We hebben afscheid moeten nemen van een bijzonder mens: Roel van der Kooi (82 jaar). De ouders van Roel waren ooit, lang voordat ik geboren was, met hun kinderen per wals met een woonwagen erachteraan vanuit Groningen over de Afsluitdijk naar Nieuwe Niedorp gereden om huis en werk te vinden. Ze kwamen te wonen in de Sliksteeg waar wij ook woonden. Een buurtje waarin iedereen elkaar kende, groette en alles van elkaar wist. Het was er zo veilig dat niemand het woord veiligheid gebruikte. De van der Kooien waren allemaal groot en sterk en dat maakte indruk op ons, de jongens van het dorp. Het was tenslotte de bedoeling dat wij dat ook ooit zouden worden: groot en sterk. Mijn vader, die alles wist tot aan mijn twaalfde jaar, zei alwetend: ‘De van der Kooien zijn zó sterk, ze ruiken helemaal sterk. Sterk ruiken, wauw! Dan moet je wel héél sterk zijn, dacht ik sindsdien. Ik meende dit hierna ook daadwerkelijk te kunnen ruiken als ik een van der Kooi op straat tegenkwam.
In onze puberteit en midden in onze uiterst veelbelovende voetbalcarrière als junioren werd Roel van der Kooi onze coach en elftalbegeleider. Een betere zet had de voetbalvereniging niet kunnen doen. Schot in de roos! Roel was, behalve sterk, ook nog 1,99 meter lang, had een luide stem en een flinke baard. Dat was al een indrukwekkende binnenkomst! We waren zestien jaar en de serieusheid voorbij. Roel reed ons in de weekenden in zijn busje van het Hoogheemraadschap door heel Westfriesland naar alle uitwedstrijden. Wij hielden van Roel en hij moet ook van ons hebben gehouden anders hou je zoiets niet vol met die zestienjarige ettertjes. Dat zoiets niet altijd makkelijk is, toont het volgende verhaal. In de jaren ’70 was er de oliecrisis onder het kabinet Den Uyl. Bezuinigingen. De autoloze zondag werd ingevoerd. Dus togen wij als juniorenelftal op onze stiekem opgevoerde brommers over de lege autoweg naar Graftdijk. Het was november, koud, natte sneeuw, en we kwamen verkleumd aan op het terrein van onze gevreesde tegenstander. Die was echter zo vriendelijk geweest een kacheltje in onze kleedkamer te zetten, brandend en wel. Opgelucht legde ik mijn kletsnatte voetbalsokken op het kacheltje die hierop spontaan in de fik vlogen. Weg sokken. Iedereen de slappe lach en de wedstrijd moest nog beginnen tegen het altijd lastige Graftdijk. Wat doe je dan als resultaatgerichte mental coach? Roel staat plechtig op, maant ons streng om stilte en zegt motiverend: ‘Jongens, denk erom! Niet meer dan 10 – 0 verliezen vandaag!’ En dat lukte. We waren tot op het bot gemotiveerd en verloren met precies 9 – 0. Opdracht volbracht. Iedereen blij. Coach tevreden.
Nu de kernvraag. Want waar gaat het nu echt om? Welke man is in staat jongens die los willen gaan goed te begeleiden? In het geval van Roel was er sprake van een unieke combinatie van factoren. Ten eerste hield hij van voetbal. Ten tweede was hij op en top verenigingsmens. Ten derde nam hij zijn verantwoordelijkheid. Ten vierde kon je enorm met hem lachen. En ten vijfde bezat hij iets unieks: een warm hart.
Tijdens zijn afscheid als coach mocht ik een speech voor Roel houden. Ik deed mijn best en ons elftal overlaadde hem met dankbare cadeaus. Met als topper een grote door mijn broer Niko gemaakte en ingelijste foto die de jaren daarna in de voetbalkantine zou hangen. (zie foto hieronder). Bij die uitreiking zagen wij, jonge voetballertjes, iets nieuws. Dat moment zijn we nooit meer vergeten. Daar stond hij. Roel. Onze prachtcoach, sterke vent, twee meter lang, grote baard, luide stem, alleskunner. Onze vader in de voetbalweekenden. We zagen dit: Roel had tranen in zijn ogen. Ontroering. Stilte. Prachtmoment! Roel, op dat moment werd je onsterfelijk. En de beste. Niet met voetbal, wél als mens. De perfecte les voor zestienjarige pubers. En een wijze les om een leven lang nooit meer te vergeten.
Wat ik ook nooit meer vergeet is het volgende. Niko en ik staan met Roels vrouw Ita om het sterfbed van Roel. Roel kon al een paar jaar nauwelijks meer praten als gevolg van een ernstig ongeluk. Hij kon de woorden niet meer vinden. Hooguit nog Ja of Nee. Maar plotseling, terwijl Niko en ik dit voorval aan de stille Roel vertelden, zagen we dat hij iets wilde zeggen. Hij worstelde, kneep in onze handen en riep vanaf zijn sterfbed net als toen in de kleedkamer: 9 – 0!! Een intenser huilend en lachend moment heb ik nooit ervaren in mijn leven.
Rust in vrede, topcoach en prachtmens. Wat geweldig dat je er was voor ons. Bedankt!
Sinds Willem van Oranje en de Nederlanden in de 16e eeuw in opstand kwamen tegen het katholieke onderdrukkende geweld van Rusland-Israël-Hamas-Hezbollah-Amerika-achtige proporties is de verhouding tussen de Oranje-Nassaus en het katholicisme ronduit vijandig geweest, vooral toen Willem ook nog eens werd vermoord door een katholiek. Drie eeuwen later weigerde koning Willem III het Rijksmuseum te bezoeken, omdat architect Pierre Cuypers katholiek was. De koning vond het museum teveel op een kathedraal lijken dus ging hij niet naar binnen. Koningin Wilhelmina weigerde in de 20e eeuw om een katholieke burgemeester te benoemen voor Delft. Volgens haar kon een katholiek de koninklijke grafkelders onvoldoende beschermen, dus moest de burgemeester van Delft een protestant zijn. Het is pas in 1985 dat een lid van het Koninklijk Huis op audiëntie gaat bij de paus : koningin Beatrix. Inmiddels zijn de verhoudingen soepeler geworden, vooral sinds het huwelijk van Willem-Alexander met de katholieke Maxima. Zand erover.
DEMOCRATIE VERSUS ANTI-DEMOCRATIE Vandaag verschuift dit vraagstuk zich naar een andere verhouding : niet meer die tussen protestanten en katholieken, maar tussen democraten en anti-democraten. Alexander Pechtold is van D66, dus democraat. Hij was ooit partijleider in de Tweede Kamer namens D66, Democraten 66, en wordt in september benoemd tot de nieuwe burgemeester van Delft. Wat gebeurt er als een anti-democratische partijleider solliciteert naar de functie van burgemeester van een gemeente? Stel : Geert Wilders, de anti-democraat, solliciteert. Wat doet de vertrouwelijke benoemingsommisie van de gemeente dan? Wat doet de commissaris van de koning dan? Wat doet de koning dan? En wat doet het democratisch gekozen parlement dan?
Het maakt niet uit wat je vindt van Alexander Pechtold. Je mening mag je uiten, maar iets veel essentiëlers staat hier op het spel. Je bent namelijk in een democratie verplicht te kiezen voor een democraat. Het is de democratie die ons verenigt binnen alle verschillen. Het is de anti-democratie die ons tegenover elkaar zet en verschillen niet accepteert. Waarmee we weer teruggaan naar het Spaanse schrikbewind in de 16e eeuw dat andere meningen met groot geweld onderdrukte. Om nog maar te zwijgen van WOII. De geschiedenis, zowel onze persoonlijke geschiedenis als maatschappelijke, blijft zich net zo lang herhalen tot we de essentie ervan hebben begrepen tot in ons verstand, ons gevoel, onze ziel. Hebben wij dit inzicht eenmaal verworven dan is het niet nodig die Tachtigjarige burgeroorlog , of wat voor conflict of familieruzie dan ook, te herhalen. We zijn namelijk al vrij. Aan ons de taak de democratie, steeds vrijer, volwassener en verantwoordelijker te maken. Laten we niet bang zijn voor onze vrijheid en verantwoordelijkheid. En democratisch zijn en blijven.
Daarom: Welkom in Delft, burgemeester Pechtold. Als democraat in hart en nieren bent u een van ons. Vanaf september zullen we onze democratische degens kruisen met elkaar. We zullen volop genieten van deze vrijheid en verantwoordelijkheid. En ons democratisch ergeren aan elkaars meningen.
Wanneer je verliefd bent op het leven dan heb je ogen in je hart.
Verliefd zijn in iedere tel in problemen verlies vreugde in alles, overal, altijd.
Een leven lang.
De ogen in het hart zien datgene waar niet-verliefden blind voor zijn.
En die je doen buigen van verdriet.
Ogen in het hart hebben vleugels om naar engelen te vliegen en engelen te zien in mensen hier op aarde.
Levensverliefden huilen om de pijn die niet wordt gezien. De pijn van de wereld die bedekt blijft onder generaties van ontkenning waardoor engelen elkaar doodzwijgen onrecht aandoen kwaad spreken onbegrijpen ruziën mishandelen
Wegkijken.
Levensverliefden huilen om de ontkende pijn die mensen doet vergeten dat ze engelen zijn.
Ik hou van bladeren, omdat bladeren altijd alleen maar bladeren zijn. Een mooie eigenschap van bladeren is dat ze alles toelaten en geen verzet bieden tegen datgene wat gebeurt. Zo kunnen zij bijvoorbeeld het licht in zich opnemen en hierdoor zélf lichter worden. Doorschijnend zelfs.
Kijk maar!
Terwijl ze net zo makkelijk regen, storm, kou en hitte toelaten. Wat ook zo goed is van bladeren is dat, naarmate ze lichter schijnen, zij helderder de schaduwen van andere bladeren weerspiegelen op hun eigen blad.
Kijk maar!
Wat bladeren ook goed kunnen, is doodgaan. Wanneer de herfstwind bepaalt dat het moment van sterven voor het blad is gekomen, dan valt ze zonder weerstand of protest dwarrelend op de grond, sterft, en wordt opgenomen in de aarde die hierdoor vruchtbaar wordt. En leefbaar. Een half jaar later, terwijl iedereen dacht dat het blad dood in de grond lag, staat het blad op uit de dood en hangt opnieuw aan een boom. Te leven, te stralen, licht te ontvangen, schaduwen te weerspiegelen. En zélf licht te worden.
Kijk maar!
Echter, zo te zien is dit een ander blad dan het herfstblad. Bovendien is het nu lente en geen herfst en een ander blad hangt aan een andere boom.
WAT VOORAF GING Toen de emancipatie van de vrouw vanaf de jaren ‘60 langzaam op gang kwam, begon de vrouw ook te knagen aan het zelfbeeld van de man, want de man voldeed niet. Hij was niet goed genoeg. Bovendien ontdekten vrouwen dat alles wat ons wordt voorgeschoteld aan wijsheid, cultuur, ideeëngoed, godsdienst, politiek, geschiedenis, in feite mannenwijsheid, mannen-cultuur, mannen-godsdienst is. Eeuwenlang stelden mannen criteria op voor de vrouw: Ze moet lief zijn, bereidwillig, mooi, zorgzaam, een goede moeder, niet teveel praten, zich voegen. Onder invloed van het feminisme stelden vrouwen ook eisen aan mannen. Maar als vrouwen het over mannen hebben, gaat het vooral om wat mannen NIET moeten doen: niet oorlog voeren, niet verkrachten, de aarde niet verpesten door een ver doorgevoerde technologie, niet overheersen in het persoonlijke, het verbale en het politieke, vrouwen niet onderdrukken en niet zo gericht zijn op snel succes in te veel bedden.
De man die de moeite neemt hiernaar te luisteren, raakt in verwarring. Hij excuseert zich voor zijn ‘maar een man’-zijn. Wat moet en mag hij dan wél ? Kortom: wat is de mannelijke identiteit? Die is natuurlijk al eeuwenlang, sinds het ontstaan van mannen, bekend, maar de moderne man is hem kwijtgeraakt en vrouwen kunnen hem niet helpen. Laten we deze mannelijke identiteit eens blootleggen aan de hand van een sprookje van Grimm.
IJZEREN HANS In het bos hebben de jagers van de koning een diepe poel leeg geschept en op de bodem van de poel een behaarde wildeman gevonden. De wildeman wordt in een kooi op de binnenplaats van het kasteel vastgezet. Op een dag komt de gouden bal van de jonge koningszoon in de kooi van de wildeman terecht. De jongen moet de sleutel van de kooi onder het kussen van zijn moeder vandaan halen, dan pas krijgt hij zijn gouden bal terug. Met die sleutel bevrijdt hij de wildeman uit zijn kooi en de wildeman neemt de jongen mee, het bos in in. Hierna begint de inwijding als man voor de jongen door de wildeman in de wildernis van het leven.
WAT BETEKENT DIT? Dat volwassen mannen de poel van hun ziel tot op de bodem leeg scheppen, waarna ze hun eigen wildeman, nat en behaard, zullen vinden. Die wijst hun de weg. Echter, voor ze het wilde levenswoud in kunnen, moeten ze zich als jongen eerst losmaken van hun moeder. Jongens kunnen het man-zijn namelijk niet van hun moeder leren, maar alleen van een andere man. Dit gaat mis als de mentor er niet op uit is zijn pupil naar diens eigen ziel en vrijheid te voeren, maar naar iets anders, een ideologie bijvoorbeeld, een patroon, hem te temmen en te binden. Zo zien we dit bijvoorbeeld volledig spaak lopen bij scheefgegroeide mannengroepen als de Hells Angels en voetbal hooligans, maar ook bij de softe mannengroepen van de New Age en andere spiritueel bedoelde bewegingen. Ook binnen kerken zijn mannelijke monniken niet bepaald de juiste mentoren voor hun jongenspupillen, zo weten we uit de vreselijke misbruikverhalen van de laatste jaren. Het kan anders. Een voorbeeld: Bij sommige ‘primitieve’ volken vinden we initiatieriten, waarbij een jongen op tienjarige leeftijd door oudere mannen wordt ontvoerd en ingewijd in de mannenwereld.
DE VROUW EN JUF ALS OPVOEDERS Het bezwaar van de vrouw als enige opvoeder van een jongen is dat moeders de mannelijke agressie teveel willen indammen. Ze zijn er bang voor. Dit zien we ook als desastreus verschijnsel in het onderwijs waar energieke jongens door zachte vrouwen worden benaderd waardoor hun agressie wordt ingedamd door de juf, de jongen geen kant uit kan en hierdoor alleen maar agressiever wordt, wat hij en zijn zachte juf vervolgens niet begrijpen. Het lijkt dan net alsof de jongen het probleem is, terwijl het werkelijke probleem in het feit ligt dat de jongen geen wildeman als mentor naast zich heeft die hem begrijpt en laat zien wie hij is. En die hem laat zien hoe hij met zijn mannelijke agressie moet omgaan. De agressie waar de lieve juf zo bang van is en dus veroordeelt. ‘Zit stil!’ ‘Houd je mond!’ Het gevolg van deze vrouwelijke benadering voor jongens is: identiteitscrisis met opgekropte agressie. De jongen weet niet meer wie hij is. Hij weet niet wat het is om man te zijn. Hij is ingedamd. Met alle gevolgen van dien voor zijn latere verhouding tot vrouwen en tot de maatschappij als geheel. Moeders thuis en juffen op school willen van hun zonen en leerlingen zachtaardige vrouw-mannen maken. Dit werkt volledig averechts. Het resultaat is: De zachtman, de aangepaste, getemde zoon van de New Age-beweging en de urenlang stilzittende leerling in het onderwijs. Terwijl, vrouwen houden helemaal niet van zachtmannen, hoewel ze de agressie bij hun zonen bestrijden. Bovendien zullen zachtmannen zelf, als ze eerlijk zijn, toegeven dat ze ergens zijn blijven steken.
MANNELIJKE AGRESSIE Mannen en vrouwen dienen daarom het taboe op de agressie te doorbreken. Een mens is nu eenmaal agressief en dat is prachtig. Het bewust uiten van agressie is zelfs noodzakelijk om tot een evenwichtige volwassen man te kunnen uitgroeien die zijn leven zélf vorm geeft en zijn eigen gebied kan verdedigen. En niet met de armen slap langs het lijf toekijkt hoe alles hem ontstolen wordt of die met zijn eeuwige ‘je hebt gelijk’ zijn boze vrouw nog furieuzer maakt. Om het in mythische, universele, symbolische taal te zeggen: Een man moet als jongen eerst door het rode stadium heen gaan, door de agressieve, jeugdige overmoed, de vurige boosheid. Pas daarna kan hij als man ‘het witte paard berijden’, oftewel, strijden voor de goede zaak. Vervolgens bestijgt hij een zwart paard: de verdieping, de humor in het aangezicht van de dood. Vrouwen zullen hun uiterste best doen, hun jongens het rode stadium te laten overslaan en ze zo snel mogelijk tot een witte ridder te maken. Hier gaat het mis, aangezien de bange moeder en de zachte juf het mannelijke, brandende, agressieve vuur in haar zoon en leerling proberen te doven.
AFWEZIGE VADERS, VERLOREN ZONEN Er is te weinig vader in onze maatschappij. De afwezigheid van de moderne vader, die ’s ochtends vroeg het huis verlaat om met een wit boord om ergens ver weg iets onduidelijks met computers te doen, die afwezigheid maakt van jongens stuurloze wezens die met onbeheerste agressie abri’s en vrouwenlijven schenden. Of een kaars tussen hun benen stoppen. Vaders horen bij hun zonen te zijn, ze te laten zien wat man zijn is en de nadruk te leggen op de gouden schat van de mannelijke agressie, de ruwe en ook seksuele energie dat typisch is voor mannen. Mannen hebben de sterke behoefte hun adrenaline te laten stromen, zich af te matten, elkaar uit te dagen en te grazen nemen (wat vrouwen maar moeilijk snappen en daarom veroordelen of giechelend, schaamtevol weglachen) en vooral: een heftige drang om te neuken, een ogenschijnlijk volstrekt irrationele behoefte. Kortom, mannen hebben een bepaald soort krachtige, penetrerende, actieve energie, die een van de grondslagen van de mannelijke identiteit vormt. Vandaar dat iedere man zich herkent in de god Phallos met trots geheven roede. Dit is dus het tegenovergestelde van de aangepaste man, de vrouw ‘pleasende’ en stofzuigende man. Om het iets anders te verwoorden: Een man moet door de steppen stuiven, niet keurig op tijd aan tafel aanschuiven, aangezien hij zich dan laat overbluffen door het feminisme.
Er is een kolossaal verschil tussen man en vrouw. Mannen spreken ook een andere taal dan vrouwen die zich tevens uit in een voor vrouwen onbegrijpelijke, absurde, mannelijke humor. Deze tegenstelling is geweldig en barst van de agressieve, levenscheppende energie, zolang we die tegenstellingen en verschillen maar niet proberen weg te poetsen, ontkennen of verzachten. Het diepgaand leren kennen en de totale aanvaarding van mannelijke agressie is de sleutel. Dan kunnen we namelijk de beheerste, bewust gemaakte agressie ontdekken die bergen verzet en die staat tegenover de blinde agressie van bange mannen die vrouwelijke levens vernielen, omdat deze mannen hun ziel niet tot op de bodem hebben leeg geschept.
CONCLUSIE De identiteit van de man ligt niet bij de stofzuigende softie en de New Age-man. De mannelijke identiteit ligt ook niet bij de macho, de schietende Rambo, hooligan, ongeremde agressieveling of kaarsen tussen vrouwenbenen stekende zuiper.
Er is een derde weg.
Het is de oeroude wildeman in de jongen en in de man die hem de weg wijst naar zijn natte, behaarde, agressieve wezen en oermannelijke oorsprong. Deze weg moet door mannen gedaan en door andere mannen, vaders en levensmentoren begeleid en geleid worden. Hierdoor zal de jongen niet alleen zijn eigen unieke mannenweg vinden, maar tevens ontdekken dat hij zowel naast als tegenover het meisje en later de vrouw gaat staan. Deze wilde en bewuste, mannelijke levenshouding geeft een eeuwenoude én totaal nieuwe dynamiek aan de huidige verhouding man – vrouw die zowel mannen als vrouwen én de opvoeding en het onderwijs zo gigantisch hard nodig hebben. Gebruiken we onze natuurlijke agressie niet of niet bewust dan blijven we de zwakke, vrouwonvriendelijke en gewelddadige samenleving voortzetten die we heden ten dage zélf gemaakt hebben. En zélf zijn.
KONINGSDAG Onze eerste nationale feestdag stamt uit 18 juni 1815. Het is de dag dat Napoleon de Slag bij Waterloo verliest waardoor Nederland weer een vrij land wordt. Deze nationale feestdag heette: WATERLOODAG. Dit raakte echter in de vergetelheid en toen bedachten de Liberalen een nieuwe nationale feestdag om de eenheid van land en volk te benadrukken. Dit werd: PRINSESSEDAG. Ingesteld vanaf 31 augustus 1885 toen Prinses Wilhelmina 5 jaar oud werd. In 1898 werd dit dus automatisch KONINGINNEDAG toen Wilhelmina 18 jaar werd en wettelijk mocht gaan regeren. Deze eerste echte Koninginnedag werd overigens alleen nog maar in Utrecht gevierd. Wilhelmina bleef op haar verjaardag gewoon thuis. Op 30 april 1948 wordt Juliana koningin en zij stelt het ‘Défilé op Soestdijk’ in, waarbij ik altijd moet denken aan de hilarische conference van Wim Sonneveld hierover. Oceanen van bloemen en kadoos lagen op de trappen van het bordes en een eindeloze stoet mensen ging wuivend voorbij aan de terugzwaaiende en steeds vermoeider wordende koninklijke familie. Het verslag hiervan werd gedaan door Dick Paschier die ook het tv-programma Zeskamp presenteerde.
Op 30 april 1980 komt Beatrix aan het bewind en die bezoekt, met familie, verschillende steden op één dag. Op 27 april 2013 treedt Willem-Alexander aan en vieren we de eerste KONINGSDAG. De koning bezoekt, ook met familie, steeds één stad die een regionale functie vervult, zoals dit jaar 2025 : Doetinchem. (met ‘Normaal’!)
2. HET WILHELMUS De melodie van ons huidige volkslied, het Wilhelmus, werd gespeeld tijdens de Slag van Chartres in 1568 toen de Hugenoten (protestanten) onder leiding van Lodewijk I, prins van Bourbon-Condé, de stad belegerden. Het lied heette: ‘Oh la folle entreprise du prince de Condé’. Bij die slag was aanwezig de Zuid-Nederlandse theoloog en monnik Petrus Datheen die het Franse lied van Nederlandse tekst voorzag tussen 1568 – 1572. Dit is althans de laatste theorie (uit 2016) over de oorsprong van ons huidige volkslied. De oudere theorie, die het ook niet zeker wist, verwijst naar Philips Marnix van Sint Aldegonde, de gezant en vriend van Willem van Oranje, die hier zelf nooit iets over heeft gezegd, dus aannemelijk klinkt deze oude theorie niet. Ik kies dus voor Petrus Datheen, als zijnde de tekstschrijver van het Wilhelmus. De componist is onbekend, maar zal vermoedelijk een Franse Hugenoot zijn geweest. In 1626 heeft Adriaen Valerius het lied voor het eerst op notenschrift vastgelegd. Dit volkslied werd niet door iedereen gewaardeerd. Zo waren de anti-orangisten, de katholieken, de patriotten, en later de socialisten tegen de tekst.
Van 1817 – 1932 hadden we hierdoor een ander volkslied (na een prijsvraag), getiteld: Wien Neerlandsch bloed. Componist : Johan Wilm. Tekst: Hendrik Tollens. In dit lied komt de zin voor: ‘Wien Neerlandsch bloed door d’aderen vloeit, Van vreemde smetten vrij.’ Vooral dit laatste zinsdeel maakte dat het lied nooit echt omarmd werd door het volk en al helemaal niet in ‘onze’ koloniën. In 1932 werd, vooral op aandrang van Koningin Wilhelmina, door de regeringsraad dan toch maar besloten het Wilhelmus wederom in te voeren als volkslied. In WOII kreeg het lied een nationale verbindende functie doordat het altijd gespeeld werd ter afsluiting van iedere uitzending van Radio Oranje vanuit Londen, waar Wilhelmina haar gloedvolle toespraken hield voor het onderdrukte Nederlandse volk. Een vijand verbindt …
Het Wilhelmus heeft in totaal 15 coupletten en ieder couplet begint met de volgende letter van de naam: Willem van Nassau (waarbij de laatste u als v wordt geschreven).
Vandaag eer ik Benjamin Ferencz. Hij stierf in 2023 op 103-jarige leeftijd.
Wie was hij?
Ferencz vluchtte als Joods kind in WOII met zijn ouders uit Hongarije naar Amerika, werd daar militair en hielp in 1945 de concentratiekampen te bevrijden. Na WOII werd hij Hoofdaanklager in de Neurenberg Processen. Deze unieke rechtbanken brachten de zwaarste misdadigers van het Hitler nazi-regime voor het gerecht en veroordeelden ze. Zijn hele leven heeft Ferencz zich onvermoeibaar ingezet voor gerechtigheid en wereldvrede. Ook werkte hij als jurist vele jaren lang voor het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hij werkte tot zijn laatste dag, en zeven dagen per week, van ’s ochtends 7 uur tot ’s avonds 10 uur. Voor het Vredespaleis loopt de Ferenczweg en op het plein staat de Ferenczbank ter ere van hem. Ook brandt op dit plein de ‘Wereldvredesvlam’ met de tekst:
‘May all beings find peace’.
Met hier omheen 193 stenen uit 193 landen die aangesloten zijn bij de Verenigde Naties.
Bedankt dat je er was, Benjamin Ferencz! Zo lang, zo mooi, en zo moedig. Moge jouw wens en levenswerk voor wereldvrede en gerechtigheid werkelijkheid worden. Werkelijkheid zijn.
Op het pleintje voor de entree van winkelcentrum de Hoven in Delft staat overdag een kleine mobiele Vietnamese snackkar. Iedere keer als ik daar kom en de Vietnamese vrouw €2,- cash overhandig voor mijn broodje kipburger met currysaus en uitjes roept ze blij: ‘Wat lief van u!’ Kijk, dat bedoel ik. Je geeft een vrouw twee euri en ze houdt van je. Hoe simpel kan het leven zijn. Komen op het toneel : Twee mocrootjes van 14 jaar. Een dikke op een fatbike en een dunne lopend met petje op. Schattig, onbeholpen en onbetrouwbaar. De ingewikkelde pubermix van vaderloze jochies. Het klassieke drama van Marokkaanse jongens. En vele anderen. Hun non-verbale gedrag laat zien dat ze mijn fiets met boodschappentas opgemerkt hebben en dus moet mijn aandacht worden afgeleid. Ze zijn duidelijk beginners en gedragen zich aldus. Als ze bij elkaar staan, fluistert het petje de dikke wat in het oor. Ik loop naar ze toe en glimlachend vraag ik: ‘Zo jongens, jullie hebben een goed gesprek met elkaar?’ Zoals gewoonlijk komt dan altijd die ene zin naar buiten: ‘Ga na hem toe dan, ga na hem.’ Het petje verwijst naar de dikke. Die vervolgens wegrijdt. Echte vrienden. De lieve Vietnamese roept mij en overhandigt me vrolijk lachend de kipburger. Ik stap op mijn fiets, kijk in de ogen van het eenzame achtergebleven mocrootje, en zeg: ‘Dag jongen, laat je niet gek maken, hè.’ Schichtig kijkt hij opzij waar zijn vriend niet is. Zijn lichaam is het verdriet van de vaderloosheid, de woede van de wraak, en de schreeuw om hulp die hij niet durft te uiten. Want tussen haat en liefde ligt slechts één millimeter. En zelfs dat niet.
Met een diepzware zucht pakt hij zijn dikke boekhouddossiermap uit de onderste lade van zijn bureau. De minutieuze boekhouder is bezig zijn reusachtige levenswerk te voltooien. Nu komt het erop aan! Bladzijde voor bladzijde, detail na detail, komma na komma pluist hij nauwgezet na op onvolkomenheden, op belangrijke fouten. Dan ziet hij het! Op pagina 368 staan twee cijfers na de komma : ,31. Dat is fout! Dit moet zijn: ,32. Hij pakt de vlakgom uit zijn strakke etui en gumt de 1 weg. Hij neemt zijn nieuwe, keurig geslepen Bruynzeel potlood ter hand en noteert: 2. Zo vervolgt hij zwaarmoedig zuchtend en amechtig corrigerend zijn noodzakelijke, financiële getallentocht. De hele dikke boekhouddossiermap lang, punt voor punt, tot diep in de nacht.
DE VOLGENDE OCHTEND Om exact 07.00 uur trekt hij met zijn komma’s in de aanslag ten strijde om zijn correcte cijfers te overleggen aan coalitie en Tweede Kamer. En om strijdbare uitleg te geven waarom dat herbewapeningsprogramma ReArm niet door moet gaan. Met die 2 na de komma op blz. 368 zal hij ze om de oren slaan! Ze zullen ervan lusten, zijn onverantwoordelijke collega’s die zo intens slecht zijn in rekenen!
OP PAD! Hij pakt zijn zwarte stalen ros zonder versnellingen uit de donkere kelderbox en gaat door de miezerige, kille regen op pad. Niets houdt hem nog tegen! Terwijl op dat moment Russische hackers het internet platleggen, de inhoud van zijn laptop kapen, het Midden-Oosten in laaiende brand staat, en Amerikaanse bommen zijn stad in puin gooien, fietst hij wilskrachtig en boekhoudkundig door het donderende lawaai van brand, bommen en granaten heen en roept met één hand aan het stuur en één dapper gebalde vuist in de lucht : ‘Dit is financieel niet verantwoord!’ Dan, naar achter wijzend, naar zijn bagagedrager, naar zijn dikke boekhouddossiermap vol correcte komma’s en juiste getallen onder de stevige snelbinders, gilt de boekhouder stoutmoedig: ‘Kijk maar!’ Diep gebogen over het stuur overpeinst hij fronsend zijn leven, waarna zijn zuinige mond zachtjes prevelt:
‘I have nothing to offer you but blood, toil, sweat and tears.’
Want zijn klassiekers, die had hij genoteerd, in zijn map. En uit zijn hoofd geleerd. De manhaftige leider van de tot de komma’s gewapende partij voor ultieme rechtvaardigheid. Onze nieuwe Churchill.