223. Bezoldigd gesprekspartner

Mijn beroep is bezoldigd gesprekspartner.
Andere namen voor dit vak voldoen niet meer. Bovendien schrikken ze af.
Ieder gesprek is strikt privé.
Mijn overige werkzaamheden zijn meer openbaar en prettig uit de hand gelopen hobby’s.

Voor ieder bezoldigd gesprek bestaat een ideale plek, voor die ene persoon op dat ene moment.
Vele van mijn cliënten zitten bij mij thuis op de bank of aan tafel.
Sommigen bezoek ik bij hen thuis.
Anderen prefereren een wandeling in de Delftse Hout of langs het strand.
Weer anderen wandelen met mij liever door de stad.
Nog weer anderen voelen zich bij een eerste gesprek goed in de openbare ruimte van een horecazaak met voldoende ochtendrust en afstand.
Jongeren nemen vaak bij het eerste gesprek een ouder mee.
En sommigen zitten het liefst in een van de vele coachingshuizen die Nederland telt, inclusief flipover, stiften, digitale verbinding en gratis koffie en thee.

Een bezoldigd gesprek kan gaan van één praktisch adviesgesprek tot een intensief levenstransformerend traject
van meerdere jaren.
De een spreekt over de echo’s uit zijn verleden.
Of vorige levens die zich Nu melden.
Een ander over werkproblemen.
Relatieproblemen.
Opvoedingsproblemen.
Niet voelen.
Piekeren.
Stress, haast, schuldgevoel.
Verkrampte spieren.
Lichaamspijnen.
Rouwproces.
Trauma’s.
Seksuele obsessies.
Neuroses.
Niet goed genoeg zijn.
Aan verwachtingen willen/moeten voldoen.
Vervreemding en jezelf kwijt zijn.
Teveel zorgen voor anderen.
Verlies van grenzen.
Familie.
Ouders.
Kinderen.
Leerlingen.
Collega’s.
Managers.
Straatvrees.
Angsten.
Woede.
Haat.
Moord- en zelfmoordgedachten
Verdriet.
Niet blij mogen zijn.
Depressie.
Niet mogen bestaan.
Minderwaardigheids -, meerderwaardigheids- en gelijkwaardigheidscomplexen.
Slapeloosheid.
Maskerglimlachen.
Op roze wolken lopen.
Alcoholisme en verslaving.
Niet boos durven zijn.
Terugtrekking.
Hooggevoeligheid.
Leerproblemen.
Dingen niet afmaken.
Zelfdestructie.
Verschijnselen zien die er niet zijn.
Vluchten uit de realiteit.
Nachtmerries.
Geen bevredigende contacten.
Zinloosheid, betekenisloosheid.
Eenzaamheid.
Conflicten.
Ontwijkingsmechanismen als projecties, confluentie, introjecten, retroflectie, deflectie, enz.
Onvervulde verlangens.
De stappen na psychotherapie.
De integratie van lichaam, voelen, denken, handelen en spiritualiteit.
Psychosynthese.
Ademhaling.
Leven in aandacht.
Direct ervaren.
Echt luisteren.
Leven in het Nu.
Meditatie.
Innerlijke stilte.
Bewustzijn.
Non-dualiteit.
Zen-Boeddhisme.
Mededogen.
Vrijheid.
Schoonheid.
En
Vrede zijn.

Ik ben uitgenodigd om plaats te nemen in de ereloge van het leven van de cliënt om samen met hem/haar af te dalen in de donkere krochten van het leven waar giftige slangen, vuurspuwende draken, levensgevaarlijke monsters en diepe ravijnen huizen die de cliënt proberen te beletten de rode draad te vinden die al die tijd vlak voor de voeten lag om hem/haar te geleiden uit de donkere grot naar het heldere licht dat hij/zij is.

En altijd is het zo dat het licht van bewustzijn, zich pas openbaart als we samen in de donkerste schaduw stappen, vallen, kapot gaan. En sterven.
Om daarna door het graf te lopen en er aan de andere kant van datzelfde graf weer uit te kruipen.

Het is vanaf deze plek, aan de andere kant van het graf, dat het innerlijk getransformeerde leven de nieuwe mens bij de hand neemt om hem datgene te laten zien en ervaren wat er altijd al was:
Het Volle Leven met alles durrop en durran, maar nu bezien en beleefd vanuit een innerlijke, oneindige ruimte.
Die onaanraakbaar is.
Die alles, Alles!, bewust omarmt.

Die wij zijn.

En die ziet dat zij die niet durven sterven
ook niet durven leven.
Noch hun volle lach doorleven.
En ook niet al hun tranen.

Men bezoldigt mij
om samen te mogen sterven,
teneinde volstrekt alleen te kunnen leven
in het midden van de wereld.

En te zien
dat iedereen altijd hier is.

222. Dating na wortelkanaalbehandeling

Na mijn pijnloze wortelkanaalbehandeling in Voorburg (bedankt, specialistische, vriendelijke vakvrouwen!) is het tijd voor suiker op mijn Fietspitstop in Rijswijk.
Na lijden volgt verdiend genot
Dus chocomel met slagroom in de Herenstraat.

Zelfbevrediging voor een man verveelt nooit.

Aan een tafeltje met twee bolglazen bier en één bakje pinda’s zitten een Nederlandse zestiger en een Thaise vrouw van in de veertig te praten.
Nou ja, praten.
De man praat. Onophoudelijk.
En zij luistert.
En knikt.
En beaamt.
En glimlacht.
En buigt mee.
Langzamerhand zakt haar dunne lichaam steeds vermoeider achterover in de bank, terwijl de man steeds energieker voorover buigt en steeds luider begint te vertellen.
Over zichzelf.
Over zijn leven.
Over de vrouw met wie hij zes jaar had geLAT.
En over het feit dat met die vrouw niet te praten viel.
Ze luisterde niet.
Dus ja, dat houd je niet vol.
Als man.
Natuurlijk niet!

Ik ga naar het toilet en terwijl ik relaxed mijn verdoving van de wortelkanaalbehandeling eruit plas, komt de man blakend van levenslust naast me staan. Ik hoor de krachtige, jaloersmakende urinestraal van een twintiger uit het zestigjarige lijf geperst worden. Alles kost hem kracht, maar in plaats van uitputting leidt dit bij hem tot nieuwe energie.
Ik kijk opzij en zeg schalks:
‘Zo, lekker aan het daten?’
Zijn straal urine klettert nóg harder in de pot als hij zijn oneindige basisovertuigingen door de toiletruimte begint te slingeren.
‘Kijk, weet je wat het is, meneer. Die Oosterse vrouwtjes hebben iets wat al die Nederlandse vrouwen zijn kwijtgeraakt.’
Hij kijkt me iets langer aan in afwachting van mijn vraag.
Ik staar hem bewegingsloos aan.
Even flikkert een lichte onzekerheid in zijn ogen, dus herstelt hij zich mannelijk en vervolgt:
‘Weet u wat het is? Die Oosterse vrouwtjes zijn veel zorgzamer dan die van ons. Ze doen alles voor je wat normaal is voor een vrouw om te doen. En weet je (hij tutoyeert me plotseling, volkomen op zijn gemak nu, mannen onder elkaar, uitgepist, maar nooit uitgepraat), wat die Oosterse vrouwtjes heel goed kunnen?’
Weer kijkt hij me verwachtingsvol aan, weer staar ik hem bewegingsloos aan, weer zijn korte onzekere flikkering in zijn ogen, weer dat mannelijke herstellen).’ Zij kunnen luisteren.
Ze proberen je echt te begrijpen. Zij daar (hij wijst richting café) wil echt alles van me weten. Dat is het mooie, ze wil echt alles weten van me.’

We zwijgen.

En dan kan ik het niet laten, terwijl ik weet dat wat ik nu ga doen geen enkel nut zal hebben.
Nooit.

Na het handenwassen pak ik hem bij de schouder, kijk hem recht in de ogen en zeg:
‘Je bent nu al zestig jaar alleen met jezelf bezig geweest. Het resultaat is dat je een lul bent die niet in staat is om van vrouwen te houden, een totaal onvermogen hebt om interesse te tonen voor een ander, je kunt niet luisteren dus je hoort nu ook niet wat ik zeg, en het enige wat je kunt is keihard pissen.’

Eindelijk is hij stil.
En keert om.

Achter elkaar, hij voorop, lopen we zwijgend terug naar het café waar de Thaise vrouw geanimeerd in gesprek is met een Nederlandse vrouw die in haar eentje aan het tafeltje naast haar zit.
De Nederlandse man gaat zitten, zijn Thaise date breekt haar gesprek af en wendt zich meteen weer naar hem.
Hij zwijgt even, fronst zijn voorhoofd, en neemt een slok van zijn bier.
Dan buigt hij voorover en zegt op zachte samenzwerende toon:
‘Ik heb net op het toilet nog even nagedacht. Over jou.’
De vrouw kijkt hem geïnteresseerd hoopvol aan en vraagt verbaasd: ‘Oh, ja?’
‘Ja. Weet je wat ik zo waardeer in jou?
Jij kunt zo goed luisteren.’
Ze valt terug in de kussens.
Hij roept om de rekening en zegt uiterst voldaan en breed glimlachend tegen haar :
‘De man betaalt, hè. Zo doen we dat hier in Nederland. Dat vinden we normaal.’ 

221. Ome Cees

Mijn ome Cees Slikker bereikte een paar jaar geleden de gezegende leeftijd van 100 jaar en een maand later stierf hij.
Zijn vrouw, mijn tante Ries, werd ook 100 jaar en stierf eveneens vlak na haar verjaardag.
Goeie planning.

Toen zij beiden al dik in de tachtig waren, reed ome Cees nog steeds enthousiast auto.
Op een dag loop ik van Nierup naar Winkel, want ik zou ‘un bakkie bai ze doen.’
Terwijl ik mijn weg wandelend vervolg hoor ik al enige tijd achter me het geluid van een auto die mij maar niet inhaalt.
Ik kijk achterom en dan komt de auto zachtjes naast mij rijden.
Ome Cees.
Hij kijkt mij door het open raampje besmuikt lachend aan en zegt: ‘Ik reed effe un stukkie met je mee, Stammes.’
Ik zie dat de autostoel naast hem gevuld is met vele pillendoosjes, gehaald bij dokter van Os.
Hij wijst op de lading medicijnen, kijkt me gespeeld gemoedelijk aan en zegt :
‘We hewwe aars nag un mooie ouwe dag hoor.’

Waarna ome Cees gas geeft en ik zijn lachende pillenkar schuddend zie wegrijden.

220. Vechtpartij en gebakjes

In de Appie aan de Choorstraat staat een jongeman met een blikje Redbull in zijn wild bewegende hand te schreeuwen dat die klotemeiden bij de kassa’s hun grote bek moeten houden, want hij pakt wel meer Redbull hier en nooit zegt iemand hier wat van dus wat zitten jullie hier nou te kankerzeuren, teringhoeren!
(einde citaat).
Als hij door het uitgangspoortje naar buiten wil stormen, ga ik voor hem staan met mijn doosje met twee gebakjes stevig in mijn knuisten geklemd, als een dierbaar kleinood.

Dan gaat hij volledig los.

Duwen, trappen, slaan, en daarna de voorspelbare gekwetst hatende, levenslang aanwezige, machteloze Oerschreeuw:
JIJ MOET NIET AAN ME ZITTEN!!!
JIJ MOET NIET AAN ME ZITTEN!!!
Enz. Enz. Enz. Enz. Enz.

Terwijl ik opmerk dat mijn voorheen zo genadeloze en meedogenloze ju-jitsu-, karate -, en judovaardigheden niet geheel tot volle bloei komen in dit gevecht, doemt er plotseling uit het niets, achter het inmiddels buiten zinnen zijnde halfmens-halfbeest, een Engel op van twee meter hoog en een meter breed.
Op het moment dat ik in de rij boodschappenkarretjes hang, pakt mijn Beschermengel zwijgend, met volkomen ontspannen, en zelfs nonchalant, gelaat de schreeuwende trapper beet, trekt diens armen op de rug, waardoor de gevangene muurvast komt te zitten, in zijn wurgende armhoudgreep.
De manager komt meteen aangerend, gaat breeduit tussen mij en de Redbullgrijper in staan en vraagt belangstellend en bezorgd :
‘Gaat het goed met u, meneer?’
‘Ja, dat gaat wel hoor, dank je’, antwoord ik dankbaar.
Hij doet mij vriendelijk uitgeleide, terwijl mijn Engel de briesende Duivel nog steeds kalm, bijna verveeld, maar geroutineerd armwielklemmend vasthoudt.

En zo kwam het dat ik op deze rustige maandagochtend met mijn vermorzelde gebakjes naar mijn wekelijkse gespreksochtend bij Clasien de l’Ecluse fietste.
Alwaar de troostende koffie gezellig pruttelend op mij wachtte.

Het is 2023!
We zijn begonnen!

219. Nieuwjaarswens

Ik wens je geluk en ongeluk

Ik wens je het vermogen
om volledig kapot te gaan
niets meer te weten
radeloos te zijn
te vallen
weer op te staan
en door te gaan

Ik wens je de kracht om
hartgrondig te huilen
van verdriet
van verkramping
van pijn
van een verlies dat ondraaglijk is
en dat je toch draagt

Ik wens je de ruimte
om onzeker te zijn
om bang te zijn
doodsbang te zijn
niet te durven
en het toch te doen
voor je eigen leven

Ik wens je de moed
om kwaad te zijn
te koken van woede
de hitte van dit razende vuur
te voelen tot in je darmen
en van hieruit
jouw waarheid te spreken

Als je alles
Alles!
mag voelen
beleven
ervaren
in
jouw lichaam
jouw buik
jouw hart
jouw geslachtsdelen
jouw spieren en botten
in iedere bloedcel

Dan ben je Heel

En als je Heel bent
ben je Gelukkig

Ik wens je Heelheid

Voor altijd

————————————

Dick Stammes
Delft
1 januari 2023

218. Jaap Snoek

Jaap Snoek is overleden, op 9 december 2022, 77 jaar oud.

Rond 1960 was mijn vader fietsenmaker en hij en zijn personeel maakten uiteraard de beste fietsen ter wereld: de Havrelux fiets!
In de Sliksteeg in Nierup.
Tegenwoordig de Westerweg in Nieuwe Niedorp.
Chique.
De mensen die er werkten vormden een soort vergroot gezin. Ze aten altijd samen tussen de middag.
De sterke, dagelijkse indrukken uit je kindertijd verlaten je nooit. Nog steeds, als ik een binnenband of een pot met olie ruik, sta ik weer in de oude fietsenzaak en zie mijn vader en zijn jonge medewerkers hard werken, fietsen maken, repareren, en met elkaar praten, lachen en eten.

Begin jaren ‘60 ging mijn vader met zijn fietsenwerkplaats failliet en het personeel moest worden ontslagen.
Het waren arme tijden.

Dit personeel waren jongens van zo’n 16 à 17 jaar oud, net van de ambachtsschool of de school niet afgemaakt, maar in mijn 5-jarige kleuterogen op mijn rode fietsje waren het stoere mannen waar ik tegenop keek. Ze reden op razendsnelle brommers en sommigen hadden een nozem vetkuif!
Eén van die jonge jongens en stoere mannen was Jaap Snoek, die mijn vader dus ook helaas moest ontslaan.
Jaap wilde hierna voor zichzelf beginnen, in Heerhugowaard. Mijn vader zei hem: ‘Ik kan je niets meer geven dan alleen wat gereedschap’.
Mijn vader overhandigde aan Jaap de laatste gereedschappen van zijn fietsenzaak en Jaap is daarna voor zichzelf begonnen. Hij heeft zijn eigen bedrijf in fietsen en motoren tot grote bloei gebracht. Zijn zoon is hem later opgevolgd.
Een paar weken geleden fietste mijn goede vriend Jan Peetoom door Heerhugowaard en zag Jaap aan de overkant van de weg de vuilnisbak buiten zetten. Jan reed aanvankelijk door, twijfelde, en keerde toch om om effe een praatje met Jaap te maken. ‘Hé, daar hebben we Jan’, zei Jaap.
Ze liepen naar binnen in de zaak en Jaap begon over vroeger en zijn werk bij mijn vader. Hij vertelde het verhaal van het gereedschap en dat dat destijds zijn eerste gereedschap was voor zijn nog te beginnen nieuwe zaak.
Jaap wees Jan naar het gereedschapsbord aan de wand en zei: ‘Kijk, dat tangetje, dat komt daar vandaan.’

Twee weken later stierf Jaap plotseling.

Soms, hè, heel soms in het leven gaat iemand twijfelen, keert terug, en maakt effe een praatje.
Over iets ontzagwekkend kleins.

217. Massamoordenares

Er waart een massamoordenares door ons land.
Iedereen weet wie zij is.
Toch loopt zij nog steeds vrij rond,
terwijl de bewijzen overduidelijk tegen haar zijn.

Er zijn mensen die van haar houden,
haar dagelijks vele malen omarmen,
intiem de liefde met haar bedrijven,
en haar vurig strelen, zoenen en tongen
in hun omhelzing des doods.

Ze betalen grof geld voor deze hete hoer
die zichzelf verleidelijk aanbiedt
voor de ramen van het dodelijk vermaak.

De grootste massamoordenares op aarde
pleegt al vele jaren haar onbestrafte moorden,
terwijl zij die haar gemaakt en gebaard hebben
en haar iedere dag weer maken en baren
vrijuit gaan.

De massamoordenares
pleegt ieder jaar 20.000 moorden.
Twintigduizend dode mensen,
twintigduizend lijken,
20.000 verloren dierbaren.

Dood voor altijd.

Als een triomferende held
en als een machtige meesteres
wordt zij vereerd
door de onderdanige slaven
die zich onderwerpen aan haar strenge wil
en volgzaam doen wat zij meedogenloos eist.

De sigaret

216. Geschiedenis 8. De kerstvrede van 1914

Na vijf maanden oorlog werd het op kerstavond 1914 even stil op het slagveld bij het Westelijke Front. De wapens werden neergelegd, de oorlog even vergeten. Duitse en Engelse soldaten zongen kerstliederen en wensten elkaar een prettig kerstfeest toe vanuit het niemandsland tussen de loopgravenlinies. De korte periode van vrede ging de geschiedenisboeken in als de Kerstvrede van 1914.

Kerstvrede tijdens de eerste wereldoorlog
Op 7 december 1914 had de net aangetreden Paus Benedictus XV opgeroepen tot een staakt-het-vuren tijdens Kerstmis.
Duitsland ging akkoord, maar de geallieerden zagen niets in het plan. Tot er op kerstavond door Duitse soldaten een kerstboom werd opgetuigd. Honderden kerstbomen met kaarsjes sierden die avond de anders zo donkere loopgraven.
De oplichtende bomen wekten de nieuwsgierigheid van de Britse soldaten, maar het wantrouwen jegens de vijand hield aan.

Vraag om vrede
Die avond vond een chocoladetaart met een boodschap zijn weg naar de Britse loopgraven. In de brief vroegen de Duitsers om een kortstondige vrede om het Kerstfeest te vieren. De Britten gingen akkoord en stuurden tabak terug als teken van goede wil.
Om exact half acht ’s avonds, zoals afgesproken in de brief, begonnen de Duitse soldaten met het zingen van kerstliederen. Na afloop van elk lied applaudisseerde zowel de Britse als Duitse zijde. Het gevolg was gezamenlijk gezang, het over en weer roepen van boodschappen en in sommige gevallen zelfs ontmoetingen in het niemandsland.

Eerste kerstdag
Voorzichtig en waakzaam kwamen er steeds meer Britse soldaten op Kerstavond uit hun loopgraven. Nog nooit werd er zo massaal contact gelegd tussen de twee linies. Op de late avond keerden veel soldaten terug naar hun eigen linie, maar op Kerstmorgen ging de viering door.
Cadeautjes in de vorm van voedsel en tabak werden uitgewisseld en op diverse plaatsen speelden Duitsers en Britten spelletjes zoals voetbal. Muziek, gezang en gelach klonk door het oorlogsgebied en er werden gezamenlijk kerstmaaltijden gehouden.
Het niemandsland tussen de loopgraven waar zovelen waren gestorven en in de toekomst nog zouden sneuvelen, veranderde voor enkele dagen in een plaats van feest en plezier.

Reacties van de legerleiding
De soldaten vierden feest, maar de hogere rangen waren bezorgd over de gang van zaken.
De Britse generaal Sir John French verordonneerde maatregelen tegen het heulen met de vijand, maar dit was tevergeefs.
Ook de Duitsers, wiens leger altijd werd gekenmerkt door strenge discipline, maakten zich zorgen door de plotselinge amicaliteit tussen beide kampen. Men hoopte dan ook niet dat verhalen over de Kerstvrede aan het thuisfront zouden worden verteld. Alhoewel er officieel maatregelen werden genomen tegen de Kerstvrede, maakten vele leidinggevenden officieus gebruik van de vrede. Doden en gewonden werden weggebracht of begraven, de voedsel- en wapenvoorraden werden aangevuld en er kon een kijkje worden genomen bij de loopgraven van de vijand.

Terug naar de oorlog
Op de meeste plaatsen stopte de Kerstvrede na Eerste Kerstdag, maar elders duurde de vrede tot aan Nieuwjaarsdag. Tijdens de vrede werden er tekenen afgesproken om aan te geven wanneer de gevechten weer zouden beginnen, om zo een eerlijke start voor beide zijden te bewerkstelligen.
Zo schreef de Britse medische officier J.C. Dunn dat hij na de kerstdagen driemaal een schot loste in de lucht en een vlag omhoog hield met daarop ‘Vrolijk Kerstfeest’. Daarop hielden de Duitsers een vlag met ‘Dank jullie wel’ op. Beiden salueerden ze naar elkaar en klommen terug in hun loopgraven.
De kortstondige vriendschappen werden vergeten, het gezang veranderde weer in gekerm en geschreeuw en kerstbomen maakten plaats voor wapens.

De oorlog ging door.

215. Geschiedenis 7. Tien jaar.

Ik herinner me levendig dat ik tien jaar en nooit moe was.
En dat ik dat toen besefte.
We voetbalden een competitiewedstrijd en na de wedstrijd gingen we meteen verder op straat voetballen.
Na afloop dacht ik verwonderd: Nou ben ik nog steeds niet moe.
Dat maakte me blij.
Als ik ’s avonds naar bed ging, had ik alweer zin in de volgende dag en wilde ik dat de nacht snel voorbij zou zijn.
Dit was ook, omdat ik altijd pas na uren wakker liggen eindelijk in slaap viel.

Teveel zin in leven, niet in slapen.

En nu,
ben ik weer tien jaar.
Of nog steeds?

Ik moet nou eindelijk eens naar bed (zegt het verstandige, volwassen, verantwoordelijke hoofd dat niet voelt), want het is bijna half twee ’s nachts en Delft is in diepe slaap. Maar ik heb teveel zin en wou dat het alvast morgen was.

Morgen!
Voetballen!
En nooit moe zijn!

Tja.
Wonderlijk dat dat volwassene in mij nooit echt gelukt is.
Gewoon.
Teveel zin.

De zin,
die alle depressies vernietigd.
Heeft.

214. Geschiedenis 6. De moordende Sint Elizabethsvloeden

Buiten om mijn woning en in mijn buurt is het stil en donker en vredig.
Ik schrijf in de nacht van 19 op 20 november 2022 over de nacht van 19 op 20 november 1421, ruim 600 jaar geleden.

En even bén ik er.
Dáár.
Toen.

De storm giert om mijn krakende houten huisje dat trilt en wankelt in de drassige grond. Het is hoogwater. Overal luiden de noodklokken in de kerktorens.

Het is de vreselijke nacht van de verwoestende Tweede Sint-Elizabethsvloed waarin minimaal 10.000 mensen de dood zullen vinden.
Zeeland 1953 is er niks bij vergeleken (1800 doden).
De ramp gebeurt in de Hollandsche of Groote Waard.
Waar dat is?
Het bestaat niet meer. Vernietigd door het woeste water.

Door onoordeelkundig graafwerk, turfsteken en het slaan van putten om zout te winnen, verzakt de grond steeds meer en de dijken verliezen hun stevigheid. 
In de zware novemberstorm van 1421 stroomt het gebied onder. 
Dit verergert de twintig jaren daarna zózeer dat zelfs een dertigtal dorpen moet worden verlaten, omdat ze verzakken, terwijl tegelijkertijd het water stijgt. 
Tot uiteindelijk het hele gebied verzwolgen wordt door de moordende golven die bewoning onmogelijk maken.

Overigens waren er in totaal drie Elizabethsvloeden, in 1404, 1421 en 1424,
met tienduizenden doden, in ook Noord- en Zuid-Holland, Zeeland en Vlaanderen.
En alle drie precies op 19 november, Sint-Elizabethsdag!

In de vriendelijke toeristenfolder lezen wij vandaag:
Nationaal Park De Biesbosch, de vroegere Hollandsche of Groote Waard, is de benaming voor een zeer waterrijk natuur- en recreatiegebied met zoetwatergetijden, kreken en wilgenvloedbossen, op de rand van Zuid-Holland en Brabant.
Komt u gerust genieten van dit stille natuurgebied op korte afstand van de drukke randstad en geniet u kalm van een geurend kopje koffie in een van de gezellige horeca gelegenheden tussen het mooie groen.

Inderdaad.
Soms slaan rampen over in hun tegendeel.
Eigenlijk altijd.

Je zou er bijna naar verlangen.