder komt dan hun eigen voordeur, corona, Baudet, Hezbollah in Beiroet, managers die bonussen krijgen, zwarte gaten, meteorieten, droogte, honger, toneelrecensenten, ongelijkheid, discriminatie, verslavingen, zelfmoorden, Harry Mens, aardbevingen in Groningen, klimaatcrisis, klimaatontkenners, narcisten, vervuiling van de oceanen, korfbal, lange wachttijden, oorlogen, terrorisme, de Republikeinse partij in Amerika, meer-meer-meer denken, kinderverkrachters, het Songfestival, mensen die zeggen dat ze goed karma hebben, Mart Smeets, angst, cafés in Frankrijk met tl-verlichting, de neutronenbom op Nagasaki, onwetendheid, oprukkende woestijnen, curling op cruiseschepen, dictators, begeerte, ongeneeslijke ziektes, rokende pubers op scooters, mannen met status die zich hiernaar gedragen, Auschwitz, vrouwen zonder humor die iets terug zeggen, slavernijverslaafden, de Ku Klux Klan, slavernij-ontkenners, domheid met een mening, mensen die geen goedendag terugzeggen, mensen die lang over hun vakantie vertellen, Pol Pot, ouders die leraren wel even gaan vertellen dat hun kind nooit zoiets zou doen, managers die de adviezen van kleuterleiders en onderwijzers negeren, een vlieg in de nacht in je slaapkamer, mannen die aldoor hard het woord voeren als ze met twee vrouwen praten op terras, saggerijnige obers die geen zin in hun werk hebben, tsunami’s, martelingen, reizigers die iets moois zien en dan vertellen dat dit hun herinnert aan iets anders moois ver weg waar ze ooit lang geleden ook zijn geweest, jeuk op je rug waar je niet bij kunt, gaskamers, mensen die zeggen dat we ‘wakker’ moeten worden, jodenvervolgingen, mensen die nóg knapper zijn dan ik, moslims die zeker weten dat ik in de hel kom omdat ik geen moslim ben, rugpijn, mensen die alles zeker weten behalve Maarten van Rossem, de Nieuwe Kerk die een uur lang melodietjes speelt terwijl ik aan het gidsen ben, alcoholzuipers die geweld plegen en het slachtoffer de schuld geven, kanker, mensen die ontkennen dat George Best de beste voetballer van de wereld was, mensen die geen verantwoordelijkheid nemen, IS, zwevende spirituelen met een uitkering die zich verheven wanen, de atoombom op Hiroshima, pessimisten, boerka’s met vrouwen erin die beweren dat ze vrij zijn, vrouwen die zeggen dat ze een ‘sterke vrouw’ zijn, genocide, mensen die bang zijn maar zeggen ‘daar heb ik niks mee’ , de Taliban, een man met een zonnebril in een lawaaicabriolet met een blondje naast zich, misbruikers, zakkenrollers, criminelen, mensen die een paar weekenden workshops Reiki hebben gevolgd en dan zeggen dat ze Reiki-master zijn, titelinflatie, de Tweede Wereldoorlog, de Eerste, het doodgaan van dierbaren, de vernietiging van de Aarde.

En dan heb ik het ergste nog niet eens vermeld, want je kunt het te vreselijk maken ook natuurlijk.

Maar goed,
als je dit allemaal weet, wat doe je dan?

Dan, lieve medemensgenoten, dan is het tijd voor Gerard Reve die zegt:

‘Ik vind dit leven al geweldig.
En straks nog het eeuwige leven in de hemel.
Je vraagt je weleens af:
Waar hebben wij het aan verdiend?’

Kortom,
straks lekker slapen
en morgen gezond weer op.
Kus je geliefden en dierbaren
zeg dat je van ze houdt
en omarm innig het heelal
en de plek waar je nu bent.
Als ik zo vrij mag zijn.

Hiephoi en Hatseflats!

Et Vive la Vie!

257. Levenswetten

Alles doorvoelend
Alles overdenkend
Alles overziend
Alles beluisterend
Alles welbeschouwd

zijn er slechts drie absolute waarheden
in het leven die wij in de meest ruime zin van het woord
op het diepste niveau kunnen beseffen
teneinde gelukkig te zijn.

1.
Wie goed doet, goed ontmoet.

2.
Na regen komt zonneschijn.

3.
Wij weten niets.

We hoeven niet verder te zoeken.
We zijn eruit.
Dit is het.

Voilà!

256. Mens-zijn

Voordat denken begint
en
voordat de wereld beweegt
voel ik
dat mensen liefde zijn.

Ook als ik mensen niet aardig vind
en
ook als ik mensen verafschuw
besef ik
dat mensen liefde zijn.

Niet dat mensen altijd lief doen
en
niet dat ik mensen niet kan haten
maar
omdat mensen nu eenmaal zo zijn

weet ik

dat wij
mens-zijn
altijd liefde zijn.