345. De geboorte van Nederland

GEFELICITEERD!
WIJ BESTAAN 453 JAAR!

We kunnen alleen weten wie we zijn
als we weten waar we vandaan komen.

Nederland is geboren van 19 – 23 juli 1572. Deze week precies 453 jaar geleden. De geboorte duurde vier lange dagen en nachten. Zware bevalling.
In het Augustijnenklooster in Dordrecht vond toen in opdracht van Willem van Oranje de belangrijkste vergadering in de Hollandse geschiedenis plaats:

DE EERSTE VRIJE STATENVERGADERING.

De vertegenwoordigers van de twaalf belangrijkste steden van Holland (niet van Nederland, maar van het huidige Noord – en Zuid-Holland, dat de rijkste en machtigste provincie was), die vertegenwoordigers kwamen toen bij elkaar om een nieuw land te stichten. Daarvoor moesten grondregels en wetten worden aangenomen om het nieuwe land vorm te geven.
Het Nederland zoals we dat nu kennen bestond namelijk nog niet. Dit gebied heette ‘de Nederlanden’, omdat het laag (=neder) land was, niet omdat het een apart land was.
Dit grondgebied was een deel van het Duitse Rijk (‘Ben ik van Duitsen bloed’) en werd geregeerd door de koning van Spanje (‘den koning van Hispanje heb ik altijd geëerd’).
Het is pas in deze periode dat het Nederlandse bewustzijn begint te dagen dat het mogelijk zou kunnen zijn om te streven naar onafhankelijkheid.
De hemeltergende Spaans-katholieke geweldsspiraal tegen andersdenkenden en andersgelovigen (protestanten, humanisten) die toen heerste kan men vergelijken met wat momenteel in Oekraïne gebeurt. Hele steden binnen ons grondgebied werden volledig verwoest, geplunderd en de inwoners vermoord.

In 1572 vond in enkele weken tijd het volgende geweld plaats:

MECHELEN
Grote belangrijke stad, totaal geplunderd, verwoest, bewoners vermoord.

Even later:
ZUTPHEN
Totaal geplunderd, verwoest, de duizenden lijken van de vermoorde inwoners werden door de Spanjaarden aan elkaar gebonden en in de IJssel gesmeten.

Weer even later:
NAARDEN
Totaal verwoest en geplunderd. De mannen werden bijeen gedreven in het stadhuis en dat werd in de fik gestoken. Alle in paniek wegrennende vrouwen en kinderen buiten werden vervolgens aan Spaanse speren geregen en op straat achter gelaten. Naar schatting hebben slechts zestig van de paar duizend inwoners deze genocide overleefd. Wekenlang durfde niemand meer in Naarden te komen. Het was een spookstad met honderden stinkende lijken overal verspreid op straat.
Naarden was het Marioepol van 1572. Niets meer, niets minder.

Weer even later in datzelfde jaar: BELEG VAN HAARLEM.
Duurt acht maanden. Tienduizend inwoners gestorven aan honger, ziekte en de alom tegenwoordige Pest, vijfduizend doden aan Spaanse zijde.

VLUCHTELINGENPROBLEEM
We hadden toen al een vluchtelingenprobleem, maar de andere kant op.
Van de anderhalf miljoen Nederlanders vluchtten tienduizenden naar het buitenland, omdat het hier levensgevaarlijk en onvoorstelbaar gewelddadig was.
Vergelijk Oekraïne, Syrië, Afghanistan, Gaza vandaag.
De geschiedenis herhaalt zich op andere plekken, maar met dezelfde principes: macht en geweld. Vaak met het geloof als excuus.
Midden in dit onvoorstelbare geweld, precies in deze periode, vindt de Eerste Vrije Statenvergadering plaats op initiatief van Willem van Oranje.
Een enorm moment!
De belangrijkste, totaal nieuwe en tot dan toe volkomen verboden grondregels die men, na heftige besprekingen, aannam voor dit unieke, nieuwe, kwetsbare land zijn:

1.
WE ZIJN EEN VRIJ EN ONAFHANKELIJK LAND

Woow!
Voor het eerst in de geschiedenis op dit grondgebied!
Vrij en onafhankelijk!
De Spaanse aanwezigheid, die tot deze gewelddadige bezetting en onderdrukking was uitgegroeid, moest verjaagd worden en we wilden de hele boel eindelijk zelf gaan bepalen en regeren. Dat deze strijd tot 1648 (Vrede van Munster, einde Tachtigjarige Oorlog) zou gaan duren, kon toen nog niemand bevroeden.
Men noemde het destijds ‘de Opstand’.

2.
IEDEREEN DIE HIER WOONT IS VRIJ OM TE GELOVEN WAT HIJ WIL GELOVEN

Voor ons zó normaal, hè? Maar dit hebben we niet aan onszelf te danken.
Deze vrijheid danken wij aan HÉN!
Heden ten dage dus een compleet normale zaak, maar als je in die tijd iets anders geloofde dan wat de koning geloofde dan ging je kop eraf. Dus was iedereen katholiek, omdat de koning katholiek was. En die kon het weten, want de koning was de vertegenwoordiger van God op Aarde, dus ja, daar ging je natuurlijk niet mee in discussie. Verboden terrein! Levensgevaarlijk!

3.
IEDEREEN DIE HIER WOONT IS VRIJ OM TE DENKEN EN ZEGGEN WAT HIJ WIL DENKEN EN ZEGGEN

Denk je even in hoe reusachtig dit destijds was en vandaag is!
Sta even stil.
Het gaat hier om volledige vrijheid van geweten en van meningsuiting.
Deze vrijheid houdt niet zozeer in dat je alles mag zeggen tegen je medeburgers (dat was nooit zo’n punt), maar het radicale van deze vrijheid van meningsuiting is dat je een andere mening mag hebben dan de koning.
Hiermee werd voor het eerst een aanval gedaan op de goddelijke almacht van de koning en het gaf meer recht tot zelfbeschikking aan het volk.
Een complete omwenteling die nog nergens eerder was vertoond!
Het buitenland keek ademloos toe wat die Hollanders hier flikten, totaal tegen de wil van het almachtige Spaanse koningschap in.
En niet te vergeten:
Spanje was toen het grootste en machtigste wereldrijk met onder zijn beheer het grootste deel van Europa, Zuid- en Midden Amerika, en delen van Azië. Het was een Rijk waar de zon nooit onderging.
Wat dachten die Hollanders met hun piepkleine grondgebiedje eigenlijk te bereiken?
En was dat niet volledig onmogelijk?
Vroeg ieder weldenkend mens zich af.

4.
IEDEREEN DIE HIER WOONT IS VRIJ OM TE ZIJN WIE HIJ IS EN WIE HIJ WIL ZIJN

Besef aub even wat hier staat.
Dit houdt namelijk in: volledige vrijheid van het individu.
Heden ten dage kun je dit grondprincipe ook doortrekken naar de gehele lhbti+ gemeenschap, de Black Lives matter, #Metoo, en alle andere bewegingen die strijden voor individuele vrijheid en gelijkwaardigheid.
De mensen die deze principes destijds hebben bedacht en ingevoerd waren hun tijd dus revolutionair ver vooruit! Al zullen ze de reikwijdte hiervan in hun tijd nog niet hebben kunnen voorzien, aangezien men bij het begrip rechten vooral dacht aan rechten voor rijke mannen en adel. En voordat katholieken en protestanten op een vredige manier met elkaar gingen praten duurde ook nog enkele eeuwen. Maar goed, het was een begin.
En wat voor begin!
Wij zijn de eerste democratie ter wereld die deze principes op deze manier hebben vastgelegd.
Later heeft de Franse Revolutie met hun ‘Déclaration des droits de l’homme et du citoyen’ (1789)
en ook de Amerikaanse ‘Declaration of Independance’ (1776) deze zelfde principes overgenomen van de besluiten die in Dordrecht ruim twee eeuwen eerder al waren genomen.
In 1572!
De plek waar deze belangrijkste vergadering in de Nederlandse geschiedenis plaatsvond is tegenwoordig gevestigd het museum ‘De Hof van Nederland’.
De principes die toen werden aangenomen, en waar onze huidige democratie op gebaseerd is, kun je lezen onder glasplaten in het museum.
Deze principes zijn zo immens belangrijk dat koning Willem Alexander op koningsdag 2015 dit museum persoonlijk heeft geopend in Dordrecht en de besluiten van 1572 opnieuw heeft bekrachtigd en ondertekend.
En in 2018 zijn de burgemeesters van die twaalf steden uit 1572 bij elkaar gekomen om de besluiten van toen te herdenken en ondertekenen.
Die twaalf steden zijn:
Alkmaar, Medemblik, Hoorn, Enkhuizen, Edam, Monnickendam, Haarlem, Leiden, Gorinchem, Gouda, Oudewater, Dordrecht.
Delft was er niet bij omdat het stadsbestuur nog geen besluit had genomen of het nu de Spaanse kant wilde kiezen of de kant van de Opstand van Willem van Oranje. Toen Delft deze keuze eenmaal had gemaakt, heeft het ook meteen de besluiten ondertekend.
En van 19 – 23 juli 2022 vierde men in 42 steden in Nederland, waaronder Delft, deze historische gebeurtenis die de geboorte van ons land markeert.
Waarom niet ons hele land uitbundig mee vierde is voor mij een volslagen raadsel en doet hevig tekort aan deze enorm belangrijke gebeurtenis.

TOT SLOT.
Wij moeten de mensen uit die tijd eeuwig dankbaar zijn voor wat zij toen met onvoorstelbare moed en heldere visie voor ons hebben gedaan en tot op de dag van vandaag voor ons betekenen. Vaak ten koste van hun eigen leven en gezin.
Want denk je eens in vandaag:
Wat zou er gebeurd zijn met ons grondgebied en met ons, en hoe zouden we NU leven, als die mensen destijds niet in verzet waren gekomen, deze heldhaftige acties niet hadden ondernomen, en deze besluiten niet hadden genomen en ingevoerd?

Vraag:
Wat doe jij vandaag, en in je hele leven, om deze democratische grondregels te beschermen in je spreken, luisteren, schrijven, handelen en in je omgang met anderen en ook met andersdenkenden? Wat past het beste bij jou?
Iets belangrijkers bestaat niet.

Ik wens ons allen wijsheid.

344. Engelen en vluchtelingen

Engelen zijn vaak onzichtbaar voor het grote publiek, terwijl ze dagelijks wonderen verrichten op aarde voor hun medemensen in nood.
Een voorbeeld:
Yvonne is lerares Nederlands op de ISK in Delft, de Internationale Schakel Klas.
Ze is ook levensmentor, hoopbieder, knuffelgever, trooster, therapeut, coach, omhelzer, klassenmoeder, aai-over-de-boller, vertrouwenspersoon, corrigeerder, begrijper, voeler, luisteraar, richtingaanwijzer, gespreksvoerder, en kinderen-uit-ravijnen-haler.
En zoals hier op de foto: picknick organiseerder om haar verjaardag met ‘haar’ kinderen te vieren in de Delftse Hout.
Deze leerlingen komen uit: Syrië, Iran, Bulgarije, Pakistan, Eritrea, Oekraïne, Ethiopië.
Dit is de wereld van vandaag.
Dit lukt allemaal prima, zolang er goede vaders en moeders zijn, of mensen die een soortgelijke rol van levensmentor op zich nemen.
Ik snap dat niet iedereen dit kan.
Ik draag Yvonne, en dat wat zij universeel vertegenwoordigt, daarom voor voor de Nobelprijs voor de Vrede. Want echte, duurzame vrede komt niet voort uit economie, ideologieën of politiek, maar kan alleen voortkomen uit goed onderwijs door leraren die goed les geven, van kinderen houden, diepgaand zien wat deze kinderen nodig hebben, en weten hoe je echt contact met ze kan maken. Echt contact maken juist daar waar de problemen groot zijn.
De wereld heeft dus meer Yvonnes nodig.
Maar laten we bescheiden beginnen : Nobelprijs.

PS. 1.
Op de ISK komen vluchtelingenkinderen en kinderen van expats bij elkaar om twee jaar lang intensief Nederlands te leren en zich, ook via andere vakken, voor te bereiden op een vervolgopleiding, zoals VMBO, Havo, VWO of MBO, afhankelijk van de leeftijd.
De ISK in Delft is gevestigd aan de Juniusstraat.

PS. 2.
Deze kinderen zijn vaak komen lopen vanuit hun land naar Nederland. Velen ook met een boot over de Middellandse Zee. Wat ze daar, op zo’n jonge leeftijd, hebben meegemaakt valt met geen pen te beschrijven. Toch zijn ze hier, toch gaan ze naar school, toch leven ze door.

PS. 3.
– Sommige kinderen (12 – 17 jaar) wonen samen in een huis met begeleiding van Jeugdformaat.
– Anderen hebben een eigen studio aan de van Bleyswijckstraat waar ook studenten aan de TU wonen.
– In het AZC aan de Mozartlaan wonen alleen Oekraïners.
– In het Campanile hotel zitten ook AMV’ers, Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen.
Dit zijn kinderen die wachten op gezinshereniging.

PS. 4.
Wil je een idee krijgen van wat deze kinderen hebben meegemaakt dan is de film ‘Shadow Game’ een goede en heftige aanrader. Live gefilmd door de jongens zélf tijdens hun vlucht.

343. De homo. Enz. Enz.

De homo = de mens (Latijn).
Onze voorouder was de homo neanderthalensis.
Die is uitgestorven.
Te dom.
Toen kwam : de homo sapiens.
Dit betekent : de denkende mens. Een mens begiftigd met intelligentie.
Wij, moderne 21e eeuwers, zijn dus allen homo sapiens. Ook een mens die zijn denken verkeerd gebruikt of de mens die de homo sapiens wil vernietigen is homo sapiens.

Nou bestaat er nóg een soort :
De homo politicus.
De homo politicus is 100% politicus, 100% van de tijd, zijn hele leven lang. Net zoals de homo sapiens 100% van de tijd een denkend (of piekerend) mens is, zijn hele leven lang.
Mark Rutte is geen homo sapiens.
Hij is homo politicus.
Altijd.
Ook thuis, op vakantie, in bed, op toilet,
op de fiets, enz.
Overal.

Stel:
Jij krijgt een nieuwe baan.
Jij, als homo sapiens, werkt je dan eerst nerveus in, want ja, je weet nog weinig, moet alles nog leren, vraagt overal hoe dit en dat nou in elkaar zit, en jij, de homo sapiens, loopt de eerste maanden van je nieuwe baan dolend, onzeker en enigszins radeloos door je nieuwe werkplek met onbekende collega’s naarstig op zoek naar houvast en zekerheid en bovendien onzeker over het feit of jouw nieuwe collega’s je wel zullen accepteren.
Het eerste jaar in de nieuwe baan moet door de homo sapiens worden doorgeworsteld. Pas daarna landt hij en kan hij goed functioneren.

De homo politicus doet dit anders.

Vanaf dag 1 is Mark Rutte in zijn nieuwe baan van secretaris-generaal van de NAVO volledig vertrouwd, gesetteld en helemaal op zijn plek alsof hij er zijn hele leven al werkt. Hij wekt zelfs de indruk dat hij er eerder was dan de NAVO en dat de NAVO daarna speciaal voor hem gemaakt is.

Edoch!

Dan, na slechts enkele maanden in zijn nieuwe baan, komt de allergrootste klus die een NAVO-baas op zijn bordje kan krijgen :
het organiseren van de NAVO-top met 45 staatshoofden, honderden ministers, ambassadeurs, adviseurs, 2000 journalisten, 27.000 politiemensen, en €183 miljoen euro aan beveiliging, wegomleggingen en de totale afsluiting van Den Haag.
De toekomst van Europa staat op het spel.
Kosten : €1 miljoen euro per minuut.

The whole world is watching.

Een gemiddelde homo sapiens zou dan nachtenlang zwetend wakker liggen, pillen slikken, en bibberend van de zenuwen zijn eerste woorden uitspreken bij de opening van de topconferentie.
Rutte niet.
Sterker, Rutte heeft het nooit meer naar zijn relaxte zin gehad in zijn leven als op deze top. Hij lacht, wrijft in zijn handen, stuurt enthousiaste sms’jes naar de machtigste mensen op aarde, is blij, ontspannen en geniet van ieder moment, iedere zin en iedere ontmoeting.
Hij bruist.
Hij doet niet liever.
Als een vis in het water = als een Rutte op de NAVO-top.
Mark speelt dit niet. Hij IS het.
Hij is niet alleen homo politicus, hij is homo politicus pur sang.
Hors catégorie.

De homo sapiens snapt dit niet, omdat hij hier niet aan kan tippen. Hij is teveel mens en dat zit in de weg. Mens zijn is lastig voor de homo sapiens, maar daar heeft de homo politicus dus geen last van.
Iedere homo sapiens wil daarom Mark Rutte zijn: barsten van de energie en het zelfvertrouwen, ook als hij 100 jaar oud is. Dat is namelijk nóg een kenmerk van de homo politicus : hij wordt niet ouder. De homo sapiens wél.

De wereld is onrechtvaardig verdeeld.
De ene homo is de andere niet.

342. Onze onsterfelijke voetbalcoach

We hebben afscheid moeten nemen van een bijzonder mens: Roel van der Kooi (82 jaar).
De ouders van Roel waren ooit, lang voordat ik geboren was, met hun kinderen per wals met een woonwagen erachteraan vanuit Groningen over de Afsluitdijk naar Nieuwe Niedorp gereden om huis en werk te vinden. Ze kwamen te wonen in de Sliksteeg waar wij ook woonden. Een buurtje waarin iedereen elkaar kende, groette en alles van elkaar wist. Het was er zo veilig dat niemand het woord veiligheid gebruikte.
De van der Kooien waren allemaal groot en sterk en dat maakte indruk op ons, de jongens van het dorp. Het was tenslotte de bedoeling dat wij dat ook ooit zouden worden: groot en sterk. Mijn vader, die alles wist tot aan mijn twaalfde jaar, zei alwetend: ‘De van der Kooien zijn zó sterk, ze ruiken helemaal sterk.
Sterk ruiken, wauw! Dan moet je wel héél sterk zijn, dacht ik sindsdien.
Ik meende dit hierna ook daadwerkelijk te kunnen ruiken als ik een van der Kooi op straat tegenkwam.

In onze puberteit en midden in onze uiterst veelbelovende voetbalcarrière als junioren werd Roel van der Kooi onze coach en elftalbegeleider. Een betere zet had de voetbalvereniging niet kunnen doen. Schot in de roos!
Roel was, behalve sterk, ook nog 1,99 meter lang, had een luide stem en een flinke baard. Dat was al een indrukwekkende binnenkomst!
We waren zestien jaar en de serieusheid voorbij. Roel reed ons in de weekenden in zijn busje van het Hoogheemraadschap door heel Westfriesland naar alle uitwedstrijden. Wij hielden van Roel en hij moet ook van ons hebben gehouden anders hou je zoiets niet vol met die zestienjarige ettertjes.
Dat zoiets niet altijd makkelijk is, toont het volgende verhaal.
In de jaren ’70 was er de oliecrisis onder het kabinet Den Uyl. Bezuinigingen. De autoloze zondag werd ingevoerd. Dus togen wij als juniorenelftal op onze stiekem opgevoerde brommers over de lege autoweg naar Graftdijk.
Het was november, koud, natte sneeuw, en we kwamen verkleumd aan op het terrein van onze gevreesde tegenstander. Die was echter zo vriendelijk geweest een kacheltje in onze kleedkamer te zetten, brandend en wel. Opgelucht legde ik mijn kletsnatte voetbalsokken op het kacheltje die hierop spontaan in de fik vlogen. Weg sokken. Iedereen de slappe lach en de wedstrijd moest nog beginnen tegen het altijd lastige Graftdijk. Wat doe je dan als resultaatgerichte mental coach?
Roel staat plechtig op, maant ons streng om stilte en zegt motiverend:
‘Jongens, denk erom! Niet meer dan 10 – 0 verliezen vandaag!’
En dat lukte. We waren tot op het bot gemotiveerd en verloren met precies 9 – 0.
Opdracht volbracht. Iedereen blij. Coach tevreden.

Nu de kernvraag. Want waar gaat het nu echt om?
Welke man is in staat jongens die los willen gaan goed te begeleiden?
In het geval van Roel was er sprake van een unieke combinatie van factoren.
Ten eerste hield hij van voetbal.
Ten tweede was hij op en top verenigingsmens.
Ten derde nam hij zijn verantwoordelijkheid.
Ten vierde kon je enorm met hem lachen.
En ten vijfde bezat hij iets unieks: een warm hart.

Tijdens zijn afscheid als coach mocht ik een speech voor Roel houden. Ik deed mijn best en ons elftal overlaadde hem met dankbare cadeaus. Met als topper een grote door mijn broer Niko gemaakte en ingelijste foto die de jaren daarna in de voetbalkantine zou hangen. (zie foto hieronder). Bij die uitreiking zagen wij, jonge voetballertjes, iets nieuws. Dat moment zijn we nooit meer vergeten.
Daar stond hij. Roel. Onze prachtcoach, sterke vent, twee meter lang, grote baard, luide stem, alleskunner. Onze vader in de voetbalweekenden. We zagen dit:
Roel had tranen in zijn ogen. Ontroering. Stilte. Prachtmoment!
Roel, op dat moment werd je onsterfelijk. En de beste. Niet met voetbal, wél als mens. De perfecte les voor zestienjarige pubers. En een wijze les om een leven lang nooit meer te vergeten.

Wat ik ook nooit meer vergeet is het volgende. Niko en ik staan met Roels vrouw Ita om het sterfbed van Roel. Roel kon al een paar jaar nauwelijks meer praten als gevolg van een ernstig ongeluk. Hij kon de woorden niet meer vinden. Hooguit nog Ja of Nee. Maar plotseling, terwijl Niko en ik dit voorval aan de stille Roel vertelden, zagen we dat hij iets wilde zeggen. Hij worstelde, kneep in onze handen en riep vanaf zijn sterfbed net als toen in de kleedkamer: 9 – 0!!
Een intenser huilend en lachend moment heb ik nooit ervaren in mijn leven.

Rust in vrede, topcoach en prachtmens.
Wat geweldig dat je er was voor ons.
Bedankt!

,

341. Nieuwe burgemeester voor Delft. Het koningshuis. En de democratie.

Sinds Willem van Oranje en de Nederlanden in de 16e eeuw in opstand kwamen tegen het katholieke onderdrukkende geweld van Rusland-Israël-Hamas-Hezbollah-Amerika-achtige proporties is de verhouding tussen de Oranje-Nassaus en het katholicisme ronduit vijandig geweest, vooral toen Willem ook nog eens werd vermoord door een katholiek.
Drie eeuwen later weigerde koning Willem III het Rijksmuseum te bezoeken, omdat architect Pierre Cuypers katholiek was. De koning vond het museum teveel op een kathedraal lijken dus ging hij niet naar binnen.
Koningin Wilhelmina weigerde in de 20e eeuw om een katholieke burgemeester te benoemen voor Delft. Volgens haar kon een katholiek de koninklijke grafkelders onvoldoende beschermen, dus moest de burgemeester van Delft een protestant zijn.
Het is pas in 1985 dat een lid van het Koninklijk Huis op audiëntie gaat bij de paus : koningin Beatrix.
Inmiddels zijn de verhoudingen soepeler geworden, vooral sinds het huwelijk van Willem-Alexander met de katholieke Maxima.
Zand erover.

DEMOCRATIE VERSUS ANTI-DEMOCRATIE
Vandaag verschuift dit vraagstuk zich naar een andere verhouding : niet meer die tussen protestanten en katholieken, maar tussen democraten en anti-democraten.
Alexander Pechtold is van D66, dus democraat. Hij was ooit partijleider in de Tweede Kamer namens D66, Democraten 66, en wordt in september benoemd tot de nieuwe burgemeester van Delft.
Wat gebeurt er als een anti-democratische partijleider solliciteert naar de functie van burgemeester van een gemeente?
Stel : Geert Wilders, de anti-democraat, solliciteert.
Wat doet de vertrouwelijke benoemingsommisie van de gemeente dan?
Wat doet de commissaris van de koning dan?
Wat doet de koning dan?
En wat doet het democratisch gekozen parlement dan?

Het maakt niet uit wat je vindt van Alexander Pechtold. Je mening mag je uiten, maar iets veel essentiëlers staat hier op het spel.
Je bent namelijk in een democratie verplicht te kiezen voor een democraat. Het is de democratie die ons verenigt binnen alle verschillen.
Het is de anti-democratie die ons tegenover elkaar zet en verschillen niet accepteert. Waarmee we weer teruggaan naar het Spaanse schrikbewind in de 16e eeuw dat andere meningen met groot geweld onderdrukte. Om nog maar te zwijgen van WOII.
De geschiedenis, zowel onze persoonlijke geschiedenis als maatschappelijke, blijft zich net zo lang herhalen tot we de essentie ervan hebben begrepen tot in ons verstand, ons gevoel, onze ziel.
Hebben wij dit inzicht eenmaal verworven dan is het niet nodig die Tachtigjarige burgeroorlog , of wat voor conflict of familieruzie dan ook, te herhalen.
We zijn namelijk al vrij. Aan ons de taak de democratie, steeds vrijer, volwassener en verantwoordelijker te maken.
Laten we niet bang zijn voor onze vrijheid en verantwoordelijkheid.
En democratisch zijn en blijven.

Daarom: Welkom in Delft, burgemeester Pechtold.
Als democraat in hart en nieren bent u een van ons.
Vanaf september zullen we onze democratische degens kruisen met elkaar.
We zullen volop genieten van deze vrijheid en verantwoordelijkheid.
En ons democratisch ergeren aan elkaars meningen.

340. Verliefd zijn

Wanneer je verliefd bent
op het leven
dan heb je ogen in je hart.

Verliefd zijn in iedere tel
in problemen
verlies
vreugde
in alles, overal, altijd.

Een leven lang.

De ogen in het hart zien datgene
waar niet-verliefden blind voor zijn.

En die je doen buigen van verdriet.

Ogen in het hart hebben vleugels
om naar engelen te vliegen
en engelen te zien in mensen
hier op aarde.

Levensverliefden huilen om de pijn
die niet wordt gezien.
De pijn van de wereld
die bedekt blijft
onder generaties van ontkenning
waardoor engelen elkaar
doodzwijgen
onrecht aandoen
kwaad spreken
onbegrijpen
ruziën
mishandelen

Wegkijken.

Levensverliefden huilen om de ontkende pijn
die mensen doet vergeten
dat ze engelen zijn.

En permanent verliefd zijn.

338. Ik hou van bladeren

Ik hou van bladeren, omdat bladeren altijd alleen maar bladeren zijn.
Een mooie eigenschap van bladeren is dat ze alles toelaten en geen verzet bieden tegen datgene wat gebeurt.
Zo kunnen zij bijvoorbeeld het licht in zich opnemen en hierdoor zélf lichter worden. Doorschijnend zelfs.

Kijk maar!

Terwijl ze net zo makkelijk regen, storm, kou en hitte toelaten.
Wat ook zo goed is van bladeren is dat, naarmate ze lichter schijnen, zij helderder de schaduwen van andere bladeren weerspiegelen op hun eigen blad.

Kijk maar!

Wat bladeren ook goed kunnen, is doodgaan.
Wanneer de herfstwind bepaalt dat het moment van sterven voor het blad is gekomen, dan valt ze zonder weerstand of protest dwarrelend op de grond, sterft, en wordt opgenomen in de aarde die hierdoor vruchtbaar wordt. En leefbaar.
Een half jaar later, terwijl iedereen dacht dat het blad dood in de grond lag, staat het blad op uit de dood en hangt opnieuw aan een boom. Te leven, te stralen, licht te ontvangen, schaduwen te weerspiegelen. En zélf licht te worden.

Kijk maar!

Echter, zo te zien is dit een ander blad dan het herfstblad. Bovendien is het nu lente en geen herfst en een ander blad hangt aan een andere boom.

De vraag is: Is dat zo?

337. De toestand van de man in ons land. Een pleidooi voor mannelijke agressie.

WAT VOORAF GING
Toen de emancipatie van de vrouw vanaf de jaren ‘60 langzaam op gang kwam, begon de vrouw ook te knagen aan het zelfbeeld van de man, want de man voldeed niet. Hij was niet goed genoeg.
Bovendien ontdekten vrouwen dat alles wat ons wordt voorgeschoteld aan wijsheid, cultuur, ideeëngoed, godsdienst, politiek, geschiedenis, in feite mannenwijsheid, mannen-cultuur, mannen-godsdienst is.
Eeuwenlang stelden mannen criteria op voor de vrouw:
Ze moet lief zijn, bereidwillig, mooi, zorgzaam, een goede moeder, niet teveel praten, zich voegen.
Onder invloed van het feminisme stelden vrouwen ook eisen aan mannen. Maar als vrouwen het over mannen hebben, gaat het vooral om wat mannen NIET moeten doen:
niet oorlog voeren,
niet verkrachten,
de aarde niet verpesten door een ver doorgevoerde technologie,
niet overheersen in het persoonlijke, het verbale en het politieke,
vrouwen niet onderdrukken
en
niet zo gericht zijn op snel succes in te veel bedden.

De man die de moeite neemt hiernaar te luisteren, raakt in verwarring. Hij excuseert zich voor zijn ‘maar een man’-zijn. Wat moet en mag hij dan wél ? Kortom: wat is de mannelijke identiteit?
Die is natuurlijk al eeuwenlang, sinds het ontstaan van mannen, bekend, maar de moderne man is hem kwijtgeraakt en vrouwen kunnen hem niet helpen.
Laten we deze mannelijke identiteit eens blootleggen aan de hand van een sprookje van Grimm.

IJZEREN HANS
In het bos hebben de jagers van de koning een diepe poel leeg geschept en op de bodem van de poel een behaarde wildeman gevonden. De wildeman wordt in een kooi op de binnenplaats van het kasteel vastgezet.
Op een dag komt de gouden bal van de jonge koningszoon in de kooi van de wildeman terecht. De jongen moet de sleutel van de kooi onder het kussen van zijn moeder vandaan halen, dan pas krijgt hij zijn gouden bal terug. Met die sleutel bevrijdt hij de wildeman uit zijn kooi en de wildeman neemt de jongen mee, het bos in in.
Hierna begint de inwijding als man voor de jongen door de wildeman in de wildernis van het leven.

WAT BETEKENT DIT?
Dat volwassen mannen de poel van hun ziel tot op de bodem leeg scheppen, waarna ze hun eigen wildeman, nat en behaard, zullen vinden. Die wijst hun de weg.
Echter, voor ze het wilde levenswoud in kunnen, moeten ze zich als jongen eerst losmaken van hun moeder. Jongens kunnen het man-zijn namelijk niet van hun moeder leren, maar alleen van een andere man.
Dit gaat mis als de mentor er niet op uit is zijn pupil naar diens eigen ziel en vrijheid te voeren, maar naar iets anders, een ideologie bijvoorbeeld, een patroon, hem te temmen en te binden.
Zo zien we dit bijvoorbeeld volledig spaak lopen bij scheefgegroeide mannengroepen als de Hells Angels en voetbal hooligans, maar ook bij de softe mannengroepen van de New Age en andere spiritueel bedoelde bewegingen.
Ook binnen kerken zijn mannelijke monniken niet bepaald de juiste mentoren voor hun jongenspupillen, zo weten we uit de vreselijke misbruikverhalen van de laatste jaren.
Het kan anders. Een voorbeeld:
Bij sommige ‘primitieve’ volken vinden we initiatieriten, waarbij een jongen op tienjarige leeftijd door oudere mannen wordt ontvoerd en ingewijd in de mannenwereld.

DE VROUW EN JUF ALS OPVOEDERS
Het bezwaar van de vrouw als enige opvoeder van een jongen is dat moeders de mannelijke agressie teveel willen indammen. Ze zijn er bang voor.
Dit zien we ook als desastreus verschijnsel in het onderwijs waar energieke jongens door zachte vrouwen worden benaderd waardoor hun agressie wordt ingedamd door de juf, de jongen geen kant uit kan en hierdoor alleen maar agressiever wordt, wat hij en zijn zachte juf vervolgens niet begrijpen.
Het lijkt dan net alsof de jongen het probleem is, terwijl het werkelijke probleem in het feit ligt dat de jongen geen wildeman als mentor naast zich heeft die hem begrijpt en laat zien wie hij is. En die hem laat zien hoe hij met zijn mannelijke agressie moet omgaan. De agressie waar de lieve juf zo bang van is en dus veroordeelt. ‘Zit stil!’ ‘Houd je mond!’
Het gevolg van deze vrouwelijke benadering voor jongens is: identiteitscrisis met opgekropte agressie. De jongen weet niet meer wie hij is. Hij weet niet wat het is om man te zijn. Hij is ingedamd. Met alle gevolgen van dien voor zijn latere verhouding tot vrouwen en tot de maatschappij als geheel.
Moeders thuis en juffen op school willen van hun zonen en leerlingen zachtaardige vrouw-mannen maken. Dit werkt volledig averechts.
Het resultaat is:
De zachtman, de aangepaste, getemde zoon van de New Age-beweging en de urenlang stilzittende leerling in het onderwijs.
Terwijl, vrouwen houden helemaal niet van zachtmannen, hoewel ze de agressie bij hun zonen bestrijden. Bovendien zullen zachtmannen zelf, als ze eerlijk zijn, toegeven dat ze ergens zijn blijven steken.

MANNELIJKE AGRESSIE
Mannen en vrouwen dienen daarom het taboe op de agressie te doorbreken. Een mens is nu eenmaal agressief en dat is prachtig. Het bewust uiten van agressie is zelfs noodzakelijk om tot een evenwichtige volwassen man te kunnen uitgroeien die zijn leven zélf vorm geeft en zijn eigen gebied kan verdedigen. En niet met de armen slap langs het lijf toekijkt hoe alles hem ontstolen wordt of die met zijn eeuwige ‘je hebt gelijk’ zijn boze vrouw nog furieuzer maakt.
Om het in mythische, universele, symbolische taal te zeggen:
Een man moet als jongen eerst door het rode stadium heen gaan, door de agressieve, jeugdige overmoed, de vurige boosheid.
Pas daarna kan hij als man ‘het witte paard berijden’, oftewel, strijden voor de goede zaak.
Vervolgens bestijgt hij een zwart paard: de verdieping, de humor in het aangezicht van de dood.
Vrouwen zullen hun uiterste best doen, hun jongens het rode stadium te laten overslaan en ze zo snel mogelijk tot een witte ridder te maken. Hier gaat het mis, aangezien de bange moeder en de zachte juf het mannelijke, brandende, agressieve vuur in haar zoon en leerling proberen te doven.

AFWEZIGE VADERS, VERLOREN ZONEN
Er is te weinig vader in onze maatschappij.
De afwezigheid van de moderne vader, die ’s ochtends vroeg het huis verlaat om met een wit boord om ergens ver weg iets onduidelijks met computers te doen, die afwezigheid maakt van jongens stuurloze wezens die met onbeheerste agressie abri’s en vrouwenlijven schenden. Of een kaars tussen hun benen stoppen.
Vaders horen bij hun zonen te zijn, ze te laten zien wat man zijn is en de nadruk te leggen op de gouden schat van de mannelijke agressie, de ruwe en ook seksuele energie dat typisch is voor mannen.
Mannen hebben de sterke behoefte hun adrenaline te laten stromen, zich af te matten, elkaar uit te dagen en te grazen nemen (wat vrouwen maar moeilijk snappen en daarom veroordelen of giechelend, schaamtevol weglachen) en vooral: een heftige drang om te neuken, een ogenschijnlijk volstrekt irrationele behoefte.
Kortom, mannen hebben een bepaald soort krachtige, penetrerende, actieve energie, die een van de grondslagen van de mannelijke identiteit vormt. Vandaar dat iedere man zich herkent in de god Phallos met trots geheven roede.
Dit is dus het tegenovergestelde van de aangepaste man, de vrouw ‘pleasende’ en stofzuigende man. Om het iets anders te verwoorden: Een man moet door de steppen stuiven, niet keurig op tijd aan tafel aanschuiven, aangezien hij zich dan laat overbluffen door het feminisme.

Er is een kolossaal verschil tussen man en vrouw. Mannen spreken ook een andere taal dan vrouwen die zich tevens uit in een voor vrouwen onbegrijpelijke, absurde, mannelijke humor.
Deze tegenstelling is geweldig en barst van de agressieve, levenscheppende energie, zolang we die tegenstellingen en verschillen maar niet proberen weg te poetsen, ontkennen of verzachten.
Het diepgaand leren kennen en de totale aanvaarding van mannelijke agressie is de sleutel. Dan kunnen we namelijk de beheerste, bewust gemaakte agressie ontdekken die bergen verzet en die staat tegenover de blinde agressie van bange mannen die vrouwelijke levens vernielen, omdat deze mannen hun ziel niet tot op de bodem hebben leeg geschept.

CONCLUSIE
De identiteit van de man ligt niet bij de stofzuigende softie en de New Age-man.
De mannelijke identiteit ligt ook niet bij de macho, de schietende Rambo, hooligan, ongeremde agressieveling of kaarsen tussen vrouwenbenen stekende zuiper.

Er is een derde weg.

Het is de oeroude wildeman in de jongen en in de man die hem de weg wijst naar zijn natte, behaarde, agressieve wezen en oermannelijke oorsprong. Deze weg moet door mannen gedaan en door andere mannen, vaders en levensmentoren begeleid en geleid worden.
Hierdoor zal de jongen niet alleen zijn eigen unieke mannenweg vinden, maar tevens ontdekken dat hij zowel naast als tegenover het meisje en later de vrouw gaat staan.
Deze wilde en bewuste, mannelijke levenshouding geeft een eeuwenoude én totaal nieuwe dynamiek aan de huidige verhouding man – vrouw die zowel mannen als vrouwen én de opvoeding en het onderwijs zo gigantisch hard nodig hebben.
Gebruiken we onze natuurlijke agressie niet of niet bewust dan blijven we de zwakke, vrouwonvriendelijke en gewelddadige samenleving voortzetten die we heden ten dage zélf gemaakt hebben. En zélf zijn.

Kan een afbeelding zijn van de tekst 'ROBERT ROBERTBLY R R B BLY De wilde man'

Leuk

Opmerking plaatsen

Delen

336. De oorsprong van Koningsdag. En het Wilhelmus.

  1. KONINGSDAG
    Onze eerste nationale feestdag stamt uit 18 juni 1815.
    Het is de dag dat Napoleon de Slag bij Waterloo verliest waardoor Nederland weer een vrij land wordt.
    Deze nationale feestdag heette: WATERLOODAG.
    Dit raakte echter in de vergetelheid en toen bedachten de Liberalen een nieuwe nationale feestdag om de eenheid van land en volk te benadrukken.
    Dit werd: PRINSESSEDAG.
    Ingesteld vanaf 31 augustus 1885 toen Prinses Wilhelmina 5 jaar oud werd.
    In 1898 werd dit dus automatisch KONINGINNEDAG toen Wilhelmina 18 jaar werd en wettelijk mocht gaan regeren.
    Deze eerste echte Koninginnedag werd overigens alleen nog maar in Utrecht gevierd. Wilhelmina bleef op haar verjaardag gewoon thuis.
    Op 30 april 1948 wordt Juliana koningin en zij stelt het ‘Défilé op Soestdijk’ in, waarbij ik altijd moet denken aan de hilarische conference van Wim Sonneveld hierover.
    Oceanen van bloemen en kadoos lagen op de trappen van het bordes en een eindeloze stoet mensen ging wuivend voorbij aan de terugzwaaiende en steeds vermoeider wordende koninklijke familie.
    Het verslag hiervan werd gedaan door Dick Paschier die ook het tv-programma Zeskamp presenteerde.

      Op 30 april 1980 komt Beatrix aan het bewind en die bezoekt, met familie, verschillende steden op één dag.
      Op 27 april 2013 treedt Willem-Alexander aan en vieren we de eerste KONINGSDAG.
      De koning bezoekt, ook met familie, steeds één stad die een regionale functie vervult, zoals dit jaar 2025 : Doetinchem. (met ‘Normaal’!)

      2. HET WILHELMUS
      De melodie van ons huidige volkslied, het Wilhelmus, werd gespeeld tijdens de Slag van Chartres in 1568 toen de Hugenoten (protestanten) onder leiding van Lodewijk I, prins van Bourbon-Condé, de stad belegerden. Het lied heette: ‘Oh la folle entreprise du prince de Condé’.
      Bij die slag was aanwezig de Zuid-Nederlandse theoloog en monnik Petrus Datheen die het Franse lied van Nederlandse tekst voorzag tussen 1568 – 1572.
      Dit is althans de laatste theorie (uit 2016) over de oorsprong van ons huidige volkslied.
      De oudere theorie, die het ook niet zeker wist, verwijst naar Philips Marnix van Sint Aldegonde, de gezant en vriend van Willem van Oranje, die hier zelf nooit iets over heeft gezegd, dus aannemelijk klinkt deze oude theorie niet.
      Ik kies dus voor Petrus Datheen, als zijnde de tekstschrijver van het Wilhelmus.
      De componist is onbekend, maar zal vermoedelijk een Franse Hugenoot zijn geweest.
      In 1626 heeft Adriaen Valerius het lied voor het eerst op notenschrift vastgelegd.
      Dit volkslied werd niet door iedereen gewaardeerd. Zo waren de anti-orangisten, de katholieken, de patriotten, en later de socialisten tegen de tekst.

      Van 1817 – 1932 hadden we hierdoor een ander volkslied (na een prijsvraag), getiteld:
      Wien Neerlandsch bloed.
      Componist : Johan Wilm.
      Tekst: Hendrik Tollens.
      In dit lied komt de zin voor:
      ‘Wien Neerlandsch bloed door d’aderen vloeit, Van vreemde smetten vrij.’
      Vooral dit laatste zinsdeel maakte dat het lied nooit echt omarmd werd door het volk en al helemaal niet in ‘onze’ koloniën.
      In 1932 werd, vooral op aandrang van Koningin Wilhelmina, door de regeringsraad dan toch maar besloten het Wilhelmus wederom in te voeren als volkslied.
      In WOII kreeg het lied een nationale verbindende functie doordat het altijd gespeeld werd ter afsluiting van iedere uitzending van Radio Oranje vanuit Londen, waar Wilhelmina haar gloedvolle toespraken hield voor het onderdrukte Nederlandse volk.
      Een vijand verbindt …

      Het Wilhelmus heeft in totaal 15 coupletten en ieder couplet begint met de volgende letter van de naam: Willem van Nassau (waarbij de laatste u als v wordt geschreven).

      Kan kunst zijn van 4 mensen en Rijksmuseum