144. Toevallingen 1 – 25

1.

Toen hij alles had vernietigd
en liefdevol toegelaten,
wat hetzelfde bleek te zijn,
begon het leven te glimlachen
naar iedereen

2.

Tussen twee gedachten ziet hij
geen enkele gedachte meer
En zichzelf
In alles

3.

In het karakter van de mens spreken verschillende stemmen
Aan het eind van zijn leven heeft er één gewonnen
De andere zijn verstomd

4.

Volwassenheid:
Alles raakt hem diep
hij stoort zich aan niets
is volledig betrokken
en doet wat gedaan moet worden

5.

De vrouw komt binnen
Ze is volledig aanwezig
Dat vindt ze genoeg

6.

Hij gaat onbevangen om met alles om hem heen
en verwijlt in een ruimte die onaanraakbaar is
Die hij is
Al voordat hij dacht een ander te zijn
en ver voordat hij kwam.

7.

Spreek pas als spreken vanzelf gaat
Beweeg pas als je bewogen wordt

8.

Hij kende normen en waarden
voelde emoties
doorzag gedachten
En deed er niets mee
Hij had wel wat beters
te zijn

9.

Het leven schreeuwt om vervulling
De mens schreeuwt terug: ‘Ik wil niet!’
Totdat hij niets meer wil
en leven wórdt

10.

Niet-weten
is de hoogste vorm van leven en wijsheid
Het is geen keuze
maar een voortdurend opgeven
dat nooit stopt

11.

Ze probeerde te kijken
en zag niets
Ze probeerde te luisteren
en hoorde niets
Ze gaf het op
en ontving licht en geluid

12.

De ene mens wil gaan zitten
zoekt een zitplaats en zet zich neer
Hij kiest

De andere mens ziet dat een stoel hem roept
en hem onafwendbaar aantrekt
Hij is keuzeloos gewaar, kiest niet, en gaat zitten

13.

Zij vindt een ander altijd beter
dan zichzelf
Ze maakt zichzelf te klein
En ze hoopt dat ze veilig is

Hij vindt een ander altijd slechter
dan zichzelf
Hij maakt zichzelf te groot
En hij hoopt dat hij veilig is

14.

Onze omgeving is ons verlengde lichaam

15.

Onze grootste angst is niet angst voor de dood
Het is angst voor de liefde
Hetgeen hetzelfde is

16.

Iedere angst is uiteindelijk de angst voor het onbekende
En het onbekende is liefde

17.

Het gevoel van zinloosheid is de angst voor dít moment
En volgt op het moment van levend dood zijn
En gaat vooraf aan de herrijzenis uit de dood

18

Hij dacht dat hij altijd bang was voor
de ander
het onbekende
de situatie
de toekomst.

Totdat hij zag
dat hij angst had
voor zijn gevoel
op dit moment
In hem

19.

Toen hij ontdekte dat hij niet bang was voor de ander
maar bang was voor zijn eigen emotie
was hij niet meer bang

20.

De angst die hij nu voelt, is altijd al heel oud
Ouder dan hij
En bekend
Bekender dan hij
Hij hoeft er dus nooit bang voor te zijn

21.

Angst is vastgezette opwinding

22.

De grote levenskunst is om de angst voor het onbekende
te ervaren als de opwinding in de achtbaan

23.

De mediteerder zocht rust
zette haar opwinding vast
en werd bang

Toen de opwinding zich losmaakte
begon ze te leven
en kon de meditatie beginnen

24.

Luidruchtige mensen zijn altijd bang dat ze niet mogen leven
en smeken om erkenning
Bescheiden mensen doen precies hetzelfde in een andere vorm

25.

Als je je eenzaam voelt, betekent dit dat de ander jou heeft.

143. Poëzie 25. Een lentedag in Delft

Vandaag zit het lijf roerloos
op de bagagedrager
achterop de stilstaande fiets
over het zadel
het hoofd stil van binnen
de rechtervoet op en neer

En ik kijk

Voor het café en naast het terras
spelen zes mannen
van zestig jaar zestiger jaren muziek
een broodje haring vult de mond
samen met een glas rosé

En ik luister

Rode zigeunerjurken zwieren zalig voorbij
en knipogen
naar het broodje haring met uitjes
naar de bagagedrager
naar het glas rosé
naar het lichaam over het zadel

En ik voel

De zon groet de wereld
de huid wordt bruin
problemen bestaan niet
hebben nooit bestaan
zullen nooit bestaan
Iedereen is gelukkig

En ik weet
Ik wéét!

Want vandaag
Vandáág!

Begrijpen wij alles

Álles!

142. Poëzie 24. De eeuwige actualiteit

Natuurlijk wéten we het wel,
eigenlijk.
Dat tijd niet bestaat.
Dat het Nu geen moment is, maar dat Nu de eeuwigheid is.
Dat het Hier geen plaats is, maar oneindigheid.
Dat alles Hier en Nu gebeurt.
Dat heden, verleden en toekomst allemaal Nu zijn.
Dat we daarom met alles verbonden zijn, alles zijn, erover spreken, betrokken zijn.
Dat niets ooit afgelopen is of werkelijk bestaan heeft.
Dat scheiding niet bestaat.
En sterven niet werkelijk bestaat.
Dat alles bewustzijn is.
Natuurlijk wéten we het wel,
eigenlijk.
Dat de ander mij is, jou is, de mensheid is.
Dat jij de ander bent, mij bent,
dat jij de mens van alle tijden bent.
Dat als jij iemand doodt, jij jezelf doodt.
Dat als ik iemand haat, ik mezelf haat.
Dat als wij liefhebben, wij de mensheid liefhebben.
En dat wij de wereld zijn.

Tóch bedénken we iets anders.

Dus bedénken we,
iedere tel iedere gedachte,
een wereld
waarvan we gelóven dat ze écht is.
Dat ik hier ben, jij daar, en dat dáár de buitenwereld is,
los van mij, waarvan ik gescheiden ben.
Dat er twee dingen zijn, altijd twee.
En zo ontstaan de duizend dingen
die los staan van ons
terwijl ze ons zijn
maar wij dat niet meer zien

Zo worden we blij of boos dat Trump vrijuit gaat.
Worden we blij of boos dat Baudet of Klaver wint.
Dat Rutte spreekt.
Daar vinden we dan iets van.
Iets héél belangrijks van.
En maken we ons boos of blij.

Vrijheid!
Zo noemen we dat.

Tja.

Maar wie ziet nog?
Dat de ander geen ander is
goed is
mag blijven.
En niet dood hoeft.

Wie wéét nog?
Dat de ander ik is
dat jij de wereld bent.
En dat wij vrede zíjn.

Wie kan nog?
Samenleven
en daar dan ook nog lol in hebben.
In die verschillen.

Wie herinnert zich nog?
Dat wij Trump, Baudet, Klaver, Rutte, de ander zijn
hen voortbrengen en tot leven wekken.
Van hen houden.

Wie beseft nog?
Dat zij zichzelf worden door óns
dat jij hem maakt tot wie hij is
zij jou maakt tot wie jij bent.
Dat jij jezelf haat
en daarom de ander haat
en daarom de ander ons haat

En wij jou.

Als je niet van de ander houdt
kun je niet met de ander strijden
en heb je geen enkel idee hoe je liefdevol moet vechten.
En beminnen.

Natuurlijk wéten we het wel.
Eigenlijk.

141. Poëzie 23. Meditatie

Meditatie is:
Jezelf voortdurend en direct confronteren
met
alles en iedereen.
Met alles waar je bang voor bent,
wat je onzeker maakt, doet twijfelen.
Wat je niet durft.
Met alles waar je mee wilt opscheppen.
Met alles wat je ontkent en ontkent dat je het ontkent.
Met alles wat je haat,
je woede opwekt,
je walging, jaloersheid en weerzin.
Met al je gedachten en illusies waar je jezelf mee voor de gek houdt.
Met alles wat je lust opwekt,
geil maakt,
onverstandig en onredelijk maakt.
Gek maakt.
En doet bewegen.
Met alles wat je tot wanhoop brengt,
doet huilen,
machteloos maakt,
verdriet doet,
radeloos en eenzaam maakt.
Pijn doet.
Met alles wat en iedereen die je gelukkig maakt,
stil maakt,
vreugde en voldoening schenkt.
Met iedereen tegen wie je in wilt gaan,
uit de weg wilt ruimen,
naar je toe haalt,
met wie je intiem bent,
samenwerkt, samenwoont,
huwt, vriendschap sluit,
verzorgt.

Lacht en huilt.
Drinkt en eet.
Liefhebt en doodt.

En ziet dat je je door dat alles, door iedereen,
al dat alles, al dat iedereen,
laat meeslepen.
Aldoor maar laat meeslepen.
Of poogt te controleren.

En dan ontdekt wat datgene is,
dat zich, in jou, niet laat meeslepen.
Niet laat controleren.

Wat is dat?

Meditatie is: Zien wat is.

140. Poëzie 22. Zonder hén

Zonder hém
had ik niet zo zorgeloos, boosloos, angstloos
deze wijn kunnen drinken

Niet zo heerlijk kunnen leven

Het is 10 juli 1584 dat hij wordt vermoord
voor mij, door mij
voor jou, door jou
door hém

Vandaag leeft Het Plein in Den Haag
waar zijn herinnering staat

Wie zouden wij geweest zijn zonder hém?
Zonder al diegenen die ons voorgingen?

Die met ons zijn, in ons zijn
óns zijn

Naast mij
naast het lieve terras
naast de levensvreugde van vandaag
is het hoofdkwartier van de Duitse Sicherheitsdienst
Seyss Inquart is de man

Wie kent hem nog?

Het is 3 maart 1945
dat zij onze vrienden, hun vijanden
wij
100 meter verderop
onze voorouders vermoorden
een stad vernietigen

Wie zouden wij geweest zijn zonder hén?
Zonder hém?

Bestaat er zoiets als IK?
Een IK die denkt dat hij doet?
Die denkt dat HIJ beslist?

Afijn,
het leven is goed
de druiven zoet

Op de plek
waar iedereen die ik gekend heb
waar iedereen die ik ken
gelukkig was
Waar ik vandaag gelukkig ben.

Gelukkig zijn

Op de plek waar iedereen is vermoord

139. Poëzie/Vertelling 21. Hoe kun je moedig zijn met de dood voor ogen?

De hele wereld kijkt met angstige verbijstering en verbijsterde bewondering naar wat zich aan hemeltergend geweld en bovenmenselijke moed laat zien in de Oekraïne. Deze twee fenomenen lijken gelijk op te gaan:
Hoe groter het Russische geweld, hoe moediger de Oekraïners worden.

Waar halen zij deze bijna onmenselijke en diep menselijke moed vandaan?
Hoe kun je moedig zijn met de dood voor ogen?

Wat de Oekraïners nu doen is het grootste wat een mens, wat een volk, kan volbrengen:
Zij transcenderen zichzelf. Zij stijgen boven zichzelf uit.
Zij vechten, met de dood van zichzelf, familie en vrienden voor ogen, voor een zaak die groter is dan henzelf. Hierdoor gaan zij voorbij aan de grenzen van hun persoonlijkheid en overstijgen zij zichzelf.
Dit strijden gaat ver voorbij aan persoonlijke behoeften. De zaak waar de Oekraïners nu voor vechten is groter dan de overleving van het individu. Hierdoor ontstaat een levensmoed en een doodsverachting die onverwoestbaar is, hoe dodelijk en verwoestend de wapens van de tegenstander ook mogen zijn.

Het lijkt aan de buitenkant alsof wij de Oekraïners helpen. En dat klopt.
Aan de buitenkant.
Wij helpen de vluchtelingen, wij spreken ons uit, wij geven geld en voedsel, onze regeringen sturen wapens, enz.

Toch ligt de zaak op dieper niveau net andersom.

Het Oekraïnse volk schenkt ons de grootste gift die een mens, een volk, kan geven aan een medemens, aan een medevolk:
Hun alles overstijgende moed, die voortkomt uit hun diepste ziel, raakt de diepste kern van onze eigen ziel die ons aanzet tot het allerbeste, allerhoogste en allermenselijkste wat wij nu kunnen doen.
Ons hele wezen, het hele wezen van ons land, van de hele wereld, wordt aangeraakt door de bovenmenselijke kracht en zielenmoed van de Oekraïners. Hierdoor geven zij ons de mogelijkheid om, net als zij, ook onze eigen persoonlijkheid en onze eigen behoeften te overstijgen, voorbij onze persoonlijke beperkingen te gaan, en onszelf te transformeren tot de mens die wij in onze diepste kern zijn en willen zijn, maar die wij nog niet kenden op dit niveau.

De ongeschreven levenswetten laten zien dat de donkerste schaduw en het helderste licht hand in hand door het leven gaan, dat het grootste geweld de grootste moed zoekt, en dat de angst voor de dood midden in het grootste geweld, precies op dit snijpunt, zich kan transformeren tot de grootste kracht en de diepste liefde waar ieder mens zo intens naar verlangt.
Het is de bloeiende lotusbloem die haar voedsel haalt uit de zwarte drek van het stinkende moeras.

Een grotere, wredere, liefdevollere tegenstelling bestaat niet, is onacceptabel voor de persoonlijkheid, onbegrijpelijk voor het verstand, en volledig aanvaardbaar en leefbaar voor de ziel die altijd door onze persoonlijkheid heen schijnt.

Zonder Tachtig jaar gewelddadige oorlog zouden wij nooit een onafhankelijk, zelfstandig land zijn geworden, zouden wij nooit de vrijheid van geloof, vrijheid van mening, en de vrijheid van individualiteit hebben gehad.
Zonder twee afschuwelijke en alles verzengende wereldoorlogen zouden wij nooit 77 jaar vrede hebben gekend, zou er geen Europese eenheid zijn ontstaan, en zouden wij nooit dit welvaartsniveau hebben kunnen bereiken waarop wij nu al vele jaren leven.

Iedere vezel van ons verstand komt tegen deze levenswet in opstand.
Iedere vezel van onze ziel aanvaardt haar mild glimlachend en dankbaar.
Zij weet dat alles perfect is, terwijl alles fout gaat.
Zij weet dat alles onverwoestbaar is, terwijl alles verwoest wordt.

Als wij erin slagen in deze onmogelijke tegenstelling te leven, en hiernaar te handelen, dan bereiken we de grootste overwinning die het leven in zich draagt. Een grotere bijdrage aan vrijheid, vrede, liefde en schoonheid bestaat niet.
Het is daarom de grootste, beste, krachtigste, meest menslievende hulp die wij aan de Oekraïners kunnen geven. En aan onszelf. Aan onze kinderen. En aan de wereld.
Laat niets ons tegenhouden.

138. Poëzie 20. Leugens van een vader aan zijn zoon

De tijd, mijn kleine vent,
dat je tot mijn middel kwam
lijkt me gister nog
maar je komt nu al tot mijn hart
en voor jou begint de strijd

De tijd, mijn grote vent,
dat ik je wat les ga geven
is vandaag gekomen
geef me nog wat te drinken,
opdat ik je over het leven vertel

Je zult zien
vrienden sterven niet
kinderen verlaten je niet
vrouwen gaan niet weg

Je zult zien
de Aarde is een plaats van plezier
soldaten trekken niet meer ten oorlog
ze hebben de laatste strijd gestreden
Je zult het zien

En dan, mijn jonge vent,
bij ons gaat niemand dood
we zijn hier en geloof niet
dat wij vandaag zullen vertrekken
om in vroeger te gaan leven

De liefde ontmoet je alle dagen
en niets gaat voorbij en niets wordt gebroken
geef me nog wat te drinken
meer, méér, zo, genoeg, dank je

Ontrouwe vrouwen zie je slechts op schilderijen
ze maken alleen ruzie in boeken
in het echte leven zijn ze niet dezelfde
ze beminnen ons, ze beminnen ons.
Je zult het zien

Een man, mijn stoere vent,
is niet als een boot
die men verlaat als hij vergaat
en iedereen het schip verlaat
vrouwen en kinderen eerst
nee
een man vergaat niet

Je zult zien
huizen sterven niet
ideeën verlaten je niet
het hart gaat niet weg

Je zult zien
je zult voortgaan in schoonheid
op de wegen van de vrijheid
je zult leven in liefde
net als ik
Je zult het zien

Dus, mijn lieve vent,
ik die van jou houd en jij die van mij houdt
herinner je altijd dat je vader
een heilige afschuw had van leugens

een heilige afschuw van leugens

Je zult het zien, mijn zoon

137. Poëzie 19. Van Hiroshima tot Kiev

Niet God

Niet religie
Niet hulpverlening
Niet wetenschap
Niet regeringen
Niet profeten
Niet guru’s
Niet ontwikkelingshulp
Niet wijsheid
Niet arbeid
Niet kunst

Niet liefde
Niet vrede

Alleen
bloed, moord, doodslag,
klimaatcrisis, vluchtelingencrisis, geldcrisis,
oorlog en wanhoop

brengt de wereld tandenknarsend
bij elkaar
maakt haar heel
maakt haar één

In het gat van het zwart van de dood
bezwijkt de mens
likt haar hemeltergende wonden

En vindt zichzelf terug
in de plaatsloze plek
waar zij nooit durfde te leven

De mens maakt altijd eerst
het tegenovergestelde mee
van datgene
waar ze werkelijk naar verlangt

136. Poëzie 18. Verlangen

Ik zie de TV-documentaire over ‘smart cities’
met oneindig beschikbare data-base
waarmee steden elke burgervoetstap kunnen volgen.

Ik zet mij neer achter de laptop
die me iets vertelt over
de toegankelijkheid van de netwerkgateway
en
het gebruik van de internetprotocollen
en
dat de netwerkadapterconfiguratie nodig moet worden hersteld.

Een expert zegt me dat ik via een ijzersterke SEO-positie in Google
en inzichten in Adwords nóg meer bezoekers naar mijn website kan lokken.

Dan
kijk ik
uit het raam

en zie
mijn opa langsrijden
met zijn paard en wagen
op een landweg
waar bomen ruisen
vogels zingen
en water helder stroomt.

‘Opa, waar gaat u naar toe?’
‘Lieve jongen, ik ga nergens naar toe.’

En traag
zó traag
kuiert opa
met
zijn paard
zijn wagen
op de landweg
met ruisende bomen
zingende vogels
en helder stromend water

naar het onbeweeglijke stille pad

dat niets moet
nooit verandert

En overal is