Hij is ziek.
Doodziek.
Iedereen die hem dierbaar is verzamelt zich om zijn bed.
Duisternis is overal.
Gewelddadige entiteiten bevolken krijsend zijn geest.
Hoop is niet.
Een eeuwenoude, wildvreemde, bekende man neemt hem ongevraagd mee
naar de top van de berg.
Waar het centrum van de wereld is.
Terwijl hij om zich heen kijkt
ziet hij de wereld
de mens
zichzelf.
Hij ziet dat het centrum van de wereld overal is.
Hij ziet dat de werkelijke ziekte is
dit niet te zien.
Hij ziet dat de echte ziekte is
te denken
dat het centrum van het leven
Niet hier is.
Niet eeuwig is.
Niet nu is.
Niet Ik ben.
Ik.
Die iedere tel sterft.
En vol vreugde deelneemt
aan het lijden van de wereld.
Dat overal is.