213. Geschiedenis 5. Luther

In 1510 bracht Luther een bezoek een Rome voor onderhandelingen met de Paus. Hij was toen een nog onbekende monnik en het was zeven jaar voordat hij zijn berucht-beroemde 95 stellingen op de deur van de Slotkerk in Wittenberg spijkerde. Of lijmde.
Hierover zijn de geleerden het nog niet eens: spijkers of lijm.
Groot theologisch dispuut.
Trouwens, men weet niet eens zeker of Luther zélf die stellingen wel op die deur heeft gehangen.

Over zijn bezoek aan Rome zei Luther later:
‘Ik kwam naar Rome, zodat ik het hoofd van alle goddeloosheid en de zetel van de duivel zag.’

Inderdaad, de Paus.

Luther zag ook hoe de stenen van het Colosseum gebruikt werden voor de bouw van de grootste kerk ter wereld: de Sint Pieter. Vandaar het huidige ruïne-Colosseum in Rome: allemaal weg gehakte stenen voor de Sint Pieter.

Overigens.
Op de terug weg ontmoette Luther de heilige Anna Laminit.
Zij leefde volstrekt alleen en zonder eten en scheidde geen urine en ontlasting af.
Dit heette de ‘Heilige Anorexia’. Anna had daarom vele volgelingen.
Totdat de hertogin van Beieren haar helaas ontmaskerde. De hertogin ontdekte Anna’s geheime bewaarplaats met luxe voedsel, zoals peperkoeken en peren.
Bovendien bleek dat Anna haar ontlasting uit het raam wierp.
En tevens kwam uit dat Anna een kind had van een vooraanstaande patriciër en koopman.

Kortom,
Anna was nogal een geile vreetzak.
En Luther nog niet beroemd.

210. Geschiedenis 2. Johanna de Waanzinnige


Ik was graag getrouwd met Johanna van Castilië.
Niet alleen door haar wonderschone naam, maar ook voor ál het andere!

Zo zou ik ook heel graag met Johanna getrouwd zijn door de gigantische gebeurtenis van het huwelijk.
Vanuit Spanje werd Johanna uitgestuurd, vergezeld van 20.000 personen en 130 schepen, met kamerheren, hofdames, pages, kamervrouwen, lijfknechten, thesauriers, grootmeesteressen en bedienend personeel.
De vloot vertrok uit Laredo op 30 juli 1496 met bestemming Zeeland.
Er was 85.000 pond gerookt vlees mee, 50.000 haringen, 1000 kippen, 6000 eieren en 400 vaten wijn.
Tijdens de twee maanden durende reis gingen er een paar schepen verloren tijdens stormweer.

Kijk, een vrouw naar mijn hart!

In Antwerpen wachtte Johanna een grandioze ontvangst en een officiële plechtigheid. Op 19 oktober 1496 nam ze haar intrek in Lier. De volgende dag arriveerde haar echtgenoot Filips de Schone vanuit Tirol, waar hij met zijn vader op jacht was.

Met mijn vader op jacht in Tirol: zou ik ook gedaan hebben!

Amper hadden de toekomstige echtelingen één blik gewisseld, of de vonk sloeg over.
Tegen elke hofetiquette in liep het koppel zwijgend – ze spraken elkaars taal niet – de deur uit en lieten de verstijfde hovelingen achter voor wat ze waren.
Ze gingen samen gewoon op zoek naar een priester. Toen ze die vonden beval Johanna hem om hen ter plekke in de echt te verbinden, zomaar midden op een Lierse straat. Zonder op hun gevolg te letten begaven de jongelui zich op een drafje naar de voor hen voorziene woning en draaiden de deur stevig achter zich dicht.
De volgende dag kwamen zij buiten en werden zij tijdens een luisterrijke plechtigheid voor een tweede keer in de echt verbonden.
Het huwelijk werd gevolgd door een hofbal, volksfeesten en een gigantisch banket.
Er werd 1200 liter wijn geconsumeerd. Het aantal toeschouwers was zo groot dat op zeker ogenblik een brug over de Nete instortte door overbelasting met als gevolg tal van doden en gewonden.

Mijn droombruiloft!

Reeds tijdens haar verblijf in de Nederlanden, toen zij haar echtgenoot Filips achterna gereisd was, vertoonde Johanna tekenen van onevenwichtig gedrag.
Toen Filips in september 1506 stierf raakte zij verder verward. Zijn lijk werd gebalsemd en in een loden kist gelegd, die Johanna in haar slaapkamer liet plaatsen. Elke ochtend liet ze de kist openen in de hoop dat Filips tot leven zou zijn gekomen. Ook als zij op reis ging nam ze het lijk van haar echtgenoot met zich mee.

Zeg nou zelf, welke vrouw doet dat nog tegenwoordig?!

Haar vader, Ferdinand, wist haar ervan te overtuigen dat Filips moest worden begraven. Uiteindelijk werd Johanna krankzinnig verklaard en opgesloten in een kasteel te Tordesillas. Zij kreeg de bijnaam Johanna de Waanzinnige.

Johanna, de ideale echtgenote.
Tot vér ná de dood!

Moge zij eeuwig rusten in volmaakte vrede.

209. Geschiedenis 1. Het Rampjaar, de Moord en Wij

In het Rampjaar, op 20 augustus 1672, deze week 350 jaar geleden, vond de op een na belangrijkste moord in de Nederlandse geschiedenis plaats.
De moord op Johan en Cornelis de Witt bij de Gevangenpoort in Den Haag.
Johan was Raadpensionaris, qua functie de Mark Rutte van die tijd, zeg maar.
Wie vermoordde hen?
De woede van het Nederlandse volk.
Waarom was het volk boos?
Omdat het land in slechte toestand verkeerde.
Wat deed het volk met zijn boosheid?
Uit woede en onmacht vermoordde het volk twee broers die men de schuld gaf van de slechte toestand van het land.
Nederland werd aangevallen door vier landen: Engeland, Frankrijk, Munster en Keulen.
Het volk was redeloos, de regering was radeloos, het land was reddeloos.
Zoals we leerden op school.

Johan was op 20 augustus op bezoek bij zijn broer in de gevangenis en beiden werden door het woedende volk uit de gevangenis gesleurd.
Overigens:
De gevangenis bevindt zich op 50 meter afstand van de plek waar tegenwoordig, in regeringsloze periodes, de kabinetsformaties plaatsvinden: in het Johan de Witt Huis aan de Kneuterdijk in den Haag, de plek waar Johan woonde toen hij werd vermoord.

De gebroeders de Witt werden niet alleen vermoord, maar gelyncht, oftewel hun lichamen werden opengesneden en verscheurd en lichaamsdelen werden afgehakt.

Door woede.

Op de plek waar al dit afschuwelijks gebeurde, liggen en staan nog dagelijks bloemen en planten. Hagenaars noemen deze plek ‘Het Groene Zoodje’. Het is de plek waar het stenen bankje staat aan de Hofvijver, met een prachtig uitzicht over de eeuwenoude gebouwen van het Binnenhof en daarachter de nieuwe torens van de ministeries, gebouwd in de jaren ’90 van de twintigste eeuw.
Tegenover het bankje en de bloemenzee staat het standbeeld van Johan de Witt, een van onze grootste staatsmannen ooit. Iedere 20e augustus zijn er in Den Haag vele evenementen om deze vreselijke gebeurtenis én de gebroeders de Witt te herdenken.

Mijn voorstel:
Laten we allen iedere 20e augustus Johan en Cornelis de Witt landelijk herdenken.
Het zijn zij die zo veel voor ons, ons land, onze vrijheid en democratie hebben gedaan en betekend, en waar we tot op de dag van vandaag van profiteren.
Laten we hieruit lering trekken voor onszelf vandaag. En wéten en beséffen dat woede alleen maar tot vernietiging leidt.
Laten we de baas blijven over onze eigen woedes. In daad én in woord.
Als ik zo vrij mag zijn.

Vredig weekend en leven voor ons ALLEN.
En voor wie en waar dan ook ter wereld.
Ook binnen huwelijken, families en alle gemeenschappen.
En vooral waar alles begint: in jezelf.

Vrede, Peace, Sala’am, Shalom, Paix, Frieden, Paz.

Er is geen andere weg mogelijk.

208. Overzicht tot nu toe en vooruitblik

Hier een overzicht per thema van de verhalen die tot nu toe op mijn blog zijn gepubliceerd,
alsmede een vooruitblik op wat komen gaat.

Veel leesplezier verder, beste leesvriend(in)!
En leef het leven zoals alleen jij dat kan.

OVERZICHT EN VOORUITBLIK

1 – 20. Allerlei

21 – 97. Dorpsverhalen

98 – 103. Fluisteringen van de ziel

104 – 114. Mystieke vertellingen

115 – 118. Wereldreizen

119 -143. Poëzie

144 – 150. Toevallingen

152 – 207. Ontmoetingen

VANAF HIER:

209 – … . Geschiedenisverhalen

207. Ontmoeting 55. Autobiografie. De ontmoetingen met mijzelf.

Mooi gezin, lieve ouders die dansten in het lichte duister, de veiligheid van een dorp, spelen in het bos, hutten bouwen, cowboy-indiaantje (‘nou schiet ik je weer levend’) kloetspringen, voetballen, voetballen, schaatsen, wielrennen, voetballen, voetballen.
Oh ja, en voetballen.
Drijven in een bootje, luisteren naar de wind, liggen in het riet, eerste ervaring van eenheid.

Niks doen.

Leren, lol maken, gezelligheid, het strelen van de eerste meisjesborst, zin in alles.
Zwerven in de nacht, verstijven van doodsangst, haten, schreeuwen, eenzaamheid, vervreemd zijn, verdrinken in verdriet, praten, rennen, neuken, zuipen, huilen, verlaten, terugkeren, omhelzen.
De wereld bereizen, omarmen, gevangen zijn, verdacht van terrorisme, bevrijd worden, bergen op, woestijnen door, jungles in, geuren snuiven, dagen-nachtenlange treinreizen, stinkende steden, hongerende mensen, vreemde geluiden in de nacht, ziek worden, gevaar, vliegvelden.

Niks doen.

Het verdovend-opwindende barkeeper-spel, kroegen, nachtclubs, stranden, campings, verliefdheden, huidproblemen, feesten, experimenteren met illusies, space-cake, xtc, mdma, seks, ghb, coke, poppers, 3mmc, vervreemdingen, verkrampingen, pijn, heerlijkheden, genot, geilheden, gemis.
De ontrafeling van het geheim van de Franse taal, onderwijzen, psychotherapie, filosofie, leraar zijn, mentor en counseler, het nabijstaan van jongeren die zwemmen in de nacht, luisteren naar hen die stilstaan en roepen in de kou.
Shikantaza, de openbaring van de verborgen diamant, Zen, ontmoetingen met verlichten, wonen en werken bij een Zen-meester, leven in aandacht en meditatie.

Niks doen.

Korte relaties met vrouwen en een héle lange relatie van elf maanden.
Jazz, saxofoon spelen, Bigband, biljarten, Nederlands kampioenschap, dansen, zingen, Fransman zijn, in Frankrijk wonen, zeven dagen per week werken, avontuur, vrij zijn, humor en lachen, verhuizen, verplaatsen, bewegen, verhuizen, verhuizen, verplaatsen, verplaatsen, bewegen, verlaten, alles opgeven, bezitloos leven, wereldrugzakken, reizen en reisleiden.
Helden.
George Best, Ard Schenk, Johan Cruijff, Louis Armstrong, Charlie Parker, Duke Ellington, Michael Jackson, Raymond Ceulemans, Godfried Bomans, Toon Hermans, Monty Python, Jean-Paul Sartre, Arthur Rimbaud, Martin Spaanderman, Nico Tydeman, Isaac Shapiro, Thich Nhat Hanh.
Leven in stilte, alleen zijn, monnik zijn, intuïtie, onderzoek naar het onbekende, innerlijke scholing, schoonheid, het heldere zien, het andere, de top van het talent.
Studeren, hersens kraken, nieuwe kennis, boeken, hoofdgrenzen oversteken, voelen, vallen, door het slijk kruipen, gek worden, pijn lijden, depressie, psychose, dakloos, wanhoop, sterven, doorlopen, bovendrijven, aankomen, begrijpen, verstaan, horen.
Bedrijf starten, failliet gaan, huis verkopen, schulden maken, terugbetalen, doorstarten, meerdere beroepen, nieuwe kennis en talenten in de wereld zetten, lekker geld.
Schrijven, boeken baren, bevredigd worden, verlangens leven, lichaamstaal, voldoening schenken, publiceren, verkopen, geschiedenis, literatuur, poëzie, esoterie, mystiek, gesprekken voeren, gidsen, vrienden, vriendinnen, familie, warmte, openbaarheid, optreden, verbinden, intimiteit, buigzaamheid.
Van denken naar voelen naar zien.
Iedereen is altijd hier, niemand zijn, ambitieloos leven, eeuwig moment, de ander zien, zorgen voor, Delft, omhelzen, beleven, bijdragen, coachen, schouwen in de ander, non-dualiteit.
Bezoldigd gesprekspartner.
Plezier, het geluk van de wereld, ontroering, dierbaarheid, vertrouwen, thuis zijn, steden ontdekken.

Niks doen.

Oh ja, en liefde, vrede, vrijheid, schoonheid.
Eeuwigheid en tijdelijkheid.

Zo is het ongeveer gegaan, terwijl ik niks deed.
Zo gaat het.
Zo zal het gaan.

Wat een wonderlijk gedoetje, hè?

Mijn Leven.
Het Leven.

206. Ontmoeting 54. Mijn ware verhaal

Ooit liet Thich Nhat Hanh, de Vietnamese Zen-meester,
mij zien dat 7 miljard mensen op aarde iedere tel 
zichzelf en alle levende wezens discrimineren.
Tot aan mineralen aan toe.

Graag vertel ik je hoe deze Zen-meester,
die ooit door Martin Luther King werd voorgedragen
voor de Nobelprijs voor de Vrede, 
deze werkelijkheid aantoont.

In de jaren ’90 van de vorige eeuw,
na 15 jaar Zen-meditatie en beoefening in 
de Hippie-tempel van Amsterdam, ‘de Kosmos’,
zegde ik alles op,
mijn onderwijsbaan, mijn huis, al mijn spullen, mijn land,
en ging twee jaar bezitsloos op wereldreis.

Mijn eerste reis was het grote voorrecht om drie maanden lang
als Zen-monnik in aandacht en stilte te mogen leven, werken, eten, mediteren 
in Plum Village, de gemeenschap in Zuid-Frankrijk 
van de grote Zen-meester Thich Nhat Hanh.

Ik was erbij en zag hoe een Israelische moeder
wier kinderen met rotsen waren vermoord door Palestijnen
en ik zag hoe een Palestijnse man wiens benen kapot waren geschoten door Israëliers
met elkaar begonnen te spreken.

We zagen hoe hatende Israeliërs en Palestijnen,
en hoe woedende Vietnamezen en Amerikanen,
hun oorlogspijn en haat met elkaar deelden
en na helende weken van gezamenlijke meditaties, gesprekken 
en oefeningen,
samen naar hun landen terugkeerden
om met elkaar als aandachtige vredeswerkers de wonden van hun volk 
te helpen helen.

Zij en wij zagen in dat de oplossing van conflict en oorlog
niet op politiek terrein ligt,
maar in de dagelijks beoefende vrede van onze eigen gedachten.

Als je boeken leest verwerf je kennis.
Als je een groot Zen-meester in levende lijve dagelijks ontmoet,
absorbeer je het ijlste bewustzijn.

Gedurende 14 dagen
mediteren van 04.00 uur ’s ochtends tot 18.00 uur ’s avonds
in stilte eten
en om 20.00 uur naar bed.

Na deze twee stilte-weken begon het stille werk, 
drie maanden lang, 7 dagen per week.
Iedere 20 minuten luidde men ‘de bel van aandacht’. 
Iedereen liet dan ter plekke al het werk vallen waar hij mee bezig was
en richtte zijn aandacht op de ademhaling en het huidige moment.

Hoor je de bomen ruisen? 
Voel je je voeten op de grond?
Voel je je pijn, angsten, woede, verdriet, vreugde?
Zie je de ander? Echt?
Waar adem je nu?
Na een halve minuut vervolgde een ieder weer zijn werk,
nóg aandachtiger, bewuster en verstilder dan daarvoor,
en 20 minuten later klonk de bel wéér.

We kregen eetlessen, looplessen, begroetingslessen, spreeklessen, levenslessen, vredeslessen. En poeplessen. 
Hoe eet je?
Eten met elkaar in volledige stilte en aandacht maakt dat je traag 
en bewust gaat eten, langzaam kauwen 
tot het eten alleen nog maar sap is,
voordat het, traag, bewust en natuurlijk naar binnen glijdt.
En daarna een halve minuut of langer in stilte en aandacht 
wachten, luisteren, voelen,
totdat het lichaam vraagt om de volgende trage hap.
En als het lichaam niet vraagt,
stop je met verder eten.

Zelfs de toiletgang werd een Zen-oefening in aandacht.
Waar begint poepen?
En kun je daar met je aandacht bij blijven
en haar beweging volgen?
Een boeiende activiteit, nietwaar? 

En vooral, vooral,
leerden we, 
samen met Palestijnen en Israëliërs,
Vietnamezen en Amerikanen,
Hollanders, Fransen, Engelsen, 
en de hele wereld, 
het enorme, dramatische, ijzingwekkende verschil tussen,
onze discriminerende geest en onze eenheidsgeest.

En eenmaal terug in het dagelijkse bestaan van deze wereld,
voor mij na twee jaar,
begon onze échte levensoefening.
Hoe breng je openheid, zachtheid, bewustzijn, aandacht, vrede, eenheid,
in een wereld die leeft in het tegenovergestelde,
terwijl je dat tegenovergestelde in jezelf ook zo goed kent?

Dan ontmoet je eerst de oorlog in jezelf.
en zie je dat iedere uiterlijke oorlog en conflict
een gevolg is van de oorlogen
die wij iedere tel voeren in onszelf.
Deze oefening duurt een leven lang en stopt nooit
en iedere valkuil doet zich iedere tel voor.

Een Zen-meester is een spiegel.
Kunnen we onszelf zien?

En wie zien we dan?

205. Ontmoeting 53. De professor en de boeddhist

De professor:
De mens heeft van alle levende wezens het hoogste bewustzijn. Een elektron is bijvoorbeeld niet in staat een symfonie te componeren. We zien dus dat een elektron een lager bewustzijn heeft dan de mens. Hetzelfde geldt voor planten en dieren. Er bestaat een hiërarchie van bewustzijnen, van hoog tot laag, en de mens staat aan de top daarvan.

De boeddhist:
Deze woorden zijn een duidelijk voorbeeld van een discriminerende geest en komen voort uit een meerderwaardigheidscomplex, wat hetzelfde is als een minderwaardigheidscomplex of gelijkwaardigheidscomplex. 
Ik ben niet heel trots op dit complex waar wij mensen onder lijden en waar alle discriminatie uit voortkomt. 

Laten we nauwkeurig naar de feiten kijken.

Ieder mens bestaat uit niet-mens elementen, zoals elektronen, mineralen, planten, dieren. In ons zijn al deze niet-mens elementen werkzaam en zonder deze niet-mens elementen zouden wij geen mens zijn.
Als we iets denken, een gedachte produceren, dan is er niet een ik die deze gedachte produceert, maar alle elektronen, mineralen, planten en dieren in ons helpen mee om deze gedachte voort te brengen.
Maar ook onze voorouders zijn op dit moment, en altijd, werkzaam in ons en maken ons tot wie we zijn, wat we denken en wat we doen. 

Dit is geen theorie, maar werkelijke dagelijkse praktijk. 

Tevens is het zo dat als ik kijk, het niet alleen de ogen zijn die iets zien. Alle niet-oog elementen en alle voorouders in ons werken samen om dit zien mogelijk te maken. 
Wij kijken met alles en niet alleen met de ogen. De ogen werken samen met alles wat niet-oog is. Hoe zou je kunnen kijken zonder je hart, je adem of de aarde?
Alle mensen zijn een deel van Moeder Aarde. Dus ook Moeder Aarde helpt ons om een gedachte te produceren. Dit geldt ook voor de zon, want zonder de zon kan de aarde niet leven. Zowel de aarde als de zon zitten in ons en helpen ons om te denken, te handelen en te bestaan. 

Alles wat niet-ik is, maakt mij tot mijzelf.

Dus ook jij, en alles wat bestaat, helpt mij om mij tot mijzelf te maken.
En andersom. 
Dit geldt ook voor het heden, verleden en de toekomst. 
Het heden staat niet los van het verleden en de toekomst. 
Zij helpen elkaar en vormen elkaar. Dus als ik in staat ben om dit moment volledig aan te raken dan help ik het verleden te helen en de toekomst te verbeteren. 
Als ik in werkelijk contact sta met het heden, dan ben ik niet alleen in contact met het verleden en de toekomst, maar eveneens met de eeuwigheid.

Dit moment is diep verbonden met de eeuwigheid.
 
Het is niet zo dat de eeuwigheid beter of slechter is dan dit moment, of dat de ene mens beter is dan de andere, of dat een mens beter is dan een dier, plant of mineraal. 
Alles wat niet-ik is bestaat in ons, werkt met ons samen, en maakt ons tot wie we zijn.

Er bestaat dus geen afgescheiden ik, geen op zichzelf bestaand individu dat los staat van álles wat bestaat, heeft bestaan en zal bestaan.
En dit alles, mensen, zonnen, dieren, bomen, voorouders, elektronen, de aarde, jij, ik, de tijd, dit alles ligt in het hart van bewustzijn.

204. Ontmoeting 52. De oude man en de Tijd

Ik zit naast een oude man op een bankje in de stad.
Hij zegt:
‘Vroeger dacht ik nog dat als ik iets wilde dat ik dat ook zou doen en kunnen. Het rare is dat terwijl ‘Willen’ in de eerste helft zo belangrijk is, het in de tweede helft steeds meer wegvalt.
Hetzelfde geldt voor keuzes maken. Ook dat is iets voor jongeren. Het is tenslotte noodzakelijk om te leren kiezen binnen de oneindige mogelijkheden die er zijn. Het is belangrijk om Jezelf te leren kennen, voor Jezelf te leren kiezen, en te doen wat belangrijk is voor Jou.
Kortom, er is dan nog sprake van een Ik dat iets wil, kiest, en een doel heeft.
Als je dan eenmaal dit belangrijke bewuste Willen, Kiezen en Denken hebt verworven, dan gebeurt er iets wonderlijks: dit alles vervliegt en lost op in de Tijd.
De overname van ons leven door de Tijd betekent dat we die alleen maar kunnen laten gaan en haar beweging volgen. Wíj willen en kiezen niet meer, maar datgene wat gebeurt kiest óns. Het gaat hierbij niet om een project van zelfverbetering, maar om iets geheel anders: het totale verlies van het Ik. Het Ik blijkt namelijk niets anders dan een denkbeeld te zijn, drijfzand, en zelfs dát niet.
Wanneer we eenmaal zó helder en moedig zijn om ons te laten meesleuren door het niks, dan smelt het Ik steeds meer weg. Dit is niet iets wat we doen, willen of kiezen, maar wat zich aan ons voltrekt. Vaak aanvankelijk als levenscrisis.
Door niks te zijn, worden we bevrijd van ons eerder zo zorgvuldig opgebouwde Ik.
Deze bevrijding is alleen mogelijk, mits er eerst een sterk Ik is waarvoor hard en zwaar is gevochten. En mits dit Ik eerst iets volkomen unieks heeft gedaan in de buitenwereld. Bevrijding heeft tenslotte alleen zin als er eerst een gevangenis is die het Ik belangrijk vindt.’
Sprak de oude man op het bankje in de stad.

203. Ontmoeting 51. Dagelijkse gebeurtenissen

Gebeurtenis 1.
Ik werk achter de bar samen met een vrouw.
Ik zeg:
‘Je kijkt nogal moeilijk. Is er iets?’
Zij: ‘Ja. Mijn schoenen doen pijn.’
– ‘Trek dan andere schoenen aan.’
– ‘Dat kan niet.’
– ‘Waarom niet?’
– ‘Deze schoenen staan zo mooi.’

Gebeurtenis 2.
Vandaag loop ik in Rotterdam langs een hotel met het gevelgrote opschrift:

‘De hele wereld is mijn vaderland.’
Erasmus

Het lijkt me een goed hotel.
Een eeuwenoud hotel.
Noodzakelijk hotel.

Toekomstgericht ook.

202. Ontmoeting 50. Maoie stôd agtâh de dêune …

Inderdaad, wat een mooie stad achter de duinen: oh, oh, Den Haag!

De Schilderswijk mooi opgeknapt, het Centraal Station verbouwd, de prachtige skyline met wereldse wolkenkrabbers, en niet te vergeten de pittoreske kleine straatjes met winkeltjes en kroegjes in het centrum.
Ik loop vanaf het nieuwe, vlekkeloos witte stadhuis, Het IJspaleis, en de theaters aan ’t Spui naar de Oude Kerk waarnaast een gedenksteen staat van Neerlands grootste filosoof: Spinoza. Historie, welvaart en herinneringen omarmen mij weldadig.
Achter de Oude Kerk is een pleintje dat behoort bij de Chinese wijk. Dus ruikt het naar geurende bakluchten van wokkende oosterse koks en oogt de plek multicultureel vredig.
Ik kijk naar klaterende kinderen die kirrend rennen naar klimrekken waarop ze hun aanval inzetten om ze triomfantelijk te overwinnen. Ontroerd kijk ik naar de heftig klauterende mensjes die volledig opgaan in hun spel.

Harmonie. Vrede. Plezier. Kinderen.

Als ze weg zijn, loop ik nagenietend naar de klimrekken. Dan pas zie ik dat er overal namen en leeftijden in zijn gegraveerd: Frits 12, Marijke 8, Pieter 10, Joke 4, Moshe 6.
Ik streel mijn hand over de honderden mooie namen gekerfd in vriendelijk speelgoed. Waarom staan die hier genoemd?
Ik kijk naar de grond en lees de woorden die het speelveldje omcirkelen:
‘Verdwenen is de Joodse buurt. Verdwenen zijn de kinderen. Weggevoerd in de Tweede Wereldoorlog. Omdat ze Joods waren. 170 Haags-Joodse kinderen keerden niet meer terug. Velen van hen speelden hier. Gingen hier naar school. Laten we ze niet vergeten. En zorgen dat zoiets nooit meer gebeurt.’

In de tram van den Haag naar Delft echoën woorden langdurig na.
En zorgen dat zoiets nooit meer gebeurt.
Nóóit meer gebeurt.
Nóóit meer.

Nóóit.