332. Meester Yunus.

We schrijven de jaren ’90 van de twintigste eeuw, Rijswijk.
In de immer levendige 2-Havo klas zit hij zeer aanwezig vooraan in de middelste rij:
Yunus Cörüt.
Ieder puberlichaam, iedere gezichtsuitdrukking, ieder puberaal woord is een richtingaanwijzer naar wat de jongere eigenlijk wil zeggen.
Aan mij als leraar en mentor de taak dit levende puberhiërogliefenschrift van verbaal en non-verbaal gedrag te ontcijferen, terwijl ik tegelijkertijd net moet doen alsof de Franse taal en grammatica het belangrijkste onderwerp ter wereld is, want ja, die kinderen moeten ook nog eens overgaan en doorgaan in een systeem dat niet in de eerste plaats op het kind is gericht, maar wél op cijfers en resultaten.

Les geven aan pubers is koorddansen tussen de hemel en de afgrond van je eigen leven en dat van de ander.
Les krijgen ook.

10.30 uur, eerste pauze.
Vanuit het raam van mijn Franse lokaal 34 op de derde verdieping heb ik een mooi uitzicht op het schoolplein. Ik zie wat pubers altijd doen : in groepjes bij elkaar kruipen, veiligheid en plezier zoeken, je aanpassen en toch proberen jezelf te zijn, terwijl je geen idee hebt wie je nou echt bent, wat je voelt en wat je wilt.
Yunus doet het anders.
Hij loopt in z’n eentje heen en weer langs de fietsenstalling, iets voorover gebogen, met z’n handen op z’n rug. De volgende dagen hetzelfde patroon.
Wanneer het mijn surveillancebeurt op het schoolplein is, zie ik hem weer zijn individuele ritueel uitvoeren. Ik ga naast hem lopen, buig ook iets voorover, doe ook mijn handen op mijn rug, en zo lopen we zwijgend heen en weer in dezelfde houding.
Tot er woorden komen.
Gevoel en verhalen.
Gezien willen worden.
Eindelijk.

Na zijn eindexamen verliezen we elkaar uit het oog en gaat hij zijn lange, grillige weg van vallen en opstaan waar ik niet bij ben en niets van weet. Zoals dat gaat met leerlingen die wegvliegen naar zichzelf.

Dertig jaar later. 2024.
Ik zie iemand staan op een bruggetje op Hodenpijl en we kijken elkaar iets langer aan. Zoekende blikken. Herkenning. Hij stapt op me af:
‘Dag, meneer Stammes.’
‘Ah, ben jij het. Dag, Yunus.’

In de maanden die volgen hebben we enkele lange gesprekken en vertelt hij me bovengenoemd middelbare school verhaal, hoe hij dit als leerling heeft beleefd en wat het voor hem betekende en betekent. Hij nodigt me uit een les bij hem te volgen in, wat hij noemt, zijn werkplaats.
Hij is mentor van een tweede klas en geeft Mindfulness op een middelbare praktijkschool in Rijswijk, op een steenworp afstand van waar ik hem dertig jaar geleden in mijn klas had en langs de fietsenstalling zag lopen.
Deze zin zeg ik nu heel makkelijk : Mindfulness geven op een middelbare praktijkschool.
Weet iemand hoe ontzettend moeilijk dit is?
Hoe nauw dit luistert?
Hoeveel moed en kunde je nodig hebt om dit te kunnen en durven doen?
Echt contact maken, leren voelen, bewust ademen, kwetsbaar zijn, afstand en nabijheid, je persoonlijke grenzen verkennen, stiltes laten vallen, spanning mogen voelen in een puberlijf dat volop aan het groeien is en vol emoties en verwarring zit.
Hoe begeleid je dit op kundige wijze aan leerlingen van 13, 14 jaar jong die van de zenuwen de slappe lach krijgen en toch meedoen?
Ik had ruim anderhalf uur de tijd om dit kwetsbare, bewustmakende, gevoelige, contactgerichte schouwspel voor mijn ogen te zien afspelen en op me te laten inwerken.
Hoe mijn oud-leerling (die door zijn leerlingen heel respectvol meester Yunus wordt genoemd) dit delicate koorddansen als een groots evenwichtskunstenaar vol liefde, respect en vakkundigheid uitvoerde.
Ik zag geen les hier.
Ik zag een kunstwerk van lieve warmte, voelbare betrokkenheid en écht contact

Meester Yunus ziet zijn leerlingen.
En zij zien hem.
Hij ziet en wordt gezien.
De cirkel is rond.

Nadat iedere leerling op zijn eigen zelfgekozen wijze met een ‘hug’, een boks, een aanraking, een blik of een groet, afscheid genomen heeft van de meester, nodigt Yunus me uit even een wandeling te maken en frisse lucht te happen. Hij is moe. Het was intens.
Tijdens onze wandeling lopen we langs de fietsenstalling, ik pak hem vast, we kijken elkaar in de ogen, en ik zeg:
‘GE-WEL-DIG! Ik wou dat ik vroeger zo’n leraar als jij had gehad.’
Ontroerde parels vullen onze ogen
En zeggen :

Het is gezien.
Het is niet onopgemerkt gebleven.
Hij.
Meester Yunus.

331. Mijn vader.

28 jaar lang had ik een vader.
Vandaag heb ik 40 jaar lang geen vader meer.
Toch leeft hij gewoon door in mij.
En houden we van elkaar.
Hoi Pa! ❤

——————————————————————-
MIJN VADER
Ik zie hem nog zitten in zijn eigen oude stoel.
Een Lexington sigaret in zijn bruine vingers
waarmee hij ook de bladzijden van zijn boeken omsloeg.
En ons waarschuwde.

Hij was grappig en goed.
Hij was mijn vader.

Hij was de fietsenmaker van het kleine dorp
gelegen aan de sloot met de sluis.
Hij leerde me het leven zoals men een fiets maakt,
een wiel spaakt, een band plakt,
frames inpakt en brackets invet.

Hij was grappig en goed.
Hij was mijn vader.

Ik weet dat hij domme dingen had gedaan.
Op sommige dagen trapte hij in grote valkuilen.
Maar hij gaf niet op
voor ons.
En hij huilde.

Hij kon frames bouwen en fietsen maken
waarop verliefden naar hun slaapkamers reden
waarop bejaarden hun levensverhalen vertelden
en waarop kleine kinderen grote dingen deden
opdat volwassenen zouden begrijpen.

Hij was grappig en goed.
Hij was mijn vader.

Ik weet dat hij slimme dingen had gedaan.
Op sommige avonden vertelde hij mooie verhalen
over avonturen van lang geleden en ver weg.
En hij was gebleven
voor ons.
En hij lachte.

Ik zie hem nog staan
zoals hij was en zoals hij deed
in de warme werkplaats tegenover ons huis
met het vet aan zijn handen
in de geurende reuk van banden en olie.
Vandaag precies veertig jaar geleden ging hij definitief op reis.

Hij was grappig en goed.
Hij was mijn vader.

330. Wantrouwen en samenleven

Zo zijn daar :
DE vluchtelingen
DE buitenlanders
DE Republikeinen
DE PVV’ers
DE Wokers
DE moslims
DE joden
DE studenten
DE politici
DE collega’s
DE Hollanders
DE stadters
Enz.

DE.
Dus.

DE wil zeggen: Ze deugen niet. Allemaal niet.
In het beste geval zeggen we : er zitten ook goeie bij.
En ‘ze’ zeggen precies hetzelfde over ‘ons’. Dit delen ‘we’ in ieder geval met ‘hen’ :
het oordelen over de ander zonder de ander echt te kennen.

Een voorbeeld: DE stadters.
In het Nierup (Nieuwe Niedorp) van mijn jeugd kwam er wel eens iemand van buiten in ons dorp wonen. Dat was nogal wat. Iemand die niet van ons was. Wat moet je ermee? En hij met ons? (al vroegen we ons dit laatste nooit af).
Eerst dan maar een naam geven : DE stadter.
Een naam schept afstand, vooral met het bepaalde lidwoord ervoor : DE.
Veiligheid.
DE stadter komt uit de grote stad, uit Amsterdam of Haarlem of zo. Ver weg.
Kouwe kak.
Kouwe kak = verwaand.
Hij denkt zeker dat hij beter of hoger is dan wij. Puh!
Hij moest dan eerst maar eens aan ons bewijzen dat hij deugde. Wij woonden hier tenslotte al eerder, daarom hebben wij rechten. Hij (nog) niet.

Logisch, toch?
Wij meer rechten dan zij.
Toch?
Of niet dan?

Dus begon de stadter zich aan ons aan te passen. (wij niet aan hem). Hij wilde tenslotte ook normaal zijn, erbij horen, gewaardeerd worden, net als wij. Hij ging op voetbal, werd lid van de biljartclub, dronk bier, prikte dahlia’s en pompoenen mee voor de Floralia, en zei dat hij dit leuk vond. Gezellig vooral.
In dit integratieproces was het moment gekomen dat hij de volgende stap mocht zetten :
In de kroeg grote klappen op tafel geven en boude uitspraken doen in de categorie :
‘Die lui in den Haag zijn allemaal zakkenvullers,
die minister is een lul,
die club kan niet voetballen,
dat is een lekker wijf,’
enz.

Als hij te ver doorschoot in zijn integratie en hij probeerde :
‘Die in den Haag benne….’ (benne = zijn) dan werd hij resoluut teruggefloten of uitgelachen, want ja, het was een dappere poging, maar DE stadter moest natuurlijk wel begrijpen dat hij ons op dit linguïstische vlak nooit zou kunnen overtreffen. Dit was van ons!
Zo voelden we ons even verheven boven een buitenstaander tegenover wie wij ons heimelijk minder voelden, maar dit verborgen onder een wankele koorddanserij van tolerantie en superioriteit die we in onszelf niet herkenden, aangezien deze al eeuwen in onze volksaard zaten en onbewust in ons voortleefden.
Ons voortdreven.
De dijken die we (we!) eeuwenlang met daadkracht en doodsverachting hadden gebouwd om te overleven en gevaren buiten de deur te houden waren er tenslotte niet voor niets.
De beschermende dijk als volksaard.
Harde arbeid en doodsangst verenigd.
Dat schept een band.
Inmiddels zijn de oorspronkelijke Nieruppers in de minderheid in hun eigen dorp en is het dorp sinds enkele jaren opgegaan in een groter geheel: Hollands Kroon.
Net als de Delvenaren Delftenaren zijn geworden.
En de Nederlanders op weg zijn Europeanen te worden.
Het is één en dezelfde eeuwenlange beweging van horten en stoten, afweer en toelaten, oordelen en aanvaarden, afstand en nabijheid.
Oorlog en vrede.
Wereldwijd.
Ieder moment.
In jou, in mij, in ons, in hen.
Nu gebeurt er iets heel raars : Alles en iedereen leeft gewoon door.
Het verschil tussen stadter en Nierupper vervaagt steeds meer. Eigenlijk verandert er niet veel, alleen de buitenkant, en iedereen leeft gewoon samen, met en naast elkaar.
De Delvenaar wordt Delftenaar.
De Nederlander Europeaan.
De Europeaan wereldburger.
De wereldburger heelalbewoner.
Uiteindelijk.

Raar, hè?
Ik vraag me af: Hoe kan dit?
Wat is datgene wat ons verbindt, terwijl we er ook altijd tijdelijk tegen vechten?
Wat zorgt ervoor dat uiteindelijk alle buitenkanten, alle etiketten, alle namen, alle uiterlijkheden, ale oordelen, alle meningen, alle verledens, alle pijnen en angsten onbelangrijk worden?
En het gewone, het normale, het aardige, lieve, menselijke, natuurlijke samenleven kan ontstaan? En overblijft.

Wat is dat?

Nou gaat het er mij niet om hier een naam of etiket aan te geven, maar meer:
Kunnen we dit herkennen?

Beseffen?
In onszelf en bij degene die wij de ander noemen?
Kunnen we dit leven?
Voelen?
In praktijk brengen?

Niet omdat dit moet.
Dit zijn we.

DE bestaat namelijk niet in de werkelijkheid.

Fijne, nieuwe week, chers amis!
Maak er wat van. ❤️

Kan een afbeelding zijn van menigte en Rijksmuseum

329. Hoe kun je moedig zijn met de dood voor ogen?

De hele wereld kijkt met angstige verbijstering en verbijsterde bewondering naar wat zich aan hemeltergend geweld en bovenmenselijke moed laat zien in de Oekraïne. Deze twee fenomenen lijken gelijk op te gaan:
Hoe groter het Russische geweld, hoe moediger de Oekraïners worden.

Waar halen zij deze bijna onmenselijke en diep menselijke moed vandaan?
Hoe kun je moedig zijn met de dood voor ogen?

Wat de Oekraïners nu doen is het grootste wat een mens, wat een volk, kan volbrengen:
Zij transcenderen zichzelf. Zij stijgen boven zichzelf uit.
Zij vechten, met de dood van zichzelf, familie en vrienden voor ogen, voor een zaak die groter is dan henzelf. Hierdoor gaan zij voorbij aan de grenzen van hun persoonlijkheid en overstijgen zij zichzelf.
Dit strijden gaat ver voorbij aan persoonlijke behoeften. De zaak waar de Oekraïners nu voor vechten is groter dan de overleving van het individu. Hierdoor ontstaat een levensmoed en een doodsverachting die onverwoestbaar is, hoe dodelijk en verwoestend de wapens van de tegenstander ook mogen zijn.
Het lijkt aan de buitenkant alsof wij de Oekraïners helpen. En dat klopt. Aan de buitenkant.
Wij helpen de vluchtelingen, wij spreken ons uit, wij geven geld en voedsel, onze regeringen sturen wapens, enz.

Toch ligt de zaak op dieper niveau net andersom.

Het Oekraïnse volk schenkt ons de grootste gift die een mens, een volk, kan geven aan een medemens, aan een medevolk:
Hun alles overstijgende moed, die voortkomt uit hun diepste ziel, raakt de diepste kern van onze eigen ziel die ons aanzet tot het allerbeste, allerhoogste en allermenselijkste wat wij nu kunnen doen.
Ons hele wezen, het hele wezen van ons land, van de hele wereld, wordt aangeraakt door de bovenmenselijke kracht en zielenmoed van de Oekraïners.
Hierdoor geven zij ons de mogelijkheid om, net als zij, ook onze eigen persoonlijkheid en onze eigen behoeften te overstijgen, voorbij onze persoonlijke beperkingen te gaan, en onszelf te transformeren tot de mens die wij in onze diepste kern zijn en willen zijn, maar die wij nog niet kenden op dit niveau.
De ongeschreven levenswetten laten zien dat de donkerste schaduw en het helderste licht hand in hand door het leven gaan, dat het grootste geweld de grootste moed zoekt, en dat de angst voor de dood midden in het grootste geweld, precies op dit snijpunt, zich kan transformeren tot de grootste kracht en de diepste liefde waar ieder mens zo intens naar verlangt.

Het is de bloeiende lotusbloem die haar voedsel haalt uit de zwarte drek van het stinkende moeras.

Een grotere, wredere, liefdevollere tegenstelling bestaat niet, is onacceptabel voor de persoonlijkheid, onbegrijpelijk voor het verstand, en volledig aanvaardbaar en leefbaar voor de ziel die altijd door onze persoonlijkheid heen schijnt.
Zonder Tachtig jaar gewelddadige oorlog
– zouden wij nooit een onafhankelijk, zelfstandig land zijn geworden,
– zouden wij nooit de vrijheid van geloof, vrijheid van mening, en de vrijheid van individualiteit hebben gehad.
Zonder twee afschuwelijke en alles verzengende wereldoorlogen
– zouden wij nooit 80 jaar vrede hebben gekend,
– zou er geen Europese eenheid zijn ontstaan,
– en zouden wij nooit dit welvaartsniveau hebben kunnen bereiken waarop wij nu al vele jaren leven.

Iedere vezel van ons verstand komt tegen deze levenswet in opstand.
Iedere vezel van onze ziel aanvaardt haar mild glimlachend en dankbaar.
Zij weet dat alles perfect is, terwijl alles fout gaat.
Zij weet dat alles onverwoestbaar is, terwijl alles verwoest wordt.
Als wij erin slagen in deze onmogelijke tegenstelling te leven, en hiernaar te handelen, dan bereiken we de grootste overwinning die het leven in zich draagt. Een grotere bijdrage aan vrijheid, vrede, liefde en schoonheid bestaat niet.
Het is daarom de grootste, beste, krachtigste, meest menslievende hulp die wij aan de Oekraïners kunnen geven.
En aan onszelf.
Aan onze kinderen.
En aan de wereld.

Laat niets ons tegenhouden.

328. Navelstreng

Ooit knipte een aantal Europeanen hun navelstreng door om een nieuw leven te beginnen in de Nieuwe Wereld, Amerika.
In en na WOII draaide de situatie zich om. Het moederland Europa werd steeds afhankelijker van haar kinderen, van Amerika, zowel economisch als militair.
Vandaag zijn we op een punt gekomen dat het kind, Amerika, de navelstreng doorknipt met moeder Europa.
Hoe leeft een moeder verder als haar kind niet alleen het huis uit is, maar vervolgens een vijand wordt van diezelfde moeder?

ADOLESCENTIE
Een adolescent maakt fouten, moet fouten maken om zijn eigen weg te vormen. De mooiste en gevaarlijkste fouten worden gemaakt van 17 – 25 jaar. Het kind is in leeftijd en aan de buitenkant volwassen, maar innerlijk leeft het onbesuisde, grenzeloze heftiger door dan ooit tevoren.
Deze periode heet: de rode periode.
Vader en moeder zijn op afstand gezet, (eindelijk!) en het kind, de adolescent, begint te experimenteren met zichzelf en het leven en trapt in alle valkuilen die maar beschikbaar zijn. De ouderlijke bescherming is weggevallen of weggegooid.
Vooral bij jongens van deze leeftijd is het uitgangspunt : IK! Oftewel, egoïsme.
Het is de narcistische periode die nodig is voor de adolescent om zichzelf te ontdekken.
Om te ontdekken wie hij niet is, wordt hij alle kanten opgesleurd tot hij ontdekt wie hij wél is, wat hij wil en wat bij hem past. Om de hemel te bereiken moet je eerst de hel leren kennen met al zijn illusies, verleidingen, begeerte en bedrog.
Drank, drugs, seks, criminaliteit, reizen, avonturen, grenzeloosheid, gevaar, je kop duizend keer stoten, afgewezen worden, pijn lijden, eenzaamheid, angst. Dit alles vindt allemaal plaats binnen het zoeken naar genot en zelfbevrediging.
De adolescent wil hebben en halen.
Brengen en geven komt pas later, veel later.

Kortom,
Amerika is 17 jaar.
Een lange, gevaarlijke, grenzeloze, narcistische adolescentie is aangebroken.
Deze rode periode is noodzakelijk om uiteindelijk volwassen en verantwoordelijk te worden.
Dit geldt zowel voor een persoon als voor een land.
Moeder, Europa, houdt haar hart vast, maar is machteloos en moet haar eigen boontjes zien te doppen zonder de afhankelijkheid aan het kind. Ook moeder moet haar kind loslaten en zichzelf ontdekken op dieper niveau.

Zo moet het gaan.
En zo is het goed.
Terwijl alles fout gaat, alles ontspoort.
En de dood grijnzend grimlachend nabij is.

327. DE MODERNE VOC-MENTALITEIT

In het Westfriesland uit mijn jeugd hadden we onze Hoornse VOC-held :
de 17e-eeuwse Jan Pieterszoon Coen!
JPC.
Niet te verwarren met JPB, onze oud-premier, die de VOC-mentaliteit zo bewonderde.
JPC was een geweldige man, vonden wij, want hij bevoer als gouverneur-generaal van de VOC de wereldzeeën, veroverde andere landen, overwon vreemde volken en dreef handel om ons rijk te maken. Nootmuskaat!
Hij was de man van ‘Make Holland Great Again’. Wat wil een mens, een land, nog meer?

HET AVONTUURLIJKE JONGENSLEVEN
Ik vond het als jongen sowieso altijd jammer dat ik niet in die dappere Hollandse ‘Gouden Eeuw’ leefde, net als dat het me speet dat de Tweede Wereldoorlog voorbij was en we niet in heldhaftige acties hoefden te komen. We waren jaloers op de jongens in de boeken van K.Norel: Engelandvaarders. Die gingen tenminste met bootjes Het Kanaal over om de geallieerden te helpen.
Bij gebrek aan oorlog gingen wij ‘avontuurtjes beleven’ en klommen we bij buurman Kees Grin stiekem op het dak, polsstokten we over sloten door weilanden, en versloegen we naburige tegenstanders tijdens de pupillen voetbalwedstrijden op de zaterdag.
Bovendien keken we op tv naar de rauwe cowboys van Rawhide met Gill Favor en Rowdy Yates die er ongetwijfeld net zo stoer en heldhaftig uitzagen als JPC in zijn 17e eeuw. Na zo’n uitzending wilde ik altijd vechten met m’n vriendjes op het grasveld achter ons huis.

Want winne zalle wu !

Jongens hebben helden nodig.

DE WREDE WERKELIJKHEID
Bij nader inzien, en vele jaren na de OLS, bleken JPC, Hoorn en de VOC toch iets anders in elkaar te zitten dan we hadden vernomen. Zo werd bekend dat onze JPC volkerenmoord had gepleegd op de Banda-eilanden en 15.000 mensen had gedeporteerd en vermoord. Vandaag de dag zou hij voor het Internationaal Strafhof in Den Haag hebben moeten verschijnen wegens genocide en tot levenslang veroordeeld worden.
Nou dacht ik aanvankelijk : gelukkig zijn die gewelddadige tijden voorbij. Nederland is een beschaafd land geworden. Later las ik echter over de ‘politionele acties’ van 1945-1949 in Indonesië, die hetzelfde zijn als nu de ‘militaire operatie’ van Rusland in Oekraïne, namelijk oorlog.
Beschaving?
Mwah.

AMERIKA
Maar!
Gelukkig zijn daar onze redders van de Vrije Wereld : Amerika!
Zonder Amerika zouden we nog steeds gebukt gaan onder het fascisme van Hitler, dus leve onze moedige bevrijders! Bovendien zijn er 24 steden in Amerika met de naam Holland, dus onze broederschap is onverbrekelijk. Dit blijkt ook zo te zijn. Met dien verstande dat er een diepe verwantschap bestaat tussen de huidige president van Amerika en zijn manschappen en JPC en zijn bemanningsleden van de VOC, de Verenigde Oost-Indische Compagnie, uit de 17e eeuw.
Wonderlijk zoals reïncarnatie werkt. En als het geen reïncarnatie is dan nog zijn Amerika, Trump en zijn trawanten vandaag evengoed net zo wreed, mensonterend, gewelddadig en oorlogszuchtig als JPC en zijn mede-moordenaars destijds. Of je nu 15.000 Bandanezen deporteert uit hun eigen land en vervolgens uitroeit of dat je het Palestijnse volk deporteert uit hun thuisland nadat je de Gazastrook totaal hebt vernietigd, onbewoonbaar gemaakt en tienduizenden inwoners hebt vermoord. Om over de andere plannen maar te zwijgen.

DE PSYCHE VAN DE BEUL
De eeuwige drijfveer van de overheersing van de ene mens over de andere mens is: macht.
Macht zegt: ik ben beter dan jij, dus ik beschik over jouw leven.
Uit rapporten van ondervragingen van nazi-beulen, en na lang doorvragen, is bekend waarom beulen martelen. Hun antwoorden zijn verbijsterend en komen allemaal op hetzelfde neer. Op de vraag ‘Waarom martel jij de ander?’ luidt het antwoord van de beul: ‘Ik wil hem zijn.’
Fascinerend, hè?
De beul wil in wezen de gemartelde zijn.
Wat betekent dit?
De beul is niet genoeg aan zichzelf. Hij schiet tekort. Hij voelt zich minderwaardig. Er zit een psychisch gat in hem, hij leeft in een tekort dat opgevuld moet worden door een ander om zichzelf compleet te maken. Dit gaat zo ver dat hij de ander martelt en doodt en hierin een tijdelijke bevrediging vindt door zichzelf te vergeten in de marteling van en moord op de ander. Waarna zijn gruwelijke daad zich moet herhalen, anders wordt de beul geconfronteerd met het meest afschuwelijke wat hij maar kan bedenken: zichzelf.

Zo komen we bij de kern van de 17e eeuw, de hele geschiedenis, en vandaag :
het kolonialisme, imperialisme, de overheersing, slavernij, oorlog, deportatie, genocide, dit alles is gebaseerd op de doodsangst van de machthebber voor zichzelf en van daaruit zijn verlangen naar en haat op de ander die hij in diepste zin wil zijn om aan de doodsangst voor zichzelf te ontsnappen.
Dit gaat zo ver dat de beul, Poetin, Trump, Jan Pieterszoon Coen, en al die andere machtwellustelingen, een verlangen hebben om de wereld te veroveren teneinde haar te vernietigen. Hun volk te vernietigen. Teneinde zichzelf te vernietigen. Teneinde hun eigen doodsangst niet te voelen.
Ze hebben er namelijk een wereld voor over om maar niet doodsbang te zijn en hun ware zelf maar niet te zien en te voelen.

In iedere dictator zit een huilend jongetje dat troost zoekt bij z’n moeder.
En dit niet durft.

SCHOLING EN OPVOEDING VAN JONGENS
Wat hebben jongens die mannen willen worden te leren?
Dat ze bang mogen zijn, dat ze mogen huilen, dat ze mogen spelen, en dat dit helemaal in orde en volledig veilig is.
Wanneer jongens deze speelsheid en kwetsbaarheid diepgaand voelend verbinden met hun mannelijke kracht en moed dan kunnen ze opgroeien tot echte mannen die competitie en concurrentie zien voor wat het in werkelijkheid is :
een manier van gezond strijden en een echte samenwerking met de tegenstander die als doel en overwinning heeft : het beste in elkaar naar boven te halen voor het welzijn van zichzelf, de ander, de mens en de wereld. Hier bestaan geen verliezers, alleen winnaars.

Dus huil, dappere jongens, huil.
Bang zijn mag.
Wees moedig.
Speel.
En voer de juiste, krachtige strijd die het beste in jou en de ander naar boven haalt.

Dan ben je een man.
En waarachtig mens.
Met alles durrop en durran.

326. Extreem rechts en onze zwakmakende verontwaardiging

Oké, het is ‘ze’ gelukt : we zijn bang geworden.
Een diepe angst die we verbloemen met een permanente verontwaardiging over wat radicaal rechts, met Trump als de Grote Leider, ons allemaal aandoet.
Deze verontwaardiging uiten we regelmatig in gezelschap van andere bange mensen die zich eveneens uiten in dezelfde steeds maar herhaalde verontwaardiging nadat ze dezelfde kranten en dezelfde TV-programma’s hebben gezien. Hierdoor verenigen bange mensen zich in hun ontkende angst en voelen ze zich veilig bij hun gedeelde verontwaardiging.
Verontwaardiging als vermomming van angst die we delen tegenover en met een gedeelde vijand onder het mom van ‘een goed gesprek’ waarin sowieso niemand luistert naar de ander, maar slechts de bevestiging zoekt van zijn eigen gelijk. Net zoals dat gebeurt bij het lezen van een artikel. Verontwaardiging zoekt slechts zijn eigen bevestiging.

Samengevat : Verontwaardiging = klagen = zwak blijven.

Tot zover over hoe verdringing van angst werkt onder mensen. Dit verenigt ons schijnbaar en het biedt een schijnbare veiligheid en schijnbare eenheid onder de paraplu van gedeelde verontwaardiging die een vorm van klagen is dat als doel heeft de eigen zwakte in stand te houden. Zo maken we onszelf deel van het bange systeem dat we denken te bestrijden.

Wat je bestrijdt, dat wordt je.

Angst kent ontelbare toneelstukjes en gedijt daar wel bij, zolang het publiek maar gelooft dat het toneelstukje de werkelijkheid is.

HET TRILLINGSNIVEAU VAN DE ANGST
In onze gedeelde verontwaardiging, in onze gedeelde ontkende angst, in ons zwakke klagen, zetten we de ontkende angst van de extreem rechtse politieke leiders voort. Onze verontwaardiging over hun beleid, woorden en daden lijkt aan de buitenkant een oppositie tegen extreem rechts, terwijl het in feite een voortzetting is van de angst van extreem rechts in andere vorm.
Voor de spirituelen onder ons : deze angst trilt op een bepaalde zelfde frequentie waarop angst kan gedijen.
Angst kan dus tegengestelde meningen uiten op dit lage en zware trillingsniveau waardoor alle partijen ervoor zorgen dat hun angst in stand blijft, terwijl men zichzelf wijsmaakt de andere partij te bestrijden. Wijzen naar elkaar en elkaar de schuld geven is zo’n uiting van angst die op dezelfde golflengte plaatsvindt en elkaars angst in stand houdt onder het mom van een debat of discussie. Deze levensenergie is zo laag en zo zwaar dat ze niet in staat is op te stijgen. Dus blijft ze hangen in de modder.

CHAOS ALS POLITIEK
Extreem rechts uit zijn angst in het creëren van chaos waardoor een crisis ontstaat en die crisis roept om een daadkrachtige aanpak van een sterke leider. De extreem rechtse leider grijpt in door het scheppen van een nóg grotere chaos waardoor hij zichzelf noodzakelijk maakt, terwijl hij niets anders doet dan de steeds toenemende crises voortzetten en chaotischer maken en de andere partijen hiervan de schuld geven.
Door hier verontwaardigd over te gaan praten is een vorm van klagend slachtoffergedrag dat als doel heeft de eigen angst niet te voelen, niet te doorzien, en vervolgens niets anders te doen dan alleen maar verontwaardigd praten binnen eigen beperkte kring die net zo verontwaardigd is als wij.
Goocheltruc geslaagd.
Extreem rechts wrijft vergenoegd in zijn handen.
De chaos is gelukt.

DE WRAAK OP DE LINKSE ELITE
Waar verontwaardiging blind voor is, is zijn eigen aandeel in de steeds grotere macht van extreem rechts.
De waarheid is:
De politieke, bestuurlijke en journalistieke elite heeft niet voldoende geleverd aan het volk.
Politiek links in Nederland schudde zijn ‘ideologische veren’ af in de jaren ’90 van de vorige eeuw en verliet de mensen die het echt moeilijk hebben.
De Democrische Partij in Amerika raakte, net als de Republikeinse Partij, steeds meer in de greep van het grote geld, waardoor ze het gevoel voor en de verbinding met het gewone en steeds armere volk verloren.
Zo groeide de machteloosheid van het volk, zo groeide hun woede, hun klagen, en het enige machtsmiddel dat hun nog restte was hun stem uit te brengen op de oppositie partij die hier gretig gebruik van maakte door de onvrede aan te wakkeren met flagrante en bewezen leugens.
Hun stem op extreem rechts is de wraak op democratisch links die niet genoeg voor het arme deel van de bevolking heeft gedaan wat het had moeten doen, namelijk meer inkomensgelijkheid, meer welvaart, meer gelijke kansen qua wonen, scholing, zorg en werk bieden.
De tragiek van deze keuze uit wraak is nou juist dat extreem rechts in Europa en de republikeinense partij in Amerika niets voor het volk doen. Noch de republikeinen, noch de PVV, en noch alle extreem rechtse partijen in Europa hebben iets op met arme mensen zonder macht.

DE TRAGISCHE KEUZE
De angst van het volk, die voortkomt uit machteloosheid, transformeert zich dus in een woede die zich uit in een stem op extreem rechts die in feite een wraak is op de linkse politiek en een blind geloof heeft in de fabeltjes, de xenofobie en de complottheorieën van extreem rechts.
Hun stem is dus niet in de eerste plaats een stem vóór extreem rechts. Nee, het is een stem tégen de politieke elite van links. Het is een wraakstem. Hun stem zegt in wezen: jullie zorgen niet voor ons, dus bekijk het maar.
Echter, doordat hun stem voortkomt uit angst, machteloosheid, woede en wraak, kiest het nou net die richting die hen niet zal helpen, maar juist tegenwerken. Hierdoor zal hun angst alleen maar groter worden, waardoor angst en machteloosheid volledig hun zin krijgen, verder kan groeien, en op een nóg lagere frequentie zwaar voortmodderen.

VAN ONTKENNING NAAR ILLUSIE
Ontkende emoties
zorgen voor
ontkende feiten
en ontkende waarheid.

Uit deze ontkenning ontstaat chaos. Hetgeen precies het doel is van extreem rechts: chaos creëren.
Goocheltruc wederom geslaagd.
Applaus van het bange publiek voor de Grote Leider die niets anders heeft gedaan voor de bevolking dan nóg grotere chaos creëren en NIET zorgen voor de bevolking. Hij zorgt alleen voor zichzelf en zijn eigen macht.
De Grote Leider van vandaag is de Grote Goochelaar die illusies voorschotelt aan zijn publiek dat aan zijn lippen hangt en deze goocheltrucs ziet als de waarheid. Angst kijkt naar Angst en bedekt dit met illusies waardoor de voorstelling een succes lijkt, terwijl het alles afbreekt en het publiek berooid achterlaat.

DE ANGST VOOR VRIJHEID
We zien hier in de dagelijkse praktijk, zowel bij politieke debatten in de Kamer, als in gesprekken op verjaardagspartijtjes, clubs, kroegen, theekransjes en overal, de kern van dit drama zich voltrekken dat samengevat kan worden in: de angst voor vrijheid.

Angst is onvrij.
Ontkende Angst is onvrij
Verontwaardiging is onvrij.
Klagen is onvrij.
Wraak is onvrij.
Het met elkaar eens zijn in verontwaardiging is onvrij.

Zie hier de huidige stand van zaken. Een toestand die zich al duizenden jaren herhaalt in steeds andere vormen die neerkomen op één ding: De mens beschouwt zichzelf als vrij, terwijl hij doodsbang is voor zijn eigen innerlijke vrijheid. En dit ontkent.

ONZE INNERLIJKE WERELD
Maar ja, welk mens gaat nog naar binnen?
Welk mens onderzoekt zijn meest duistere delen, zijn doodsangsten, zijn pijn, zijn eenzaamheid?
Welk mens durft zich over te geven aan datgene wat hij niet kent?
Welk mens durft innerlijk te sterven en door zijn eigen graf heen te lopen?
Welk mens durft werkelijk mens te worden?
Zolang de mens niet dagelijks innerlijk durft te sterven en door te lopen, is hij niet vrij. Hoe kan hij dan juist handelen?

De reddingsboei ligt niet bij de politiek.
De reddingsboei zijn wij zélf.

DE MENS
De mens is geen mens.
De mens is een mens in wording.
De weg naar innerlijke vrijheid is bezaaid met prikkeldraad.
Het is uit deze vrijheid waaruit de juiste acties ontstaan, de juiste woorden, de juiste verantwoordelijkheid. En de juiste krachtige strijd.
Wie heeft dit lef?

325. Macht, Geloof en Vakkenvullen

In veel, of alle, landen oefent men macht uit door vakken te vullen.
Als mensen jouw naam kennen dan weten ze tot welk geloof je behoort.
Geloof!
Belangrijk!
Macht!
Als ze dat weten dan weten ze in welke wijk je woont, met wie je omgaat, wie je moet benaderen voor een baantje, en op welke partij je stemt. Ze hebben je in een vakje gestopt, het vakje is gevuld, dit vakje is je identiteit geworden en dus ook: het vakje is je leven geworden en de kansen die je in het leven hebt.
Het vakje = je leven = de beelden die anderen van jou hebben.
Het vakje heeft dus niets te maken met wie je echt bent, maar met de beelden die anderen van jou hebben op basis van Geloof, en alles wat daaruit afgeleid wordt (wijk, baantje, vrienden, partij, enz.).
Nu is het probleem een beetje dat Geloof overal is. Je zou je zelfs af kunnen vragen:
Waar is Geloof niet?
Geloof = De diepste Basisovertuiging van een mens.
Op basis van wat je diepste denken, voelen en intuïtie jou vertelt, geef je je Geloof vorm in woord en daad. Of het nu Islam, Christendom, Atheïsme, Hindoeïsme, Boeddhisme, Fascisme, Communisme, Anarchisme, Rationalisme, New Age, Woke, Feminisme, Fanatisme, Vegetarisme, Conservatisme, Agnosticisme, Ietsisme, of wat dan ook is.

IDENTIFICATIE
Al deze Geloven zijn nog geen probleem.
Ze worden wél een probleem als mensen zich met hun Geloof identificeren.
Dus dan krijg je verwarringen als:
Ik bén katholiek.
Ik bén moslim.
Ik bén feminist.
Enz.
Je vakje is gevuld en je maakt jezelf wijs dat dit je identiteit is.
Je dénkt dat je dit gevulde vakje bént.

Door zich te vereenzelvigen met een Geloof of diepste Basisovertuiging wordt de mens de bron van conflict, oorlog en al het geweld op deze wereld, aangezien de mens zich afscheidt van de rest van de mensheid. Hij voelt zich hierdoor superieur aan anderen, en vanuit deze afgescheidenheid en dit superioriteitsgevoel gaat hij om met zijn medemens op basis van de overtuiging :
Ik ben beter dan jij.
Variatie : Ik ben minder dan jij.
Andere variatie : Ik ben gelijk aan jou.
Ieder meerderwaardigheidscomplex,
ieder minderwaardigheidscomplex,
ieder gelijkwaardigheidscomplex
komt voort uit de Basisovertuiging van een Geloof en is hiermee de oorzaak van ieder conflict.
Koot & Bie zongen jaren geleden al heel blij: Onze God is de beste!
Hiermee tevens doelend op atheïsten die hun niet – God vereren, want Geloof en Ongeloof komen op hetzelfde neer, alleen geloven ze ieder een andere kant op.

HIER-EN-NU
Nou zijn er zowel eeuwenoude als moderne Gurus die erop wijzen dat er iets bestaat dat geen Geloof, geen Basisovertuiging, geen Gedachte is.
Dit is : het Hier-en-Nu.
Dus zeggen ze: Jij bént het Hier-en-Nu.
Je bent dus ten diepste niet je Geloof, niet je Basisovertuiging, niet je Denken.
En het Hier-en-Nu is niet een moment in tijd, maar het is tijdloos, terwijl het tevens dit momentloze moment is dat altijd bestaat. En dat wij zijn.
Hieruit volgt automatisch dat we niet ons lichaam zijn, niet ons verleden, niet onze toekomst. Verleden en toekomst zijn tenslotte slechts gedachten en niet het levende leven zélf dat wij nu en altijd zijn.
Echter, als we niet onze gedachten, niet ons Geloof en niet ons lichaam zijn, wie zijn we dan wel?
Komt ie:

We zijn Liefde.
We zijn Vrede.
We zijn Vrijheid.
We zijn Schoonheid.
We zijn Stilte.

Mooi, toch?

Nou is het lastige dat als mensen dit horen, dat velen hier meteen een nieuwe Gedachte, een nieuwe Basisovertuiging, een nieuw Geloof van maken, waardoor het eeuwenoude liedje zich herhaalt en mensen enthousiast gelovig beginnen te roepen dat je vooral van het Hier-en-Nu moet genieten, of niet moet plannen, of niet mag nadenken, of roepen dat alles illusie is, enz.

JOSEPH AOUN
Libanon heeft een nieuwe president. Eindelijk.
De meest onmogelijke baan op aarde in het meest verscheurde land op aarde met ontelbare Geloven binnen twee wereldgeloven, want als mensen eenmaal beginnen te geloven en zich af te scheiden, houden ze er ook nooit meer mee op, hè.
Joseph Aoun is zijn naam.
Een generaal in het Libanese leger en nu dus verkozen tot president. Tijdens de bloedigste veldslag in Libanon bleef hij volgens getuigen volkomen kalm, standvastig en gefocust.
Verder zegt men over Aoun: Hij is een lieve man.
Als ik onderstaand foto van zijn hoofd zie, zie ik de combinatie van vriendelijkheid en meedogenloosheid. Duif en Havik. Samenwerken en doden.
De perfecte eigenschappen voor een Libanese president die vrede voor zijn volk wil.
Ik denk dat Joseph Aoun volledig in het Hier-en-Nu leeft en geen Geloof aanhangt. En daarom de perfecte leider is die het door vele Geloven verscheurde Libanon kan leiden naar een weg waar mensen iets meer kunnen gaan beseffen dat ze geen vakkenvullers zijn, maar dat ze Liefde, Vrede, Vrijheid, Schoonheid en Stilte zijn. En dat dit voor ieder mens geldt. Van wat voor Geloof en Ongeloof dan ook.

Kom op, Joseph!
Voorwaarts !
In meedogenloze liefde voor ieder mens. ❤️
Zolang dat maar geen nieuw geloof wordt.
Mooie kale kop, trouwens.

323. Euh …

Een oud-leerling is in mijn woonwijk Buitenhof aan het werk. Hij belt me om even langs te komen en bij te praten. Ik zit echter ver weg en druk bezig niets te doen met cortado en krant bij Hanno op het Doelenplein.
Oplossingsgericht opper ik: ‘Anders kunnen we voor komende week iets afspreken.’
Hij antwoordt : ‘Euh… ja, zou kunnen.’
Ik: ‘Je zin begint met euh. Wat wil euh zeggen ?’
Hij: ‘Mijn boekhouder, die ook een goede vriend is en de vader van mijn beste vriend, is ernstig ziek en ligt in Duitsland op sterven. Het kan morgen afgelopen zijn of over een paar weken, maar het kan zijn dat ik daar de komende week vaak ben en dat binnenkort het definitieve afscheid is. Dus met jou afspreken binnenkort wordt lastig, denk ik.’
‘Ah, zo ja, ik snap je euh. We zien dan wel hoe het loopt. Ik wens je sterkte.
En euh… oh ja, ik hou van je.’
‘Haha! Ik euh… ook van jou. Geniet van Hanno. Ciao.’

En tranend en lachend nemen we afscheid.
Euh…
Tijdelijk.

322. Ontmoeting met het verleden.

Wachtend voor het langst rood brandende verkeerslicht van Delft hoor ik plotseling naast mijn fiets een enthousiaste damesstem: ‘Ha, meneer Stammes!’
Ik kijk naar links en zie een veertigende vrouw mij open en verwachtingsvol aankijken. In mijn hoofd banen zich vele jaren van verleden tijd een weg naar Nu.
‘Ik ben het, Samira, uit het VWO!’
Mijn lichaam schokt.
En ziet.
Ik weet wat ze ooit in haar destijds jonge leven heeft moeten doorstaan. Zij was puber, ik was twee jaar lang haar mentor op school.
Dan springt het licht op groen en fietsen en praten we door. Na een minuut en vlak voordat we ieder weer ons weegs gaan, straalt ze: ‘Het gaat goed met me, mees!’
Ik straal terug : ‘Wat fijn om te horen!’
We zwaaien elkaar ten afscheid.
Terwijl ik doorfiets en boodschap en thuis kom en eet en doe, en terwijl ik weet wat er ooit is gebeurd, zingt en danst en trilt haar ene zin de hele dag en avond in mijn hoofd, hart en buik:
‘Het gaat goed met me, mees!’