111. Mystieke vertelling 8. De vraag

Is er een God?

Deze vraag ving ik op in het gesprek naast me.
Een jongeman, twintiger, vrolijke haardos, nieuwsgierige grote ogen, zat tegenover een grijsharige stralende vrouw, zeventiger, zachte ogen. Ze waren duidelijk diep verbonden, maar geen familie, vriendschap of romantische relatie. Er was iets anders, iets veel méérs.

Het was lange tijd stil.
Een stilte die je kon zien.
Als je luisterde en als je zelf volkomen stil was.
In die stilte was een ruimte en in die ruimte klonk haar bewegingsloze geluid:

‘De schepper is het geschapene.’

In het café kropen mensen dicht tegen elkaar, praatten, aten en dronken,
en ook
was er die stilte
was er die ruimte
waarin niets bewoog
zelfs niet het lawaai.

Haar zwijgende stem sprak:
‘Schepping heeft genoeg aan zichzelf.
Ze heeft geen aparte schepper nodig naast of apart van zichzelf.’

Hij stamelde.
Zij vervolgde.

‘Schepping heeft geen instantie nodig buiten zichzelf om haar te scheppen.
Op het moment dat je een instantie buiten de schepping accepteert om haar te scheppen, splits je het leven en kom je terecht in een tweedeling en vicieuze cirkel.
De redenering is dan:
Hoe kan het leven er zijn zonder door iets of iemand geschapen te zijn?
Er moet toch iets zijn dat iets schept?
Dus moet er toch een schepper zijn?
Tja.
Zo redeneren alle godsdiensten.
Als je hun redenering volgt dan dringt automatisch de vraag zich op:

Wie schiep de God?

En als de God er kan zijn zonder te zijn geschapen, wat is dan het probleem?
Dan kan het leven er namelijk zijn zónder dat het geschapen is.
Dan accepteer je dus principieel dat iets er kan zijn zonder te zijn geschapen.
Dat er geen schepper is.
Zie je dit?
Zie je dat iets bestaat, zoals jij als mens, zoals de planten, zoals het heelal, zónder dat het geschapen is door iets dat buiten de mensen, buiten de planten en buiten het heelal ligt? Alles ligt binnen in het geschapene dat zichzelf schept en zelf de schepper is van zichzelf.

Zie je dat?’

Haar woorden vergrootten de stilte terwijl ze spraken. Stilte kende geen grenzen.
Ook de openheid waarin stilte huisde opende zichzelf in een nóg wijdsere stilte die vooraf ging aan ieder denken.

Ze zei:
‘Waarom zou je dan van A naar B gaan en van B naar C?
Waarom zou je van een schepper naar het geschapene gaan, van de hemel naar de aarde, van God naar de mens?
Waarom zou je splitsen, classificeren, scheiden, indelen?
Waarom zou je dat dan doen?
Je doet het omdat je vertrouwd bent met je denken. Het is het denken waaraan je verslaafd bent. Het denken dat noch eeuwigheid noch tijdloosheid kent.
Denken stamt uit het verleden en zo creëert het denken de tijd; verleden, heden en toekomst, die illusies zijn.
Jouw denken, jouw aannames zijn alleen maar veronderstellingen. Vandaar dat de hele bedachte, verzonnen theologie simpelweg flauwekul is.

Zie je?’

Tussen haar woorden, tussen haar letters, tussen haar en haar partner gaapte de leegte van het heelal.

Hij zei:
‘Als er geen God is, hoe kan een mens dan leven?

Ze legde haar hand zacht op zijn arm en zei:
‘Dit is een gedachte die voortkomt uit angst. Wees lief voor angst, wees zacht, wees vriendelijk. Angst is een kind van het onbekende. Het heeft lichtjaren gereisd om jou te vinden. Het gaat erom dat er geen scheiding is tussen jou en je angst. Wéés de angst.
Als je dit niet ziet, niet aanvaardt, dan ontstaat de theologie, de filosofie, die bestaat uit denken, concepten en vluchtwegen uit de angst, uit het leven en uit de schepping die jij bent.
Theologie begint met God.
‘Theo’ betekent God.
‘Logie’ betekent logica.
Theologie betekent dus logica over God.
Logica over God is een tegenspraak in zichzelf.
Zie je de onzin van deze redenering door theologen?
Logica over God!
Zulke waanzin kan alleen een denkend hoofd vol lawaai bedenken.
Filosofen, theologen en ander gespuis, hun denken is niets anders dan een verzameling kakelende lawaaimakers in hun gesloten hoofden.

Zie je?’

Haar woorden versmolten met een zuiverende ernst die door het open raam binnendrong en de hersens reinigde van elk denken en voelen.
In het midden van alles was een plekloze plek die onaanraakbaar was en insloeg als bliksem die vernietigt en verbrandt. Ze was zo licht als lucht en het middelpunt van de hele schepping.
Ieder woord was overbodig, ieder gevoel oppervlakkig, ieder denken schoot tekort.
Haar dóordenkende gesprekspartner vroeg:

‘Dus de schepping zélf is God?
Wij zijn God, ik ben God, jij bent God, iedereen is God?’

Zijn woorden tuimelden op de grond, zij raapte ze op, wreef ze fijn en fluisterde stil:
Als je persé het woord God wilt gebruiken, moet je de betekenis veranderen, want in dat geval zal ook de ezel God zijn en ook de bommengooier en ook de slang.
Het is dus beter het woord te laten vallen, omdat het woord zelf gevaarlijk is en tot nutteloze misverstanden leidt. In dat geval veronderstel je namelijk dat als je op een ezel rijdt, je op een God rijdt en als je een bommengooier bent, je een God bent.
Dit is natuurlijk een vergissing.

Zie je?’

Nog dichterbij dan ieder zintuig was er die stervende schoonheid die je alleen kon zien zonder ogen. Het vulde de hele ruimte die het zélf was.
Ik keek naar de jongen, luisterde naar zijn terneergeslagen geest en leed met hem mee. Tot ik voelde dat de tijd had opgehouden te bestaan, het heelal volledig was uitgewist en ik in dat moment de jongen wérd. En zijn lijden.
Zijn ogen staarden strak in de peilloos lieve ogen van de vrouw, hij stak zijn koude bevende hand over tafel en zij hield hem teder vast.

Hij zei:
‘Ik zou zo graag van ieder moment willen genieten.’

Zij sprak teder en beslist:
‘Je maakt nu een scheiding tussen dit moment en jezelf. Zo splits je het leven tussen een Ik en Dit moment. Je maakt een tweedeling en in die deling is het onmogelijk te genieten van dit moment, omdat je gescheiden bent. Je kunt het hooguit denken, maar de gedachte splitst en met het denken creëer je de illusie. Als je denkt ‘Ik geniet’ ben je al weg van dit moment.
Het feit is dat jij dit moment bént. Het is een feit dat uit dit moment een vreugde ontstaat die ondanks jouzelf plaatsvindt. Als je probeert en wilt genieten, gaat het van je wég.’

Hij:
‘Ik denk dat de kracht die ons leven geeft, of wat dat dan ook is, de energie, het universum …’

Zijn gedachten werden voortgedreven door eeuwen van angst, plezier, verlangen en zorgen. Zij misten het zuiverende verdriet van de dood en de rouw en duwden tegen de dichte sluier die zijn levenslange bezit was.

Ze onderbrak hem op liefdevolle toon:
‘Nu maak je jezelf tot gevangene. Als je zó sterk gehecht bent aan het woord God, aan het woord Energie, aan het woord Universum, als je beslist niet zónder die woorden kunt, maak er dan goddelijkheid van. Of nog beter: maak er een werkwoord van. Maak er een kwaliteit van. God is een werkwoord. Als je er een zelfstandig naamwoord van maakt, dan vermoord je het. Je stopt dan haar groei en haar oneindig zwarte verrukking. Zelfstandige naamwoorden groeien niet. Alleen werkwoorden groeien.
Het gaat erom diepgaand te beseffen wat vergankelijkheid is. Niet alleen verstandelijk. Heb je vergankelijkheid al geïntegreerd in elke gedachte, iedere ademtocht en elke beweging, zodat je leven erdoor veranderd is? Is je besef van vergankelijkheid zó scherp en intens geworden dat je niet anders meer kán dan mededogen hebben met ieder wezen? En is het besef al zo groot dat je elke seconde van je leven wijdt aan het streven naar innerlijke bevrijding, zowel van jezelf als van anderen?

Besef je dat al?’

Ze duwde hem en hij zichzelf naar de rand van de afgrond.
Hij slaakte een schreeuw, viel in het ravijn en stierf duizend doden.

Alles zweeg.

Zijn lichaam stond op
en toen zijn hoofd uit elkaar spatte
glimlachten zijn lippen
stopte de tijd
en zag hij miljoenen sterren geboren worden en miljoenen sterren sterven.

Niets veranderde, niets bewoog.
Er was niets dat ook maar íéts deed.

En er was geen plek in de sterren die hij níét was.

110. Mystieke vertelling 7. De wijze oude boom

Ik loop door de herfstige Delftse Hout alwaar een oude boom mij wenkt.
Ik zet mij neer en leun achterover tegen zijn stevige stam.

En hij fluistert: Luister!

Een blad papier bestaat niet op zichzelf
In het blad papier
zit de omgehakte boom
de houthakker die de boom kapt
de moeder die de houthakker baart
de voorouders die haar voortbrengen
de grond die de boom doet groeien
de regen waarmee ze zich voedt
de lucht die ze inademt
de zon die de boom verlicht
Er is niets op aarde wat niet in het blad papier aanwezig is

Iets bestaat omdat al het andere bestaat

Er bestaat geen op zichzelf bestaand iets
geen ik zonder de ander
geen rijkdom zonder armoede
geen gezondheid zonder ziekte
En er bestaat geen vluchteling zonder een verlaten thuis

Zíjn vlucht is óns welkom
Zonder zijn nood worden wij geen goede mensen
Zonder onze liefde kan hij zijn angst niet vernietigen
Zonder zijn vraag kunnen wij niet antwoorden

Iets bestaat omdat al het andere bestaat

Wij zitten in de vluchteling en de vluchteling zit in ons
Ons bloed, onze botten, onze harten zijn van dezelfde stof gemaakt
Wij allen drinken hetzelfde water uit dezelfde regens en oceanen
De lucht die hij uitademt, ademen wij in
Als hij arm is, zijn wij rijk
Als hij niet gelukkig is, kunnen wij ook niet gelukkig zijn

Iets bestaat omdat al het andere bestaat

Jij bent mij en ik ben jou
Wij inter-zijn
.Jij kweekt de bloem in jezelf, zodat ik mooi kan zijn
Ik transformeer het afval in mezelf, zodat jij niet hoeft te lijden
Ik steun jou, jij steunt mij
Ik ben hier om je vrede te brengen
Jij bent hier om mij vreugde te brengen

Iets bestaat omdat al het andere bestaat

Aldus sprak de oude boom
In de herfstzon in de vredige Delftse Hout

109. Mystieke vertelling 6. Het kleedje

Ten einde raad daalde de gebroken vrouw af in het dal
kroop binnen in de donkere grot
en zag de lichte oude man
die haar glimlachend wenkte

Haar tranen spraken:
Ik heb alles gedaan om
goed te zijn
anderen te helpen
gelukkig te zijn
het leven te doorgronden

Niets werkt!
Wat moet ik doen?

Hij zei:
Het leven is niet tegen jou
Jij zoeker naar zuiverheid
Het dient jou
vooral
als haar slagen je hard raken

Als iemand een kleedje uitklopt
zijn de slagen niet tegen het kleedje gericht
maar tegen het stof dat het bevat

En weet
Jij zoeker naar helderheid
dat het meeste stof zich bevindt
in die lichaamsdelen
waar de pijnlijkste slagen vallen
omdat je gedachten daar het felst ontkennen

Dus weet
Jij zoeker naar vrede
dat de oorlog in je lichaam dient
om je slechte eigenschappen te verwijderen
opdat het leven je geest mooier
en je lichaam zachter maakt

Het leven biedt je drie genezende medicijnen
die vanzelf naar je toekomen
wanneer je sterk genoeg bent geworden
om ze te dragen

Depressie is de redding van je leven
omdat het alle oneerlijkheid doodt
die jou is aangedaan
en jou de richting wijst
naar jouw geboorterecht

Doodsangsten laten zien
dat je de waarheid nadert
ze maken jou schoon
en zuiveren je van iedere afsluiting
opdat jij de weg vindt
naar de plek van jouw diepste verlangen

Pijn dient
om jou te richten
naar de kern van je pijn
waar de vreugde van het leven heerst
en waar jouw denken, voelen en handelen het met elkaar eens zijn

Zonder depressie
zonder angst
zonder pijn
zou je stikken in het stof
van de zelfgenoegzaamheid
en zou je omkomen in het beeld
dat jou gevangen zet

Kijk goed!
Jouw gedachten aan zelfmoord
zijn géén gedachten aan jouw dood
maar zijn je diepste verlangens naar het vernietigen
van je beperkende zelfbeeld
dat jou klein houdt

Zie!
Je wenst niet jezelf te doden
maar het beeld dat anderen van je gemaakt hebben
en waarvan je dácht dat jij het was

Daarom
Jij zoeker naar vrijheid
Daal af
Kus de slang
Omhels de hel
Laat angst bang zijn
Laat duisternis donker zijn
en laat ze je leiden naar het holst van de nacht

En zie daar
Jij zoeker naar licht
dat jij meer nabij bent dan ieder zwart gif
dat de dood jouw leven niet kan pakken
en dat jij het meest Prachtlievende zocht
dat jou nooit had verlaten

De vrouw boog
eindelijk!
haar harde hoofd
liep naar buiten
en legde haar nek
onder de valbijl

Terwijl de bliksem haar beelden verbrandde
en de regen haar droge ziel doordrenkte met vruchtbaar verdriet
verdween de bijl
en viel ze in het bodemloze omarmende lieve leven
waar iedereen was

En waar iedereen altijd was geweest

108. Mystieke vertelling 5. Wat zien wij (niet)?

‘Wist ik veel, ik zal het wel onbewust gedroomd hebben’, zegt het kassameisje tegen haar collega.
De grootste psycholoog aller tijden, Sigmund Freud, publiceerde zijn ontdekking van het onbewuste en de betekenis van dromen in 1899. Niemand geloofde hem. Freud stond alleen.
Toch had hij gelijk. Daarom leven zijn ontdekkingen door in de taal van het kassameisje in 2020. En in ons allen.
Copernicus ontdekte in 1543 dat de aarde rond was en niet plat.
De Kerk veroordeelde hem wegens godslastering.
Galileo Galilei bewees enkele jaren later dat de aarde om zijn eigen as draait. Ook hij werd veroordeeld. Wat zij toen al zagen, geloofde nog niemand.
Columbus naderde in 1492 de Amerikaanse kust. Slechts één Indiaan zag de naderende schepen. De anderen kéken wel, maar ze zagen de schepen niet. Deze totaal nieuwe ervaring was te ontzagwekkend om te begrijpen.
Dus zagen ze niks.
Albert Einstein ontdekte in 1905 dat tijd relatief is en van snelheid kan veranderen. Einstein viel zelf letterlijk flauw van de grootsheid en onbegrijpelijkheid van zijn ontdekking. Hij had iets gezien wat niemand anders nog zag.
Nobelprijswinnaars Niels Bohr en Werner Heisenberg ontdekten dat materie niet bestaat. Geloof jij dat? Dat materie niet bestaat?
En geloof je dat licht zowel een golf als een deeltje kan zijn? En dat één deeltje op twee verschillende plaatsen tegelijk aanwezig kan zijn? Geloof jij dat?

Terwijl waarheid vlak voor onze ogen gebeurt, zien we haar niet.

Wij zijn blinden.
Wij veroordelen hen die zien om onszelf gerust te stellen. Daarom geloven wij ze niet.
En oh ja, nog iets:

Materie bestaat niet!!

Geloof jij dat?
Nee, wij geloven het niet, want we zien het niet.
Nog niet.
Wij zijn de eeuwige Kerk van 1543.

107. Mystieke vertelling 4. Het leven

Ze had zware jaren achter de rug. Het leven had harde klappen uitgedeeld.

Ze zei:

‘Het leven is perfect in ieder moment. Alle kinderen zijn in de kiem reeds oude mensen; alle zuigelingen hebben de dood al in zich; alle stervende mensen hebben eeuwig leven. En iedere foute daad of gedachte draagt het goede al in zich.
Het is niet mogelijk voor een persoon om te zien hoever de ander op zijn weg is.
De rechter bestaat in de dief, de patiënt in de dokter, het kleinkind in de opa,
de leraar in de leerling.
Niets is gescheiden, alles is inherent verbonden, en vormen veranderen in hun tegendeel. Daarom, zo lijkt het mij toe, is alles dat bestaat goed, zowel dood als leven, zowel succes als falen, zowel gezondheid als ziekte, zowel waanzin als wijsheid. Alles is nodig en noodzakelijk.
Alles heeft alleen onze aanvaarding nodig, ons liefdevolle begrip. Dan is alles goed en dan kan niets ons schaden. Niet dat ons niets ergs kan overkomen, maar de enige schade is onze niet-aanvaarding en ons onbegrip.
Door ons lichaam en onze gedachten leren we dat het nodig is om fouten te maken, uit evenwicht te raken. We leren dat we lust en begeerte nodig hebben en dat we moeten streven naar bezit. Zo leren we ook de walging van het bestaan te ervaren en de diepte van de wanhoop. Opdat we leren ze te weerstaan, opdat we leren de wereld lief te hebben, en opdat we leren deze wereld niet langer te vergelijken met een of andere gewenste ingebeelde wereld, een of ander beeld van perfectie van nu of later, maar om haar te laten zijn zoals ze is. Om mee te doen, ervan te houden. En om blij te zijn dat we deze wereld toebehoren.’

Zei ze stralend.

106. Mystieke vertelling 3. Gezicht op Delft

‘Sinds ik het schilderij ‘Gezicht op Delft’ zag, weet ik dat ik het mooiste schilderij van de wereld heb gezien.’
Dit schreef de grootste Franse schrijver van de 20e eeuw, Marcel Proust, in zijn meesterwerk ‘A la recherche du temps perdu’.
Volgens Proust is het unieke van de lichtinval in Vermeers schilderijen dat hij de werkelijkheid niet schildert zoals zij is, maar zoals Vermeer wil dat je haar ziet. Hij betreurt het dat hij er niet in is geslaagd om een literaire stijl te vinden die hetzelfde schilderachtige visuele effect heeft.
Hij zegt:

‘Ik had moeten schrijven zoals Vermeer schildert. Mijn laatste boeken zijn te schraal, ik had verscheidene lagen kleur moeten aanbrengen, van mijn taal een kostbaarheid op zich moeten maken, zoals een schilderij van Vermeer.’

Proust schrijft zinnen zonder interpunctie die pagina’s lang doorgaan. Hierdoor kom je als lezer in een bedwelmende trance die je in een andere dimensie plaatst. Je ontdekt dan de plek van je diepste verlangen: verlangenloosheid.
Als je ‘Gezicht op Delft’ in diepe aandacht bekijkt dan kan je hetzelfde overkomen. Het licht van Vermeer brengt je in een toestand van geluk en leidt je naar een andere plek dan waar het normale leven zich afspeelt. Dit licht weerspiegelt de eeuwigheid en even leef je in de stilte, in het beginpunt van het universum toen nog niets bewoog, waar al het leven in de kiem aanwezig was, onzichtbaar was, en waar alle nog niet geboren herinneringen samenvielen in één punt waar noch tijd noch ruimte geschapen waren.
Even beleef je het mysterie waar de hele mensheid al eeuwen naar zoekt, wat niemand vindt, behalve als je Proust leest of een Vermeer ziet. Dan weet je definitief wat werkelijke heiligheid is. En dan wéét je dat tijd niet bestaat. Noch dood.

105. Mystieke vertelling 2. De tragische levenshouding

Als er geen oplossing is, is er geen probleem, maar is er sprake van tragiek.
Tragiek is de situatie waarbij het lot toeslaat en waaruit geen ontsnapping mogelijk is.
De tragische levenshouding is die houding waarbij je je bewust verzoent met het lot en het wezen van het lot stap voor stap in je opneemt zonder in te grijpen in de loop der gebeurtenissen.
Dit vereist veel moed, veel geduld en veel inzicht. Het vereist dit alles in hoge mate, aangezien de huidige mens deze levenshouding is kwijtgeraakt en niet meer kent.
Vandaag de dag komen mensen in opstand tegen het lot en wenden zij alle middelen aan om het lot te keren, het heft in eigen hand te nemen en de situaties te controleren om erger te voorkomen.
Deze reacties slaan door in regelgeving, bureaucratie, alles op schrift stellen, heel veel vergaderen, vele vormen van controlemechanismen en een overdaad aan activiteiten die niets te maken hebben met actie.

Activiteit of actie
Activiteit is de paniek die ontstaat uit angst voor de onvermijdelijke rampen, terwijl actie het innerlijk nietsdoen is waardoor uiterlijk alles wordt gedaan dat voortvloeit uit de verzoening met het lot.
Activiteit is bakstenen gooien in de sloot, actie is het surfen op de golven.
Activiteit is het rennen naar een doel, actie is zien dat dit moment en het doel samenvallen.
De tragische levenshouding is een houding van afwachten, geduld betrachten, niets doen, kijken, voelen. Bewust niets doen. Dat is het aller moeilijkste:
bewust niets doen, niet ingrijpen, het lot zijn gang laten gaan, zodat je zijn beweging volgt, hierop afstemt en leert kennen.

Luisteren naar het onafwendbare
Je kunt niet luisteren als je het lot probeert te controleren, te voorkomen of te veroordelen. Je kunt pas luisteren als je je verzoent met het lot, als je het lot in je lichaam toelaat, in je hersens en je ziel. Je kunt pas luisteren als je je verzoent met het onvermijdelijke, omdat het je iets te vertellen heeft.
En iets te geven en te ontnemen.

Het lot komt in de kleren van de vijand
Onder die vermomming zit een geliefde die zich móest verkleden, omdat je anders niet naar haar zou luisteren en haar niet zou verstaan. Je geliefde wil je probleemloos maken en laten zien dat er een onvermijdelijke tragiek is die jouw leven in zich opneemt, absorbeert en geestelijk omvormt.
Er vindt een innerlijke hervorming plaats in de tragiek, in de verzoening met het onafwendbare lot.
Deze hervorming kan niet bedacht, gestuurd of gecontroleerd worden.
Ze ontstaat als gevolg van een houding van verstilling, verzoening en overgave die het meesterwerk niet wil bederven.
Als het meesterwerk zich voltrekt zal iedere vorm van activiteit, ingrijpen en controle het werk verpesten, lelijk maken. Vandaar dat de tragische levenshouding zich niet bemoeit met het maken van het meesterwerk.

Jouw meesterwerk
Als je denkt ‘nu gaat alles mis’ is net op dat moment de meesterschilder bezig zijn meest verfijnde penseelstreken op het doek van je leven te strijken, te strelen. Daarom moet je aanvaarden, niet bewegen en niet weglopen teneinde de schilderkunst niet te bederven.
De kunstenaar wil jou stil, bewegingsloos, beeldloos zien, zodat hij het mooiste beeld kan creëren dat hij in zijn hoofd heeft en omdat hij weet dat hij met minder nooit genoegen zou nemen.
Daarom moet je verstild zijn, geduld betrachten, moed hebben en je overgeven aan datgene wat jij niet kunt bedenken, maar wat voor jou gemaakt wordt, alleen voor jou.
En wat jou pijn doet.
Zo maakt de meesterschilder je ontvankelijk voor zijn schilderij, zodat, als je het uiteindelijk ziet, je datgene ontwaart wat je ooit wilde zijn, maar nooit zag:
Jouw meesterwerk.
Jouw leven.
Jij.

104. Mystieke vertelling 1. De ondergrondse rivier

Onder Delft stroomt een ondergrondse rivier die bijna niemand meer kent of ziet en waarvan slechts een enkeling de onzichtbare loop kan volgen.
Je kunt alleen, als je écht kijkt, de weerspiegeling ervan zien in de straten, bomen, gebouwen. En in de mensen.
Je kunt dit doen door traag en aandachtig te kijken en je niet te laten afleiden door nuttige zaken.
En als je dat dan doet dan hoor je het zingen van de stenen. Dan zie je dat de takken van de bomen zich reikhalzend uitstrekken naar de wolken om hun water te ontvangen en dat de wortels zich diep in de aarde dringen om haar voedsel te omarmen.
Dan voel je de wind, de onzichtbare hand die jouw huid aait en teder koestert, omdat zij jou nodig heeft.
En als je door het gras loopt dan voel je dat de trillende sprietjes verlangen naar de streling van jouw naakte voeten.
Op het moment dat je stilstaat in de stad en kijkt, écht kijkt, ontwaar je de verborgen eeuwen die tevoorschijn kruipen uit de oude gescheurde muren en hoor je de stemmen, die nooit zijn gestorven, tot jou spreken. En jou roepen.
Als je luistert, écht luistert, dan hoor je de onzichtbare rivier onder de straten stromen.
En als je omhoog kijkt dan zie je dat de vogels niet vliegen om zich te verplaatsen of om voedsel te zoeken. Nee, ze doen niks nuttigs.
Vogels vliegen zoals ze zingen, voor het plezier, voor de schoonheid van de beweging, voor de euforie van het moment.
Als je dan stil bent, écht verstild bent, en luistert, en kijkt, dan ga je uiteindelijk zien.
Dan zie je dat de onzichtbare stroom alles zichtbaar maakt.
En zie je dat de ondergrondse rivier alles verlicht wat bovengronds is.
En als je dan naar de mensen kijkt, en naar jezelf, en naar alles om je heen, dan zie je dat de wereld toebehoort aan hen die besloten hebben om niets te bezitten.

103. Fluisteringen van de ziel, 7

Ik ben 61 jaar en ga voor een coachingsopdracht naar Amsterdam. Een cliënt daar wil graag coaching op de volgende vraag: Moet ik mijn huidige baan behouden of teruggaan naar mijn oude baan?
Na het coachingsgesprek adviseer ik mijn cliënt zijn oude baan weer op te pakken, aangezien hij in deze huidige baan niet gelukkig zal worden, ook niet als hij het nog een paar jaar zou volhouden.
Na een half jaar kijk ik op de website van het bedrijf en zie dat hij nog steeds zijn huidige baan uitoefent. Ik twijfel aan mezelf: heb ik wellicht het verkeerde advies gegeven? Om het antwoord te weten, ga ik thuis in Delft op een stoel zitten, focus me op de cliënt in Amsterdam en begin hem op afstand te voelen. Ik voel hem innerlijk huilen en zie hem rondlopen met een verkrampte glimlach. Ik zie dat hij niet gelukkig is in deze baan, maar hij durft het nog niet openlijk te erkennen.
Een half jaar later krijg ik een nieuwe opdracht van het bedrijf en ik vraag hoe het met de man gaat die ik destijds gecoacht had. De directeur zegt: ‘Hij heeft het nog een jaar volgehouden, maar is toen gestopt. Hij werd er niet gelukkig van en oefent nu zijn vorige baan in volle tevredenheid uit. Nog bedankt voor je goede coaching.
Ik krijg hiermee de bevestiging dat contact en bewustzijn op afstand mogelijk is. Onze lichamen zijn gescheiden, onze geesten staan altijd in verbinding. En alles wat we doen heeft invloed op anderen, ook als ze ver weg zijn.

Dit zijn zeven van de vele ervaringen die mijn leven hebben gevormd en die me al jong deden inzien dat, dichterbij dan de wereld van doen-spreken-voelen-denken, een nabijere, subtielere, verfijndere wereld gaande is die deze ‘buiten’wereld doordrenkt, doorschijnt.
Sterker, de ons bekende buitenwereld stoelt op deze stille ‘andere’ wereld, zij is er het gevolg van. Anders gezegd, de ‘andere’ wereld is verborgen in de voor ons tastbare wereld. Verborgen in die zin dat ze niet is waar te nemen met de zintuigen. Om haar gewaar te kunnen worden is een innerlijk ‘zintuig’ nodig: een geestesoog, het oog van de ziel. Dit innerlijk waarnemen kan alleen via dit ‘derde’ oog plaatsvinden, aangezien in de wereld van de ziel denken niet bestaat. En waar geen denken is, bestaat geen tijd en vindt alles tegelijkertijd plaats.
Deze tijdloze werkelijkheid is dan ook niet bevatbaar voor ons denken, alleen voor de innerlijke ervaring die subtieler en dichterbij is dan voelen.
Dit is de realiteit die ieder mens iedere tel in zichzelf kan ervaren en waarnemen. Niet als kunst of vaardigheid, maar gewoon omdat het er is. En ons vormt.
In de loop van mijn leven is de gewaarwording van ‘het andere’, dit nabijere, uiteindelijk natuurlijke, dagelijkse ervaring geworden hetgeen ook tot dit boek en mijn andere boeken heeft geleid.
Deze innerlijke ervaringen heten in dit boek ‘Fluisteringen van de ziel’ en ieder gesprek, iedere ervaring in contact met de zogenaamde buitenwereld waarin aan de behoeften van de ziel wordt voldaan is een ‘Ontmoeting in vrijheid’.
Dit boek is de uiting en vertaling van een liefdestaal die deze innerlijke, vrije zielservaringen zijn.

102. Fluisteringen van de ziel, 6

Ik ben 60 jaar en op bezoek in het museum de Hof van Nederland, het oude Augustijnenklooster in Dordrecht waar ooit van 19-23 juli 1572 de oprichting van Nederland plaatsvond tijdens de Eerste Vrije Statenvergadering.
Het is exact op deze plek waar de vertegenwoordigers van de twaalf belangrijkste steden van Holland bij elkaar kwamen en waar zij het allereerste, prille begin van onze democratie vorm gaven.
Hier nam men de allereerste besluiten over een vrij en onafhankelijk land, de vrijheid van geloof, de vrije meningsuiting, en de vrijheid van individualiteit.
De belangrijkste besluiten zijn:

1. Dit is een vrij en onafhankelijk land.
2. Je mag geloven wat je wilt geloven.
3. Je mag denken en zeggen wat je wilt denken en zeggen,
4. Je mag zijn wie je bent en wie je wilt zijn.

Deze democratische vrijheden bestonden vóór 1572 niet.
Nergens!
Als je toch die vrijheid nam dan ging je kop eraf.
Letterlijk.

We krijgen een film te zien over de mannen van toen, hoe men vergaderde en hoe men deze belangrijke besluiten aannam onder de leiding van Marnix van Sint Aldegonde, de speciale gezant en vriend van stadhouder Willem van Oranje.
Na de film gaat het doek omhoog en verschijnt de setting van de tafel en stoelen precies zoals die was in 1572. De mensen lopen de zaal uit, maar ik blijf, en ga zitten op de stoel van Marnix van Sint Aldegonde.

En plotseling ben ik er.
In 1572.
Volledig aanwezig.

Even later verschuift de tijdsdimensie en ben ik zowel in 1572 als in vandaag. Er ontstaat een besef van het ontzagwekkende van wat zich nu, in 1572, voltrekt en van de betekenis voor vandaag in de 21e eeuw.
Ik schiet vol en krijg tranen in mijn ogen door de diepe gewaarwording aanwezig te zijn bij de oprichting van de vrije democratie in Nederland. Hier, nu, begon/begint het!

Wat er op dit/dat moment gebeurt is niet wat je wel eens kunt hebben bij een geur die je ruikt en die jou weer herinnert aan een plaats of gebeurtenis van vele jaren geleden.
Ik was er werkelijk, in 1572. Ik was aanwezig, of beter, er was een aanwezigheid die daar/hier was/is. Taal schiet hier tekort.
Sinds deze tijdloze ervaring raakt dit verhaal van wat men heeft besloten in 1572 mij steeds weer, is het mijn kernverhaal geworden van mijn werk als stadsgids, vind ik met heel mijn hart dat iedere Nederlander dit verhaal van de oprichting van Nederland in 1572 moet kennen en vind ik dat deze gebeurtenis, en de betekenis hiervan voor ons vandaag, op iedere school in Nederland onderwezen moet worden.
Om werkelijk te beseffen hoe onvoorstelbaar belangrijk deze gebeurtenis is voor ons huidige leven in Nederland en voor het voortbestaan van onze vrije democratie.
Ik weet hoe immens en essentieel deze Vrije Statenvergadering is geweest.
Ik was er bij.
Niet Dick Stammes was er bij, maar ik. Wie die ik ook moge zijn of moge zijn geweest. Het is in ieder geval een tijdloos ‘iemand’ die daar ooit was/is en die ‘iemand’ doordrenkt mijn leven tot op de dag van vandaag.

Ook zie ik helder dat tijd niet werkelijk bestaat en dat ons denken de tijd ‘schept’.
En alles schept.
Wij leven permanent in de eeuwigheid, wij zijn de eeuwigheid, terwijl we dénken dat we in tijd leven en tijdelijk zijn.
En beide dimensies hebben hun eigen, in elkaar verweven waarde